Besluit van de burgemeester van de gemeente Amsterdam houdende beleidsregels over de sluitingsbevoegdheid op grond van de Opiumwet, de Gemeentewet en de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 (Beleidsregels sluitingen en heropeningen Amsterdam)

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

Mededelingen

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-09-02

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente Amsterdam

Informatie

Besluit van de burgemeester van de gemeente Amsterdam houdende beleidsregels over de sluitingsbevoegdheid op grond van de Opiumwet, de Gemeentewet en de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 (Beleidsregels sluitingen en heropeningen Amsterdam) De burgemeester van Amsterdam, gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 13b van de Opiumwet, artikelen 172, derde lid, 174a en 175 van de Gemeentewet en artikel 2.10 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, besluit vast te stellen de volgende regeling: Beleidsregels sluitingen en heropeningen Amsterdam Hoofdstuk 1: Inleiding De burgemeester van Amsterdam kan woningen en panden sluiten als dit nodig is voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij drugshandel vanuit een woning, illegaal gokken of bij andere criminele activiteiten in een pand. Ook explosies of beschietingen kunnen aanleiding geven een tot sluiting. In deze beleidsregels geeft de burgemeester aan hoe zij invulling geeft aan deze bevoegdheid. Het sluiten van een pand is een ingrijpende maatregel. Zo maakt de sluiting van een woning een inbreuk op het (grond)recht op wonen. De sluiting van een pand waarin een onderneming is gevestigd, kan bovendien grote gevolgen hebben voor de ondernemer. Daarom weegt de burgemeester bij een sluiting alle belangen van de belanghebbenden zorgvuldig af. Tegelijkertijd heeft de burgemeester de verantwoordelijkheid om de openbare orde en veiligheid te handhaven. Drugscriminaliteit en excessief geweld, zoals explosies, veroorzaken veel onrust onder omwonenden en hebben een grote impact op de samenleving. Het sluiten van een pand is een effectief instrument om de veiligheid en leefbaarheid in de directe omgeving te vergroten. Een sluiting moet echter altijd in verhouding staan tot de gevolgen voor de belanghebbenden. Daarom wordt bij de besluitvorming altijd maatwerk toegepast. Deze beleidsregels bieden inzicht in de werkwijze die daarbij wordt gehanteerd. 1.1 Leeswijzer In hoofdstuk 1 wordt uitgelegd welke juridische bevoegdheden de burgemeester heeft om een woning te sluiten, hoe lang de sluiting duurt, hoe de belangenafweging plaatsvindt en hoe de procedure van een sluiting verloopt. Hoofdstuk 2 behandelt de sluitingsgrond op basis van de Opiumwet. In hoofdstuk 3 wordt het beleid met betrekking tot artikel 174a van de Gemeentewet behandeld. In hoofdstuk 4 staat het beleid rondom de sluitingsgrond in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) centraal. Tot slot staat in hoofdstuk 5 het beleid rondom heropeningsverzoeken en verzoeken tot tijdelijke betreding uitgelegd. In hoofdstuk 6 staan de overige (nood)bevoegdheden) vermeld. 1.2 Juridisch kader De burgemeester heeft verschillende wettelijke bevoegdheden om tot sluiting over te gaan. Deze worden hieronder uiteengezet. 1. Artikel 13b Opiumwet De burgemeester kan op grond van artikel 13b Opiumwet een pand sluiten als daar drugs worden verkocht, afgeleverd, verstrekt of aanwezig zijn. De burgemeester kan ook op grond van dit artikel sluiten indien er voorwerpen of stoffen worden aangetroffen die bestemd zijn voor de productie van harddrugs of voor hennepteelt. 2. Artikel 174a Gemeentewet De burgemeester kan een woning, een niet publiek toegankelijke inrichting of een erf sluiten in de volgende gevallen: a.Bij ernstige gedragingen in het pand die de openbare orde in en rondom het pand ernstig verstoren, zoals ernstige overlast. b.Bij geweld van buitenaf, zoals explosies of beschietingen. c.Bij een wapenvondst, en daardoor de openbare orde rond de woning of het lokaal wordt verstoord of daarvoor ernstige vrees bestaat. 3. Artikel 2.10 Algemene Plaatselijke Verordening De burgemeester kan op grond van artikel 2.10 APV een publiek toegankelijke inrichting sluiten als sprake is van illegaal gokken, heling, discriminatie, een wapenvondst, geweld van buitenaf of andere feiten en omstandigheden waardoor het openblijven van het gebouw een gevaar oplevert voor de openbare orde. 4. Artikel 172 en 175 Gemeenwet Artikelen 172, derde lid en 175 Gemeentewet geven de burgemeester de bevoegdheid om bevelen te geven voor de handhaving van de openbare orde. 1.3 Doel sluiting De sluiting van een pand is bedoeld om de openbare orde te herstellen en het risico op herhaling weg te nemen. Hiervoor is een periode van rust noodzakelijk. Primair heeft een sluiting als doel het risico op herhaling te beperken. Het is nadrukkelijk geen strafmaatregel en kan parallel lopen aan een strafrechtelijk traject. Met een sluiting wordt een duidelijk signaal afgegeven dat in of rondom het pand geen activiteiten meer (mogen) plaatsvinden die een gevaar vormen voor de openbare orde. Ook wordt een signaal afgegeven dat de geconstateerde feiten onacceptabel zijn. Een sluiting is een maatregel die gericht is tot het pand en niet direct tot de belanghebbende. Het gaat dus om een pandgerichte (en niet persoonsgerichte) maatregel. Dat betekent dat een pand zelfs kan worden gesloten wanneer een belanghebbende niet verwijtbaar is. De mate van verwijtbaarheid kan echter wel een rol spelen in de belangenafweging. 1.4 Belangenafweging De burgemeester gaat alleen over tot sluiting als de sluiting in verhouding staat tot de gevolgen voor de belanghebbenden, zoals bewoners, gebruikers of eigenaren. Anders gezegd: de sluiting mag geen onevenredige gevolgen hebben. Dit wordt in juridisch jargon ook wel de evenredigheidstoets genoemd. Er wordt eerst onderzocht of ook andere, minder ingrijpende maatregelen kunnen worden genomen om hetzelfde doel te bereiken. Een sluiting moet volgens de wet in elk geval geschikt, noodzakelijk en evenwichtig zijn. 1.4.1 Tijdsverloop Wanneer sprake is van een groot tijdsverloop tussen de geconstateerde overtreding en het moment van (beoordeling van een) sluiting, kan dit betekenen dat van een sluiting wordt afgezien. Dat is overigens niet altijd het geval. In sommige gevallen is de situatie dermate ernstig dat ondanks het tijdsverloop wordt gesloten. Dit is steeds afhankelijk van de omstandigheden van het geval. 1.4.2 Omstandigheden van de belanghebbenden In de afweging of een sluiting van een woning evenredig is, weegt de burgemeester in ieder geval de volgende omstandigheden mee: ▪de aanwezigheid van kinderen of andere kwetsbare personen; ▪de mogelijkheid tot alternatieve huisvesting; ▪de mate van verwijtbaarheid; ▪de consequenties voor de huurovereenkomst. In de afweging of een sluiting van een ander pand dan een woning evenredig is, weegt de burgemeester in ieder geval de volgende omstandigheden mee: ▪de veiligheidsmaatregelen die een ondernemer zelf treft; ▪de mate van verwijtbaarheid; ▪de financiële gevolgen voor de belanghebbende en eventuele werknemers. In geval bovengenoemde omstandigheden zich (deels) voordoen, is de burgemeester nog steeds bevoegd tot sluiting over te gaan. Bij de afweging of tot sluiting wordt overgegaan worden alle omstandigheden betrokken, waaronder de openbare orde risico’s. Dat een sluiting veel nadelige gevolgen voor een belanghebbende heeft, betekent niet dat de sluiting per definitie onevenredig is. Alle omstandigheden worden in samenhang bekeken en afgewogen tegen de belangen van de openbare orde. De opsomming is niet cumulatief noch uitputtend. 1.4.3 Bijzondere omstandigheden van de pandeigenaar Naast de belangen van een bewoner van een woning en/of gebruiker van een pand, kunnen ook omstandigheden van een pandeigenaar of verhuurder een rol spelen bij het besluit om een pand al dan niet te sluiten. Deze belanghebbende moet zelf, met onderbouwende documentatie, aannemelijk maken dat er sprake is van bijzondere omstandigheden. Van een bijzondere omstandigheid kan bijvoorbeeld sprake zijn wanneer een pandeigenaar proactief heeft samengewerkt met een overheidsinstantie, waardoor een hennepplantage in het pand is opgespoord en ontmanteld. Ook kan van sluiting worden afgezien als de pandeigenaar kan aantonen dat door zijn toedoen de drugshandel is opgespoord en dat hij regelmatig controles heeft uitgevoerd gericht op het gebruik van het pand. Het louter ondervinden van financieel nadeel wordt in beginsel niet als een bijzondere omstandigheid beschouwd en is in de meeste gevallen geen reden om van sluiting af te zien. Ondanks bijzondere omstandigheden aan de kant van de pandeigenaar of verhuurder, kan bij de belangenafweging het belang van de openbare orde zwaarder wegen dan het individuele belang van deze direct belanghebbende. 1.5 Sluitingsduur 1.Woningen en andere panden worden gesloten voor drie maanden. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen het soort pand of inrichting. Deze sluitingsduur is nodig om de openbare orde te herstellen en de doelen te bereiken die met een sluiting worden beoogd. 2.De burgemeester kan besluiten om van deze termijn af te wijken als dit noodzakelijk is voor het herstel van de openbare orde. 3.De burgemeester kan ook bij afloop van een sluitingstermijn besluiten om een sluiting van het pand te verlengen in geval de openbare orde verstoring voortduurt of er sprake is van een reële vrees voor herhaling waarbij de openbare orde opnieuw ernstig wordt verstoord. 1.6 Bestuurlijke waarschuwing In plaats van tot sluiting over te gaan, kan de burgemeester besluiten een bestuurlijke waarschuwing te geven. Deze waarschuwing is pandgebonden. Dit betekent dat, als binnen twee jaar na de waarschuwing opnieuw een verstoring van de openbare orde plaatsvindt in of vanuit het pand of de inrichting, dit als een verzwarende omstandigheid kan worden meegewogen bij de beslissing om tot sluiting over te gaan. Tegen een bestuurlijke waarschuwing kunnen geen rechtsmiddelen worden ingesteld. In dit beleid staat uiteengezet in welke gevallen de burgemeester tot een bestuurlijke waarschuwing kan overgaan. Een bestuurlijke waarschuwing kan in ieder geval alleen worden gegeven in gevallen waarin de verstoring van de openbare orde zich voordoet in of vanuit een woning of ander pand. Bij geweld van buitenaf zoals explosies of beschietingen wordt geen waarschuwing gegeven. 1.7 Procedure sluiting 1.7.1 Zienswijze Als er aanleiding is om handhavend op te treden door middel van een sluiting, wordt het voornemen tot sluiting aan de belanghebbende medegedeeld. Vervolgens worden de belanghebbenden in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen. Na het inwinnen van de zienswijze worden alle feiten en omstandigheden afgewogen. Daarna neemt de burgemeester een beslissing. In spoedeisende situaties kan worden afgezien van het inwinnen van een zienswijze, zoals vermeld in artikel 4:11 van de Algemene wet bestuursrecht. 1.7.2 Sluitingsbevel en brochure De toepassing van bestuursdwang op grond van de Opiumwet, de APV en/of de Gemeentewet vindt plaats door middel van een sluiting van het pand. Ook als er enige tijd is verstreken tussen het moment van constatering en de ondertekening van het bevel, kan spoedeisende bestuursdwang worden toegepast. In het sluitingsbevel staat waarom, wanneer en hoelang het pand wordt gesloten. Het sluitingsbevel houdt in dat het de rechthebbende verboden is om zonder toestemming van de burgemeester bezoekers toe te laten of zelf het gebouw, de inrichting of de ruimte te betreden. Dit verbod is van toepassing op alle sluitingen op grond van artikel 2.10, lid 5, 6 en 7 van de APV, de Opiumwet en de Gemeentewet. Naast de huurder of exploitant (indien van toepassing) wordt standaard de pandeigenaar zo snel mogelijk na het besluit op de hoogte gebracht. In bijzondere omstandigheden zoals bedoeld in artikel 175 Gemeentewet kan de burgemeester besluiten een mondeling bevel af te geven. Dit bevel wordt vervolgens op een later moment - zo snel mogelijk en indien van toepassing - schriftelijk vastgelegd. De belanghebbende ontvangt het sluitingsbevel in ieder geval per e-mail. Ook ontvangt de belanghebbende een brochure waarin de procedure wordt uitgelegd. 1.7.3 Effectuering van de sluiting Het sluiten vindt plaats door middel van een fysieke en zichtbare afsluiting van toegangsdeuren en ramen, bijvoorbeeld met folie en/of hout, een nieuw slot, een verzegeling en een poster op de deur. Door deze fysieke afsluiting wordt zichtbaar dat het pand is gesloten. Daarnaast verspreidt de gemeente een persbericht waarin wordt vermeld in welke straat en op welke grond een inrichting of woning is gesloten. Hiermee wordt een signaal afgegeven aan de buitenwereld dat de burgemeester optreedt tegen ernstige verstoringen van de openbare orde en dat de situatie is beëindigd. Het opstellen van dit persbericht gebeurt overeenkomstig de geldende privacyregels. 1.7.4 Inschrijving basisregistratie en gebouwen Alle bestuurlijke maatregelen in het kader van artikel 174a Gemeentewet en de Opiumwet worden ingeschreven in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) van de gemeente en het Kadaster volgens de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen (Wkpb). Deze beperking geldt alleen gedurende de sluitingsperiode. Hoofdstuk 2: Sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet 2.1 De sluitingsgrond artikel 13b, eerste lid, onder a Opiumwet Drugshandel heeft een nadelige invloed op de openbare orde. Daarom kan de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet besluiten een pand te sluiten als daarin drugs worden verkocht, afgeleverd, verstrekt of aanwezig zijn met dat doel. Het toepassen van bestuursdwang op basis van artikel 13b van de Opiumwet is gericht op het beëindigen van de overtreding van de Opiumwet en het voorkomen van herhaling. Met een sluiting wordt beoogd het pand onttrokken aan het criminele circuit. Wanneer meer dan een gebruikershoeveelheid drugs wordt aangetroffen, wordt in beginsel aangenomen dat de drugs bestemd zijn voor de handel. Dit wordt aangeduid als een handelshoeveelheid. De handel wordt daarbij ‘geabstraheerd’. Dat betekent dat de burgemeester in beginsel niet concreet hoeft aan te tonen dat er in drugs wordt gehandeld. Dat mag ze afleiden uit het feit dat er een handelshoeveelheid drugs zijn aangetroffen. Hierin worden de vervolgingsrichtlijnen van het Openbaar Ministerie gevolgd. 1 Hoewel bij een handelshoeveelheid de drugshandel niet hoeft te worden bewezen, beoordeelt de burgemeester toch of er aanwijzingen zijn die wijzen op drugshandel, de zogenaamde handelsindicaties. De burgemeester kan overgaan tot sluiting wanneer er sprake is van een handelshoeveelheid drugs en één of meerdere handelsindicaties of wanneer sprake is van strafbare voorbereidingshandelingen. In het beleid wordt onderscheid gemaakt tussen onbewoonde en bewoonde woningen en andere panden. Voor bewoonde woningen geldt dat er naast handelsindicaties sprake moet zijn van verzwarende omstandigheden. Hieronder wordt toegelicht wat wordt verstaan onder handelshoeveelheden, handelsindicaties en verzwarende omstandigheden. 2.2 Verruimde sluitingsbevoegdheid artikel 13b, eerste lid, onder b, Opiumwet: voorbereidingshandelingen Ook wanneer er geen drugs worden aangetroffen zoals vermeld op lijst I of II van de Opiumwet, maar in een pand wel voorwerpen of stoffen worden gevonden die bestemd zijn voor het telen of bewerken van drugs die strafbaar zijn gesteld op grond van artikel 10a en 11a van de Opiumwet, kan de burgemeester besluiten het pand te sluiten. Deze bepalingen vereisen dat degene die een voorwerp of stof in een woning, lokaal of het daarbij behorende erf voorhanden heeft, weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat het voorwerp of de stof bestemd is voor het bereiden, bewerken of vervaardigen van harddrugs, dan wel voor grootschalige of bedrijfsmatige illegale hennepteelt. Dit kan blijken uit de aard en hoeveelheid van de aangetroffen stoffen of uit de combinatie van aangetroffen voorwerpen en stoffen. Deze bevoegdheid geldt ook als slechts een deel van de benodigde voorwerpen aanwezig is om een beroepsmatige, bedrijfsmatige of grootschalige drugshandel op te zetten. Het is van belang of het pand een schakel vormt in de productie of distributie van drugs. Het enkele feit dat de hierboven genoemde voorwerpen of stoffen in een woning, lokaal of het daarbij behorende erf aanwezig zijn, geeft de burgemeester de bevoegdheid om tot sluiting over te gaan. Niet alle strafbare voorbereidingshandelingen zoals genoemd in artikel 10a of 11a van de Opiumwet kunnen echter leiden tot sluiting. De sluitingsbevoegdheid geldt niet bij het aantreffen van uitsluitend vervoermiddelen, geld of andere betaalmiddelen zoals bedoeld in artikel 10a, lid 1, onder 3, van de Opiumwet. 2.2.1 Harddrugs: handelshoeveelheid en handelsindicaties Harddrugs staan op lijst I van de Opiumwet. Voor harddrugs geldt dat er sprake is van een handelshoeveelheid wanneer meer dan 0,5 gram, 5 pillen of 5 milliliter GHB wordt aangetroffen. De volgende omstandigheden gelden als handelsindicaties: ▪de drugs zijn verpakt op een manier die erop wijst dat ze voor verkoop bestemd zijn; ▪er zijn attributen aangetroffen, zoals weegschalen, verpakkingsmateriaal, mallen, persen, geldtelmachines, versnijdingsmiddelen of andere relevante hulpmiddelen; ▪er is handelsgeld aangetroffen; ▪er zijn vuurwapens en munitie aangetroffen; ▪er is administratie aangetroffen die verband houdt met drugshandel; ▪de belanghebbenden hebben antecedenten op het gebied van de Opiumwet; ▪er is sprake van een toeloop naar het pand door dealers of gebruikers; ▪er is sprake van overlast. Een grote hoeveelheid harddrugs kan op zichzelf voldoende zijn om aan te nemen dat er sprake is van drugshandel. Deze lijst met indicatoren is cumulatief noch uitputtend. Ook andere feiten en omstandigheden die wijzen op drugshandel kunnen als indicatie worden meegewogen. 2.2.2 Softdrugs: handelshoeveelheid en handelsindicaties Softdrugs staan op lijst II van de Opiumwet. Voor softdrugs geldt dat er sprake is van een handelshoeveelheid wanneer meer dan 30 gram wordt aangetroffen of meer dan 5 hennepplanten. Voor lachgas, dat ook als softdrug wordt beschouwd, geldt dat vervolging plaatsvindt vanaf 2 ampullen. Vanaf deze hoeveelheid is er in principe sprake van een handelshoeveelheid. Voor de aanwezigheid van lachgasflessen, ook wel bekend als tanks of cilinders, geldt dit vanaf een nettogewicht van 0,5 kilogram per fles. De handelsindicaties die gelden bij harddrugs, gelden ook bij softdrugs. Bij het aantreffen van lachgas gelden ook de volgende omstandigheden als handelsindicaties: ▪er is sprake van een (zeer) grote hoeveelheid lachgasflessen of ampullen; ▪de lachgasflessen hebben een groot formaat; ▪er is geen sprake van een duidelijke toepassing als voedingsadditief; ▪er is geen sprake van andere legale toepassing, bijvoorbeeld voor technische doeleinden; ▪de context waarin het lachgas is aangetroffen wordt daarbij meegenomen. Bij het aantreffen van een hennepplantage wordt ook gekeken naar het bedrijfsmatige karakter van de hennepplantage. Hierbij gelden de volgende omstandigheden als handelsindicaties: ▪de hoeveelheid planten; ▪er wordt gebruik gemaakt van apparatuur voor de planten zoals assimilatielampen, kweektenten, een irrigatiesysteem of andere grootschalige opzet ▪de stroom wordt op illegale wijze afgetapt ▪er is eerder een oogst geweest. Deze lijsten met indicatoren is niet cumulatief noch uitputtend. Ook andere feiten en omstandigheden die wijzen op drugshandel kunnen als handelsindicatie gelden. 2.3 Hard- en softdrugs in onbewoonde woningen: een sluiting Als in een onbewoonde woning een handelshoeveelheid hard- of softdrugs wordt aangetroffen én er sprake is van één of meer handelsindicaties, wordt de woning in principe gesloten. Sluiting vindt alleen plaats als dit een evenredige maatregel is. Er vindt geen sluiting plaats als er minder dan een handelshoeveelheid softdrugs wordt aangetroffen. Wanneer er minder dan een handelshoeveelheid harddrugs wordt aangetroffen, volgt eveneens geen sluiting, tenzij er duidelijke aanwijzingen zijn dat de woning wordt gebruikt als ontmoetingsplek voor handelaren en/of gebruikers, of als er sprake is van verzwarende omstandigheden, zoals de aanwezigheid van een wapen. 2.4 Hard- en softdrugs in bewoonde woningen: een waarschuwing, tenzij sprake is van verzwarende omstandigheden Indien een woning op het moment van constatering door de politie feitelijk wordt bewoond, wordt een bestuurlijke waarschuwing gegeven om geen inbreuk te maken op het woonrecht, zoals bedoeld in artikel 8 van het EVRM. Indien er sprake is van verzwarende omstandigheden kan de burgemeester echter toch besluiten om over te gaan tot sluiting van de woning. Of er sprake is van verzwarende omstandigheden kan onder meer blijken uit de volgende feiten en omstandigheden (deze lijst is niet cumulatief of uitputtend): •aanwijzingen dat er sprake is van grootschalige (internationale) drugshandel; ▪de aanwezigheid van grote hoeveelheden drugs of grondstoffen/chemicaliën die bedoeld zijn voor de productie van drugs; ▪het aantreffen van handelsgeld en/of de aanwezigheid van (vuur)wapens en/of munitie; ▪de omstandigheid dat de woning fungeert als ontmoetingsplek voor handelaren en/of gebruikers; dit kan bijvoorbeeld blijken uit politieobservaties of verklaringen van gebruikers, omwonenden of getuigen; ▪overlast vanuit de woning; ▪de vrees voor herhaling, bijvoorbeeld doordat er een concrete dreiging bestaat; ▪antecedenten van de belanghebbenden; ▪het feit dat de verstoring van de openbare orde (zeer) geruime tijd heeft voortgeduurd; ▪overige feiten en omstandigheden in of rondom de woning (bijvoorbeeld: de openbare orde in, bij of rondom het pand is al ernstig verstoord). 2.5 Hard- en softdrugs in publieke en niet-publiek toegankelijke panden, inrichtingen en lokalen 2.5.1 Harddrugs Bij het aantreffen van een handelshoeveelheid harddrugs volgt in principe een sluiting, mits er sprake is van een of meer van de hierboven genoemde handelsindicaties. Daarnaast kan het enkele aantreffen van een handelshoeveelheid in een inrichting leiden tot een sluiting, indien er sprake is van een slechte of gebrekkige bedrijfsvoering. Van een sluiting kan worden afgezien als er sprake is van bijzondere omstandigheden. Indien een inrichting niet wordt gesloten, wordt een bestuurlijke waarschuwing gegeven. 2.5.2 Softdrugs Ook wanneer softdrugs worden aangetroffen in een publiek toegankelijke inrichting of lokaal, wordt allereerst gekeken naar de aanwezigheid van één of meer handelsindicaties. Indien sprake is van een handelshoeveelheid softdrugs of hennepplanten, volgt in principe een sluiting, mits één of meer van de genoemde indicaties aanwezig zijn. Daarnaast kan het enkel aantreffen van een handelshoeveelheid in een inrichting eveneens leiden tot sluiting, indien er sprake is van een slechte of gebrekkige bedrijfsvoering. De genoemde indicatoren zijn niet uitputtend. Van sluiting kan worden afgezien indien er sprake is van bijzondere omstandigheden. Indien een inrichting niet wordt gesloten, wordt er in ieder geval een bestuurlijke waarschuwing gegeven. 2.5.3 Coffeeshops Bij coffeeshops geldt bij een overtreding van de AHOJG-criteria in beginsel het bestaande handhavingsstappenplan voor coffeeshops.2 Als bij overtreding van één van de criteria gevaar voor de openbare orde en veiligheid ontstaat, bijvoorbeeld bij grote hoeveelheden aangetroffen harddrugs, kan worden afgezien van handhaving volgens het stappenplan en kan er worden overgegaan tot sluiting. Hoofdstuk 3: Sluiting op grond van artikel 174a Gemeentewet 3.1 De sluitingsgrond in artikel 174a Gemeentewet In artikel 174a van de Gemeentewet staat dat de burgemeester een woning mag sluiten op drie verschillende gronden. Dit wetsartikel is op 1 januari 2024 aangepast vanwege de vele explosies en beschietingen op woningen, die een grote impact kunnen hebben op de omgeving. Daarnaast kan de burgemeester op basis van dit artikel ook een woning sluiten bij zeer ernstige woonoverlast of bij de vondst van wapens. Naast een woning mag de burgemeester op basis van dit artikel een inrichting sluiten die niet toegankelijk is voor het publiek. Ook kunnen tuinen of erven die bij een woning of een niet-publiek toegankelijke inrichting horen, worden gesloten. Artikel 174a noemt drie gronden waarop een sluiting kan worden gebaseerd en beschrijft de omstandigheden waaronder dit mogelijk is. Of de burgemeester daadwerkelijk tot sluiting overgaat, hangt af van de belangenafweging zoals vermeld in paragraaf 1.5. Deze worden afgewogen tegen het openbare orderisico. Hieronder worden de drie gronden weergegeven. 3.1.1 De sluitingsgrond in artikel 174a, lid 1 onder a Gemeentewet: ernstige overlast De burgemeester kan op basis van deze grond tot sluiting overgaan als sprake is van gedragingen in de woning, het lokaal of op het erf, waardoor de openbare orde daaromheen ernstig wordt verstoord. Deze grond wordt niet toegepast bij ernstig geweld, maar bij ernstige overlast. Het moet gaat om langdurige en herhaaldelijke overlast van maatschappelijk onaanvaardbare aard. Hierbij kan worden gedacht aan overlast die de veiligheid en gezondheid van omwonenden bedreigt, zoals structurele en ernstige woonoverlast. De burgemeester weegt in de afweging mee hoe ernstig de openbare ordeverstoring is, hoe lang die al voortduurt, hoe groot het risico op herhaling is en of er andere, lichtere middelen zijn ingezet. 3.1.2 De sluitingsgrond in artikel 174a, lid 1 onder b Gemeentewet: ernstig geweld of een ernstige vrees daarvoor De burgemeester kan op basis van deze grond tot sluiting overgaan als sprake is van ernstig geweld in of een bedreiging daarmee in of rond de woning. Van ernstig geweld in of rondom de woning is sprake bij bijvoorbeeld een beschieting, een explosie, het neerleggen van een explosief of brandstichting. Deze grond tot sluiting kan ook worden gebruikt als met zulke incidenten wordt gedreigd. De openbare orde rond het pand moet daardoor ernstig zijn verstoord of er is een ernstige vrees voor het ontstaan van zo’n ernstige verstoring. De burgemeester weegt bij de beoordeling van het openbare orderisico in ieder geval de volgende omstandigheden mee: ▪er is sprake van een risico op herhaling, wat bijvoorbeeld kan blijken uit meerdere incidenten in een kort tijdsbestek; ▪het incident heeft veel impact gehad op de omgeving; ▪eerdere bestuurlijke maatregelen, zoals cameratoezicht, hebben een incident niet weten te voorkomen; ▪het incident heeft de veiligheid van bewoners en omstanders ernstig in gevaar gebracht; ▪maatregelen die de belanghebbende zelf heeft genomen, hebben niet geholpen of zijn onvoldoende om het risico op herhaling te verkleinen; ▪uit het opsporingsonderzoek blijkt dat mogelijk sprake is van een conflict; ▪er zijn signalen van verwijtbaarheid. 3.1.3 De sluitingsgrond in artikel 174a, lid 1 onder c Gemeentewet: wapenvondst en het openbare ordecriterium De burgemeester kan op basis van deze grond tot sluiting overgaan wanneer in de woning, het lokaal of op het erf een wapen wordt aangetroffen. De openbare orde rondom de woning, het lokaal of het erf moet door de vondst van het wapen ernstig zijn verstoord, of er moet een gegronde vrees bestaan voor een dergelijke verstoring. Dat betekent dat alleen de vondst van een wapen niet genoeg is om tot sluiting over te gaan. Hieronder wordt uiteengezet wanneer er sprake is van een wapen en wanneer er sprake is van een verstoring van de openbare orde na de vondst daarvan. 3.1.3.1 Wapens, munitie en vuurwerk Van een wapen is sprake als dat valt onder de Wet wapens en munitie. Als er alleen munitie is aangetroffen, kan er niet worden gesloten. Illegaal vuurwerk kan in sommige gevallen als wapen als bedoeld in artikel 2 Wet wapens en munitie worden aangemerkt. Dit is het geval als het vuurwerk bestemd is voor het treffen van personen of zaken door vuur of ontploffing. Vuurwerk kan ook als wapen worden aangemerkt als, gelet op de aard of de omstandigheden waaronder het wordt aangetroffen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het is bestemd om letsel aan personen toe te brengen of te dreigen. 3.1.3.2 Het openbare ordecriterium bij de wapenvondst De wapenvondst moet ook hebben geleid tot een openbare ordeverstoring of de ernstige vrees voor het ontstaan daarvan. Of daarvan in een specifiek geval sprake is, hangt af van de volgende omstandigheden: ▪of het pand bekend is binnen het criminele circuit. Hiervan is in ieder geval sprake in het geval van (aanwijzingen voor) wapenhandel; ▪of er een risico is dat er opnieuw wapens in het pand aanwezig zullen zijn; ▪het type wapen en de aard en omstandigheden waaronder het wapen is aangetroffen. ▪of sprake is van grote impact of maatschappelijke onrust door de wapenvondst; Deze opsomming is niet cumulatief noch uitputtend. Hoofdstuk 4: Sluiting op grond van artikel 2.10 APV Hieronder volgt het sluitingsbeleid op grond van de artikelen 2.10 van de Algemeen Plaatselijke Verordening (hierna afgekort als ‘APV’). Toepassing van artikel 2.10 APV is aan de orde wanneer in een voor publiek toegankelijk gebouw, inrichting, ruimte (hierna: de inrichting) sprake is (geweest) van: ▪illegaal gokken; ▪door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard, of verborgen zijn dan wel zijn verworven of overgedragen; ▪discriminatie; ▪aanwezigheid wapens; ▪of er zich andere feiten en omstandigheden hebben voorgedaan of dreigen voor te doen die de vrees wettigen dat het geopend blijven van het publiek toegankelijk gebouw, de inrichting of de ruimte ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van geweld van buitenaf, zoals een beschieting, een explosie/het neerleggen van explosieven of brandstichting. 4.1 Artikel 2.10 eerste lid, aanhef en onder a - Kansspelen Als er in strijd wordt gehandeld met de Wet op de Kansspelen kan de burgemeester overgaan tot sluiting van een pand. Illegale (online) gokactiviteiten hebben een negatief effect op de samenleving. Deze gokactiviteiten staan niet onder toezicht, er vindt geen afdracht van kansspelbelasting af en het verslavingsrisico is hoog wat kan leiden tot schulden en criminaliteit. De omzet die exploitanten door het illegale aanbod van (online) kansspelen behalen, is vaak aanzienlijk en dit kan leiden tot witwassen of een herinvestering in andere illegale activiteiten. Illegale (online) gokactiviteiten kunnen ernstig uit de hand lopen, met het risico op ernstige geweldsincidenten. Dit alles heeft een negatief effect op de openbare orde en veiligheid. Overtredingen van de Wet op de kansspelen gaan bovendien vaak gepaard met andere factoren die bedreigend zijn voor de openbare orde, zoals de aanwezigheid van bezoekers met (gewelds)antecedenten en/of de aanwezigheid van grote sommen geld. Indien er wordt geconstateerd dat er in de inrichting illegale (online) gokactiviteiten worden aangeboden (bijvoorbeeld middels een computersysteem of een cash center waarmee een speler kan deelnemen aan (sport)weddenschappen), gaat de burgemeester daarom in beginsel over tot sluiting van de inrichting. Ook bij andere vormen van illegale gokactiviteiten (bijvoorbeeld pokeren) kan de burgemeester besluiten om over te gaan tot sluiting. 4.2 Artikel 2.10 eerde lid, aanhef en onder b – Door misdrijf verkregen voorwerpen (o.a. heling) De burgemeester kan sluiten indien er door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel zijn verworven of overgedragen. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan heling. Heling is op zichzelf ontwrichtend voor de samenleving. Er gaat immers altijd een misdrijf aan vooraf. Heling wordt dan ook per definitie beschouwd als verstoring van de openbare orde. De burgemeester is bevoegd de inrichting op basis hiervan te sluiten. Of de burgemeester gebruik maakt van de bevoegdheid om tot sluiting over te gaan zal mede afhangen van de omvang van de heling, of er sprake is van stelselmatigheid, het soort geheelde zaken (bijvoorbeeld fietsen), de overige betrokken personen bij de heling en de eventuele betrokkenheid van de ondernemer van de inrichting. Het is tevens mogelijk dat de burgemeester naar aanleiding van overtredingen van de wettelijke verplichtingen van opkopers andere handhavingsinstrumenten inzet. Dit laat de bevoegdheid tot sluiting zonder nadere stappen in gevallen waarin de openbare orde (ernstig) is aangetast onverlet. 4.3 Artikel 2.10 eerde lid, aanhef en onder c – Discriminatie Ook indien er sprake is van discriminatie kan worden gesloten door de burgemeester. Voor de horecabranche is een bepaling over discriminatie opgenomen in de exploitatievergunning. Bij overtreding van deze bepaling zal er langs de lijn van het handhavingstappenplan worden opgetreden, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. 3 4.4 Artikel 2.10 eerste lid, aanhef en onder d- Wapens De burgemeester kan een sluiting bevelen als er wapens aanwezig zijn, als bedoeld in artikel 2 van de Wet Wapens en Munitie (hierna: WWM). Bij de afweging om tot sluiting over te gaan kan onder andere meespelen: informatie uit het opsporingsonderzoek, signalen van overlast/ andere incidenten, impact van het incident (tijdstip, zaak open/gesloten, aanwezigheid personen, locatie), type zaak, de mogelijkheid om maatregelen te treffen en signalen van verwijtbaarheid. 4.5 Artikel 2.10 eerste lid, aanhef en onder e – Overige omstandigheden De burgemeester kan ook tot sluiting overgaan als zich andere feiten en omstandigheden hebben voorgedaan of dreigen voor te doen die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de inrichting ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde. Hierbij kan gedacht worden aan schietincidenten gericht op, in of in de directe nabijheid van het gebouw, de inrichting of de ruimte, maar ook aan het neerleggen van explosieven voor, in of in de nabijheid daarvan. 4.5.1 Geweld van buitenaf zoals explosies en beschietingen Bij geweld van buitenaf zoals explosies of beschietingen kan een pand worden gesloten. Bij de afweging om tot sluiting over te gaan, staan de belangen van de openbare orde voorop. De belangen van de openbare orde worden altijd afgewogen tegen de gevolgen voor de belanghebbenden zoals weergegeven onder 1.5. Er wordt terughoudend omgegaan met het sluiten van panden na geweld van buitenaf. Er kan worden overgegaan tot sluiting als sprake is van verzwarende omstandigheden. De volgende omstandigheden kunnen gelden als verzwarend: ▪er is sprake van herhaling; ▪het incident heeft veel impact gehad op de omgeving; ▪het incident heeft de veiligheid van bewoners en omstanders ernstig in gevaar gebracht; ▪er is sprake van een risico op herhaling, wat ook kan blijken uit meerdere incidenten in een kort tijdsbestek; ▪eerdere bestuurlijke maatregelen, zoals cameratoezicht, hebben een incident niet weten te voorkomen. ▪maatregelen die de belanghebbende zelf heeft genomen, hebben niet geholpen of zijn onvoldoende om het risico op herhaling te verkleinen; ▪uit het opsporingsonderzoek blijkt dat mogelijk sprake is van een conflict; ▪er zijn signalen van verwijtbaarheid. Deze opsomming is niet cumulatief noch uitputtend. 4.5.2 Illegale arbeid, uitbuiting of zeer ernstige geweldsincidenten Ook bij illegale arbeid en uitbuiting, of ernstige geweldsincidenten zoals zware vechtpartijen kan tot sluiting van de inrichting worden overgegaan. Daarnaast kan de bevoegdheid in 2.10, eerste lid, aanhef en onder e, APV worden aangewend indien er sprake is van andere wapens (die niet voorkomen op de lijst WWM), of bijvoorbeeld bij de aanwezigheid van munitie. Ook de aanwezigheid van jammers, waarvan het gebruik op grond van de Telecommunicatiewet verboden zijn, kunnen onder dit artikel vallen. 4.5.3 Witwassen en andere omstandigheden Wanneer aannemelijk is dat er sprake is van witwassen of ondergronds bankieren (waarbij de aanwezigheid van grote contante geldbedragen het risico op ripdeals, overvallen en andere factoren die de openbare orde kunnen verstoren vergroot), kan dit ook vallen onder artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder e. Andere voorbeelden die onder artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder e vallen, zijn het bieden van gelegenheid tot prostitutie- en escortactiviteiten in of vanuit de inrichting. 4.6 Consequenties voor vergunning De feiten die ten grondslag liggen aan de sluiting kunnen ook consequenties hebben ten aanzien van de nog geldende vergunningen voor de betreffende inrichting (zoals vergunningen op grond van de Alcoholwet, de Wet op de kansspelen, de APV). ▪Als er sprake is van verwijtbaar gedrag van de exploitant kan dit leiden tot intrekking, dan wel weigering van bijvoorbeeld een exploitatievergunning en Alcoholwetvergunning (artikel 3.24 APV). ▪De Alcoholwet kent een verplichting voor de burgemeester tot het intrekken van een drankvergunning als zich in de inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning een gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid (artikel 31, lid 1, onder c). Ook hierbij speelt de verwijtbaarheid van de exploitant/leidinggevende geen rol. Aan de openbare ordeverstoring dient direct een einde gemaakt te worden. Daarbij is het voor de toepassing van de Alcoholwet niet relevant of de burgemeester een zaak al gesloten heeft. ▪Op grond van het Besluit eisen zedelijk gedrag bij de Alcoholwet mag gedurende 5 jaar geen nieuwe drankvergunning worden verleend aan een ondernemer of leidinggevende aan wie mede de intrekking van de drankvergunning op grond van de openbare orde te verwijten valt. Deze afweging staat los van de heropening in het kader van art. 13b Opiumwet, artikel 174a/175 van de Gemeentewet of art. 2.10 APV. 4.7 Consequentie voor gedoogde locatie (coffeeshops) Wanneer een coffeeshop gesloten wordt in het kader van 13b Opiumwet en/of 2.10 APV kan de gedoogverklaring worden ingetrokken en/of het adres van de lijst met gedoogde coffeeshoplocaties worden geschrapt. Hierbij kunnen onder meer de volgende omstandigheden een rol spelen: ▪de impact van de openbare orde verstoring (aard en aantal verstoringen, tijdstip, type buurt, escalatie); ▪de spanning waaraan het woon- en leefklimaat ter plaatse reeds bloot staat; ▪het herhalingsrisico van de openbare orde verstoring; ▪de verwijtbaarheid van de exploitant aan de omstandigheden die aanleiding hebben gegeven tot de sluiting; ▪de mogelijke relatie tussen het incident en de aard van het bedrijf en/of wijze van de bedrijfsvoering. Hoofdstuk 5: Vervroegde heropening en tijdelijke betreding 5.1 Vervoegde heropening De burgemeester trekt het bevel tot sluiting van een pand in zodra naar haar oordeel het belang van de bescherming van de openbare orde zich daar niet meer tegen verzet. Daarnaast kan de belanghebbende een heropeningsverzoek indienen. Dit kan door een e-mail te sturen aan het adres sluiting.oov@amsterdam.nl. Op een heropeningsverzoek wordt binnen twee weken een beslissing genomen. In dit heropeningsverzoek licht de belanghebbende toe welke maatregelen worden getroffen ter voorkoming van herhaling. Deze maatregelen worden afhankelijk van de situatie beoordeeld. In de praktijk kan een gesprek plaatsvinden aan de hand waarvan de aanvrager het verzoek kan toelichten. 5.1.1 Heropeningsverzoek woningen Omstandigheden die onder andere worden meegenomen in de beoordeling van het heropeningsverzoek zijn: ▪de aanleiding van de bestuurlijke maatregel en het actuele risico op herhaling, waarvoor politie-informatie en stadsdeelinformatie wordt opgevraagd; ▪of sprake is van verwijtbaarheid; ▪de openbare orde situatie in en in de directe omgeving van een inrichting en de tijd die nodig is om de rust en orde in de buurt te herstellen, waarbij geldt dat kort na sluiting een periode van rust nodig is voor heropend kan worden; ▪of eventueel sprake is van de beëindiging van de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden. 5.1.2 Heropeningsverzoek panden met (niet) publiek toegankelijke inrichtingen en lokalen Voorbeelden van maatregelen ter voorkoming van herhaling van openbare orde verstoringen bij (niet) publiek toegankelijke panden zijn: ▪inzet van beveiliging(scamera’s) bij het pand; ▪gewijzigd deur- of betalingsbeleid; ▪regelmatige controles gericht op het gebruik van het pand; ▪regelmatig contact met de politie. Voor opheffing van een sluiting zijn worden in ieder geval de volgende aspecten meegewogen: ▪de aanleiding van de bestuurlijke maatregel en het actuele risico op herhaling, waarvoor politie-informatie en stadsdeelinformatie wordt opgevraagd; ▪of sprake is van verwijtbaarheid; ▪de openbare orde situatie in en in de directe omgeving van een inrichting en de tijd die nodig is om de rust en orde in de buurt te herstellen, waarbij geldt dat kort na sluiting een periode van rust nodig is voor heropend kan worden; ▪het type inrichting: het karakter en de uitstraling van de zaak en het type bezoeker spelen een rol bij de mate waarin er vertrouwen ontstaat dat de openbare orde langdurig wordt hersteld. Onder andere afhankelijk van het type inrichting wordt gekeken welke maatregelen noodzakelijk worden geacht om de openbare orde te herstellen. Bij een nachtclub worden bijvoorbeeld andere voorwaarden gesteld dan bij een restaurant; ▪de afspraken tussen de burgemeester en de belanghebbende met betrekking tot het beheer van de te heropenen inrichting. Deze afspraken worden doorgaans als voorwaarden in het heropeningsbesluit opgenomen; ▪het vertrouwen van de burgemeester dat bovengenoemde afspraken ook zullen worden nagekomen. Daarbij speelt met name de mate van verwijtbaarheid van de belanghebbende een rol. De burgemeester dient ervan overtuigd te zijn dat de feiten die ten grondslag lagen aan de sluiting zich niet meer voor zullen doen en dat de belanghebbende zijn zaak of pand zodanig zal beheren dat er geen nieuwe openbare orderverstoringen zullen plaatsvinden; ▪hierbij zijn de bereidheid en de bekwaamheid van een belanghebbende om aantoonbaar en daadwerkelijk maatregelen te nemen om herhaling te voorkomen ook van belang. Bij een horeca inrichting kan hierbij gedacht worden aan herinrichting van het bedrijf, verscherping van toelatingsbeleid of het aannemen van (ander) personeel. Dit wordt over het algemeen vastgelegd in een veiligheidsplan; ▪ook als er zich een nieuwe huurder/ondernemer of pandeigenaar aandient, zal beoordeeld worden (o.a. aan de hand van een bedrijfsplan) of het nieuwe bedrijf en de wijze van bedrijfsvoering vertrouwen geven dat de openbare orde duurzaam wordt hersteld. Bij een sluiting wegens handel/dan wel aanwezigheid van harddrugs weegt daarnaast mee in hoeverre het pand tot aantrekkingspunt voor verslaafden en dealers was geworden. Het kost enige tijd, zo is de ervaring, om een bestaande loop van drugsverslaafden en –handelaren op een inrichting te doorbreken. Ook voor panden waar illegale gokactiviteiten plaatsvonden, geldt dat er tijdsverloop nodig is om de loop weg te nemen en een krachtig signaal af te geven. 5.2 Tijdelijke betredingen De burgemeester kan schriftelijk toestemming verlenen om een pand dat is gesloten tijdelijk te betreden. Voor een tijdelijke betreding wordt alleen toestemming gegeven als er omstandigheden zijn die dit noodzakelijk maken. Hierbij kan gedacht worden aan situaties waarin binnen een dag is gesloten en waarbij de belanghebbende geen tijd heeft gehad om urgente documenten of goederen uit het pand heeft kunnen halen. Ook bij een ontruiming van het pand of urgente herstelwerkzaamheden kan een tijdelijke betreding worden verleend. De periode waarvoor deze tijdelijke betreding wordt afgegeven kan verschillen en is onder meer afhankelijk van de noodzaak waartoe de tijdelijke betreding wordt afgegeven. Met het afgeven van een tijdelijke betreding wordt terughoudend omgegaan. De sluiting is immers nog niet opgeheven. Het overtreden van het bevel van de burgemeester om het pand niet te betreden gedurende de sluiting is strafbaar. Hoofdstuk 6: Overige bevoegdheden voor de handhaving van de openbare orde 6.1 Overige bevoegdheden De burgemeester is bevoegd op grond van artikel 172, derde lid van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, de bevelen te geven die noodzakelijk worden geacht voor de handhaving van de openbare orde. In geval van oproerige beweging, van andere ernstige wanordelijkheden of van rampen, dan wel van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, is de burgemeester op grond van artikel 175 van de Gemeentewet bevoegd alle bevelen te geven die zij ter handhaving van de openbare orde of ter beperking van gevaar nodig acht. Bij de inzet van artikel 175 van de Gemeentewet kan van andere dan bij de Grondwet gestelde voorschriften worden afgeweken. 6.2 Afweging gebruikmaken van noodbevoegdheden uit de Gemeentewet Indien geen specifieke bevoegdheid voorhanden is maar sprake is van ernstige wanordelijkheden of een dreiging daarop als bedoeld in artikel 175 Gemeentewet, kan de burgemeester op basis van een noodbevel tot sluiting overgaan. Hoofdstuk 7: Slotbepalingen 7.1 Intrekken bestaande beleidsregels De beleidsregels neergelegd in de publicatie Sluitingen en Heropeningen Amsterdam (Gemeenteblad , 31 januari 2023, nr. 39609) worden ingetrokken. 7.2 Inwerkingtreding Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na bekendmaking. 7.3 Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels sluitingen en heropeningen Amsterdam. Aldus vastgesteld op 24 augustus 2026 De burgemeester van AmsterdamFemke Halsema

Categorie: Mededelingen

De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer meldingen zoals "Besluit van de burgemeester van de gemeente Amsterdam houdende beleidsregels over de sluitingsbevoegdheid op grond van de Opiumwet, de Gemeentewet en de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 (Beleidsregels sluitingen en heropeningen Amsterdam)"

Mededelingen

Mededelingen

Besluit van de burgemeester van de gemeente Amsterdam houdende beleidsregels over de sluitingsbevoegdheid op grond van de Opiumwet, de Gemeentewet en de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 (Beleidsregels sluitingen en heropeningen Amsterdam)

APV

APV

Subsidieplafonds 2027 voor de Subsidieregeling Aankomstinfrastructuur Nieuwkomers en Ondersteuning Ongedocumenteerden (Subsidieregeling ANOO)

Omgeving

Omgeving

Aanvraag vergunning toegekend voor het verwijderen van een dragende binnenwand tussen woonkamer en keuken, Plantsoen Laanhorn 10, 1181BE Amstelveen

Omgeving

Omgeving

Aanvraag vergunning toegekend voor het verbreden van een sparing in een dragende binnenwand, Margriete van Clevelaan 10, 1181BC Amstelveen

APV

APV

Besluit van het dagelijks bestuur van stadsdeel Centrum van de gemeente Amsterdam betreffende het vaststellen van het subsidieplafond voor de Subsidieregeling bewonersinitiatieven stadsdeel Centrum 2026

Mededelingen

Mededelingen

Publicatie voornemen tot het sluiten van een huurovereenkomst grond met vestiging van een huurafhankelijk opstalrecht voor TV Amsterdamse Bos met betrekking tot 4 te realiseren Padelbanen en het clubgebouw op Sportpark Amsterdamse Bos, Jan Tooroplaan...

Mededelingen

Mededelingen

Gemeente Amstelveen - Voorlopige volgordelijst vooraanmelding en aanvraag prioriteit transportcapaciteit onderwijs- en woningbouwprojecten Amstelveen oktober 2026

Mededelingen

Mededelingen

Mandaatbesluit vooraanmelding en aanvraag prioriteit transportcapaciteit onderwijs- en woningbouwprojecten Amstelveen 2026

Mededelingen

Mededelingen

Besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen tot vaststelling van de Reglement voor de commissie heroverweging eerder aanvragen en prioritering

APV

APV

Subsidieregeling aanpak energiearmoede Amsterdam

Omgeving

Omgeving

Aanvraag ontheffing voor Werkzaamheden (middengeleiders verlagen) 5 oktober en 6 oktober 2026, Amsterdamseweg

APV

APV

Verordening financieel beheer Recreatieschap Spaarnwoude