Nadere regels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam over de voorwaardelijke verplichting om zorg te dragen voor de realisatie en instandhouding van voldoende parkeervoorzieningen bij omgevingsvergunningen (Nadere...
Locatie
Soort
APV
Gepubliceerd op
2026-11-04
Gepubliceerd door
Gemeente Edam-Volendam
Informatie
Nadere regels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam over de voorwaardelijke verplichting om zorg te dragen voor de realisatie en instandhouding van voldoende parkeervoorzieningen bij omgevingsvergunningen (Nadere regels parkeernormen Edam-Volendam) Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam; gelet op artikel 4.1 onder a en 4.3 onder a van het bestemmingsplan Parapluherziening parkeren c.a., onderdeel van het tijdelijk omgevingsplan van rechtswege; overwegende dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen of een ander gebruik voldoende parkeergelegenheid moet worden gerealiseerd en in stand moet wordt gehouden; dat het CROW de richtlijnen uit publicatie 317: Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie voor het laatst in juni 2024 heeft geactualiseerd; dat de parkeernormen aansluiten bij de doelstellingen uit de Omgevingsvisie Edam-Volendam en het Mobiliteitsplan Edam-Volendam; dat de bepalingen in de Nadere regels Parkeernormen Edam-Volendam te zijner tijd zullen worden opgenomen in het Omgevingsplan; gehoord de technische commissie ruimte op 25 juni 2026; B E S L U I T : vast te stellen de volgende Nadere regels parkeernormen Edam-Volendam. 1. Inleiding 1.1 Aanleiding Nadere regels Parkeernormen Edam-Volendam Bij ruimtelijke ontwikkelingen moeten er genoeg parkeerplekken zijn. Dit is belangrijk voor de leefbaarheid en bereikbaarheid van de gebieden. We werken met een parkeernorm zodat ontwikkelingen niet leiden tot een parkeertekort. Bouwplannen worden dus getoetst aan een parkeernorm. In het Mobiliteitsplan Edam-Volendam is het opstellen van gemeentelijke parkeernormen voor dergelijke ontwikkelingen als maatregel aangemerkt. De parkeernormen geven aan hoeveel parkeerplaatsen er moeten komen bij het bouwen van bijvoorbeeld huizen, bedrijven, winkels en andere voorzieningen. Het aantal parkeerplaatsen dat nodig is, hangt niet alleen af van waar het gebouw komt en hoe groot het is. Het hangt ook af van het vervoer en andere voorzieningen die in de buurt beschikbaar zijn, en wat de mensen die er komen nodig hebben. Bij nieuwbouw wordt het aantal parkeerplaatsen berekend volgens de regels voor parkeren. Parkeernormen bepalen hoeveel parkeerplaatsen er moeten komen bij nieuwbouw of een nieuw gebruik. Deze regels moeten passen bij wat de gemeente Edam-Volendam wil bereiken. Bijvoorbeeld op het gebied van woningbouw, vervoer, het klimaat en de economie. In maart 2018 is het bestemmingsplan Parapluherziening parkeren c.a. vastgesteld door de gemeenteraad. Artikel 4 verwijst voor de hoogte van de parkeernormen naar CROW-publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. CROW is een instituut in Nederland voor het verzamelen en publiceren van kennis, informatie en richtlijnen op het gebied van verkeer, infrastructuur, en de technische inrichting van de openbare ruimte. De kencijfers van CROW zijn nog steeds het uitgangspunt voor de parkeernorm in deze Nadere regels Parkeernormen. De manier waarop de parkeernormen worden gemaakt en gebruikt, is aangepast en duidelijker gemaakt. De parkeernormen in deze Nadere regels zijn opgesteld op basis van CROW-publicatie 744 uit 2024. Hierin staan de nieuwste kencijfers. 1.2 Ruimte en mobiliteit Op het gebied van ruimtelijke ontwikkelingen zijn er redenen om de parkeernorm kritisch te bekijken. De gemeente heeft in juli 2023 de Omgevingsvisie Edam-Volendam vastgesteld. Daarin staan zes opgaven voor de gemeente meegegeven, waaronder Wonen (Opgave 1) en Mobiliteit (Opgave 5). Bij woningbouw gaat het om nieuwe huizen bouwen en ook om meer huizen op dezelfde plek bouwen. Zo is er minder ruimte beschikbaar. Ook andere taken uit de Omgevingsvisie, zoals meer groen en klimaatmaatregelen, vragen ruimte bij het ontwerpen van nieuwe woonwijken. Er is vaak niet genoeg ruimte voor veel parkeerplaatsen op straat. Daarom is die oplossing niet altijd mogelijk. De gemeente bepaalt hoogte van de parkeernorm zorgvuldig. De parkeernormen moeten niet te hoog zijn, maar ook niet te laag. Een te hoge parkeernorm past niet bij de plannen uit de Omgevingsvisie en het Mobiliteitsplan Edam-Volendam. Daarin staat dat er aandacht zijn moet voor fietsen en lopen. En dat de gemeente gezond en veilig verkeer belangrijk vindt. Wanneer er te veel parkeerplekken voor auto’s komen, verzwakt dat de positie van de fietsers en voetgangers. Een te hoge autoparkeernorm kan een ontwikkeling moeilijk rendabel maken. Parkeeroplossingen vereisen investeringen die normaal gesproken weinig rendement opleveren voor een initiatiefnemer of ontwikkelaar. Ruimte die nodig is voor parkeerplaatsen kan niet worden gebruikt voor woningen, werkplaatsen, of recreatieve en maatschappelijke voorzieningen. De parkeerplaatsen nemen daarnaast ruimte in, waardoor er minder plaats in de openbare ruimte is voor het overige verkeer zoals voetgangers en fietsers, maar ook voor groen en speelplaatsen. Een te lage parkeernorm of de aanleg van te weinig autoparkeerplaatsen maakt het functioneren van het gebied moeilijk. Na de realisatie van een ontwikkeling is de kans daardoor groot dat dat parkeerproblemen veroorzaakt in het omliggende gebied. Er ontstaat een verhoogd risico op foutparkeren en zoekverkeer. Dat is niet bevorderlijk voor het straatbeeld, de leefbaarheid en de aantrekkelijkheid van de openbare ruimte en de leefomgeving. Samen met andere aspecten rondom mobiliteit en de veiligheid van het verkeer is parkeren daarom regelmatig een moeilijke uitdaging bij gebiedsontwikkelingen. Een lagere parkeernorm leidt niet vanzelfsprekend tot minder autobezit en autogebruik. De Nadere regels moeten daarom aansluiten bij de positie en het belang die aan de auto worden gegeven. Voor de verschillende gebieden heeft de gemeente een keuze voor gemaakt in het Mobiliteitsplan. De parkeernormen zijn daarom ook voor elk gebied verschillend. De nadere regels bevatten parkeernormen voor de fiets om het gebruik van de fiets te bevorderen en te vergemakkelijken. Een bereikbare, toegankelijke, gebruiksvriendelijke en veilige voorziening om de fiets te stallen is een belangrijke factor om het gebruik van de fiets te stimuleren. Het gebrek aan stallingen kan namelijk een reden zijn om niet te fietsen. Daarnaast kan het gebrek aan fietsenstallingen zorgen voor een rommelig beeld. Voldoende goede stallingsmogelijkheden op de juiste plekken voorkomt het hinderlijk stallen van fietsen. De juiste plekken liggen nabij locaties waar fietsritten beginnen of eindigen. Bijvoorbeeld in of aan de rand van een stadscentrum, bij woningen, winkels, bedrijven, scholen en haltes van het openbaar vervoer. In deze nadere regels zijn daarom ook parkeernormen voor de realisatie van fietsparkeerplaatsen opgenomen op basis van de meest recente parkeerkencijfers fietsparkeren van CROW. 1.3 juridisch kader Parkeernormen zijn van toepassing bij het verlenen van omgevingsvergunningen voor het realiseren, bouwen en aanpassen van ruimtelijke ontwikkelingen, zoals woningen, bedrijfspanden, winkels en onderwijsinstellingen. Bij ontwikkelingen in bestaand stedelijk gebied is het belangrijk om te voorkomen dat de parkeerdruk als gevolg van nieuwe ontwikkelingen te hoog wordt in de omgeving. Een tweede toepassing van parkeernormen is gerelateerd aan de meer grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen, zoals het ontwerp en de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk. Deze nadere regels zijn van toepassing op ruimtelijke ontwikkelingen, nieuwbouw- of verbouwplannen, waarvoor een omgevingsvergunning vereist is en waarbij wordt afgeweken van het omgevingsplan. Dat gaat om nieuw- en verbouw en/of wijziging van functie en/of gebruik van een locatie of een gebouw of een dergelijke accommodatie. Het is daarom niet noodzakelijk om te bepalen of in een bestaande omgeving wordt voldaan aan deze parkeernormen. Bij de beoordeling of de vergunning kan worden verleend, toetst de gemeente de aanvraag aan de regels uit het omgevingsplan. In het parapluplan parkeren dat nu nog in het tijdelijk deel van het Omgevingsplan is de regel dat voldoende parkeergelegenheid voor auto’s en fietsen moet worden gerealiseerd en in stand wordt gehouden. Bij een ruimtelijke ontwikkeling, die afwijkt van het omgevingsplan wordt op basis van de parkeernormen in deze neen parkeereis opgelegd aan de ontwikkelaar. Als daar niet aan kan worden voldaan kan ervoor worden gekozen om de omgevingsvergunning niet te verlenen. Daarnaast vormen deze nadere regels een basis bij het opstellen of het wijzigen van het omgevingsplan. De parapluherziening parkeren c.a. bevat een wijzigingsbevoegdheid die van rechtswege niet meer kan worden toegepast. 2. Totstandkoming parkeernormen 2.1 Methodiek parkeernormen Veel gemeenten stellen parkeernormen vast op basis van de kencijfers van CROW. CROW publiceert ongeveer eens per vijf jaar nieuwe kencijfers voor een groot aantal ruimtelijke functies. De kencijfers zijn gebaseerd op onderzoek en langdurige praktijkervaringen van gemeenten. Ze geven een indicatie van de te verwachten parkeerbehoefte. Daarnaast beschrijft het CROW factoren en afwegingen die gemeenten voor de overwegingen en keuzes bij het opstellen van parkeernormen. De gemeente Edam-Volendam gebruikt de meest recente publicatie 744 van de kencijfers uit 2024 als uitgangspunt. De parkeernorm bepaalt in welke mate een gemeente wil dat voorzien wordt in de parkeerbehoefte die ontstaat door een ontwikkeling. De belangrijkste factoren voor de hoogte van een parkeernorm zijn de mate van stedelijkheid van de gemeente en het kenmerk van de stedelijke zone. De stedelijkheid is bepaald door de adressendichtheid. Dat staat voor het aantal adressen per vierkante kilometer binnen de bebouwde kom. In de gemeente Edam-Volendam zijn dat er 1.321. Dat betekent dat de gemeente als geheel bij de categorie matig stedelijk hoort. Binnen de gemeente verschilt de stedelijkheid echter sterk per kern. Daardoor verschilt parkeerbehoefte per kern. CBS-wijk Aantal adressen per km2 Edam 1.267 Volendam 1.639 Oosthuizen 408 Kwadijk 316 Hobrede 30 Warder 98 Middelie 66 Schardam 21 Purmer 126 Beets 52 Daarnaast maken we onderscheid tussen stedelijke zones. Dat zijn het centrum, de schil om het centrum, de rest bebouwde kom en het buitengebied. Die is niet afhankelijk van een getal zoals de adressen of bevolkingsdichtheid zoals de stedelijkheidsgraad. De zone is afhankelijk van de historische en stedenbouwkundige kenmerken van een kern, en de ligging van een zone ten opzichte van de openbaar vervoervoorzieningen. Het centrum is beter bediend door het openbaar vervoer. Daarnaast liggen de voorzieningen dichter bij elkaar en het gemiddeld aantal personen per huishouden is lager. Ook is het parkeerbeleid in het centrum meer sturend dan elders in de bebouwde kom. De parkeernorm binnen een woonplaats is in het centrum daarom vaak lager dan in de rest van de bebouwde kom. De parkeerkencijfers van het CROW kennen per definitie een bandbreedte. Dat is te zien de onderstaande afbeelding. De kencijfers geven voor elke functie per stedelijkheidsgraad en gebiedscategorie een minimum en een maximum aan. Hieronder zijn als voorbeeld de parkeerkencijfers voor een rijwoning weergegeven uit de publicatie ‘Parkeerkencijfers 2024’. We gebruiken de bandbreedte om een norm te bepalen die tussen het minimum en het maximum in ligt. De gebruikte bandbreedte verschilt per zone. De gemeente Edam-Volendam is opgedeeld in verschillende zones. Voor elke zone is de parkeernorm gebaseerd op de kencijfers voor een gebiedstype en stedelijkheidsgraad uit de publicatie van het CROW. Zones Nadere regels parkeernormen Edam-Volendam Gebiedstype en stedelijkheid CROW 1 Centrum Edam en Volendam Centrum, matig stedelijk 2 Schil centrum Edam en Volendam Schil centrum, matig stedelijk 3 Centrum Oosthuizen Centrum, weinig stedelijk 4 Woonwijken buiten het centrum Edam en Volendam Rest bebouwde kom, matig stedelijk 5 Woonwijken buiten het centrum Oosthuizen Rest bebouwde kom, weinig stedelijk 6 Bebouwde kom Beets, Hobrede, Kwadijk, Middelie, Schardam, Warder; Lintwegen bebouwde kom Oosthuizen Rest bebouwde kom, niet stedelijk 7 Buitengebied gehele gemeente Buitengebied, niet stedelijk 2.2 Trends en ontwikkelingen autobezit De gegevens over het autobezit zijn bruikbaar om een passende parkeernorm voor auto’s te bepalen. In het Mobiliteitsplan Edam-Volendam is het autobezit in de gemeente vergeleken met het autobezit in Nederland met behulp van cijfers van het CBS. Het personenautobezit in Nederland is gemiddeld 1,15 auto’s per huishouden. Het personenautobezit in de gemeente Edam-Volendam als geheel is met 1,17 personenauto’s per huishouden goed vergelijkbaar met het gemiddelde autobezit in Nederland. Op wijk- en buurtniveau zijn wel verschillen zichtbaar tussen verschillende buurten. In de tijd is het bezit van personenauto’s sinds 2018 redelijk stabiel. Het personenautobezit in de gemeente Edam-Volendam is ook vergelijkbaar met het gemiddelde in Nederland van ongeveer 1,15 personenauto per huishouden. De gebruikte cijfers van het CBS zijn controleerbaar via https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/cijfers-op-de-kaart. Het personenautobezit is in sommige CBS-buurten lager dan 1,0 auto per huishouden. Een belangrijke kanttekening daarbij is dat de zogeheten grijze kentekens daarin niet zijn meegeteld. Daardoor kan dit een vertekend beeld geven over het werkelijke autobezit en de parkeerbehoefte. Onder de grijze kentekens vallen bijvoorbeeld bestelwagens. In de gemeente Edam-Volendam zijn meer bedrijfsvoertuigen per huishouden ten opzichte van het nationale gemiddelde. Een deel daarvan wordt, net als de personenvoertuigen, geparkeerd in de woonwijken. Het hanteren van het minimum geeft geen goed beeld van de daadwerkelijke parkeerbehoefte bij woningen. De volgende tabellen laten zien hoe het autobezit en het aandeel bedrijfsvoertuigen daarvan, zich in de gemeente Edam-Volendam verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Op basis daarvan is het autobezit per woning, inclusief de geregistreerde bedrijfsvoertuigen, redelijk gelijk aan het landelijke gemiddelde. Daarom zijn niet de minimale maar de gemiddelde parkeerkencijfers van het CROW gebruikt als uitgangspunt te gebruiken voor het bepalen van de parkeernorm. EDAM-VOLENDAM (15.565 woningen) Aantal Percentage Per woning Personenauto’s 16.500 83% 1,03 Bedrijfsauto’s 3.383 17% 0,21 Totaal 19.883 100% 1,24 NEDERLAND (8.045.580 woningen) Aantal Percentage Per woning Personenauto’s 9.247.810 88% 1,12 Bedrijfsauto’s 1.265.892 12% 0,15 Totaal 10.513.702 100% 1,27 BRON: CBS Statistiek-voertuigen, kerncijfers wijken en buurten (2025) 2.3 parkeernormen fiets Voor fietsparkeren bij woonfuncties zijn de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) van toepassing. Artikel 4.171 bepaalt dat er voor woningen een afsluitbare bergruimte zijn voor het stallen van fietsen en scootmobielen. Artikel 4.172 bevat voorschriften over de afmetingen, de toegankelijkheid en de afsluitbaarheid van de bergruimte. Bij bouwprojecten met appartementen met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2 mag de bergruimte gemeenschappelijk zijn, als de vloeroppervlakte van de bergruimte ten minste 1,5 m2 per woonfunctie bedraagt. Artikelen 4.171 en 4.172 zijn op basis van het Bbl alleen van toepassing op nieuwbouwwoningen. Voor het concretiseren van het toepasselijk beleid heeft de gemeente in de nadere regels ook parkeernormen voor fietsen opgenomen, omdat de bepalingen in het Besluit bouwwerken leefomgeving niet voorziet in de fietsparkeerbehoefte van andere functies dan wonen, en niet in die van de bezoekers bij woningen. In 2025 heeft CROW kencijfers voor het parkeren en stallen fietsen toegevoegd aan de publicatie Leidraad parkeernormen fiets. De fietsparkeernormen in deze nadere regels zijn daarvan afgeleid. Voor woonfuncties zijn ten behoeve van de onderbouwing fietsparkeernormen opgenomen voor zowel bewoners als voor bezoekers. Die voor bezoekers zijn van toepassing op appartementen of woningen waar ruimte voor bezoekersfietsen op eigen grond ontbreekt. Als een woning eigen grond heeft waarop bezoekers hun fietsen kunnen parkeren, zoals een tuin die toegankelijk is vanaf de straat, dan worden bezoekers geacht hier hun fietsen te plaatsen en zijn publieke fietsparkeerplaatsen voor de betreffende woonfunctie niet noodzakelijk. Voor sommige functies worden specifieke waarden of percentages voor bezoekers en medewerkers genoemd. Daarbij geldt het uitgangspunt dat fietsparkeervoorzieningen voor bezoekers zo dicht mogelijk bij de hoofdingang moeten zijn gesitueerd. De fietsparkeervoorzieningen voor medewerkers liggen zo dicht mogelijk bij de ingang voor medewerkers en zijn bij voorkeur overdekt of inpandig en afsluitbaar. 3. Regels voor de toepassing van parkeernormen 3.1 Uitgangspunten 3.1.1 Toepassing parkeernorm De parkeerbehoefte wordt bepaald door de berekening: functie aantal * parkeernorm uit te voeren voor iedere te realiseren functie bij een initiatief. De parkeereis wordt aan het eind van de uit te voeren rekensom naar boven afgerond op hele getallen om het aantal aan te leggen parkeerplaatsen te bepalen op eigen terrein en in de openbare ruimte. 3.1.2 Bepaling oppervlakte Bij diverse functies wordt bruto-vloeroppervlakte (bvo.) als eenheid gebruikt. Dit is als bedoeld in NEN 2580. Dat omvat het totale vloeroppervlak binnen de buitenmuren inclusief alle verdiepingen, met uitzondering van een eventuele parkeerkelder, stallingsruimte of overdekte buitenruimte. 3.1.3 Verantwoordelijkheid initiatiefnemer De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor het oplossen van de parkeerbehoefte op eigen terrein, dan wel binnen het plangebied van de ontwikkeling. Bij het bepalen van de parkeerbehoefte van functies waarvoor is aangegeven dat maatwerk mogelijk is, geldt dat de toepassing van maatwerk door een onafhankelijk verkeersbureau moet worden onderbouwd in opdracht van de initiatiefnemer. 3.1.4 Toepassing dubbelgebruik De parkeerbehoefte op het drukste moment is maatgevend voor het bepalen van de parkeereis. De parkeereis is het aantal parkeerplaatsen dat nodig is. Om het drukste moment te bepalen zijn de aanwezigheidspercentages als bedoeld in bijlage 5.3 van toepassing. Bij woonfuncties is dubbelgebruik van parkeerplaatsen op eigen erf voor de parkeerbehoefte van bewoners en bezoekers niet mogelijk. 3.1.5 Salderen bestaande parkeerbehoefte Bij de berekening van de parkeereis van een ontwikkeling mag de parkeerbehoefte van een bestaand pand of bestaand gebruik verrekend worden met de parkeerbehoefte van het nieuwe plan. Het is niet verplicht om een eventueel bestaand berekend tekort aan parkeerplaatsen binnen een plangebied te verhelpen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de aanwezigheidspercentages als bedoeld in bijlage 5.3. 3.1.6 Bruikbaarheid en toegankelijkheid parkeerplaatsen Om parkeervoorzieningen goed te kunnen gebruiken moeten deze aan bepaalde maten voldoen. De maatvoering en de ontsluiting van de autoparkeervakken dienen te voldoen aan de richtlijnen zoals beschreven in het ASVV van het CROW en het daarop gebaseerde Programma van Eisen van de gemeente. Tot slot dient rekening gehouden te worden met de eisen voor gehandicaptenparkeerplaatsen als bedoeld in het ASVV van het CROW. Parkeergelegenheid welke is bestemd voor bezoekers is voor hen toegankelijk en bruikbaar. Bij twijfel over de bruikbaarheid moet dit met behulp van rijcurves inzichtelijk worden gemaakt. Nieuw aan te leggen fietsparkeerplaatsen moeten voldoen aan kwaliteitseisen om de bruikbaarheid te waarborgen. De fietsvoorzieningen dienen te voldoen aan de technische eisen uit de leidraad fietsparkeren van het CROW. 3.1.7 Dominant gebruik Bij een pand met meerdere functies is de dominante functie bepalend voor de te gebruiken parkeernorm. Een functie is dominant wanneer 70% of meer van het bruto vloeroppervlak ingevuld wordt met deze functie. Wanneer een gebouw of perceel meerdere functies bevat en geen duidelijke dominante functie aan te wijzen is, zijn van de afzonderlijke functies de parkeernormen en aanwezigheidspercentages van toepassing. 3.1.8 Parkeerplaatsen op eigen erf Voor de toetsing op parkeerplaatsen in (gebouwde) parkeervoorzieningen en parkeerterreinen hanteert de gemeente de meeste recente versie van de NEN-normering 2443: 'Parkeren en stallen van personenauto's op terreinen en in parkeergarages'. Op het meetellen van parkeerplaatsen op eigen erf en voor privégebruik is een berekeningsaantal van toepassing om te bepalen hoeveel openbare parkeerplaatsen er nodig zijn. Deze zijn in ieder geval van toepassing in zones 1 tot en met 5. In zones 6 en 7 is de berekeningsfactor in principe gelijk aan het fysieke aantal parkeerplaatsen, als er bij de ontwikkeling geen openbare parkeerplaatsen zijn en die ook niet worden aangelegd. De berekeningsfactor is van toepassing voor ontwikkelingen waarbij openbare parkeerplaatsen aanwezig zijn of waarbij openbare parkeerplaatsen worden aangelegd. Type parkeervoorziening Fysiek aantal plaatsen Berekeningsaantal Opmerkingen 1 Enkele oprit zonder garage 1 0,8 oprit min. 2,5m breed x 6m diep 2 Lange enkele oprit zonder garage 2 1,5 oprit min. 2,5m breed x 11m diep 3 Dubbele oprit zonder garage 2 1,7 oprit min. 4,5m breed x 6m diep 4 Garage zonder oprit 1 0,8 garage min. 3,5m breed x 7m diep 5 Garagebox elders 1 0,5 garage min. 3,5m breed x 7m diep 6 Garage plus enkele oprit 2 1,2 oprit min. 6m diep en garage min. 3,5m breed x 7m diep 7 Garage plus enkele lange oprit 3 1,8 oprit min. 11m diep en garage min. 3,5m breed x 7m diep 8 Garage plus dubbele oprit 3 2,0 oprit min. 4,5m breed en garage min. 3,5m breed x 7m diep 3.1.9 Gehandicaptenparkeerplaatsen Op basis van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart moet bij publieke voorzieningen zoals een bioscoop, bibliotheek of gemeentehuis een minimum van vijf procent aan algemene gehandicaptenparkeerplaatsen zijn. De afstand tussen de parkeerplaats en de ingang is dan maximaal 100 meter, bij voorkeur niet meer dan 50 meter. De afmetingen en inrichtingsrichtlijnen staan in publicaties van het CROW: 15.1.1 van de ASVV en CROW-publicatie 337: Richtlijn toegankelijkheid 'Parkeerbeleid voor mensen met een fysieke beperking'. 3.1.10 Restcapaciteit De situatie kan zich voordoen dat aan de vastgestelde parkeerbehoefte niet volledig binnen het plan kan worden voldaan. In sommige gevallen kan de parkeerbehoefte van een ontwikkeling of functiewijziging worden opgevangen in de bestaande openbare parkeervoorraad. Of dat kan en de manier waarop is afhankelijk van de geldende parkeerreguleringen in de omgeving, andere ontwikkelingen in de nabijheid, en de gemeten parkeerdruk in de omgeving. De parkeerdruk mag het maximale acceptabele niveau niet overstijgen of verder verhogen als deze boven het acceptabele niveau ligt. Om te beoordelen of gebruik kan worden gemaakt van openbare parkeercapaciteit, is inzicht nodig in de bestaande parkeerdruk. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het in kaart brengen van de parkeerdruk (parkeercapaciteit en parkeerbezetting). De uitvoering van het parkeeronderzoek moet zijn afgestemd met de gemeente. Hierbij worden ten minste bepaald: het onderzoeksgebied, en de momenten van de dag/week waarop de parkeerdrukmetingen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied wordt begrensd door de maximaal acceptabele loopafstand die in betreffende zone geldt voor de betreffende functies. Zone Maximaal geaccepteerde parkeerdruk 1, 2, 3 85% 4, 5 90% 6, 7 n.v.t. Categorie Loopafstand parkeerplaats - bestemming Zone 1,2 Zone 3,4 Zone 5, 6 Zone 7 Woningen bewoners en bezoekers 200 meter 150 meter 100 meter 50 meter Overige categorieën 500 meter 400 meter 200 meter 100 meter Meetmomenten parkeerdruk Ochtend Tussen 07:00 en 11:00 Middag Tussen 12:00 en 16:30 Avond Tussen 19:00 en 22:00 Nacht Tussen 23:00 en 05:00 3.1.11 Geen verstrekking ontheffingen of vergunningen parkeerregulering Bij ontwikkelingen in een gereguleerd gebied kan het college ertoe besluiten dat nieuwe woonadressen van de ontwikkeling geen aanspraak kunnen maken op de verstrekking van parkeerontheffingen of vergunningen voor bestaande openbare parkeerplaatsen als de parkeerdruk in de openbare ruimte daar aanleiding voor geeft. 3.1.12 Parkeerkencijfers CROW De bepalingen en de gemiddelde parkeerkencijfers in de meest recente publicatie daarvan door het CROW kunnen in aanvulling op deze nadere regels parkeernormen worden gebruikt bij het opstellen van een parkeerbalans. In gevallen waarbij de parkeernormen en de toepassingsregels zoals bedoeld in deze nadere regels niet aanwezig of niet voldoende toereikend zijn, kan gebruik worden gemaakt van de bepalingen en de gemiddelde parkeerkencijfers in de meest recente publicatie daarvan door het CROW. 3.1.13 Bijzondere omstandigheden Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning voor bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik verlenen als het voldoen aan de bepalingen in deze nadere regels Parkeernormen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, er een bijzonder gemeentelijk belang mee is gemoeid, of op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte wordt voorzien. 3.2 Stappenplan 3.2.1 Stap 1: Vaststellen van de parkeereis Bij het bepalen van de parkeereis van een ruimtelijke ontwikkeling is onderscheid te maken tussen verschillende vormen van ontwikkeling. Er zijn ontwikkelingen waarbij nieuwe gebieden worden bebouwd, en ontwikkelingen waarbij verbouwd wordt en/of waarbij de gebruiksfunctie wordt gewijzigd. De parkeereis bij ontwikkelingen wordt berekend aan de hand van de parkeernormen uit deze nadere regels. Daartoe wordt een parkeerbalans opgesteld. Met deze parkeerbalans wordt aan de hand van de soort functie(s), de omvang van de functie(s), de bijbehorende parkeernorm(en) en de aanwezigheidspercentages het benodigde aantal parkeerplaatsen berekend op het maatgevende moment. Dat is standaard het drukste moment van de gemiddelde week, of het moment de parkeerbehoefte het meest toeneemt door een ontwikkeling. Bij plannen die betrekking hebben op een verbouwing of een functiewijziging wordt in de parkeerbalans rekening gehouden met de parkeervraag van de oude functie (met de bestaande bestemming). Deze kan met in acht name van de aanwezigheidspercentages in mindering gebracht op de parkeervraag van de ontwikkeling. 3.2.2 Stap 2: Toetsing of voldaan wordt aan de parkeereis Nadat de parkeereis is vastgesteld wordt het aantal plaatsen in het plangebied getoetst aan de parkeerbehoefte op het maatgevende moment. Als het parkeeraanbod in het plan voldoet, is de parkeertoets in principe afgerond en kan er voor wat betreft parkeren akkoord worden gegeven op het verlenen van de vergunning. Binnen gereguleerde parkeergebieden wordt voor de woningen nog bepaald of er wel of geen ontheffing voor het parkeerregime kan wordt verstrekt aan de bewoners. Dat is afhankelijk van de manier waarop aan de parkeereis wordt voldaan en van de parkeerdruk in de openbare ruimte. Indien de parkeerplaatsen voor individueel gebruik zijn, is er geen ontheffing voor de parkeerschijfzone noodzakelijk. Die wordt dan ook niet verstrekt aan woningen waarvan bepaald is dat de bewoners op eigen terrein parkeren. Als het parkeeraanbod niet voldoet, gaat de beoordeling verder met stap 3. 3.2.3 Stap 3: Mogelijkheden afwijken van parkeereis Het college van burgemeester en wethouders heeft de bevoegdheid om ontheffing te verlenen van de eis dat er bij een plan in voldoende mate ruimte voor het parkeren van auto´s op het terrein van het plan moet worden aangebracht. Als daarvan wordt afgeweken, wordt de openbare ruimte in de omgeving belast met een verhoogde parkeerdruk. Het creëren van parkeergelegenheid binnen het plan moet op zwaarwegende bezwaren stuiten. Op basis daarvan kan door het college van B&W aan deze belangen doorslaggevende betekenis worden gegeven om ondanks de parkeersituatie medewerking aan het plan te verlenen. Bij een uitbreiding van de woningvoorraad buiten gereguleerd gebied is er geen mogelijkheid om met het verstrekken van ontheffingen of vergunningen beleidsmatige invloed uit te oefenen op het parkeergedrag. De parkeerdruk binnen de loopafstand is in samenhang met het aantal openbare plaatsen dat wordt aangelegd bepalend voor het akkoord op het gebied van parkeren. Bij een uitbreiding van de woningvoorraad binnen een gereguleerd gebied is de parkeerdruk binnen de loopafstand, in samenhang met het aantal openbare plaatsen dat wordt aangelegd en overgedragen aan de gemeente, bepalend voor de verstrekking van nieuwe parkeerontheffingen voor de bewoners van de nieuwe woningen. 4. Slotbepalingen 4.1 Actualisatie oude regeling Deze Nadere regels Parkeernormen Edam-Volendam gelden als een door het bevoegd gezag vastgestelde actualisering van de gemeentelijke parkeernormering. 4.2 Overgangsbepaling Aanvragen voor een omgevingsvergunning (in overeenstemming met het omgevingsplan) welke zijn ingediend voorafgaand aan de bekendmaking van deze Nadere regels Parkeernormen Edam-Volendam worden getoetst aan de gemiddelde parkeerkencijfers voor matig stedelijke gebieden als bedoeld in de CROW-publicatie 317: Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie. 4.3 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is bekendgemaakt. 4.4 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Nadere regels parkeernormen Edam-Volendam. Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 27 oktober 2026, het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam,de secretaris, N.A. Hellingman-Kuiper. de burgemeester, R.J. Beukers. 5. Bijlagen 5.1 verdeling zones Zones Nadere regels parkeernormen Edam-Volendam Gebiedstype en stedelijkheid CROW 1 Centrum Edam en Volendam Centrum, matig stedelijk 2 Schil centrum Edam en Volendam Schil centrum, matig stedelijk 3 Centrum Oosthuizen Centrum, weinig stedelijk 4 Woonwijken buiten het centrum Edam en Volendam Rest bebouwde kom, matig stedelijk 5 Woonwijken buiten het centrum Oosthuizen Rest bebouwde kom, weinig stedelijk 6 Bebouwde kom Beets, Hobrede, Kwadijk, Middelie, Schardam, Warder; Lintwegen bebouwde kom Oosthuizen Rest bebouwde kom, niet stedelijk 7 Buitengebied gehele gemeente Buitengebied, niet stedelijk 5.2 Parkeernormen auto Woningen, bewoners zones > 1 2 3 4 5 6 7 Per woning Koop vrijstaand 1,5 1,6 1,5 1,9 2,0 2,0 2,2 Per woning Koop 2-onder-1-kap 1,4 1,5 1,4 1,7 1,9 2,0 2,1 Per woning Koop rij-/hoekwoning 1,2 1,4 1,2 1,6 1,8 1,9 1,9 Per woning Koop Appartement > 100m2 bvo 1,3 1,4 1,3 1,7 1,8 1,9 1,9 Per woning Koop Appartement 75-100m2 bvo 1,1 1,2 1,1 1,3 1,4 1,6 1,6 Per woning Koop Appartement <75m2 bvo 1,0 1,1 1,0 1,3 1,4 1,4 1,4 Per woning Huur Vrije sector, huis 1,0 1,2 1,1 1,3 1,4 1,5 1,5 Per woning Huur Sociale huur, huis 0,9 1,0 0,9 1,0 1,1 1,2 1,2 Per woning Huur (VS) Appartement >100m2 bvo 1,0 1,2 1,1 1,3 1,4 1,4 1,4 Per woning Huur (VS) Appartement 75-100m2 bvo 0,7 0,8 0,7 1,0 1,0 1,0 1,2 Per woning Huur (VS) Appartement <75m2 bvo 0,6 0,7 0,6 0,9 0,9 1,0 1,0 Per woning Huur (SH) Appartement >100m2 bvo 0,7 0,8 0,7 1,0 1,0 1,0 1,1 Per woning Huur (SH) Appartement 75-100m2 bvo 0,6 0,7 0,6 0,9 1,0 1,0 1,1 Per woning Huur (SH) Appartement <75m2 bvo 0,5 0,6 0,6 0,7 0,9 1,0 1,0 Per woning Huur Tiny house 0,3 0,4 0,35 0,4 0,4 0,4 0,5 Per woning Huur Serviceflat zelfstandig 0,75 0,8 0,8 0,8 0,9 1,0 1,0 Per woning Huur Appartementen < 30m2 0,3 0,4 0,4 0,5 0,5 0,5 0,5 Per kamer Huur Niet-zelfstandige kamer 0,1 0,1 0,15 0,2 0,3 0,4 0,4 Woningen, bezoekers Parkeerplaatsen voor bezoekers moeten toegankelijk zijn om door hen te kunnen worden gebruikt. per woning/kamer zones > 1 2 3 4 5 6 7 elk type 0,1 0,1 0,15 0,15 0,2 0,3 0,3 Bedrijven Voor het bepalen van de parkeerbehoefte van bedrijfsfuncties wordt tussen de volgende soorten bedrijven onderscheid gemaakt op basis van de te verwachten parkeerbehoefte. Het onderscheid is afhankelijk van het type bedrijf en de arbeidsintensiviteit van het bedrijf. Kantoor (zonder baliefunctie): administratief en zakelijk. De strekking is dat bezoekers alleen op afspraak naar het bedrijf komen. Dat betekent dat er minder ruimte hoeft te worden gemaakt voor bezoekers en de parkeerbehoefte van bezoekers. Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie): Kantoren of bedrijven met een baliefunctie, waar bezoekers ook zonder afspraak komen. Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief. Bedrijven met relatief veel werknemers en relatief weinig bezoekers. Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief: Bedrijven met relatief weinig werknemers en relatief weinig bezoekers. Bedrijfsverzamelgebouw: Gelijkwaardige mix van verschillende type bedrijven. Opslagruimte(particulier): Een gebouw opgedeeld in kleinere individuele opslageenheden. Ook wel opslagbox genoemd. zones > 1 2 3 4 5 6 7 Aandeel bezoekers Kantoor zonder baliefunctie 1,5 1,9 1,8 2,0 2,5 2,5 2,5 5% Kantoor Commerciële dienstverlening met baliefunctie 2,0 2,3 2,4 2,8 3,5 3,5 3,5 20% Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief 1,5 1,9 1,5 2,2 2,2 2,2 2,3 5% Bedrijf arbeidsextensief / bezoekersextensief 0,6 0,8 0,7 1,0 1,0 1,0 1,0 5% Bedrijf Bedrijfsverzamelgebouw 1,2 1,5 1,4 1,8 1,9 1,9 2,0 per vestiging Opslag Particuliere opslag 10 10 10 10 10 10 10 Deze parkeernormen zijn exclusief het parkeren voor vrachtwagens ten behoeve van laden en lossen. Daarvoor is maatwerk noodzakelijk. Gezondheid en sociale voorzieningen Zones > 1 2 3 4 5 6 7 Aandeel bezoekers per behandel -kamer Huisartsenpraktijk 2,0 2,4 2,2 2,9 3,2 3,2 3,3 57% Fysiotherapiepraktijk 1,25 1,5 1,35 1,75 1,9 2,0 2,0 57% per behandel -kamer Consultatiebureau 1,35 1,55 1,45 1,85 2,05 2,15 2,15 50% per behandel -kamer Consultatiebureau voor ouderen 1,3 1,6 1,3 1,9 2 2 2,2 38% per behandel -kamer Gezondheidscentrum 1,6 1,9 1,7 2,1 2,4 2,4 2,5 55%, exclusief eventuele apotheek per behandel -kamer Tandartspraktijk 1,5 1,9 1,6 2,3 2,5 2,5 2,6 47% per 100m2 bvo Ziekenhuis 1,4 1,6 1,5 1,7 1,9 1,9 2,0 29% per wooneenheid Verpleeg- en verzorgingstehuis 0,5 0,6 0,6 0,6 0,7 0,7 0,7 60% per winkel Apotheek 2,2 2,7 2,3 3,1 3,3 3,4 3,5 45% per gelijktijdige plechtigheid crematorium 30 30 30 30 30 30 30 99% begraafplaats 30 30 30 30 30 30 30 97% Per cel Penitentiaire inrichting 0,17 0,22 0,17 0,32 0,32 0,37 0,4 37% Per zitplaats Religiegebouw 0,1 0,1 0,1 0,2 0,2 0,2 0,2 95% Sport, cultuur en recreatie Filmhuis: Een filmtheater of filmhuis is een uitgaansgelegenheid (met een ideële/culturele doelstelling) waar films bekeken kunnen worden. Het betreft voornamelijk kleinschalige, artistieke films, die in het algemeen een minder groot publiek trekken dan de films in een bioscoop. Golfbaan (18 holes): Parkeercijfer is afgestemd op 65 hectare Musicaltheater: Een musicaltheater is een grootschalig theater, waar (vaak langlopende) theaterproducties gepresenteerd worden. Dagelijks zijn er een of twee voorstellingen, voornamelijk ’s avonds. De capaciteit van een voorstelling ligt vaak tussen de 1.000 en 2.000 bezoekers. De parkeernorm is lager dan een regulier theater, omdat de zaal ten opzichte van het hele gebouw vaak kleiner is. Fitnessstudio/sportschool: kleinschaligere voorziening (indicatie: circa 750 m2 bvo) waar bezoekers voor het overgrote deel alleen gebruik maakt van fitnessapparaten. Fitnesscentrum: Grotere multifunctionele centra (> 1.500 m2 bvo), die een breed pakket aan activiteiten aanbieden. Dit betreft zowel individueel trainen als groepslessen, diverse vormen van fitness zoals cardiofitness, krachttraining, spinning en aerobics, eventueel in beperkte mate aangevuld met wellnessvoorzieningen zoals een sauna of een zonnebank. De nadruk ligt in een fitnesscentrum wel op de sportfunctie. Sporthal en sportzaal. Een sporthal is een locatie waar toernooien en (opeenvolgende) wedstrijden plaatsvinden, bij een sportzaal is dat niet het geval en gaat het bijvoorbeeld om een gymzaal zonder tribunes. Wellnesscentrum: Grotere zelfstandige (combinaties van) sauna’s, thermen en kuurcentra (en dus niet voorzieningen bij hotels, bungalowparken of campings). Een sauna is een publieke badinrichting, waar mensen saunabaden kunnen nemen. Kuurcentra bieden naast saunabaden ook vaak geneeskundige therapieën aan en vaak zijn faciliteiten aanwezig om te overnachten. Bij beide voorzieningen zijn in veel gevallen ook een massage-/beautysalon en horeca aanwezig (meestal een restaurant). Het verzorgingsgebied van de bedoelde wellnessvoorzieningen is (boven)regionaal en soms zelfs landelijk. Golfoefencentrum: Al dan niet in combinatie met een golfbaan kan er sprake zijn van een golf(oefen)centrum. Een dergelijk centrum heeft bijvoorbeeld een driving range (afslagplaatsen) en een oefenbaan, eventueel gecombineerd met andere oefenfaciliteiten (zoals oefenbunkers of een putting green). Het 'aandeel bezoekers' in de tabellen staat voor het aantal parkeerplaatsen, dat openbaar toegankelijk moet zijn voor bezoekers. Hiermee is in het kencijfer rekening gehouden. Zones > 1 2 3 4 5 6 7 Opmerkingen per 100m2 bvo Bibliotheek 0,45 0,75 0,45 1,15 1,25 1,35 1,45 Aandeel bezoekers: 97% per 100m2 bvo Museum 0,6 0,8 0,7 1,1 1,1 1,2 1,2 Aandeel bezoekers: 95% - maatwerk mogelijk per 100m2 bvo Bioscoop 3,2 8,0 3,9 11,2 11,9 13,5 13,7 Aandeel bezoekers: 94% - 100 zitplaatsen is 300m2 bvo per 100m2 bvo Filmhuis 2,6 5,3 3,0 7,9 8,4 9,9 9,9 Aandeel bezoekers: 97% - 100 zitplaatsen is 300m2 bvo per 100m2 bvo Schouwburg 6,9 8,0 6,9 9,8 10,3 11,8 11,8 Aandeel bezoekers: 87% - 100 zitplaatsen is 300m2 bvo per 100m2 bvo Musicaltheater 2,9 3,4 2,9 4,0 4,25 5,1 5,1 Aandeel bezoekers: 86% - 100 zitplaatsen is 840m2 bvo per 100m2 bvo Casino 5,7 6,1 5,7 6,5 6,8 7,5 8,0 Aandeel bezoekers: 86% per 100m2 bvo Dansstudio 1,6 3,9 1,8 5,5 5,5 7,4 7,4 Aandeel bezoekers: 93% per 100m2 bvo Discotheek 5,0 11,0 5,0 13,0 17,5 20,0 20,0 Aandeel bezoekers: 99% per 100m2 bvo Evenementenhal 5,5 6,5 5,5 8,3 8,5 10,0 11,0 Aandeel bezoekers: 99% per 100m2 bvo Sportschool (<1000m2 bvo) 1,4 2,9 1,8 4,3 4,8 6,5 6,5 Aandeel bezoekers: 87% per 100m2 bvo Fitnesscentrum (>1000m2 bvo) 1,6 4,0 2,2 6,0 6,3 7,4 7,4 Aandeel bezoekers: 90% per 100m2 bvo Sporthal 1,5 2,2 1,7 2,8 2,9 3,0 3,5 Aandeel bezoekers: 96% per 100m2 bvo Sportzaal 1,25 1,95 1,55 2,75 2,85 3,0 3,5 Aandeel bezoekers: 94% per 100m2 bvo Tennishal 0,3 0,4 0,3 0,5 0,5 0,5 0,6 Aandeel bezoekers: 87% per 100m2 bvo Padelhal 0,5 0,5 0,6 0,7 0,8 0,8 0,9 Aandeel bezoekers: 87% per 100m2 bvo Squashhal 1,5 2,4 1,6 2,7 2,7 2,8 3,2 Aandeel bezoekers: 84% per 100m2 bvo Kunstijsbaan <400m lang 1,25 1,55 1,35 1,8 1,8 2,0 2,1 Aandeel bezoekers: 98% per 100m2 bvo Kunstijsbaan 400m 1,5 2,25 1,5 2,55 2,55 2,7 2,8 Aandeel bezoekers: 98% per 100m2 bvo Ski- en snowboardhal n.v.t. n.v.t. n.v.t. 2,55 2,55 2,8 2,8 Aandeel bezoekers: 98% per 100m2 bvo Sauna, hammam 2,2 4,6 2,7 6,6 6,8 7,3 7,5 Aandeel bezoekers: 99% per 100m2 bvo Wellnesscentrum 5,0 6,0 6,0 9,0 9,3 10,3 10,8 Aandeel bezoekers: 99% per 100m2 bvo Indoorspeeltuin tot 3500 bvo 3,1 3,9 3,1 4,7 4,7 4,7 5,1 Aandeel bezoekers: 97% per 100m2 bvo Indoorspeeltuin groter dan 3500 3,7 4,6 3,9 5,6 5,6 5,6 8,6 Aandeel bezoekers: 98% Per 100m2 bassin Overdekt zwembad 10 10,5 10,5 12,0 12,0 13,3 14,3 Aandeel bezoekers: 97% Openlucht zwembad 10 10,9 10,9 12,9 12,9 15,8 16,8 Aandeel bezoekers: 99% Per 100m2 bassin Zwemparadijs n.v.t. n.v.t. 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0 Onderdeel van andere voorziening zoals vakantiepark Per ha terrein Sportveld 15,0 17,0 18,0 20,0 20,0 27,0 27,0 Oppervlakte exclusief kantine, toilet en kleedkamers Per ha terrein Dierenpark 5,0 6,5 6,5 7,0 7,5 10,0 12,0 Aandeel bezoekers: 99% - maatwerk mogelijk Per ha terrein Attractie- en pretpark 6,0 6,5 6,5 7,5 8,0 10,5 12,0 Aandeel bezoekers: 99% - maatwerk mogelijk Per zitplaats Stadion 0,08 0,08 0,1 0,15 0,15 0,2 0,2 maatwerk aangeraden Per tuin Volkstuin 0,11 0,12 0,11 0,13 0,13 0,14 0,14 Aandeel bezoekers: 100% Per baan Bowling 1,6 2,3 1,6 2,8 3,0 3,1 3,2 Aandeel bezoekers: 89% Per baan Tennis (buiten) 2,0 2,2 2,3 3,1 3,2 3,5 3,5 Aandeel bezoekers: 87% Per baan Padel (buiten) 1,6 1,7 2,0 2,4 2,7 2,7 3,0 Aandeel bezoekers: 87% Per tafel Biljartcentrum 0,85 1,15 0,85 1,3 1,4 1,75 1,75 Aandeel bezoekers: 87% Per ligplaats Jachthaven 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7 1,0 1,0 maatwerk aangeraden Per hectare Golfbaan (18 holes) 1,48 1,48 1,48 1,48 1,48 1,48 1,48 Aandeel bezoekers: 98% Per hectare Golfoefencentrum 7,5 7,5 8,5 8,5 8,5 9,4 9,4 Aandeel bezoekers: 98% Per boerderij Kinderboerderij 3,1 3,9 3,1 4,7 4,7 5,2 5,2 Aandeel bezoekers: 97% Per box Manege n.v.t. n.v.t. n.v.t. 0,4 0,4 0,5 0,5 Aandeel bezoekers: 90% - maatwerk mogelijk Winkelen en boodschappen Buurtsupermarkt: Kleine supermarkt (kleiner dan 600 m2 winkelvloeroppervlak) met een duidelijk afgebakend verzorgingsgebied. Supermarkt: Dit soort supermarkten heeft speciale afdelingen voor groente, vlees, kaas en brood. De verkoopvloeroppervlakte is meestal tussen de 1.000 en 2.000 m2. Supermarkt XL: Grote supermarkten kenmerken zich door een (zeer) uitgebreid assortiment op een verkoopvloeroppervlakte groter dan 2.500 m2 wvo. Het serviceniveau is hoog. In dit soort supermarkten worden vaak producten (brood, vlees) ter plekke bereid. Groothandel algemeen: Een groothandel is meestal een grootschalige detailhandelsvestiging op een industrieterrein aan de rand van een stad, waar men uitsluitend als pashouder inkopen kan doen Groothandel specialist: Een groothandel in levensmiddelen, bouwmaterialen of kantoorartikelen is meestal een grootschalige detailhandelsvestiging voor een specifieke productgroep op een industrieterrein aan de rand van een stad, waar men uitsluitend als pashouder inkopen kan doen. Bruin- en witgoedzaken: Grootschalige, volumineuze vestigingen van winkels voor huishoudelijke apparatuur en elektronica. Woonwarenhuis/woonwinkel: Detailhandelszaken met een breed assortiment voor het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om meubels, verf, behang, accessoires, verlichting, keukens, zonwering, verlichting en bedden. Grootschalige woonwarenhuizen hebben een bovenregionaal verzorgingsgebied. Winkelgebied of winkelcentrum in centrumgebied: Grootschalig winkelgebied met regionaal verzorgingsgebied met meerdere winkels en andere voorzieningen gericht op funshoppen en aankoop van goederen met een hoge drempelwaarde en lage aankoopfrequentie. Wijkwinkelcentrum buiten centrum: Winkels of winkelgebied met meerdere winkels voor dagelijks en niet-dagelijkse boodschappen en aanvullende voorzieningen. Het verzorgingsgebied overstijgt de directe omgeving. Buurtwinkelcentrum: Winkels of winkelgebied met voornamelijk een boodschappenfunctie, aangevuld met enkele niet-dagelijkse winkels. Het verzorgingsgebied overstijgt de directe omgeving niet. Winkels buiten de bebouwde kom vallen hier ook onder. Winkelboulevard: Verzameling van meerdere, vaak grootschalige detailhandelsvestigingen op korte loopafstand van elkaar. Meubelboulevard/woonboulevard: Verzameling van meerdere detailhandelsvestigingen, gericht op een gezamenlijk thema, op korte loopafstand van elkaar. Outletcentrum: Verzameling van meerdere detailhandelsvestigingen op korte loopafstand van elkaar, die gezamenlijk een grootschalig winkelgebied vormen (met een oppervlakte van 5.000 tot 40.000 m2 wvo). Bouwmarkt: Winkels gericht op met de detailhandel in een aantal basisartikelen voor ijzerwaren, zoals gereedschap, bouwmaterialen, verf, glas, huishoudelijke apparatuur en artikelen, bestek en verlichting. Tuincentrum /Groencentrum: De middelgrote en grootschalige detailhandelsvestigingen in (perifeer) stedelijk gebied of het buitengebied. Deze centra verkopen soms ook aanverwante artikelen, zoals dierartikelen, seizoenartikelen (kerstversiering, paasversiering en dergelijke), accessoires en decoratiemateriaal voor in huis. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk) en wordt meegeteld bij het bepalen van het oppervlak. Zones > 1 2 3 4 5 6 7 Opmerkingen per 100m2 bvo Buurtsupermarkt 1,9 2,7 2,3 3,5 4,3 4,8 4,8 Aandeel bezoekers: 89% per 100m2 bvo Supermarkt 3,4 4,4 3,9 5,2 6,0 7,0 7,0 Aandeel bezoekers: 93% per 100m2 bvo Supermarkt XL 6,0 6,9 6,6 7,7 8,8 9,3 9,3 Aandeel bezoekers: 84% per 100m2 bvo Groothandel algemeen n.v.t. 6,4 n.v.t. 6,4 7,4 8,4 8,4 Aandeel bezoekers: 80% per 100m2 bvo Groothandel specialist n.v.t. 5,6 n.v.t. 5,9 6,9 7,9 7,9 Aandeel bezoekers: 80% per 100m2 bvo Kringloopwinkel 1,25 1,25 1,45 1,85 1,95 2,25 2,25 Aandeel bezoekers: 89% per 100m2 bvo Bruin- en witgoedzaken 3,95 5,85 4,05 7,85 8,05 9,25 9,25 Aandeel bezoekers: 92% per 100m2 bvo Woonwarenhuis/woonwinkel 1,25 1,65 1,25 1,85 1,95 1,95 1,95 Aandeel bezoekers: 91% per 100m2 bvo Groot woonwarenhuis 3,85 4,45 4,05 5,05 5,15 5,15 5,15 Aandeel bezoekers: 91% per 100m2 bvo Winkelgebied of winkelcentrum in stadscentrum (< 30.000 inwoners) 3,4 3,4 3,7 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. Aandeel bezoekers: 82% per 100m2 bvo Winkelgebied of winkelcentrum in stadscentrum (30.000 – 50.000 inwoners) 3,5 3,5 3,8 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. Aandeel bezoekers: 88% per 100m2 bvo Wijkwinkelcentrum buiten centrum (< 1 hectare bvo) n.v.t. 3,7 n.v.t. 4,5 5,0 n.v.t. n.v.t. Aandeel bezoekers: 76% per 100m2 bvo Wijkwinkelcentrum buiten centrum (> 1 hectare bvo) n.v.t. 4,4 n.v.t. 5,1 5,6 n.v.t. n.v.t. Aandeel bezoekers: 79% per 100m2 bvo Buurtwinkelcentrum dorp (< 20.000 inwoners) 3,1 3,1 3,4 3,7 4,1 4,6 4,6 Aandeel bezoekers: 72% per 100m2 bvo Winkelboulevard 3,75 3,75 4,0 4,15 4,45 4,7 4,7 Aandeel bezoekers: 94% per 100m2 bvo Meubel- en woonboulevard 2,05 2,05 2,25 2,35 2,45 2,7 2,7 Aandeel bezoekers: 93% per 100m2 bvo Outletcentrum 9,0 9,0 9,0 10,0 10,3 10,5 10,5 Aandeel bezoekers: 94% per 100m2 bvo Bouwmarkt 1,85 1,85 2,05 2,35 2,45 2,50 2,50 Aandeel bezoekers: 87% per 100m2 bvo Groen- en tuincentrum 2,25 2,25 2,35 2,55 2,65 2,85 2,85 Aandeel bezoekers: 89% Verblijfsrecreatie Deze parkeernormen zijn niet van toepassing op het tijdelijk verhuren van woningen als recreatieve verblijflocatie. Voor een daarmee vergelijkbare functie wordt gerekend met de parkeernorm welke geldt voor koopwoningen. De parkeerbehoefte voor bed en breakfast wordt opgeteld bij de parkeerbehoefte van de woning waarin deze gevestigd is. 1 2 3 4 5 6 7 Opmerkingen Per plaats Kampeerterrein 1,2 1,2 1,2 1,2 1,3 1,4 1,4 10% vrij toegankelijk - Aandeel bezoekers: 90% Per bungalow Bungalowpark 1,5 1,6 1,6 1,7 1,8 2,1 2,1 Aandeel bezoekers: 91% per 10 kamers Hotel (1*) 1,0 1,0 1,0 2,5 2,6 4,0 4,5 Aandeel bezoekers: 77% per 10 kamers Hotel (2*) 1,5 2,5 1,8 4,1 4,2 6,0 6,5 Aandeel bezoekers: 80% per 10 kamers Hotel (3*) 2,0 3,5 3,7 5,0 5,2 6,8 7,0 Aandeel bezoekers: 77% per 10 kamers Hotel (4*) 3,6 5,2 4,0 6,3 7,5 8,0 9,0 Aandeel bezoekers: 73% per 10 kamers Hotel (5*) 5,5 7,9 5,7 10,6 11,0 11,0 12,6 Aandeel bezoekers: 65% per verblijf Bed en Breakfast 0,5 0,6 0,6 0,8 1,0 1,0 1,0 Aandeel bezoekers: 100% Restauratie Zones > 1 2 3 4 5 6 7 Opmerkingen Per 100m2 bvo Restaurant 4,0 4,5 7,0 6,0 6,0 8,0 9,0 Aandeel bezoekers: 80%. Maatwerk mogelijk vanwege veel variatie. Per 100m2 bvo Bar, cafetaria 4,0 4,5 6,0 5,0 7,0 7,0 9,0 Aandeel bezoekers: 90%. Maatwerk mogelijk vanwege veel variatie. Onderwijs Kinderdagverblijf (crèche) en basisschool De grootste parkeer- en verkeersdruk ontstaat door het brengen en halen van kinderen. De hoeveelheid auto’s die hiermee gemoeid is, is mede afhankelijk van de grootte van de school (aantal kinderen), hoeveel kinderen begeleid naar school komen, hoeveel kinderen met de auto worden gebracht, hoeveel kinderen er overblijven en de signatuur van de school (openbaar of bijzonder, algemeen of speciaal). Daarvoor zijn geen vaste normen opgenomen en is lokaal maatwerk noodzakelijk op basis van de instructies in bijlage 5.4. Zones > 1 2 3 4 5 6 7 Opmerkingen Per lokaal Basisschool 0,5 0,75 0,5 0,75 0,75 0,75 1,0 Exclusief halen en brengen Per 100 leerlingen/studenten Middelbare school 3,7 4,5 3,7 4,9 4,9 5,0 5,0 Aandeel bezoekers (leerlingen): 11% Regionaal Opleidingen Centrum 4,7 5,4 4,8 5,8 5,9 6,0 6,0 Aandeel bezoekers (leerlingen) : 7% HBO 9,3 10,0 9,4 10,7 10,9 10,9 11,4 Aandeel bezoekers (studenten): 72% Universiteit 13,2 15,2 13,4 16,5 16,8 17,0 17,0 Aandeel bezoekers (studenten): 48% Per 100m2 bvo Kinderdagverblijf 1,0 1,2 1,0 1,4 1,5 1,5 1,75 Exclusief halen en brengen Per 10 studenten Avondonderwijs 4,5 5,6 4,6 6,8 6,9 10,5 10,5 Aandeel bezoekers (studenten): 95% 5.3 aanwezigheidspercentages Niet alle gebruikers zijn op alle momenten van de week aanwezig. Per moment zijn verwachte aanwezigheidspercentages bepaald. Op die manier kunnen openbare parkeerplaatsen worden aangewend om te voorzien in de parkeerbehoefte van meerdere functies. werkdag ochtend werkdag middag werkdag avond werkdag nacht Koop avond Vrijdag middag Vrijdag avond Zaterdag middag Zaterdag avond Zondag middag Woningen bewoners 60% 60% 90% 100% 80% 70% 70% 75% 80% 75% Serviceflat bewoners 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Woningen bezoekers 40% 50% 75% 0% 70% 60% 100% 100% 100% 90% Kantoor/bedrijven 100% 100% 5% 0% 5% 60% 0% 0% 0% 0% Commerciële dienstverlening 100% 100% 5% 0% 75% 100% 5% 0%2) 0% 0% Detailhandel 30% 60% 10% 0% 75% 60% 60% 100% 0%3) 60% Grootschalige detailhandel 30% 60% 70% 0% 80% 60% 70% 100% 0%3) 0%4) Supermarkt 50% 60% 40% 0% 80% 80% 80% 100% 40% 60% Sport binnen 50% 50% 100% 0% 100% 40% 100% 100% 100% 75% Sport buiten 25% 25% 50% 0% 50% 25% 50% 100% 25% 100% Bioscoop/theater 5% 40% 50% 0% 50% 40% 100% 50% 100% 40% Arts, therapeut, consultatie 100% 100% 10% 0% 10% 75% 5% 0% 0% 0% Verpleging/verzorging 100% 100% 50% 25% 50% 100% 50% 100% 100% 100% Ziekenhuis patiënten en bezoek 100% 100% 40% 5% 40% 100% 40% 40% 40% 40% Ziekenhuis medewerkers 100% 100% 40% 10% 40% 100% 40% 20% 20% 20% Restaurant/snackbar 30% 40% 90% 0% 90% 60% 90% 70% 100% 50% Café 10% 40% 70% 0%5) 80% 60% 90% 80% 100% 70% Recreatief verblijf (hotel) 75% 60% 80% 100% 80% 60% 75% 80% 90% 75% Dagonderwijs, kinderdagverblijf 100% 100% 0% 0% 0% 100% 0% 0% 0% 0% Avondonderwijs 0% 0% 100% 0% 100% 0% 100% 0% 0% 0% Tabel SEQ Tabel \* ARABIC1 Aanwezigheidspercentages Koopavond indien van toepassing Indien zaterdag geopend: 100% Indien zaterdagavond geopend: 70% Indien koopzondag: 100% Vrijdag en zaterdagnacht: 10% 5.4 halen en brengen bij basisscholen en kinderdagverblijven Maatwerk is noodzakelijk voor het bepalen van het aantal benodigde haal- en brengplekken bij bassischolen. Er is door het CROW een rekentool ontwikkeld om een inschatting te maken. Het aantal leerlingen wordt dan vermenigvuldigd met de correctiefactor, en daarna met het gemiddelde percentage leerlingen dat met de auto wordt gebracht. Het aantal leerlingen dat met de auto gebracht wordt dan wel worden onderzocht en onderbouwd voor de specifieke school. Als dat niet kan zijn de gemiddelde waarden van toepassing. De toegepaste reductiefactor verschilt tussen de onderbouw en bovenbouw. Voor het kinderdagverblijf geldt ook een reductiefactor. De reductiefactor is berekend met behulp van twee gemiddelden. Dat zijn het aantal voertuigen dat tegelijkertijd parkeert, en het aantal leerlingen dat in 1 auto wordt gebracht. De getallen in de tabel zijn afkomstig uit CROW-publicatie 182 Parkeerkencijfers- basis voor parkeernormering. Correctiefactor Opbouw correctiefactor Gemiddeld percentage leerlingen met de auto Groep 1-3 0,375 0,5 x 0,75 45% 30 – 60% Groep 4-8 0,2125 0,25 x 0,85 22,5% 5 – 40% Kinderdagverblijf 0,1875 0,25 x 0,75 65% 50 – 80% 5.5 Parkeernormen fiets Woningen bewoners Per Alle zones Maatgevende moment woning Grondgebonden woning 5,0 maandag- of dinsdag avond en nacht woning Appartement >100m 5,0 maandag- of dinsdag avond en nacht woning Appartement 75m-100m 4,0 maandag- of dinsdag avond en nacht woning Appartement <75m 3,0 maandag- of dinsdag avond en nacht woning Aanleunwoning 0,5 maandag- of dinsdag avond en nacht Woningen bezoekers Per Zones 1-6 Zone 7 Maatgevende moment woning Bezoekers 0,5 per woning 0,3 per woning doordeweekse avond en zaterdagmiddag Bedrijven 1 2 3 4 5 6 7 Maatgevende moment per 100m2 bvo Kantoor zonder baliefunctie 1,5 1,2 1,2 1,1 0,9 0,8 0,7 dinsdag of donderdagochtend per 100m2 bvo Commerciële dienstverlening; kantoor met baliefunctie 2,0 1,9 1,6 1,4 1,1 1,0 0,9 dinsdag of donderdagochtend per 100m2 bvo Arbeidsintensief (industrie, werkplaats) 1,5 1,2 1,2 1,0 0,7 0,7 0,7 dinsdag of donderdagochtend per 100m2 bvo Arbeidsextensief (transport, opslag) 0,7 0,4 0,6 0,4 0,3 0,3 0,3 dinsdag of donderdagochtend per 100m2 bvo Verzamelfunctie 1,2 1,0 1,0 0,8 0,6 0,6 0,6 dinsdag of donderdagochtend Gezondheid en maatschappelijke voorzieningen Zones > 1 2 3 4 5 6 7 Maatgevende moment per behandel -kamer Huisartsenpraktijk 1,2 1,2 1,1 0,9 0,8 0,8 0,4 werkdag 9-12 / 14-16 uur Fysiotherapiepraktijk 1,2 1,2 1,1 0,9 0,8 0,8 0,4 werkdag 9-12 / 14-16 uur per behandel -kamer Consultatiebureau 1,2 1,2 1,1 0,9 0,8 0,8 0,4 werkdag 9-12 / 14-16 uur per behandel -kamer Consultatiebureau voor ouderen 1,0 1,0 0,9 0,8 0,7 0,7 0,3 werkdag 9-12 / 14-16 uur per behandel -kamer Gezondheidscentrum 1,2 1,2 1,1 0,9 0,8 0,8 0,4 werkdag 9-12 uur per behandel -kamer Tandartspraktijk 2,5 2,5 2,0 2,2 2,0 2,0 1,9 werkdag 9-12 / 14-16 uur per 100m2 bvo Ziekenhuis 1,1 1,0 1,0 0,9 0,8 0,8 0,6 maandag, dinsdag of donderdag 10-12, 14-16 en 19-20 uur per wooneenheid Verpleeg- en verzorgingstehuis 0,5 0,5 0,5 0,8 0,7 0,7 0,7 maandag- of dinsdag avond en nacht per winkel Apotheek 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 werkdag 14-16 uur per gelijktijdige plechtigheid crematorium 6 6 6 6 6 6 6 Tijdens plechtigheid begraafplaats 6 6 6 6 6 6 6 Tijdens plechtigheid Per cel Penitentiaire inrichting 0,06 0,06 0,06 0,06 0,06 0,06 0,06 Geen Per zitplaats Religiegebouw 0,35 0,35 0,35 0,35 0,35 0,35 0,35 Tijdens dienst Sport, cultuur en recreatie Zones > 1 2 3 4 5 6 7 Maatgevende moment per 100m2 bvo Bibliotheek 3,5 3,5 3,5 3,1 2,9 2,7 2,0 woensdag 13-16 uur per 100m2 bvo Museum 1,35 1,0 1,35 0,7 0,7 0,7 0,6 buiten schooltijden per 100m2 bvo Bioscoop 6,0 6,0 6,0 2,8 1,25 1,65 1,0 zaterdag 19-22 uur per 100m2 bvo Filmhuis 6,0 6,0 6,0 2,8 1,25 1,65 1,0 zaterdag 19-22 uur per 100m2 bvo Schouwburg 23,0 17,5 20,0 13,0 11,0 9,0 6,0 zaterdag 19-22 uur per 100m2 bvo Musicaltheater 23,0 17,5 20,0 13,0 11,0 9,0 6,0 zaterdag 19-22 uur per 100m2 bvo Casino 1,65 1,65 1,3 1,3 0,95 0,6 0,5 vrijdag t/m zondag 20-23 uur per 100m2 bvo Dansstudio 5,6 3,7 5,6 2,8 2,8 2,6 2,0 maandag t/m woensdag 19-21 uur per 100m2 bvo Discotheek 15,0 12,5 12,5 10,0 10,0 10,0 7,0 vrijdag en zaterdag 21-02 uur per 100m2 bvo Evenementenhal 1,4 1,3 1,3 1,0 1,0 1,0 0,5 evenementen per 100m2 bvo Sportschool (<1000m2 bvo) 5,8 3,6 5,6 2,9 2,9 2,7 2,0 maandag t/m woensdag 19-21 uur per 100m2 bvo Fitnesscentrum (>1000m2 bvo) 5,8 3,6 5,6 2,9 2,9 2,7 2,0 maandag t/m woensdag 19-21 uur per 100m2 bvo Sporthal 5,3 3,8 5,3 2,9 2,9 2,8 2,3 zaterdag en zondag 13-18 uur per 100m2 bvo Sportzaal 6,5 3,8 6,4 2,6 2,6 2,4 2,0 gebruikstijden per 100m2 bvo Tennishal 0,8 0,6 0,8 0,5 0,5 0,5 0,4 maandag t/m woensdag 19-21 uur, weekend overdag per 100m2 bvo Padelhal 1,55 1,15 1,55 1,0 1,0 1,0 0,8 maandag t/m woensdag 19-21 uur, weekend overdag per 100m2 bvo Squashhal 5,1 3,4 5,1 3,0 3,0 3,0 2,5 Weekend overdag per 100m2 bvo Kunstijsbaan <400m lang 5,7 2,35 5,7 1,9 1,9 1,8 1,6 Weekend overdag per 100m2 bvo Kunstijsbaan 400m 3,7 3,7 3,7 3,3 3,3 3,2 2,9 Weekend overdag per 100m2 bvo Ski- en snowboardhal 3,5 3,5 3,5 3,5 3,2 3,0 2,9 weekenddagen overdag per 100m2 bvo Sauna, hammam 5,0 4,0 4,5 4,0 3,0 3,0 2,5 zaterdagmiddag per 100m2 bvo Wellnesscentrum 5,0 4,0 4,5 4,0 3,0 3,0 2,5 zaterdagmiddag per 100m2 bvo Indoorspeeltuin tot 3500 bvo 1,5 1,5 1,5 1,0 0,7 0,6 0,5 zaterdagochtend per 100m2 bvo Indoorspeeltuin groter dan 3500 1,5 1,5 1,5 1,0 0,7 0,6 0,5 zaterdagochtend Per 100m2 bassin Overdekt zwembad 20,0 20,0 20,0 16,0 12,5 9,5 9,5 vrijdag 9-13 uur Openlucht zwembad 28,0 28,0 28,0 24,0 20,5 17,5 17,5 weekenddagen april t/m september 13-16 uur Per 100m2 bassin Zwemparadijs 16,0 16,0 16,0 11,0 10,0 9,0 9,0 zaterdag 9-13 uur Per ha terrein Sportveld 57,5 57,5 57,5 52,5 52,5 52,5 50 zaterdagmiddag Per ha terrein Dierenpark 11,0 10,0 10,5 10,0 9,0 6,4 6,4 weekenddagen Per ha terrein Attractie- en pretpark 11,0 10,0 10,5 10,0 9,0 6,4 6,4 Per zitplaats Stadion 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 bij thuiswedstrijden per tuin Volkstuin 1,9 1,9 1,9 1,8 1,8 1,7 1,6 per baan Bowling 4,5 3,2 4,5 2,6 2,6 2,6 2,5 per baan Tennis (buiten) 2,6 1,9 2,6 1,7 1,7 1,7 1,4 zaterdagmiddag per baan Padel (buiten) 4,9 3,9 5,1 3,4 3,4 3,4 2,7 zaterdagmiddag per tafel Biljartcentrum 2,4 1,9 2,4 1,5 1,5 1,5 1,1 vrijdag t/m zondag 18-23 uur Per ligplaats Jachthaven 0,2 0,15 0,15 0,15 0,15 0,15 0,15 Per ha Golfbaan (18 holes) 17,5 17,5 17,5 17,5 Per ha Golfoefencentrum 17,5 17,5 17,5 17,5 Per boerderij Kinderboerderij 12,5 12,5 12,5 12,5 12,5 12,5 12,5 zaterdag overdag Per box Manege 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7 0,6 0,4 weekenddagen overdag Winkelen en boodschappen Zones > 1 2 3 4 5 6 7 Opmerkingen per 100m2 bvo Buurtsupermarkt 3,1 2,5 2,2 1,7 1,4 1,0 0,9 zaterdagmiddag 14-17 uur per 100m2 bvo Supermarkt 4,4 3,4 3,5 2,8 2,3 1,8 1,4 zaterdagmiddag 14-17 uur per 100m2 bvo Supermarkt XL 4,4 3,4 3,5 2,8 2,3 1,8 1,4 zaterdagmiddag 14-17 uur per 100m2 bvo Groothandel algemeen 1,6 1,6 1,6 1,3 1,2 1,1 0,9 zaterdagmiddag 14-16 uur, evt. koopavond per 100m2 bvo Groothandel specialist 1,6 1,6 1,6 1,3 1,2 1,1 0,9 zaterdagmiddag 14-16 uur, evt. koopavond per 100m2 bvo Kringloopwinkel 2,0 2,0 2,0 1,3 1,1 0,8 0,7 zaterdagmiddag 14-16 uur, evt. koopavond per 100m2 bvo Bruin- en witgoedzaken 0,3 0,3 0,3 0,25 0,25 0,2 0,2 zaterdagmiddag 14-16 uur, evt. koopavond per 100m2 bvo Woonwarenhuis/woonwinkel 0,3 0,3 0,3 0,25 0,25 0,2 0,2 zaterdagmiddag 14-16 uur, evt. koopavond per 100m2 bvo Groot woonwarenhuis 0,4 0,4 0,4 0,4 0,25 0,2 0,2 zaterdagmiddag 14-16 uur, evt. koopavond per 100m2 bvo Winkelgebied / winkelcentrum in stadscentrum 2,7 2,5 2,3 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. zaterdagmiddag 14-16 uur, evt. koopavond per 100m2 bvo Wijkwinkelcentrum buiten centrum (< 1 hectare bvo) n.v.t. 3,6 n.v.t. 2,9 2,4 n.v.t. n.v.t. zaterdagmiddag 14-16 uur, evt. koopavond per 100m2 bvo Wijkwinkelcentrum buiten centrum (> 1 hectare bvo) n.v.t. n.v.t. n.v.t. 4,6 3,6 2,8 2,4 zaterdagmiddag 14-16 uur, evt. koopavond per 100m2 bvo Buurtwinkelcentrum dorp (< 20.000 inwoners) 2,7 3,0 2,2 2,5 2,0 1,5 n.v.t. zaterdagmiddag 14-16 uur, evt. koopavond per 100m2 bvo Winkelboulevard 0,6 0,4 0,6 0,3 0,3 0,25 0,25 Weekend overdag per 100m2 bvo Meubel- en woonboulevard 0,6 0,4 0,6 0,3 0,3 0,25 0,25 Weekend overdag per 100m2 bvo Outletcentrum 0,7 0,4 0,6 0,3 0,3 0,25 0,2 Weekend overdag per 100m2 bvo Bouwmarkt 0,5 0,4 0,6 0,3 0,3 0,3 0,3 Weekend overdag per 100m2 bvo Groen- en tuincentrum 0,5 0,4 0,6 0,3 0,3 0,3 0,3 Weekend overdag Verblijfsrecreatie Zones > 1 2 3 4 5 6 7 Opmerkingen Per plaats Kampeerterrein 0,15 0,15 0,15 0,15 0,15 0,15 0,2 weekenden april t/m september Per recreatiewoning Recreatiepark 0,15 0,15 0,15 0,15 0,15 0,15 0,2 weekenden maart t/m oktober per kamer Hotel (1-5*) 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0 weekenden april t/m september per verblijf Bed en Breakfast 1,5 1,5 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0 weekenden april t/m september Restauratie Zones > 1 2 3 4 5 6 7 Opmerkingen Per 100m2 bvo Restaurant 11,0 9,0 11,0 6,5 6,5 6,5 6,5 vrijdag t/m zondag 18-20 uur Per 100m2 bvo Bar, cafetaria 15,0 15,0 15,0 7,5 7,5 6,5 6,5 vrijdag en zaterdag 17-23 uur Onderwijs Zones > 1 2 3 4 5 6 7 Opmerkingen Per lokaal Basisschool 13,0 13,0 11,5 13,0 14,5 11,5 11,5 Aandeel bezoekers: 0% Per 100 leerlingen/ studenten Middelbare school 80,0 80,0 80,0 80,0 80,0 80,0 80,0 Aandeel bezoekers (leerlingen): 11% Regionaal Opleidingen Centrum 48,0 48,0 48,0 48,0 48,0 48,0 48,0 Aandeel bezoekers (leerlingen) : 7% HBO 64,0 64,0 64,0 64,0 64,0 64,0 64,0 Aandeel bezoekers (studenten): 72% Universiteit 64,0 64,0 64,0 64,0 64,0 64,0 64,0 Aandeel bezoekers (studenten): 48% Per 100m2 bvo Kinderdagverblijf 1,0 1,0 1,0 0,75 0,75 0,75 0,75 Aandeel bezoekers: 0% Per 10 studenten Avondonderwijs 4,0 3,8 3,7 3,75 3,75 3,5 3,5 Aandeel bezoekers (studenten): 95% Toelichting De toelichting bij een regeling is in beginsel geen onderdeel van de regeling zelf. Het bevat de verantwoording van het ‘waarom’ van het voorstel, het geeft een nadere uitleg van de regeling waar dat van belang is voor een beter begrip en voor de toepassing ervan. Artikelsgewijze toelichting Artikel 3.1.1 Toepassing parkeernorm Het uitgangspunt van de manier waarop de parkeernormen worden toegepast is om het parkeren in balans te brengen met de andere ruimtelijke ambities van de gemeente: niet te veel en niet te weinig parkeerplaatsen, en de juiste parkeerder op de juiste locatie. Het parkeeraanbod bestaat uit parkeerplaatsen voor privégebruik en openbare parkeerplaatsen Artikel 3.1.2 Bepaling oppervlakte Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) verwijst naar de NEN 2580. Onder bruto vloeroppervlakte (b.v.o.) vallen alle ruimtes binnen het gebouw. De uitzondering hierop vormen de inpandige parkeervoorzieningen en de overdekte buitenruimte, bijvoorbeeld bij overdekte winkelpassages of een overdekte laad- en losruimte. Voor die deze ruimte is er geen parkeernorm. Artikel 3.1.3 Verantwoordelijkheden initiatiefnemer Door Initiatiefnemers verantwoordelijk te maken voor het realiseren van parkeerplaatsen worden zij gestimuleerd te zoeken naar mogelijkheden om (een deel van) de nieuwe parkeervraag duurzaam onder te brengen in niet tot de openbare ruimte behorende parkeervoorzieningen. Met eigen terrein wordt bedoeld het gehele grondgebied of plangebied van het bouwinitiatief. Soms heeft dat betrekking op een bouwinitiatief op één perceel. Bij grotere projecten met meerdere woningen betekent ‘eigen terrein’ het plangebied. Dat kan betekenen dat er ook in de nieuwe openbare ruimte geparkeerd mag worden. Het komt voor dat een deel van de grond, inclusief de parkeerplaatsen, wordt overgedragen aan de gemeente, zodat deze openbaar wordt. Artikel 3.1.4 Toepassing dubbelgebruik Niet elke functie genereert op alle momenten van de dag en week een even grote parkeerbehoefte. Bewoners van de woningen genereren de hoogste parkeervraag gedurende de nacht. Terwijl bezoekers van de bewoners, werknemers van bedrijven of winkelend publiek, op dat moment niet aanwezig zijn. De openbare parkeerplaatsen die zij overdag gebruiken, kunnen in de nacht worden gebruikt door bewoners. Door toepassing van aanwezigheidspercentages wordt rekening gehouden met dit aspect. Er zijn dan minder parkeerplaatsen nodig. Bij woonfuncties is dubbelgebruik tussen de parkeerbehoefte van bewoners en bezoekers niet toepasbaar in zones 6 en 7. In zones 6 en 7 worden de parkeerplaatsen doorgaans op eigen terrein aangelegd. Daardoor is de parkeerplaats doorgaans alleen bruikbaar voor bezoekers aan de woning die op hetzelfde eigen terrein ligt. Het toepassen van aanwezigheidspercentages is niet mogelijk bij privé parkeerplaatsen, omdat daarvan uitsluitend de eigenaren en diens bezoekers gebruik kunnen maken. Bij particuliere semi-openbare parkeerplaatsen die voor meerdere gebruikers bestemd zijn, zoals een parkeerterrein bij een winkelcentrum, kunnen de aanwezigheidspercentages wel worden toegepast onder de gebruikers die van de parkeerplaatsen gebruik kunnen en mogen maken. Artikel 3.1.5 Salderen bestaande parkeerbehoefte Salderen is toegestaan in bestaand bebouwd gebied bij functiewijziging, herontwikkeling en sloop. Saldering betekent dat een bestaand tekort aan plaatsen in de bestaande situatie niet hoeft te worden opgelost met een nieuwe ontwikkeling. Daarvoor wordt de bestaande parkeerbehoefte vergeleken met de parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling. Op die manier is te beoordelen of de parkeerbehoefte op één of meer momenten in de week toeneemt, met hoeveel plaatsen dat is, en of het mogelijk is om die toename in de bestaande parkeervoorraad op te vangen. Bij het toepassen van saldering moeten de aanwezigheidspercentages uit bijlage 5.3 worden toegepast bij het bepalen van de parkeerbehoefte in de bestaande situatie, om het effect van de functiewijziging op de parkeerbehoefte voor de maatgevende momenten te bepalen. Voorbeeld: verschuiving van de maatgevende parkeerbehoefte Een regelmatig voorkomende ontwikkeling is de omzetting van een kantoor naar woningen. In deze omzetting zijn er twee doelgroepen: werknemers van het kantoor en toekomstige bewoners. Deze doelgroepen kennen een specifieke aanwezigheid gedurende de dag of week. Werknemers zijn voornamelijk overdag aanwezig en in de avond en in de nacht niet. Bewoners zijn overdag gedeeltelijk aanwezig en in de nacht thuis. In een transformatieontwikkeling van kantoor naar woningen is, op basis van de in bijlage 5.3 opgenomen aanwezigheidspercentages, sprake van een verschuiving van de maatgevende parkeerbehoefte. Het moment waarop de woningen tot een hoge parkeerbehoefte leiden is met name de werkdagnacht. Dat is het moment waarop het kantoor tot geen enkele parkeerbehoefte leidt. Dit heeft tot gevolg dat in deze omzetting sprake is van een geheel nieuwe parkeerbehoefte. Er kan dus niet worden gesaldeerd. Artikel 3.1.6 Bruikbaarheid en toegankelijkheid parkeerplaatsen Voor sommige functies is bij de parkeernorm aangegeven hoeveel parkeerplaatsen bestemd zijn voor de bezoekers van de functies, per eenheid of percentage van het totaal voor hen toegankelijk zijn. De aanleg en de openbaarheid van bezoekers parkeren kan een probleem vormen voor het gebruik. Het bezoekers parkeren moet met openbaar toegankelijke parkeerplekken opgelost worden. Een automobilist moet de betreffende parkeergelegenheid via de openbare weg kunnen bereiken en gebruiken. Er zijn gebieden in de gemeente waar geen openbare parkeergelegenheden zijn. Daar dient in de parkeereis van bezoekers op particulier terrein te worden voorzien. De publicaties van CROW over de inrichting van de openbare ruimte binnen de bebouwde kom bevatten aanbevelingen over de afmetingen van parkeerplaatsen en parkeerterreinen voor auto’s en over stallingsvoorzieningen voor fietsen. De gemeente heeft sommige van deze aanbevelingen gebruikt in het programma van eisen voor het bouwrijp maken van gebieden. Artikel 3.1.7 Dominant gebruik Het komt voor dat er in één pand meerdere functies zijn gevestigd. In warenhuizen, musea of tuincentra kan bijvoorbeeld horeca gevestigd zijn. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte is in die gevallen de parkeernorm van de meest dominante functie bepalend. Als geen van de functies dominant is, wordt de parkeerbehoefte van elke functie berekend naar de oppervlakte van deze functies. Als de functies ongeveer gelijkwaardig zijn, dan wordt de parkeerbehoefte berekend naar evenredigheid van de functionaliteiten. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een dealerbedrijf; de parkeerbehoefte veroorzaakt door de 'showroom' is vaak even sterk aanwezig als die van de 'werkplaats'. Bij een hotel kan het restaurant geopend zijn voor niet hotelgasten. In het omgevingsplan zijn regels opgenomen over de aanvaardbaarheid van een beroep of bedrijf aan huis. Daaraan zijn wel voorwaarden gebonden, waarvan er één gerelateerd is aan verkeer en parkeren. Het gebruik mag geen onevenredige parkeerdruk in het openbaar gebied laten ontstaan. Die toetsing wordt uitgevoerd met behulp van de parkeernormen in deze nadere regels. Het gebruik van een deel van de woning als bedrijf mag evenmin een nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van verkeer. In het omgevingsplan zal naar verwachting een vergelijkbare regel worden opgenomen. Artikel 3.1.8 Parkeerplaatsen op eigen erf Het behoud en het gebruik van parkeerplaatsen op eigen erf is niet altijd te garanderen. In de praktijk blijkt bijvoorbeeld dat garageboxen niet wordt gebruikt voor het parkeren van de auto, maar als bergruimte. Als hier bij de parkeernormen geen rekening mee wordt gehouden, kan parkeeroverlast ontstaan in de openbare ruimte. Dat kan ook gebeuren als tussenwoningen gecombineerd worden met vrijstaande- of twee onder één. Parkeerplaatsen die aangelegd worden in de openbare ruimte en bedoeld zijn voor de bewoners van huizen zonder eigen oprit, worden ook gebruikt door mensen die wel parkeergelegenheid op eigen terrein hebben, maar deze niet altijd volledig benutten. Het komt dus voor dat gebruikers die op eigen erf zouden kunnen parkeren dat desondanks niet doen. Daarom geldt in deze gebieden een correctiefactor die bepaalt in hoeverre een parkeerplaats op eigen erf meetelt in het parkeeraanbod op de parkeerbalans. Daaruit volgt hoeveel parkeerplaatsen er in de publieke ruimte moeten worden aangelegd. Het berekeningsaantal is het deel van de niet-afgeronde parkeernorm voor bewoners, waaraan met dit type parkeervoorziening op eigen terrein wordt voldaan. De parkeernorm voor de bewoners van een woning is bijvoorbeeld 1,9. Als de woning twee parkeerplaatsen naast elkaar op eigen erf krijgt tellen deze 2 parkeerplaatsen mee als 1,7 plaatsen. Zodoende blijft een parkeerbehoefte van 0,2 (1,9 – 1,7) over. Dit restant moet in de openbare ruimte worden opgevangen. In de lintdorpen en het buitengebied (zones 6 en 7) gebeurt het parkeren voornamelijk op eigen terrein, omdat daar in de openbare ruimte geen gelegenheid voor is. Dit betekent dat de gehele parkeerbehoefte op eigen terrein moet worden opgevangen, inclusief die van bezoekers. Het toepassen van de correctiefactor heeft dan geen invloed op het aantal parkeerplaatsen dat in het openbaar gebied moet worden aangelegd. In zones 1 tot en met 5, waar de woonwijken en de centra in liggen, is het parkeren gecombineerd tussen het openbaar gebied en eigen terrein. Bezoekers en bewoners kunnen daar in het openbaar gebied parkeren. In zones 6 en 7 komt dat minder vaak voor. Artikel 3.1.9 Gehandicaptenparkeerplaatsen De afmetingen en inrichtingsvoorschriften in de publicaties van het CROW kunnen om niet beschikbaar worden gesteld. Artikel 3.1.10 Restcapaciteit Bij het beoordelen van de benodigde omgevingsvergunning moet worden bepaald of de verwachte verandering in de parkeerbehoefte op basis van parkeeronderzoek kan worden opgevangen, wanneer daarin niet binnen het plangebied of op eigen terrein kan worden voorzien. Voorwaarde hierbij is dat die parkeerruimte aanwezig is op de voor de functie relevante momenten, en dat de bezettingsgraad in de nabije omgeving – inclusief de toename ten gevolge van het bouwplan - niet boven de geaccepteerde parkeerdruk uitkomt. Dit dient onderzocht te worden door het uitzetten van een parkeeronderzoek. In de lintdorpen en in het buitengebied (zones 6 en 7) zijn zoals gezegd op enkele uitzonderingen na geen openbare parkeerplaatsen beschikbaar, terwijl parkeren officieel wel is toegestaan op de rijbaan. Er kan daardoor geen betrouwbare parkeerdrukmeting worden opgesteld in de openbare ruimte. Zone Maximaal geaccepteerde parkeerdruk 1, 2, 3 85% 4, 5 90% 6, 7 n.v.t. De indiener van het bouwplan dient dit parkeeronderzoek uit te laten voeren bij een gerenommeerd verkeersonderzoeksbureau. Bij het bepalen van de grootte van het onderzoeksgebied dient rekening gehouden te worden met de acceptabele loopafstanden, aangegeven in tabel. Categorie Loopafstand parkeerplaats - bestemming Zone 1,2, Zone 3,4 Zone 5, 6 Zone 7 Wonen bewoners 200 meter 150 meter 100 meter 50 meter Overige categorieën 400 meter 300 meter 200 meter 100 meter Voorts is het van belang dat op de juiste tijdstippen gemeten wordt en in een representatieve periode. Metingen tijdens schoolvakanties of feestdagen geven bijvoorbeeld een vertekend beeld voor de situatie voor de rest van het jaar en zijn dus niet representatief. De functie(s) van het bouwplan zijn bepalend voor de tijdstippen waarop het beste gemeten kan worden. Hieronder staan daarvoor de geschikte tijdstippen. Om een goed beeld te krijgen van de parkeersituatie in een gebied dienen er minimaal vier metingen in twee opeenvolgende weken uitgevoerd te worden. Meetmomenten parkeerdruk Ochtend Tussen 07:00 en 11:00 Middag Tussen 12:00 en 16:30 Avond Tussen 19:00 en 22:00 Nacht Tussen 22:00 en 05:00 Bij het nagaan of er binnen een loopafstand voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn, is het ook van belang dat niet alle plaatsen voor alle type gebruikers kunnen worden aangewend. Bezoekers en winkelend publiek zijn geneigd om gebruik te maken van betaalde parkeergarages in centrum- en winkelgebieden. Voor bewoners, die er normaal gesproken vaker zijn dan bezoekers, is dat te kostbaar. Van bewoners van het gebied kan daarom niet worden verwacht dat zij een auto voor langere duur tegen betaling in de buurt van hun woning gaan parkeren. Dit betekent dat de beschikbare plaatsen in betaalde parkeergarages op loopafstand wel kunnen worden aangewend voor de parkeerbehoefte van bezoekers en winkelend publiek, maar niet voor die van bewoners. Bepaalde parkeerplaatsen, waarvan het behoud en/of de toekomstige bruikbaarheid en toegankelijkheid ter discussie staat, of die reeds voor een andere ontwikkeling zijn aangewend, kunnen door het bevoegd gezag buiten beschouwing worden gelaten bij het bepalen van de parkeerdruk in de omgeving van een planlocatie. Artikel 3.1.11 Geen verstrekking ontheffingen of vergunningen parkeerregulering Binnen gebieden waar het parkeren in de openbare ruimte gereguleerd is, kan voorkomen worden dat een ruimtelijke ontwikkeling de parkeerdruk in de omgeving verhoogt. Dat kan door geen nieuwe ontheffingen of vergunningen te verstrekken voor het parkeerregime dat van kracht is in het gebied. Een initiatiefnemer kan binnen de ontwikkeling particuliere parkeerplaatsen realiseren, zodat toekomstige eigenaren van die plaatsen gebruik kunnen maken en zodat ze niet afhankelijk zijn van de openbare ruimte om te parkeren. De initiatiefnemer heeft de informatieplicht om dit mee te delen aan het toekomstige huurders/kopers opdat zij een degelijke beslissing kunnen nemen. Hierdoor wordt de omgeving van de bouwontwikkeling beschermd tegen extra parkeerdruk in de openbare ruimte. Voor elke openbare parkeerplaats die bij een ontwikkeling wordt toegevoegd, overgedragen aan de gemeente en opgenomen in het parkeerregime, kan één gerealiseerde woning van deze ontwikkeling in aanmerking komen voor een ontheffing voor het betreffende parkeerregime. Daarvoor moeten de woning en de parkeergelegenheid wel dicht genoeg bij elkaar gelegen zijn op basis van de in deze nadere regels gehanteerde loopafstand. De initiatiefnemer kan in eerste instantie bepalen welke van de gerealiseerde woningen in aanmerking komen voor een ontheffing van het parkeerregime. Openbare parkeerplaatsen moeten in ieder geval in overeenstemming met de afmetingen en inrichtingseisen uit het ASVV 2021 worden aangelegd. De andere woningen worden aan de GROP-lijst (geen recht op parkeerontheffing) toegevoegd door wijzigingen van toepasselijke wet- en regelgeving door te voeren. De bewuste adressen kunnen mogelijk in specifieke gevallen op een wachtlijst worden geplaatst voor de verstrekking voor een vergunning of ontheffing van het ter plaatse geldende parkeerregime. Artikel 3.1.12 Parkeerkencijfers CROW Het is mogelijk dat er aanvragen worden ingediend voor het realiseren van een functie waarvoor in deze nadere regels parkeernormen geen parkeernorm is opgenomen. In die gevallen kan het nodig zijn om ad hoc een onderbouwde parkeernorm op te stellen bij het behandelen van de aanvraag. Dat kan het college doen op basis van de op dat moment meest recente publicatie parkeerkencijfers van het CROW, of naar voorbeeld van andere gemeenten. Artikel 3.1.13 Bijzondere omstandigheden Er kunnen zich situaties voordoen waarbij het niet mogelijk blijkt om de gehele parkeerbehoefte op eigen terrein of in de openbare ruimte binnen de gestelde acceptabele loopafstand te voldoen, maar waarbij het wel wenselijk of acceptabel is om de omgevingsvergunning te verlenen. In die situaties kan door het college van burgemeester en wethouders gedeeltelijk worden afgeweken. Dergelijke gevallen doen zich met name voor bij functiewijzigingen van bestaande gebouwen, bij leegstaande bedrijfspanden of woningen, in een gebied waar de parkeerdruk op meerdere momenten in de week al hoog is, of in gebieden waar er geen openbare parkeerplaatsen zijn. Deze nadere regels zijn dan nog wel van toepassing om de parkeerbehoefte te bepalen. De afwijkingsmogelijkheid strekt zich tot de verplichting om voldoende parkeergelegenheid te realiseren en in stand te houden, binnen de gestelde acceptabele loopafstanden. Daarbij wordt getoetst of in de parkeerbehoefte wel op een grotere loopafstand kan worden voorzien.
Categorie: APV
In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer over deze regio
Meer meldingen zoals "Nadere regels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam over de voorwaardelijke verplichting om zorg te dragen voor de realisatie en instandhouding van voldoende parkeervoorzieningen bij omgevingsvergunningen (Nadere..."

Mededelingen
Interne klachtenregeling Omgevingsdienst Noord-Holland Noord 2026

Mededelingen
Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam over de bevoegdheid tot invordering van gemeentelijke belastingen (Leidraad invordering gemeentelijke belastingen Edam-Volendam)

APV
Nadere regels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam over de voorwaardelijke verplichting om zorg te dragen voor de realisatie en instandhouding van voldoende parkeervoorzieningen bij omgevingsvergunningen (Nadere...

APV
Verordening van de raad van de gemeente Edam-Volendam over de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht (Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht Edam-Volendam 2026)

Mededelingen
Kennisgeving besluit ‘Vaststellen Natura 2000-beheerplan Schoorlse Duinen’

Omgeving
Kennisgeving besluit op aanvraag omgevingsvergunning voor het plaatsen van zonnepanelen, Noorderstraat 24 te Edam

APV
Subsidieregeling van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam regelende het verlenen van subsidie ter bevordering van verduurzaming van slecht geïsoleerde woningen onder een WOZ-waarde van € 477.000 in de gemeente...

APV
Subsidieregeling van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam regelende het verlenen van subsidie ter bevordering van verduurzaming van slecht geïsoleerde woningen vanaf een WOZ-waarde van € 477.000 in de gemeente...

APV
Participatieverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

APV
Legesverordening HHNK 2026

Omgeving
Kennisgeving termijnverlenging Z2026-00000881, Nieuwehaven 34 te Edam

APV
Uitvoeringsregeling subsidie buurtbusprojecten Noord-Holland 2023

