Participatieverordening gemeente Drimmelen 2026

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

APV

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-11-04

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente Drimmelen

Informatie

Participatieverordening gemeente Drimmelen 2026 Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen Artikel 1. Doelstellingen Het doel van deze verordening is om uitgangspunten ten aanzien van participatie vast te leggen, zodat verwachtingen bij deelnemers aan participatietrajecten duidelijk zijn. Deze verordening regelt de manier waarop de gemeente inwoners en andere belanghebbenden betrekt bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid. Deze verordening regelt de manier waarop inwoners en externe partijen bepaalde taken van de gemeente kunnen overnemen. Artikel 2. Toepassingsbereik Deze verordening is niet van toepassing op participatie of andere initiatieven van inwoners en bedrijven die al zijn geregeld in andere al dan niet gemeentelijke verordeningen, regelgeving of procedures. Artikel 3. Definities Deze verordening verstaat onder: -Beleidsvoornemen: het voornemen van een bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid (visie, plan, programma of regels); -Bestuursorgaan: de gemeenteraad, het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Drimmelen of de burgemeester van de gemeente Drimmelen; -Inwoners: ingezetenen van de gemeente Drimmelen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet; -Inwonersparticipatie: het op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, ondernemers, (maatschappelijke) partijen of experts met een lokaal belang bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijke projecten, programma’s, plannen en beleid; -Jongeren: inwoners uit gemeente Drimmelen van 10 tot 24 jaar; -Jeugd Advies Team: een panel bestaande uit jongeren die de gemeente gevraagd en ongevraagd advies kunnen geven; -Kwetsbare groepen: groepen personen die door een combinatie van persoonlijke, sociale en/of economische factoren een verhoogd risico lopen op maatschappelijke achterstand en daardoor extra ondersteuning nodig hebben om volwaardig te participeren; -Maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, buurtcomités, sociale ondernemingen en andere organisaties die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de lokale samenleving binnen de gemeente; -Ondernemers: bedrijven en instellingen die statutair binnen de gemeente zijn gevestigd of in hoofdzaak binnen de gemeente hun activiteiten verrichten; -Uitdaagrecht: het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om een voorstel te doen tot het overnemen van een gemeentelijke taak, zoals bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet. Hoofdstuk 2 - Inwonersparticipatie Artikel 4. Reikwijdte 1.Elk bestuursorgaan kan besluiten ten aanzien van zijn eigen beleid of inwonersparticipatie wordt toegepast met inachtneming van leden 2 tot en met 4 van dit artikel.2.Inwonersparticipatie wordt toegepast als de wet daartoe verplicht. 3.Inwonersparticipatie wordt in beginsel toegepast wanneer het te verwachten is dat er belanghebbenden zijn die te maken krijgen met het betreffende beleid of besluit, ofwel wanneer te verwachten is dat betrokken inwoners, partijen of experts over relevante ervaringskennis beschikken die bruikbaar is bij de ontwikkeling of wijziging van beleid of een besluit door het bestuursorgaan. 4.Er vindt geen inwonersparticipatie plaats: a.Als er sprake is van een reeds lopend uitvoerings- of evaluatietraject; b.Als er sprake is van ondergeschikte aanpassingen van een eerder vastgesteld beleid of beleidsvoornemen; c.Als inwonersparticipatie bij of op grond van wettelijk voorschrift uitgesloten is; d.Als de uitvoering van een beleidsvoornemen zo spoedeisend is dat inwonersparticipatie niet kan worden afgewacht; e.Als het belang van inwonersparticipatie niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving; f.Als er sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; g.Als het om interne organisatorische aangelegenheden van de gemeente gaat; h.Als het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet gaat. Artikel 5. Procedure inwonersparticipatie 1.Het bestuursorgaan stelt bij de start van elke inwonersparticipatie, op basis van het lokale participatiebeleid, vast op welke manier de inwonersparticipatie wordt toegepast. Dit is het participatieplan. Dit plan wordt schriftelijk vastgesteld. Een informatieve samenvatting daarvan wordt digitaal ontsloten via een gemeentelijke website. 2.Indien inwonersparticipatie wordt toegepast, wordt in ieder geval dit beschreven in het participatieplan: a.Het onderwerp van de inwonersparticipatie; b.Het doel van inwonersparticipatie; c.De gewenste kaders en uitgangspunten voor inwonersparticipatie; d.De beïnvloedingsruimte en daarbij gekozen participatievorm; e.Wie betrokken worden bij de inwonersparticipatie; f.Hoe verschillende belanghebbenden worden bereikt en hoe wordt gestreefd naar een zo breed en representatief mogelijke deelname; g.De planning van de inwonersparticipatie; h.Informatie over de ambtelijke en bestuurlijke besluitvorming over het beleid; i.Hoe deelnemers tijdens en na het participatieproces worden geïnformeerd en hoe wordt teruggekoppeld wat met hun inbreng is gedaan. 3.Als het college van Burgemeester en Wethouders de besluitvorming over beleid voor de gemeenteraad voorbereidt, stelt het college van Burgemeester en Wethouders het participatieplan op en informeert de gemeenteraad over de inhoud door middel van een raadsbrief. Artikel 6. Eindverslag inwonersparticipatie 1.Nadat inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden stelt het bestuursorgaan een eindverslag van de inwonersparticipatie op. Dit eindverslag wordt: a.Actief met participanten gedeeld; b.Digitaal ontsloten via een gemeentelijke website. 2.Het eindverslag bevat in elk geval: a.Een beschrijving van het participatieproces op hoofdlijnen; b.Een beschrijving wie zijn betrokken en op welke wijze; c.Een weergave van de inbreng van betrokkenen zoals die tijdens het participatieproces mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht; d.Een onderbouwde reactie, waarbij wordt aangegeven welke punten al dan niet worden overgenomen en waarom. e.Een evaluatie van het uitgevoerde participatieproces. 3.Het college van Burgemeester en Wethouders brengt het eindverslag ter kennisname aan de gemeenteraad, indien het college van Burgemeester en Wethouders ook de inwonersparticipatie heeft voorbereid, conform artikel 5, derde lid. Artikel 7. Inspraak Als een bestuursorgaan in het kader van de inwonersparticipatie voor inspraak kiest of als inspraak wettelijk verplicht is, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander proces vaststelt. Artikel 8. Jongerenparticipatie 1.Betrokkenheid van jongeren bij beleidsvoornemens, die hen raken, is belangrijk. 2.Als jongerenparticipatie een bijdrage levert aan een beleidsvoornemen, dan kan het Jeugd Advies Team betrokken worden bij een participatietraject. Hoofdstuk 3 – Uitdaagrecht Artikel 9. Reikwijdte 1.Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of het uitdaagrecht wordt toegepast.2.Uitdaagrecht is niet mogelijk: a.Als er sprake is van een lopend uitvoeringstraject of ondergeschikte herzieningen daarvan; b.Als toepassing van het uitdaagrecht bij of krachtens wettelijk voorschrift uitgesloten is; c.Als er sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; d.Als het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet gaat. e.Als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde, conform het Inkoop- en aanbestedingsbeleid van gemeente Drimmelen, uitkomt; f.Als de uitvoering van een beleidsvoornemen zo spoedeisend is dat het benutten van uitdaagrecht niet kan worden afgewacht; g.Als het belang van uitdaagrecht niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving; Artikel 10. Verzoek toepassing uitdaagrecht 1.Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij het college van Burgemeester en Wethouders een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht indienen.2.Het verzoek bevat in ieder geval: a.Een omschrijving van de taak die de indiener voor ogen heeft; b.Wat de betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener met de taak is; c.De reden dat de indiener het verzoek indient; d.Welke kosten of middelen er volgens de indiener aan de uitvoering van de taak verbonden zijn; e.Het resultaat dat de indiener beoogt; f.Hoe de indiener de kwaliteit en de uitvoering van de taak wil waarborgen. 3.Het college van Burgemeester en Wethouders kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen. Artikel 11. Beoordeling verzoek toepassing uitdaagrecht 1.Het college van Burgemeester en Wethouders zendt een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover.2.Als de gemeenteraad op het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht moet reageren, bereidt het college van Burgemeester en Wethouders de reactie op het verzoek voor.3.Het bestuursorgaan wijst een verzoek af als het: a.Geen betrekking heeft op een gemeentelijke taak als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet; b.Toeziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van het uitdaagrecht verzet; c.In strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid; d.Niet voldoet aan de in artikel 10, tweede lid gestelde eisen. e.Bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de toepassing van het uitdaagrecht niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn; 4.Het bestuursorgaan reageert binnen twaalf weken op het verzoek nadat het verzoek door het bestuursorgaan is ontvangen. Het bestuursorgaan kan deze reactietijd verlengen met zes weken. Hierover wordt de indiener geïnformeerd.5.Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing bekend aan de indiener. Artikel 12. Uitvoering taak 1.Als het bestuursorgaan het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht toewijst, maakt het met de indiener afspraken over: a.Het proces, het resultaat en de looptijd van de uitvoering van de taak; b.Het budget en de financieringswijze van de uitvoering van de taak; c.Het onderlinge contact met het bestuursorgaan gedurende de uitvoering van de taak; d.De stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de uitvoering van de taak; e.De evaluatie van de uitvoering van de taak. Hoofdstuk 4 – Overgangs- en slotbepalingen Artikel 13. Nadere regels college van Burgemeester en Wethouders Het college van Burgemeester en Wethouders kan over inwonersparticipatie en het uitdaagrecht nadere regels vaststellen. Artikel 14. Hardheidsclausule Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening. Het bestuursorgaan onderbouwt waarom het afwijkt. Artikel 15. Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1.De Inspraakverordening Drimmelen 2004 vastgesteld op 15 april 2004 wordt ingetrokken.2.De Inspraakverordening Drimmelen 2004 blijft van toepassing op beleid waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds een inspraakprocedure op grond van die verordening was gestart. Artikel 16. Evaluatiebepaling De uitvoering van deze verordening wordt ten minste eenmaal per raadsperiode geëvalueerd. Het college informeert de gemeenteraad over de uitkomsten. Artikel 17. Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2027.2.Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening gemeente Drimmelen 2026. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 15 oktober 2026. F.M.C. Ronde griffier B.H.G. Scholtzevoorzitter

Categorie: APV

In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer meldingen zoals "Participatieverordening gemeente Drimmelen 2026"

APV

APV

Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 11 februari 2025 tot vaststelling van een subsidieregeling brandbeheersing (Subsidieregeling natuurbrandbeheersing Noord-Brabant)

APV

APV

Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 1 juni 2026, houdende regels omtrent het verstrekken van bijdragen voor de aanpak landelijk gebied (Bijdrageregeling aanpak landelijk gebied Noord-Brabant)

APV

APV

Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 27 oktober 2026 (PZH-2026-897558846 DOS-2026-0004325) tot vaststelling van het subsidieplafond voor 2027 voor de Subsidieregeling erfgoedlijnen Zuid-Holland 2025 (Besluit subsidieplafond 2027...

APV

APV

Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 27 oktober 2026, PZH-2026-897558846, DOS-2026-0004325, tot vaststelling van het Maatregelenpakket erfgoedlijnen 2027

APV

APV

Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hoeksche Waard 2027

APV

APV

Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 27 oktober 2026 houdende regels omtrent de behandeling van klachten in het kader van aanbestedingsprocedures (Regeling klachten aanbesteden Noord-Brabant 2026)

APV

APV

Participatieverordening gemeente Drimmelen 2026

Mededelingen

Mededelingen

Mededeling vergadering Provinciale Staten

Mededelingen

Mededelingen

Vaststelling notitie reikwijdte en detailniveau dijkversterking Geertruidenberg-Noord - Dombosch (GENDO)

Mededelingen

Mededelingen

Ontwerp-Voorkeursbeslissing en plan-MER dijkversterking Willemstad-Noordschans ter inzage

APV

APV

Verordening functionerings- en klankbordgesprekken dijkgraaf en algemeen bestuur Waterschap Rivierenland 2026

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Omgevingsverordening Noord-Brabant, regelwijziging 3