Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Zutphen 2026

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

APV

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-07-29

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente Zutphen

Informatie

Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Zutphen 2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen, overwegende dat het gewenst is regels te stellen over de rechtspositie van burgemeester en wethouders; gelet op artikel(en) 44 en 66 van de Gemeentewet en 3.3.2, 3.3.3, tweede lid en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers; b e s l u i t : vast te stellen de Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Zutphen 2026 Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze regeling verstaat onder: a.college: college van burgemeester en wethouders; b.gemeente: gemeente Zutphen; c.secretaris: de secretaris, als bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet; d.niet-partijpolitiek georiënteerde scholing: geen partijpolitieke, maar functiegerichte scholing; e.partijpolitiek georiënteerde scholing: scholing die geheel of gedeeltelijk tot doel heeft betrokkene op te leiden in het gedachtengoed van de desbetreffende partij; f.Rechtspositiebesluit: het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers; g.Rechtspositieregeling: de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers. Artikel 2 Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing burgemeester en wethouders 1.De burgemeester of de wethouder die een vergoeding wil ontvangen in verband met het deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing voor de uitvoering van zijn functie, zoals bedoeld in artikel 3.3.3 van het Rechtspositiebesluit, dient daartoe vooraf een gemotiveerd verzoek in bij de secretaris.2.Bij dit verzoek worden documenten (papier of digitaal) met de benodigde inhoudelijke informatie meegestuurd. Ook wordt een kostenspecificatie meegestuurd waaruit blijkt dat: a.de prijs-kwaliteitverhouding van de scholing redelijk is, en b.de kosten niet op een andere wijze kunnen worden vergoed. 3.De secretaris beslist op het verzoek op basis van de overgelegde stukken. Wanneer de overgelegde stukken naar zijn oordeel niet voldoende blijk geven van de aard van de scholing of de kostenspecificatie niet helder genoeg is, legt hij het verzoek ter besluitvorming voor aan het college.4.De secretaris kan een ingediend verzoek ook aan het college voorleggen, als hij van oordeel is dat de opleidingsbehoefte wellicht breder bestaat en/ of efficiënter kan worden verzorgd. Artikel 3 Informatie- en communicatievoorzieningen 1.De burgemeester of de wethouder tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld als bedoeld in artikel 3.3.2 van het Rechtspositiebesluit. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.2.De burgemeester of de wethouder levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente, dan wel neemt deze over van de gemeente, met inachtneming van het derde en vierde lid. 3.Na een gebruiksduur van 4 jaar kunnen de informatie- en communicatievoorzieningen na schoning kosteloos van de gemeente worden overgenomen. 4.Bij een gebruiksduur korter dan 4 jaar kunnen de voorzieningen na schoning worden overgenomen tegen betaling van de restwaarde van de voorzieningen in het economisch verkeer, waarbij de restwaarde per maand wordt bepaald.5.Een simkaart of telefoonnummer kan niet van de gemeente worden overgenomen. Artikel 4 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel 1.Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, vermeld in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.2.Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, vermeld in deze regeling, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964. Artikel 5 Betaling en declaratie van onkosten 1.Tenzij het Rechtspositiebesluit of de Rechtspositieregeling anders bepalen, vindt de betaling van onkosten die op grond van deze regeling voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a.betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur; b.betaling vooruit uit eigen middelen, of c.betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard. 2.Een verzoek om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken over te leggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.3.Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen twee maanden na factuurdatum of betaling door de burgemeester of de wethouder ingediend bij de secretaris.4.Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan de burgemeester of de wethouder binnen één maand na het indienen van het verzoek wordt overgemaakt. Artikel 6 Intrekking oude regeling De Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Zutphen 2019, zoals vastgesteld bij besluit van 21 mei 2019, wordt ingetrokken. Artikel 7 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2026. Artikel 8 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Zutphen 2026. Aldus besloten op 9 juni 2026. Het college van burgemeester en wethouders, De burgemeester, de secretaris, Toelichting Algemene toelichting Wettelijke regelingen In de wet en nadere regelgeving zijn alle van belang zijnde onderwerpen geregeld over de rechtspositie van gemeentelijke politieke ambtsdragers. In de Gemeentewet is aangegeven dat de nadere invulling van de rechtspositie van burgemeesters en wethouders alsmede de financiële voorzieningen moet worden geregeld bij of krachtens de wet (AMvB en ministeriële regeling). Deze nadere regeling is vastgelegd in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. In de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers zijn de (onkosten)vergoedingen nader uitgewerkt. Hoofdlijnen gemeentelijke regeling In deze regeling zijn alleen bepalingen opgenomen over de rechtspositie van burgemeester en wethouders zover die niet dwingend geregeld zijn in hogere wet- en regelgeving. De grondslag hiervoor is te vinden in de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (hierna: het Rechtspositiebesluit) en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers (hierna: de Rechtspositieregeling). Bij de laatste moderniserings- en harmoniseringsoperatie (Staatsblad 15 oktober 2018) over de rechtspositiebesluiten voor decentrale politieke ambtsdragers is er weer een aantal bepalingen imperatief in hogere wet- en regelgeving vastgelegd. De overweging hierbij is dat het bestuurlijk wenselijk is om de voorzieningen zoals vergoedingen, tegemoetkomingen en andere rechtspositionele aanspraken voor decentrale politieke ambtsdragers dwingendrechtelijk in hogere wet- en regelgeving vast te leggen om politieke discussies te voorkomen. Dit betekent dat er voor gemeenten minder ruimte is om lokaal van wettelijke regelingen af te wijken. Wel kunnen er nadere regels gesteld worden. Als een gemeente besluit om nadere regels te stellen, is een aantal regels van belang. In artikel 44 en 66 Gemeentewet is bepaald dat ‘buiten hetgeen bij of krachtens de wet is toegekend’, de burgemeester en wethouders als zodanig geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van de gemeente ontvangen. Deze regeling is een (nadere) uitwerking van de gestelde regels van de bij of krachtens de wet toegekende vergoedingen en tegemoetkomingen voor de burgemeesters en wethouders. De arbeidsverhoudingen en fiscale positie Burgemeesters en wethouders zijn niet in dienstbetrekking bij de gemeente, maar wel benoemd. De gemeente is dus niet de werkgever. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij niet vallen onder de werknemersverzekeringen zoals de Werkloosheidswet (WW), Ziektewet (ZW) en de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA). Omdat burgemeesters en wethouders wél ambtenaar in formele zin zijn, worden zij fiscaal behandeld als ware zij actief in dienstbetrekking door de Wet op de loonbelasting 1964. Er worden daarom op de bezoldiging van burgemeesters en wethouders ook loonheffingen ingehouden. De Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) is van toepassing op wethouders en burgemeesters. De burgemeester volgt de pensioenaanspraken van de ABP-Pensioenregeling. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begripsomschrijvingen In dit artikel worden de in deze regeling gehanteerde begrippen omschreven. Artikel 2 Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing burgemeester en wethouders Voor burgemeesters en wethouders is expliciet bepaald dat de kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde functionele scholing, zoals deelname aan congressen en opleidingen, ten laste kunnen worden gebracht van de gemeente. Partijpolitieke scholing komt niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking. De inhoud van de scholing is bepalend of deze al dan niet partijpolitiek georiënteerd is. Wanneer scholing verzorgd wordt door een politieke partij betekent dat niet automatisch dat die scholing partijpolitiek georiënteerd is. Om in aanmerking te komen voor vergoeding van de scholingskosten, moet gemotiveerd worden dat het gaat om functiegerichte scholing. Scholing is functiegericht als zij beoogt de voor de functie benodigde vakkennis en vaardigheden te verwerven dan wel actueel te houden. Scholing is partijpolitiek georiënteerd als zij geheel of gedeeltelijk tot doel heeft betrokkene op te leiden in het gedachtegoed van de desbetreffende partij. Overigens kan de gemeente ook zelf dit soort scholing (laten) verzorgen. Ook die lasten komen ten laste van de gemeente. Artikel 3 Informatie- en communicatievoorzieningen Het college stelt ten laste van de gemeente aan een wethouder of de burgemeester voor de duur van de uitoefening van zijn functie de noodzakelijke informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking op grond van een bruikleenovereenkomst. Onder informatie- en communicatievoorzieningen wordt ook verstaan een smartphone een computer en de daarbij behorende (internet)abonnementen. Een computer is een desktop, een tabletcomputer of een laptop. Er mag slechts één computer verstrekt worden. Artikel 4 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel In het kader van de werkkostenregeling op grond van artikel 31 Wet op de Loonbelasting 1964 is een aantal vergoedingen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de regelingg aangewezen als eindheffingsbestanddeel. De gemeente draagt in dat geval de loonbelasting, waardoor de vergoeding belastingvrij (netto) aan de politieke ambtsdrager kan worden overgemaakt. Anders worden deze door de Belastingdienst als loon gezien en moet hierover bij de politieke ambtsdragers loonbelasting worden ingehouden. In het kader van de werkkostenregeling kan in de financiële administratie worden aangegeven of een verstrekking of vergoeding onder de gerichte vrijstellingen, intermediaire kosten of onder de nihil-waarderingen valt. Gemeenten mogen daarnaast een verstrekking of vergoeding in de vrije ruimte - tot 1,2% fiscale loonsom - onderbrengen zonder fiscale consequenties. Als de grens van 1,2% wordt overschreden, zal de gemeente 80% eindheffing moeten betalen. Artikel 5 Betaling en declaratie van onkosten Het Rechtspositiebesluit en de Rechtspositieregeling regelen op welk moment vergoedingen en onkosten betaald worden aan burgemeesters en wethouders. Daar waar geen expliciete termijn is genoemd, kan dit artikel uitkomst bieden. De betaling van onkosten kan worden voorgeschoten uit eigen middelen, later gedeclareerd worden of de factuur wordt rechtstreeks naar de gemeente verstuurd. Hierbij gaat de voorkeur uit naar rechtstreeks facturering bij de gemeente. De burgemeester en de wethouders declareren hun onkosten bij de secretaris en moeten daarbij bewijsstukken verstrekken. Het vereiste om bewijsstukken te verstrekken geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft. Artikel 6 Intrekking oude regeling Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 7 Inwerkingtreding Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 8 Citeertitel Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Categorie: APV

In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer meldingen zoals "Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Zutphen 2026"

Mededelingen

Mededelingen

STEDENBOUWKUNDIGE VISIE HALL, GEMEENTE BRUMMEN

APV

APV

Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Zutphen 2026

Weerwaarschuwingen

Weerwaarschuwingen

Weerwaarschuwing KNMI - code geel: Temperatuur

Omgeving

Omgeving

Verbod op het onttrekken van water uit de Twentekanalen

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregels subsidie Leefbaarheid Kleine Kernen gemeente Voorst 2026

Mededelingen

Mededelingen

Bekendmaking Gemeenteblad algemeen verbindende voorschriften/Beleidsregels subsidie Leefbaarheid Kleine Kernen gemeente Voorst 2026

Omgeving

Omgeving

Gemeente Voorst - Subsidievaststelling 2025 hulpcoördinator Klarenbeek

Omgeving

Omgeving

Gemeente Voorst - Subsidievaststelling Struikelstenen leden lokaal verzet gemeente Voorst

Mededelingen

Mededelingen

Bekendmaking voornemen uitgifte zakelijke rechten transformatorstationsVul hier de titel in

Omgeving

Omgeving

Provincie Gelderland Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990)

Omgeving

Omgeving

Gemeente Voorst - Subsidievaststelling 2025 Impluz

Omgeving

Omgeving

Gemeente Voorst - Subsidievaststelling Tentenkamp in het dorp Voorst