Subsidieregeling Nieuwegein 2026

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

APV

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-09-03

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente Nieuwegein

Informatie

Subsidieregeling Nieuwegein 2026 Burgemeester en wethouders van Nieuwegein gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Nieuwegein 2026, besluit vast te stellen: de subsidieregeling houdende regels over de activiteiten die in aanmerking kunnen komen voor subsidie, de aanduiding van subsidieplafonds, gereserveerde begrotingsbudgetten ten behoeve van subsidies, de verdeling van subsidies en de wijze van bevoorschotting. SUBSIDIEREGELING NIEUWEGEIN 2026 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen a.Begrotingstotaal: het totaal van de lasten volgens de vastgestelde begroting van de subsidieontvanger. b.Egalisatiereserve: reserve gevormd uit exploitatieoverschotten om eventuele toekomstige tekorten op te vangen, zoals bepaald in artikel 4:72 van de Awb en in artikel 13 van de verordening. c.Erfgoed: tastbare en niet tastbare overblijfselen uit vroeger tijd, die zichtbaar of onzichtbaar aanwezig zijn zoals voorwerpen in musea, archeologische vondsten, monumenten, ensembles, historische structuren, landschappen en ook de daaraan verbonden gebruiken, verhalen en gewoonten. d.Exploitatiekosten: kosten die voortkomen uit een onroerend goed zoals huur, belastingen, verzekeringen, energie, onderhoud en beheer. e.Organisatie: stichting, vereniging of een onderneming. f.Overheadkosten: kosten voor de organisatie zoals personeel, computer, telefoon, internet, administratie en verzekeringen. g.Projectsubsidie: subsidie voor een samenhangend geheel van activiteiten die zijn gericht op het realiseren van een vooraf omschreven doel of resultaat binnen een afgebakende periode en niet is gericht op de structurele financiering van de reguliere werkzaamheden van een organisatie. h.Verordening: Algemene subsidieverordening Nieuwegein 2026. i.Voorliggend veld: het totaal aan algemene voorzieningen dat beschikbaar is in de wijk of de stad. Het betreft voorzieningen voor (hulp)vragen zonder zorgindicatie. j.WEB: Wet educatie beroepsonderwijs. k.Wijkplatformbudget: de som van de maximaal beschikbare subsidie en de maximaal beschikbare bijdrage van de woningbouwcorporaties per wijk, voor het jaar waarin de te subsidiëren activiteiten plaatsvinden. Artikel 2 Reikwijdte Dit besluit is van toepassing op subsidies als bedoeld in artikel 2 lid 1 van de verordening. Artikel 3 Subsidiecriteria 1.De activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd: a.heeft een meerwaarde voor de Nieuwegeinse samenleving en sluit aantoonbaar aan bij de vraag en behoeften van de inwoners; b.staat in beginsel open voor alle Nieuwegeinse inwoners, tenzij in de hoofdstukken 3 tot en met 10 van deze regeling een leeftijdscategorie of specifieke doelgroep is aangeduid; c.is niet gericht op partijpolitieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke vorming en/of verspreiding van partijpolitiek, godsdienstig of levensbeschouwelijk gedachtegoed. 2.Subsidieaanvragen dienen aantoonbaar bij te dragen aan één of meerdere van de volgende algemene doelstellingen a.meer veerkrachtige inwoners; b.sociaal sterke buurten; c.meer toegankelijke ondersteuning en zorg; d.meer samen meedoen; e.een betere startpositie in de samenleving. 3.Subsidieaanvragen dienen aantoonbaar bij te dragen aan één of meerdere doelstellingen/speerpunten van: a.de Koers Sociaal Domein: •Gemeenschapszin; •Bestaanszekerheid; •Toekomstbestendige zorg & ondersteuning. b.de Omgevingsvisie: •Duurzaamheid; •Veiligheid; •Gezondheid. Artikel 4 Verdeelregels 1.Bij het verdelen van subsidie worden alle subsidieaanvragen in volgorde van onderstaande criteria getoetst en gewaardeerd: a.de activiteit die het beste aansluit bij de onder artikel 3 lid 2 en lid 3 gedefinieerde doelstellingen heeft voorrang; b.de activiteit die aantoonbaar aansluit bij de behoefte van de inwoners in de wijk heeft voorrang; c.de aanvrager die aantoonbaar zijn aanvraag tot stand heeft gebracht in samenwerking met inwoners, dan wel de activiteiten uitvoert samen met of door inwoners, heeft voorrang; d.de aanvrager die aantoonbaar samenwerkt met andere lokale partijen heeft voorrang; e.de aanvrager die aantoonbaar gebruik maakt van vrijwillige inzet heeft voorrang; f.de aanvrager die plaatsingen realiseert in het kader van Social Return on Investment heeft voorrang; g.voor subsidies die gedurende tenminste 3 jaren jaarlijks zijn verstrekt geldt aanvullend: voorrang heeft de aanvrager die subsidie heeft ontvangen voor dezelfde activiteiten in de 3 jaren voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. 2.Bij het verdelen van subsidie voor een werkveld waarvoor een subsidieplafond is vastgesteld in de bijlage(n) bij deze regeling, worden, zolang dit plafond niet is bereikt, alle subsidieaanvragen in volgorde van binnenkomst van de complete aanvraag getoetst. Artikel 5 Beschikbaar budget en verdeelregels voor werkvelden zonder subsidieplafond Voor de werkvelden zonder subsidieplafond geldt: 1.In de begroting is per werkveld een specificatie opgenomen wat het beschikbare bedrag voor subsidie per kalenderjaar is. 2.Voor subsidies die gedurende tenminste 3 jaren jaarlijks zijn verstrekt geldt aanvullend: voorrang heeft de aanvrager die subsidie heeft ontvangen voor dezelfde activiteiten in de 3 jaren voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Artikel 6 gereserveerd Artikel 7 gereserveerd Hoofdstuk 2 Financiële bepalingen Artikel 8 Minimale subsidie 1.Subsidies lager dan € 500 worden niet toegekend.2.Het college kan in hoofdstuk 3 tot en met 10, in afwijking van het eerste lid, voor specifieke werkvelden bepalen dat een lager bedrag wordt toegekend. Artikel 9 Voorschotten 1.Bij subsidieverlening kan een voorschot worden verleend tot 100% van de verleende subsidie.2.Een voorschot wordt betaald in termijnen, waarbij de hoogte van het subsidiebedrag bepalend is voor het aantal termijnen: a.tot € 20.000 in 1 termijn; b.van € 20.000 tot € 50.000 in 2 termijnen; c.vanaf € 50.000 in 4 termijnen. 3.De beschikking tot subsidieverlening vermeldt de hoogte van het voorschot, het aantal betalingstermijnen en de datum van betaling.4.Wanneer de subsidieaanvraag, de aard van de gesubsidieerde activiteit dan wel de omvang van de subsidie daartoe aanleiding geven, kan het college bij verleningsbeschikking bepalen dat het voorschot lager is dan 100% dan wel wordt afgeweken van het aantal termijnen in het tweede lid. Artikel 10 Niet-subsidiabele kosten De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking: a.kosten ten behoeve van het opstellen van de aanvraag; b.kosten die worden gemaakt voordat de aanvraag is ontvangen; c.verrekenbare of compensabele belastingen, heffingen of lasten; d.kosten van financieringen en gerechtelijke procedures; e.kosten van maaltijden en consumpties, met uitzondering van de activiteiten armoedebestrijding, herdenkingen, mondiale bewustwording en wijkplatforms; f.niet-gespecificeerde, niet-noodzakelijke of bovenmatige kosten. Artikel 11 gereserveerd Artikel 12 gereserveerd Artikel 13 Egalisatiereserve 1.De verplichte egalisatiereserve, als bedoeld in artikel 13 van de verordening, geldt voor organisaties die: a.jaarlijks structureel meer dan € 125.000 aan subsidie ontvangen; én b.waarbij de subsidie meer dan 50% bedraagt van het totaal door de organisatie ontvangen overheidssubsidies. 2.De egalisatiereserve wordt uitsluitend gevormd uit overschotten die zijn ontstaan bij de uitvoering van activiteiten waarvoor structurele subsidie is verstrekt.3.Overschotten die voortvloeien uit projectsubsidies worden niet toegevoegd aan de egalisatiereserve. Bij de subsidievaststelling worden niet-bestede subsidiegelden verrekend met de verleende projectsubsidie dan wel teruggevorderd.4.Bij de subsidievaststelling wordt de omvang van de egalisatiereserve bepaald op de einddatum van de subsidieperiode.5.De egalisatiereserve bedraagt maximaal 15% van het laatst door het college vastgestelde jaarlijkse structurele subsidie.6.Voor zover de egalisatiereserve het in het vijfde lid genoemde maximum overschrijdt, wordt het meerdere teruggevorderd bij de subsidievaststelling. Artikel 14 Overgangsbepaling egalisatiereserve Indien de egalisatiereserve bij inwerkingtreding van deze regeling meer bedraagt dan 15% van het laatst vastgestelde subsidiebedrag, wordt het meerdere niet teruggevorderd. Zolang de egalisatiereserve meer bedraagt dan 15%: a.wordt het overschot dat voortvloeit uit de gesubsidieerde activiteiten niet toegevoegd aan de egalisatiereserve, maar teruggevorderd bij de subsidievaststelling; en b.wordt het tekort uit de gesubsidieerde activiteiten ten laste van de egalisatiereserve gebracht totdat deze ten hoogste 15% bedraagt. Artikel 15 Reserves 1.De toegestane reserve, als bedoeld in artikel 20 van de verordening, geldt voor alle organisaties en natuurlijke personen die subsidie aanvragen.2.Op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de subsidie wordt aangevraagd, bedraagt de omvang van de toegestane reserve die is gevormd uit verkregen middelen voor de activiteit of periodieke activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd, maximaal 30% van de begrote kosten van die activiteit.3.Bij de subsidievaststelling wordt de omvang van de toegestane reserve bepaald op basis van de stand van die reserve op de einddatum van de subsidieperiode. De omvang van deze reserve bedraagt maximaal 30% van de werkelijke kosten van de gesubsidieerde activiteit.4.Wanneer de subsidieaanvrager aantoont dat voor een bestendige uitvoering van de te subsidiëren activiteiten een reserve noodzakelijk is die hoger is dan de reserve als bedoeld in het tweede of derde lid, stelt het college bij beschikking de hoogte van de toegestane reserve vast op de aangetoonde noodzakelijke omvang. Artikel 16 Specificatie Aanvullend op de algemene bepalingen van hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2 gelden in de hoofdstukken 3 tot en met 10 specifieke bepalingen. Artikel 17 gereserveerd Artikel 18 gereserveerd Hoofdstuk 3 Specificatie Welzijn en Ondersteuning Paragraaf 3.1 Algemene voorzieningen Wmo en Jeugdwet Artikel 19 Subsidiabele activiteiten Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen, zijn: a.het bevorderen van een gezonde leefstijl; b.het verzorgen van voorlichting en collectieve preventie voor alle leeftijdsgroepen; c.het bevorderen van jeugdparticipatie en uitvoeren van jongerenwerk; d.het bevorderen van de zelfredzaamheid en de participatie van kwetsbare inwoners door: –het bieden van praktische ondersteuning; –het versterken van de eigen kracht door onder meer netwerkondersteuning, mantelzorgondersteuning, OV-ambassadeur; –het ondersteunen van informele hulpverlening; –het bieden van participatiemogelijkheden zoals ontmoeting of vrijwilligersplekken voor mensen met een beperking en ondersteuning bij het vinden van betaald en onbetaald werk; e.het bevorderen van vrijwillige inzet en het faciliteren van vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties zodat zij hun bijdrage aan de samenleving kunnen leveren; f.de ontwikkeling en ondersteuning van netwerken van -en voor ouders; g.het uitvoeren van activiteiten in het kader van alcohol- en drugspreventie; h.het stimuleren van inwonersinitiatief; i.het beheren van een AED-netwerk en het faciliteren van burgerhulpverlening; j.welzijnsvoorzieningen; k.collectieve woningaanpassingen; l.sociaal raadsliedenwerk; m.slachtofferhulp; n.het faciliteren van de lokale AA; o.het faciliteren van EHBO; p.het organiseren en coördineren van maatschappelijke stages; q.het organiseren van een kindervakantieweek; r.het organiseren van scoutingactiviteiten voor de leeftijdsgroep van 7 tot en met 17 jaar; s.activiteiten van vluchtelingenwerk zijnde: –het ondersteunen en het begeleiden van het huisvestingproces vanaf het AZC naar Nieuwegein en indien relevant het verhuizen naar een daaropvolgende woning; –het bevorderen van de zelfredzaamheid en het meedoen in de samenleving, zoals kennismaking met het aanbod van zorg, welzijn en recreatie in Nieuwegein; –het ondersteunen en begeleiden bij regelzaken zoals financiële administratie, aanvragen van voorzieningen, inschrijvingen voor basis of middelbaar onderwijs; –het ondersteunen bij het aanvragen en het proces van gezinshereniging en het ondersteunen bij andere juridische procedures; –signaleren en doorverwijzen wanneer hulpverlening of een andere vorm van begeleiding nodig blijkt die het vluchtelingenwerk niet kan bieden; –deelname aan de lokale en regionale samenwerkingsverbanden voor opvang en begeleiding van asielstatushouders; t.activiteiten voor jeugdigen dan wel hun ouders die bijdragen aan een gezonde leefstijl, de maatschappelijke kansen dan wel de ontwikkeling van sociale weerbaarheid en veerkracht van deze doelgroep; u.activiteiten voor ouderen, die bijdragen aan de zelfredzaamheid en het bestrijden van eenzaamheid van 65-plussers; v.Algemeen maatschappelijk werk zijnde: advisering, bemiddeling en psychosociale hulpverlening aan personen met problemen dan wel ondersteuningsvragen van maatschappelijke dan wel individuele aard tot een maximum van 8 gesprekken gericht op regie om het leven terug te krijgen, zonder hulp zelfstandig verder te kunnen, aanpak van ondersteuningsvragen door handvatten en vraagverheldering vorm te geven (zonder overname), normaliserende, krachtgerichte en oplossingsgerichte ondersteuning (zonder overname) die aanvullend en voorliggend is op begeleiding uit de Wmo; w.Het faciliteren van de Kledingbank en de Speelgoedbank. Artikel 20 Aanvullende subsidiecriteria Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt in aanvulling op artikel 3 voldaan aan de criteria in dit artikel. Voor de activiteiten genoemd in artikel 19, onder i, n, o, q, r, u en w, zijn uitsluitend de basiscriteria als bedoeld in onderdeel 1 van toepassing. Op de overige activiteiten zijn zowel de basiscriteria als bedoeld in onderdeel 1 als de aanvullende criteria als bedoeld in onderdeel 2 van toepassing. Voor de activiteiten genoemd in artikel 19, onder u, v en w, gelden daarnaast de specifieke criteria als bedoeld in onderdeel 3. 1.Basiscriteria a.de aanvraag sluit aan bij de uitgangspunten van de geldende beleidskaders voor algemene voorzieningen Wmo en Jeugdwet; b.De aanvraag geeft concreet aan op welke doelgroep de activiteit is gericht; c.de aanvraag dient een begroting te bevatten die is opgesteld per activiteit onderverdeeld naar kostensoort. Overheadkosten en doorbelastingen dienen separaat vermeld te worden. 2.Aanvullende criteria a.de aanvraag geeft concreet aan in welke mate de activiteiten bijdragen aan versterking van het voorliggend veld; b.de aanvrager committeert zich aan structurele samenwerking met het sociaal wijkteam; c.de aanvrager beschikt over voldoende kennis van wat er speelt in de wijk en de stad en werkt aantoonbaar samen met relevante partners. Aanvrager dient dit in het activiteitenplan te beschrijven; d.bij de uitvoering van de subsidiabele activiteiten voldoen de medewerkers die de activiteiten coördineren, dan wel uitvoeren aan de kwalificatie die voor elke specifieke activiteit vereist is. 3.Aanvullende criteria voor specifieke activiteitenVoor de activiteiten uit artikel 19 onder v, u, en w gelden tevens de volgende aanvullende criteria: a.voor de activiteit als bedoeld in artikel 19 onder v geldt: –voorafgaand aan start wordt vastgesteld of een hulpverleningsaanbod van 8 gesprekken toereikend en passend is voor de gestelde hulpvraag; –de subsidie wordt niet ingezet voor langdurige psychosociale hulpverlening; b.voor activiteiten als bedoeld in artikel 19 onder u geldt: de maximale subsidie bedraagt € 5.000 per jaar per aanvrager; c.voor activiteiten als bedoeld in artikel 19 onder w geldt: subsidie wordt slechts verstrekt als de organisaties worden gehuisvest in leegstaand maatschappelijk vastgoed in eigendom van de gemeente. 4.AfwijkingsmogelijkheidHet college kan besluiten één of meer aanvullende criteria als bedoeld in onderdeel 2 buiten toepassing te laten voor activiteiten die worden uitgevoerd door een vrijwilligersorganisatie, indien de aard en omvang van de activiteit daartoe aanleiding geven en de kwaliteit van de uitvoering naar het oordeel van het college voldoende is geborgd. Artikel 21 Aanvullende verplichtingen 1.Uiterlijk op 1 april in het jaar nadat de subsidieverlening heeft plaatsgevonden, dient de subsidieontvanger een inhoudelijke en financiële verantwoording in. Deze verantwoording, in één of meerdere pdf-documenten, bevat: a.een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en welke concrete, meetbare resultaten met deze activiteiten zijn bereikt. In ieder geval wordt per activiteit een overzicht gegeven van het aantal Nieuwegeinse inwoners dat tijdens het gesubsidieerde tijdvak heeft deelgenomen; b.een financieel verslag met een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden baten en lasten per activiteit. Dit verslag is op dezelfde wijze ingericht als de begroting die bij de subsidieaanvraag is ingediend. 2.Het inhoudelijk verslag van het Algemeen maatschappelijk werk, bevat in ieder geval de volgende gegevens: •het aantal Nieuwegeinse inwoners dat hulp of ondersteuning heeft gehad; •de aantallen van spreiding over soort trajecten; •de duur van de hulp of ondersteuning; •het aantal trajecten dat is afgerond, met als resultaat dat de inwoner zodanig weer de regie op het leven terug heeft dat deze niet langer een beroep hoeft te doen op het AMW en zonder hulp of ondersteuning verder kan; •het aantal trajecten dat geresulteerd heeft in een verwijzing naar het sociaal wijkteam; •het aantal trajecten dat geresulteerd heeft in een andere verwijzing met een specificatie van deze verwijzingen; •de reacties en signalen die u ontvangen heeft van de Nieuwegeinse inwoners die u heeft ondersteund; •de reacties en signalen die u ontvangen heeft van de samenwerkende partners over de samenwerking voor de Nieuwegeinse inwoners. Artikel 22 gereserveerd Artikel 23 gereserveerd Paragraaf 3.2 Armoedebestrijding Artikel 24 Subsidiabele activiteiten Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen, zijn: a.het coördineren van activiteiten voor: –het afhandelen en verwerken van aanvragen voor urgente financiële ondersteuning; –het begeleiden naar voorzieningen ten behoeve van armoedebestrijding; –het fungeren als expertise- en adviescentrum en gespreksplatform; b.het voorkomen van isolement van schoolgaande jeugd uit gezinnen met een inkomen van ten hoogste 125% van het wettelijk sociaal minimum door: –het faciliteren van binnen- en buitenschoolse activiteiten; –het verstrekken van computers met daarbij behorende apparatuur; –het verstrekken van fietsen; c.het voorkomen van financiële problemen door ondersteuning bij het organiseren en beheren van de thuisadministratie; d.activiteiten die bijdragen aan de bestrijding van armoede en aan de participatie van mensen met een inkomen van ten hoogste 125% van het wettelijk sociaal minimum. Artikel 25 Aanvullende subsidiecriteria Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt in aanvulling op het in artikel 3 bepaalde, voldaan aan de volgende aanvullende criteria: a.de aanvraag sluit aan bij de uitgangspunten van de geldende beleidskaders voor armoedebeleid; b.de subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 24 onder a, c en d wordt niet aangewend voor directe financiële hulpverlening; c.van de subsidie als bedoeld in artikel 24 onder b mag maximaal 25% ingezet worden voor organisatiekosten; d.activiteiten in het kader van artikel 24 onder d die een bijdrage ontvangen of kunnen ontvangen in het kader van de regeling voor de Nieuwegein Stadspas, komen niet voor subsidie in aanmerking. e.De aanvraag geeft concreet aan op welke doelgroep de activiteit is gericht; f.de aanvraag geeft concreet aan in welke mate de activiteiten bijdragen aan versterking van het voorliggend veld; g.de aanvrager beschikt over voldoende kennis van wat er speelt in de wijk en de stad en werkt aantoonbaar samen met relevante partners. Aanvrager dient dit in het activiteitenplan te beschrijven; h.de aanvraag dient een begroting te bevatten die is opgesteld per activiteit onderverdeeld naar kostensoort. Overheadkosten en doorbelastingen dienen separaat vermeld te worden. Artikel 26 gereserveerd Artikel 27 gereserveerd Hoofdstuk 4 Specificatie Kinderopvang en Onderwijs Artikel 28 Begripsbepaling In deze nadere regeling wordt verstaan onder: a)Aanbieder: een kindercentrum als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet Kinderopvang, geregistreerd bij het Landelijk Register Kinderopvang (LRK), met een locatie in gemeente Nieuwegein; b)Fiscaal maximum: het jaarlijks wettelijk vastgesteld uurtarief kinderopvang door de Rijksoverheid; c)Inkomensafhankelijke ouderbijdrage: inkomensafhankelijke financiële bijdrage die ouders aan de aanbieder moeten betalen voor de deelname van hun kind aan peuteropvang of voorschoolse educatie; d)Inkomensverklaring: de Verklaring Geregistreerd Inkomen, een officiële verklaring van de Belastingdienst met inkomensgegevens over een bepaald belastingjaar; e)Kinderopvangtoeslag: de tegemoetkoming van de Belastingdienst bedoeld als gedeeltelijke bijdrage in de kosten van kinderopvang die onder de wet Kinderopvang valt; f)LRK: Landelijk Register Kinderopvang; het register waarin kinderopvangvoorzieningen zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen; g)Minimuminkomen: een inkomen dat valt in de laagste groep van de ‘VNG-adviestabel ouderbijdrage peuteropvang’; h)Ouder: ouder(s) of verzorger(s) van de (VE-)peuter die gebruik maakt van peuteropvang of voorschoolse educatie; i)Peuter: bij de gemeente Nieuwegein de Basis Registratie Personen (BRP) ingeschreven kind van 2 tot 4 jaar oud; j)Subsidiabel uurtarief voorschoolse educatie (VE): het jaarlijks door de gemeente Nieuwegein vastgestelde maximaal te subsidiëren uurtarief voor voorschoolse educatie, aangeboden op een kindercentrum met een VE-registratie in het LRK; k)Subsidiabel uurtarief peuteropvang: het jaarlijks wettelijk vastgesteld maximaal te subsidiëren uurtarief voor kinderopvang (peuteropvang), vastgesteld door de Rijksoverheid; l)VE-peuter: peuter in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar die op basis van een indicatie van de GGD in aanmerking komt voor voorschoolse educatie; m)Peuteropvang: het aanbod van een kindcentrum met een VE-registratie in het LRK gericht op peuters van 2,5-4 jaar, die wonen in de gemeente Nieuwegein; n)Voorschoolse educatie: voorschoolse educatie (als onderdeel van voor- en vroegschoolse educatie (VVE)) voor kinderen vanaf 2,5 jaar tot het moment waarop zij naar de basisschool uitstromen, waarin aan de hand van een VVE-programma op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling, in een kindercentrum met een VE-registratie in het LRK. o)VVE-indicatie: een indicatie die afgegeven wordt door de GGD, waarbij de GGD op basis van de gemeentelijke doelgroep definitie inschat dat er sprake is van een risico op een achterstand in één of meerdere domeinen van de ontwikkeling (taal, spel, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling) en die recht geeft op extra uren voorschoolse educatie; p)VE-registratie: een registratie van de aanbieder in het LRK, waaruit blijkt dat de aanbieder voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen voor het aanbieden van voorschoolse educatie. Paragraaf 4.1 Peuteropvang en voorschoolse educatie Artikel 29 Reikwijdte 1.Deze regeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 32 bedoelde activiteiten.2.Deze regeling is niet van toepassing op peuterplaatsen voor een peuter met een SMI-indicatie als bedoeld in de Regeling bijzondere bijstand.3.Op deze subsidieregeling is de ASV van toepassing, met dien verstande dat van de afwijkingsmogelijkheden van de ASV gebruik is gemaakt. Artikel 30 Doel De doelstelling van deze subsidieregeling is om door middel van subsidieverstrekking te zorgen voor: a.het stimuleren van deelname van peuters aan peuteropvang; b.toereikend en kwalitatief aanbod van Voorschoolse educatie voor de stimulering van de ontwikkeling van peuters als voorbereiding op de basisschool; c.voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden en laaggeletterdheid; d.het bevorderen van integratie en het voorkomen van segregatie; e.het bieden van gelijke kansen op een goede start in het onderwijs voor alle peuters f.voldoende aanbod van Voorschoolse educatie over de gemeente; g.verbinding met basisscholen ten behoeve van een sterke doorlopende leerlijn; h.gemengde VE-peutergroepen, zodat VE-peuters en peuters samen spelen en leren. Artikel 31 Subsidieontvanger Subsidie kan worden aangevraagd door een aanbieder die voldoet aan de vereisten uit de Wet Kinderopvang en de hieruit voortvloeiende regelgeving. Artikel 32 Subsidiabele activiteiten Subsidie wordt uitsluitend verleend aan aanbieders voor: 1.Het aanbieden van peuteropvang met voorschoolse educatie aan: a.de ouders van de peuter met recht op kinderopvangtoeslag; b.de ouders van de peuter zonder recht op kinderopvangtoeslag; c.de ouders van de VE-peuter met recht op kinderopvangtoeslag; d.de ouders van de VE-peuter zonder recht op kinderopvangtoeslag; 2.De wettelijk verplichte inzet van een HBO-beleidsmedewerker VE. Artikel 33 Zware doelgroep subsidie De aanbieder kan voor locaties met gemiddeld meer dan 70% VE-peuters (van groep van 16) een beroep doen op een extra subsidie. Dit percentage betreft de verhouding op basis van unieke kinderen met en zonder VE-indicatie in de peilmaand juni van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar. De inzet van deze aanvullende middelen komt ten goede aan de kwaliteit van het aanbod van voorschoolse educatie op deze locatie en kan door de aanbieder naar eigen inzicht in worden gezet. Deze subsidie is gebaseerd op kosten per jaar voor de inzet van acht extra uren per week voor een pedagogisch medewerker. Het basissubsidiebedrag wordt in 2026 vastgesteld op € 13.990,40 per locatie, dit wordt jaarlijks geïndexeerd. Artikel 34 Subsidieduur 1.De subsidie wordt verstrekt per kalenderjaar, voor een periode van maximaal 40 (school)weken peuteropvang en 52 weken kinderdagopvang in dat kalenderjaar.2.De subsidie eindigt met ingang van de datum waarop de peuter geen gebruik meer maakt van de voorschoolse voorziening of uiterlijk op de dag dat de peuter 4 jaar wordt. Artikel 35 Subsidie peuteropvang met voorschoolse educatie De hoogte van de subsidie voor reguliere peuteropvang als bedoeld in artikel 32 onder 1A en 1B wordt als volgt berekend: •1. Het college stelt jaarlijks voor 1 september het subsidiabel uurtarief voor het daaropvolgende kalenderjaar voor peuteropvang vast op basis van het jaarlijks wettelijk vastgesteld uurtarief kinderopvang, vastgesteld door de Rijksoverheid. •2. Plus een opslag per uur voor de uitvoering van de wettelijke kwaliteitseisen en de door gemeente Nieuwegein gehanteerde bovenwettelijke kwaliteitseisen voor voorschoolse educatie. •3. De hoogte van de subsidie is het aantal uren dat een peuter contractueel van de opvang gebruik heeft gemaakt keer het geldende uurtarief. Er geldt een maximum van 320 uur per jaar (8 uur x 40 weken). •4. Het geldende uurtarief wordt berekend zoals in tabel 1. Tabel 1 Ouder recht op kinderopvangtoeslag Uurtarief vanaf 0 tot en met 8 uur per week Nee Fiscaal maximum – (minus) ouderbijdrage + (plus) opslag Artikel 36 Subsidie voorschoolse educatie De hoogte van de subsidie voor voorschoolse educatie als bedoeld in artikel 32 onder 1C en 1D wordt als volgt berekend: 1.het college stelt jaarlijks voor 1 september het subsidiabel uurtarief voor het daaropvolgende kalenderjaar voor voorschoolse educatie vast op basis van: a.het jaarlijks wettelijk vastgesteld uurtarief kinderopvang, vastgesteld door de Rijksoverheid. b.een opslag per uur voor de uitvoering van de wettelijke kwaliteitseisen en de door gemeente Nieuwegein gehanteerde bovenwettelijke kwaliteitseisen voor voorschoolse educatie. 2.De hoogte van de subsidie is het aantal uren dat een peuter contractueel van de opvang gebruik heeft gemaakt keer het geldende uurtarief. Er geldt een maximum van 960 uur gedurende anderhalf jaar (640 uur per jaar). 3.Het geldende uurtarief wordt berekend zoals in tabel 2. Tabel 2 Ouder recht op kinderopvangtoeslag Uurtarief van 0 tot en met 8 uur Uurtarief vanaf 8 tot en met 16 uur per week Ja Subsidiabel uurtarief VE – (minus) ouderbijdrage Met VVE-indicatie: subsidiabel uurtarief VE Nee Subsidiabel uurtarief VE – (minus) ouderbijdrage Met VVE-indicatie: subsidiabel uurtarief VE Artikel 37 Hoogte van de subsidie voor HBO-beleidsmedewerker VE De hoogte van de subsidie voor een HBO-beleidsmedewerker als bedoeld in artikel 32 onder 2 wordt als volgt berekend: 1.De subsidie wordt verstrekt voor de inzet van een pedagogisch coach/-beleidsmedewerker op hbo werk- en denkniveau voor 10 uur per jaar per VE-peuter per locatie met voorschoolse educatie; 2.De peildatum voor het vaststellen van de subsidie op basis van het aantal VE-peuters per locatie betreft 1 januari van het desbetreffende subsidiejaar. 3.Het subsidiebedrag wordt op uurbasis verstrekt en is gebaseerd op de CAO Kinderopvang, schaal 9, trede 34. Jaarlijks wordt het uurtarief opnieuw ingeschaald. Artikel 38 Ouderbijdrage 1.Voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag geldt een inkomensafhankelijke ouderbijdrage over de eerste twee dagdelen van maximaal 320 uur per jaar (480 uur per anderhalf jaar).2.De hoogte van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage wordt door de aanbieder bepaald op basis van het verzamelinkomen van het voorgaande kalenderjaar en wordt gebaseerd op de meest recente VNG-adviestabel.3.Ten behoeve van de vaststelling van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage zorgt de aanbieder ervoor dat de ouder een ondertekende ‘verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag’ en een recente inkomensverklaring overlegt aan de aanbieder. De aanbieder verplicht de ouder wijzigingen in de inkomens- of gezinssituatie die van invloed zijn op de kinderopvangtoeslag per omgaande te melden bij de aanbieder. De aanbieder past het contract aan en verwerkt de wijzigingen in de verantwoording aan de gemeente.4.Wanneer een verlaging van het inkomen zodanig is dat ouders in een lagere inkomenscategorie vallen, kunnen ouders een aanvraag tot herziening van de ouderbijdrage indienen bij de aanbieder. Hierbij dient de ouder de meest recente loongegevens, uitkeringsbeschikking of meest recente inkomensverklaring aan te leveren. Artikel 39 Aanvullende verplichtingen voorschoolse educatie en peuteropvang Voor de aanbieder die subsidie voor voorschoolse educatie ontvangt: a.verleent alle medewerking aan onderzoeken door de GGD in het kader van controle aan wettelijke vereisten; b.int de ouderbijdrage; c.neemt actief deel aan overleg over peuteropvang in het kader van doorlopende leerlijn 0-13 jaar en voert voorschoolse activiteiten uit gericht op het zorgen voor samenhang in de voorschoolse educatie en het zo goed mogelijk bereiken van de doelgroep; d.levert jaarlijks de gevraagde informatie voor monitoring van voorschoolse educatie en peuteropvang door de gemeente en neemt deel aan kwaliteitsgesprekken; e.verleent VE-peuters, zoveel als mogelijk, voorrang bij de plaatsing van een peuter op een beschikbaar gekomen plek, wanneer er een wachtlijst is; f.spant zich in dat op elke VE-peutergroep minimaal 2 VE-peuters tegelijk zitten; g.het aanbod van voorschoolse educatie aan een VE-peuter bedraagt minimaal 960 uur over een periode van 1,5 jaar, waarbij het aanbod maximaal 6 uur aaneengesloten per dag is. h.maakt gebruik van het universele overdrachtsformulier van gemeente Nieuwegein bij de overgang van de peuter naar de basisschool. i.maakt gebruik van een door innovatie nul13 via de gemeente versterkt formulier genaamd ‘VE-rekenformulier’ dat wordt meegestuurd met het reguliere subsidie aanvraagformulier. Artikel 40 gereserveerd Artikel 41 gereserveerd Paragraaf 4.2 Onderwijskansenbeleid Artikel 42 Subsidiabele activiteiten Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen, zijn: a.activiteiten gericht op het vergroten van de betrokkenheid van ouders bij de (taal)ontwikkeling van het kind dat deelneemt aan vroegschoolse educatie; b.activiteiten die bedoeld zijn om de lees- en taalvaardigheid van jeugdigen t/m 12 jaar te verbeteren; c.vervoer van/naar SBO de Evenaar en het Taalatelier; d.bovenschoolse schakelklassen NT2; e.bewegend leren voor doelgroepkinderen op de gecertificeerde voorschoolse educatie locaties, waarbij de les aansluit bij en een toevoeging is op de gebruikte thema’s waardoor de (taal)ontwikkeling extra gestimuleerd wordt; f.overige innovatieve activiteiten die aansluiten bij de gestelde doelen voor het onderwijskansenbeleid vastgelegd in het beleidskader Jeugd 2023-2026 en die bijdragen aan het verkleinen van onderwijsachterstand van kinderen en het vergroten van gelijke onderwijskansen, inclusief opvoedondersteuning. Artikel 43 Aanvullende verdeelregels In aanvulling op het in artikel 4 bepaalde gelden de volgende verdeelregels: 1.Voor de activiteit als bedoeld in artikel 42 onder c is jaarlijks maximaal € 40.000 beschikbaar voor vervoer van/naar SBO de Evenaar en het Taalatelier Nieuwegein. Dit vervoer is alleen bestemd voor leerlingen die geen aanspraak kunnen of willen maken op de wettelijke regeling voor het leerlingenvervoer en die als gevolg van gezinsgebonden problematiek zonder georganiseerd vervoer niet naar school kunnen gaan; 2.In aanvulling op rijkssubsidies en overige inkomsten is voor voltijd schakelklassen in het primair onderwijs voor kinderen van statushouders maximaal €150.000 beschikbaar. Aanvrager vraagt deze subsidie uiterlijk 1 november van het lopende subsidiejaar aan wanneer zij een tekort op de begroting van de activiteit ervaren. Paragraaf 4.3 Onderwijsvoorzieningen Artikel 44 Subsidiabele activiteiten Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen, zijn: a.buitenschoolse activiteiten van de wijkgerichte brede scholen gericht op kunst, cultuur en sport; b.cursussen basiseducatie voor volwassenen die moeite hebben met leren; c.de aanpak voor het verbeteren van de basisvaardigheden van laaggeletterden op het gebied van lezen, schrijven, rekenen en digitalisering in de regio Lekstroom. Artikel 45 Aanvullende subsidiecriteria Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt in aanvulling op het in artikel 3 bepaalde, voldaan aan het volgende aanvullende criterium: de subsidie voor de activiteit als bedoeld in artikel 44 onder c wordt verstrekt nadat een plan van aanpak is geaccordeerd door de werkgroep WEB van de regio Lekstroom. Artikel 46 Aanvullende verdeelregels In aanvulling op het in artikel 4 bepaalde gelden de volgende verdeelregels: a.subsidies worden verstrekt en verantwoord per kalenderjaar, waarbij de totale kosten van activiteiten die betrekking hebben op een heel schooljaar voor respectievelijk 5/12 en 7/12 worden toegerekend aan het kalenderjaar waarin de subsidie wordt verstrekt; b.de toekenning en de hoogte van de subsidie voor de activiteit als bedoeld in artikel 44 onder c is afhankelijk van de beschikbare middelen op grond van de WEB en de verdeling van deze middelen door de werkgroep WEB van de regio Lekstroom. Artikel 47 gereserveerd Artikel 48 gereserveerd Hoofdstuk 5 Specificatie Bibliotheekwerk Artikel 49 Subsidiabele activiteiten Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen, zijn: a.het bijdragen aan de persoonlijke ontwikkeling en de verbetering van de maatschappelijke kansen van de inwoners van Nieuwegein door uitvoering van de vijf wettelijk vastgestelde bibliotheekfuncties: –het ter beschikking stellen van kennis en informatie; –het bieden van mogelijkheden tot ontwikkeling en educatie; –het bevorderen van lezen en het laten kennismaken met literatuur; –het organiseren van ontmoeting en debat; –het laten kennis maken met kunst en cultuur; b.exploitatie van de organisatie die de vijf wettelijk vastgestelde bibliotheekfuncties verricht. Artikel 50 Aanvullende subsidiecriteria Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt in aanvulling op het in artikel 3 bepaalde, voldaan aan de volgende aanvullende criteria: a.de activiteiten van de bibliotheek zijn afgestemd op behoeften van gebruikers en potentiële gebruikers; b.het personeel van de bibliotheek is in staat om vragen te beantwoorden en bezoekers te begeleiden op de gebieden die door het bibliotheekwerk worden bestreken; c.de bibliotheek werkt samen met relevante lokale, regionale en landelijke organisaties; d.de bibliotheek is gecertificeerd conform de certificeringsnorm openbare bibliotheken; e.de bibliotheek zorgt voor een actueel beleidsplan, waarin voor een bepaald tijdsbestek beschreven wordt welke doelstellingen men nastreeft in relatie tot de tijd en de middelen die men daarvoor nodig heeft; f.de bibliotheek is voor activiteiten als bedoeld in artikel 49 aangesloten bij de geldende pas voor minima. g.de bibliotheek zorgt voor realisatie en instandhouding van Informatiepunten Digitale Overheid, de promotie van deze informatiepunten bij inwoners van Nieuwegein en het voeren van regie over het netwerk van organisaties rond Informatiepunten Digitale Overheid die voor de inwoners van Nieuwegein relevant zijn. Artikel 51 gereserveerd Hoofdstuk 6 Specificatie Theater en Cultuur Paragraaf 6.1 Theater en kunstencentrum Artikel 52 Subsidiabele activiteiten Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen, zijn: 1.Uitvoering van een basispakket, bestaande uit: a.een aanbod van podiumkunsten; b.een onderwijsaanbod voor individuele inwoners op het terrein van muziek, dans, toneel en beeldende kunst; c.exploitatie van de organisatie die de activiteiten als bedoeld in de onderdelen a en b verricht. 2.Uitvoering van een flexibel pakket, bestaande uit: a.verhuur dan wel dienstverlening ten behoeve van lokale amateurkunst; b.het bieden van faciliteiten als culturele verhuur en dienstverlening. Artikel 53 Aanvullende subsidiecriteria Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt in aanvulling op het in artikel 3 bepaalde, voldaan aan de volgende aanvullende criteria: a.de subsidieaanvrager is een professionele organisatie in Nieuwegein met meerjarige ervaring in het aanbieden van de activiteiten als bedoeld in artikel 52; b.de subsidieaanvrager heeft een locatie in Nieuwegein ter beschikking waarin de activiteiten als bedoeld in artikel 52 adequaat kunnen worden aangeboden; c.de subsidieaanvrager is voor activiteiten als bedoeld in artikel 52 lid 1 aangesloten bij de geldende pas voor minima. Paragraaf 6.2 Cultuur Artikel 54 Subsidiabele activiteiten Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen, zijn: 1.Cultuureducatie gericht op: a.het Kunstmenu en het Cultuurprogramma in het primair onderwijs; b.het landelijk programma Cultuureducatie met Kwaliteit in het primair onderwijs; c.Cultuurdagen (workshops) in het voortgezet onderwijs d.het faciliteren van een combinatiefunctionaris cultuur. 2.Het exploiteren en beheren van musea in Nieuwegein: a.het historisch museum Warsenhoeck; b.de Museumwerf Vreeswijk; Artikel 55 Aanvullende subsidiecriteria Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt in aanvulling op het in artikel 3 bepaalde, voldaan aan de volgende aanvullende criteria: a.de subsidieaanvrager voor activiteiten als bedoeld in artikel 54 lid 1 is een professionele organisatie in de provincie Utrecht met meerjarige ervaring in het aanbieden van deze activiteiten; b.subsidie voor de combinatiefunctionaris cultuur als bedoeld in artikel 54 lid 1onder d wordt verleend aan één werkgever en deze werkgever dient het theater in Nieuwegein te exploiteren. Paragraaf 6.3 Culturele initiatieven Artikel 56 Begripsbepalingen 1.Culturele activiteit: een activiteit in de vorm van een evenement, een voorstelling, een uitvoering, een expositie of een presentatie in de disciplines muziek, theater, dans, beeldende kunst, fotografie, film, digitale kunst, letteren en cultureel erfgoed.2.Buitenactiviteit: een activiteit gericht op uitvoering in de buitenlucht op een groot terrein, een veld of een buitenlocatie die daaraan gelijkwaardig is.3.Binnenactiviteit: een activiteit gericht op uitvoering in een theater, een kerk, een school, een buurthuis, een cultureel centrum of een vergelijkbare binnenlocatie.4.Vrijwilligersinzet: aantoonbare inzet van vrijwilligers bij de uitvoering van een activiteit, gewaardeerd op € 10 per uur. Onder vrijwilligersinzet worden uitsluitend uitvoerende werkzaamheden verstaan die direct bijdragen aan de realisatie van de activiteit, zoals publieksbegeleiding, opbouw en afbouw, ondersteuning bij licht en techniek, communicatie en logistiek. Artikel 57 Subsidiabele activiteiten 1.Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen zijn culturele activiteiten van verenigingen, collectieven en stichtingen met een culturele doelstelling en statutaire vestiging in de gemeente Nieuwegein, die een bijdrage leveren aan sociale binding in de gemeente. Een aanvraag kan meerdere culturele activiteiten omvatten.2.In geval een subsidie als bedoeld in het eerste lid van dit artikel wordt verstrekt voor een binnenactiviteit, kan aanvullend subsidie worden aangevraagd voor huur van één van de theaterzalen van DE KOM.3.Dranghekken en verkeersmaatregelen, indien noodzakelijk voor de veiligheid van een van de in het eerste lid genoemde activiteiten, worden in natura verstrekt. Artikel 58 Aanvullende subsidiecriteria 1.Om voor subsidie als bedoeld in artikel 57 eerste lid in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende aanvullende criteria. De activiteiten dienen: a.primair plaats te vinden in de gemeente Nieuwegein; b.voor iedereen toegankelijk te zijn; c.een concrete en zichtbare samenwerking te hebben met de Nieuwegein Stadspas. De aanvrager beschrijft in het activiteitenplan hoe deze samenwerking is vormgegeven; d.zo breed mogelijk aan de beschikbare media bekend te worden gemaakt om een zo groot en breed mogelijk publiek te bereiken. e.een bijdrage te leveren aan het vergroten van de culturele participatie van inwoners van Nieuwegein; f.een bijdrage te leveren aan een levendige en bruisende gemeente. g.georganiseerd te worden door een rechtspersoon met culturele doelstelling. 2.Om voor subsidie als bedoeld in artikel 57 tweede lid in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende aanvullende criteria: a.subsidie wordt aangevraagd in aanvulling op een subsidie als bedoeld in artikel 57 eerste lid; b.de subsidie is bedoeld voor gebruik van één van de theaterzalen van DE KOM voor een uitvoering, presentatie of voorstelling voor publiek. 3.De aanvrager beschikt over de benodigde vergunningen voor de culturele activiteit en komt de in de vergunning opgenomen verplichtingen na. Artikel 59 Aanvullende verdeelregels 1.Voor activiteiten als bedoeld in artikel 57 eerste lid gelden de volgende verdeelregels: a.een subsidie voor een culturele buitenactiviteit bedraagt maximaal 70% van de totale subsidiabele kosten van de activiteit tot een maximum van € 15.000 per aanvraag b.een subsidie voor een culturele binnenactiviteit bedraagt maximaal 70% van de totale subsidiabele kosten van de activiteit tot een maximum van € 4.000 per aanvraag c.tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval niet: •kosten van consumpties voor bezoekers; •investeringskosten zoals aanschaf van instrumenten, uniformen, huisvesting en opslag; •structurele exploitatie- en overheadkosten; •kosten bedoeld om in het primaire levensonderhoud te voorzien (dit zijn loonkosten, niet zijnde de kosten voor incidentele inhuur van uitvoerende professionals die direct bijdragen aan de uitvoering van de culturele activiteit); •kosten die als niet redelijk worden beoordeeld. d.een organisatie kan jaarlijks twee aanvragen indienen, mits het totaal aan toegekende subsidie per kalenderjaar niet meer bedraagt dan €30.000. Binnen dit maximum is het toegestaan om meerdere activiteiten te combineren in één aanvraag. Een derde aanvraag is mogelijk bij aantoonbare impact op lokaal niveau en een breed en gevarieerd publieksbereik binnen de gemeente of directe omgeving, mits goed onderbouwd in het activiteitenplan. e.Vrijwilligersinzet mag worden opgevoerd als onderdeel van de vereiste eigen bijdrage, gewaardeerd op € 10 per uur, mits aantoonbaar en gespecificeerd in het activiteitenplan. De totale waarde van vrijwilligersinzet mag niet meer dan 25%, zijnde een vierde deel, van de vereiste eigen bijdrage van 30% bedragen. Voor de berekening van de maximale subsidie en de vereiste eigen bijdrage tellen zowel de opgevoerde kosten als de geldelijke waarde van de toegestane vrijwilligersinzet mee. Vrijwilligersinzet betreft uitsluitend uitvoerende werkzaamheden. Deelname aan vergaderingen, beleidsvorming en bestuursactiviteiten zijn uitgesloten van deze berekening. f.geen subsidie wordt verstrekt aan organisaties die op grond van de Subsidieregeling Nieuwegein 2019 een structurele subsidie ontvangen; g.geen subsidie wordt verstrekt als voor een activiteit op grond van een andere Nieuwegeinse subsidieregeling al subsidie is toegekend; h.geen subsidie wordt verstrekt als bijdrage in de oprichting en vervaardiging van gedenktekens, de uitgave van boekwerken en de productie van informatiedragers (digitaal, audiovisueel) en voor activiteiten die het karakter hebben van een feest of receptie; i.in afwijking van onderdeel h kan subsidie worden verstrekt voor de productie van audiovisuele informatiedragers, voor zover deze naar het oordeel van het college een bijdrage leveren aan de promotie van de stad en een breed publiek bereiken of naar verwachting zullen bereiken. 2.Voor de activiteit als bedoeld in artikel 57 tweede lid gelden de volgende verdeelregels: a.een subsidie bedraagt maximaal € 1.200; b.dit bedrag is een aanvulling op het bedrag genoemd in artikel 59 lid 1. Artikel 60 gereserveerd Paragraaf 6.3a Theater voor mensen met een beperking Artikel 61 Het uitvoeren van een theaterevenement in Nieuwegein door mensen met een beperking. Paragraaf 6.3b Herdenken en vieren Artikel 62 1.Het organiseren van activiteiten gericht op het stimuleren van historisch besef en bewustwording rondom thema’s als oorlog, vrijheid, veiligheid en tradities, te weten: a.Dodenherdenking; b.Herdenkingsconcert(en) i.h.k.v. Dodenherdenking en Bevrijdingsdag c.Bevrijdingsdag; d.Veteranendag; e.Indië herdenking; f.Koningsdag; g.Ketikoti 2.De subsidie voor Herdenkingsconcert(en) i.h.k.v. Dodenherdenking en Bevrijdingsdag bedraagt maximaal € 6.300. Artikel 63 Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval niet: a.Investeringskosten, zoals bijvoorbeeld aanschaf van instrumenten, uniformen, huisvesting en opslag; b.Structurele exploitatie- en overheadkosten; c.Activiteiten die een overwegend politiek karakter dragen; d.Het schrijven, publiceren en uitgeven van boeken; e.Kosten die als niet redelijk worden beoordeeld. Paragraaf 6.4 Erfgoed Artikel 64 Subsidiabele activiteiten Activiteiten die bijdragen aan de zichtbaarheid, kenbaarheid, de (digitale) toegankelijkheid en/of beleefbaarheid van het erfgoed van Nieuwegein. Artikel 65 Aanvullende subsidiecriteria Om voor subsidie als bedoeld in artikel 64 in aanmerking te komen wordt, in aanvulling op het in artikel 3 bepaalde, voldaan aan de volgende aanvullende criteria: a.De activiteit is gericht op het erfgoed in Nieuwegein, waaronder de historische dorpskernen Vreeswijk en Jutphaas b.De subsidie wordt aangevraagd door een organisatie. c.De aanvraag bevat informatie over samenwerking met lokale erfgoedpartners en/of lokale ondernemers en/of inwoners van Nieuwegein. d.De aanvraag bevat informatie over het communicatietraject waarmee met gebruik van diverse (sociale) media een zo groot en breed mogelijk publiek op de hoogte gebracht wordt van de activiteit. Artikel 66 Aanvullende verdeelregels In aanvulling op het in artikel 4 bepaalde, gelden voor activiteiten als bedoeld in artikel 64 de volgende verdeelregels: a.Een subsidie voor een activiteit bedraagt minimaal € 2.000,00 en maximaal € 10.000,00. b.Indien de subsidie voor een activiteit, die een fysieke wijziging van de openbare ruimte tot gevolg heeft, € 5.000,00 of meer bedraagt, wordt 10% van het subsidiebedrag in de begroting gereserveerd als afkoop voor onderhoud door de gemeente. Indien nodig wordt een beheercontract opgesteld. c.Een subsidie wordt maximaal tweemaal per jaar aan dezelfde organisatie verstrekt. De subsidieverstrekking voor de Open Monumentendag is hiervan uitgezonderd. d.Geen subsidie wordt verstrekt voor: •structurele organisatiekosten; •educatieprojecten/lespakketten voor basisonderwijs; •activiteiten die als evenementen aangemerkt kunnen worden, met uitzondering van de Open Monumentendag; •activiteiten die het bekostigen van de instandhouding en/of de verduurzaming van monumenten/cultuurhistorische waardevolle objecten of daaraan gerelateerde activiteiten inhouden; •kunstprojecten (zonder erfgoedaspecten); •activiteiten met winstoogmerk. Artikel 67 gereserveerd Artikel 68 gereserveerd Hoofdstuk 7 Specificatie Sport en Bewegen Artikel 69 Subsidiabele activiteiten Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen, zijn: a.het initiëren, realiseren dan wel coördineren van een laagdrempelig sport- en beweegaanbod door buurtsportcoaches gericht op toeleiding naar regulier sportaanbod. Waaronder Gezonde jeugd gezonde toekomst (JOGG) als onderdeel van het sport- en beweegaanbod van de buurtsportcoaches b.atletiekdagen voor het primair onderwijs; c.sport- en beweeginitiatieven voor mensen met een fysieke beperking; d.sport- en beweeginitiatieven van Nieuwegeinse sportverenigingen zoals sportclinics, kennismakingsactiviteiten en sportprojecten; e.sport- en beweeginitiatieven van commerciële sportaanbieders die plaatsvinden in Nieuwegein; f.wijkgerichte sport- en beweeginitiatieven gericht op het meer in beweging krijgen van inactieve inwoners. g.het realiseren van voorzieningen die aanzetten tot sporten en bewegen op groenblauwe schoolpleinen. h.het opleiden van bestuurders, trainers, coaches en vrijwilligers van sportverenigingen gevestigd in Nieuwegein. i.het ontwikkelen en implementeren van beleid en maatregelen ten behoeve van een sociaal veilig sportklimaat bij sportverenigingen gevestigd in Nieuwegein. Artikel 70 Aanvullende subsidiecriteria Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt in aanvulling op het in artikel 3 bepaalde, voldaan aan de volgende aanvullende criteria: a.de aanvraag sluit aan bij de uitgangspunten van de geldende visie Sport en Bewegen b.indien de subsidieaanvrager een sportaanbieder betreft, is deze voor de genoemde activiteiten aangesloten bij de Nieuwegein Stadspas; c.sport- en beweeginitiatieven als bedoeld in artikel 69 onder d en e richten zich op het stimuleren van actieve sportdeelname; d.sport- en beweeginitiatieven als bedoeld in artikel 69 onder f zijn nieuwe initiatieven en worden georganiseerd in de wijken. Artikel 71 Aanvullende verdeelregels In aanvulling op het in artikel 4 bepaalde gelden de volgende verdeelregels: a.voor buurtsportcoaches die bij één werkgever in dienst zijn, is financiering beschikbaar voor 6,8 fte. Het basissubsidiebedrag wordt in 2024 vastgesteld op € 75.000 per fte, dit wordt jaarlijks geïndexeerd; b.voor buurtsportcoaches met cofinanciering geldt dat het te verstrekken subsidiebedrag maximaal 40% van de kosten is tot een maximum van 4,34 fte. Het basissubsidiebedrag wordt in 2024 vastgesteld op € 75.000 per fte, dit wordt jaarlijks geïndexeerd; c.voor sport- en beweeginitiatieven als bedoeld in artikel 69 onder b, c, d en f geldt een maximumbedrag van € 7.500 per activiteit d.voor voorzieningen als bedoeld in artikel 69 onder g bedraagt de subsidie maximaal 50% van de totale kosten van de voorziening tot een maximum subsidiebedrag van € 5.000 per schoolplein; e.voor sport- en beweeginitiatieven van commerciële sportaanbieders als bedoeld in artikel 34 onder e geldt een maximumbedrag van € 4.000 per aanvrager per kalenderjaar. Een aanvrager kan maximaal drie keer een subsidie verkrijgen. f.Voor activiteiten van sportverenigingen als bedoeld in artikel 69 onder h en i bedraagt de subsidie maximaal 50% van de totale kosten van de activiteit tot een maximum subsidiebedrag van € 2.000 per sportvereniging per kalenderjaar. Artikel 72 gereserveerd Artikel 73 gereserveerd Hoofdstuk 8 Specificatie Overige Subsidies Paragraaf 8.1 Maatschappelijk betrokken samenwerkingsverbanden Artikel 74 Subsidiabele activiteiten Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen zijn het vormen, vergroten en in stand houden van een lokaal netwerk van ondernemers en maatschappelijke organisaties ten behoeve van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Paragraaf 8.2 Mondiale bewustwording Artikel 75 Subsidiabele activiteiten Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen, zijn het faciliteren, promoten en uitvoeren van lokale activiteiten gericht op mondiale bewustwording. Paragraaf 8.3 Voet- en fietsveer Artikel 76 Subsidiabele activiteiten Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen, zijn: a.het in stand houden, faciliteren en bevorderen van vervoer van fietsers en voetgangers door middel van een veer op de Lek tussen de gemeente Nieuwegein en de gemeente Vijfheerenlanden; b.de exploitatie van het voet- en fietsveer. Artikel 77 Aanvullende doelstellingen De aanvullende doelstellingen voor het voet- en fietsveer zijn: a.het faciliteren van woon-werkverkeer, verkeer van scholieren en verkeer van recreanten; b.het bevorderen van recreatief fietsen. Artikel 78 Aanvullende subsidiecriteria Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt in aanvulling op het in artikel 3 bepaalde, voldaan aan de volgende aanvullende criteria: a.de aanvrager voorziet in een dienstregeling; b.de aanvrager draagt zorg voor verkooppunten voor vaartkaarten. Paragraaf 8.4 Wijkplatforms Artikel 79 Subsidiabele activiteiten Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen, zijn activiteiten die een veilige en aantrekkelijke omgeving bevorderen en sociale contacten tussen buurtbewoners stimuleren, door of met ondersteuning van de wijkplatforms. Artikel 80 Aanvullende subsidiecriteria In afwijking van artikel 15 lid 2 geldt: a.op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de subsidie wordt aangevraagd, is de omvang van de toegestane algemene reserve maximaal 100% van het wijkplatformbudget voor het jaar waarin de te subsidiëren activiteiten plaatsvinden; b.de met de gemeente afgesproken bestemmingsreserve, die vastgelegd is in de toekenningsbeschikking, blijft bij de berekening van de toegestane reserve buiten beschouwing. Artikel 81 Aanvullende verdeelregels In aanvulling op het in artikel 4 bepaalde geldt de volgende verdeelregel: het budget wordt verdeeld naar rato van het aantal inwoners in de wijken. Artikel 82 gereserveerd Artikel 83 gereserveerd Hoofdstuk 9 Recreatieve activering Artikel 84 Begripsbepalingen a.Deelnemer: Inwoner van Nieuwegein in een kwetsbare situatie die deelneemt aan recreatieve activering of dagondersteuning. b.Kwetsbare inwoners: personen die een beperking ervaren op fysiek, cognitief, sociaal of psychisch gebied. c.Mantelzorger: een persoon die meer dan gebruikelijke hulp en/of zorg verleent aan een familielid, een vriend of naaste. d.Recreatieve activering: activiteiten voor kwetsbare inwoners en of mensen met een beperking binnen de algemene voorziening onder de Wmo 2015. Deze activiteiten vinden plaats in Nieuwegein, zijn vrij toegankelijk zonder indicatie en er vindt (indien mogelijk) een mix van doelgroepen plaats. e.Vrijwilliger: iemand die zich op basis van intrinsieke motivatie inzet in georganiseerd of ongeorganiseerd verband, onverplicht en onbetaald ten behoeve van anderen of de samenleving waarbij een (maatschappelijk) belang wordt gediend. Artikel 85 Subsidieplafond en verdeelregels 1.Het subsidieplafond voor het subsidiëren van activiteiten, zoals bedoeld in deze subsidieregeling, wordt vastgesteld in de bijlage(n) behorend bij deze subsidieregeling;2.Zolang dit plafond niet is bereikt, worden alle subsidieaanvragen in afwijking van artikel 4 van deze regeling getoetst volgens het beoordelingskader in bijlage 3. Artikel 86 Doelen Met deze subsidieregels wordt beoogd dat alle inwoners van Nieuwegein met een ondersteuningsbehoefte, zo lang dat wenselijk en mogelijk is, laagdrempelig terecht kunnen in hun omgeving voor activiteiten die bij hen passen en die: a.inwoners de ruimte geven voor ontplooien met het oog op hun ontwikkelen waardoor hun zelfredzaamheid wordt bevorderd, behouden of gecompenseerd en ze zo lang mogelijk zelfstandig, op eigen kracht in hun eigen leefomgeving kunnen participeren b.bijdragen aan het vergroten van het netwerk, draagkracht en gezondheid van inwoners en het versterken van hun vaardigheden waardoor ze deelnemen aan de maatschappij; c.bijdragen aan het verminderen van gevoelens van eenzaamheid en ter voorkoming van sociaal isolement; d.ondersteuning bieden aan mantelzorgers; e.ervoor zorgen dat er een zeer beperkt beroep gedaan wordt op maatwerk- en individuele voorzieningen. Artikel 87 Subsidiabele activiteiten Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen, zijn: a.activiteiten die structureel plaatsvinden op basis van een op de inwoner gerichte aanpak en zoveel mogelijk met zijn of haar actieve betrokkenheid; b.activiteiten die plaatsvinden in groepsverband; c.activiteiten die mantelzorgers ontlasten en/of ondersteunen bij het (langer) thuis blijven wonen van personen in een kwetsbare situatie; d.activiteiten die passen bij de interesses, de (cognitieve en fysieke) mogelijkheden/vaardigheden en beperkingen van de inwoner. Het aanbod is gevarieerd; e.inwoners worden geacht zoveel als mogelijk zelf of met behulp van hun netwerk vorm te geven aan vervoer naar de locatie. Indien dit voor deelnemers geen passende optie is kan de aanbieder van recreatieve activering dit op voorhand onderbouwen en vraagt een budget aan voor georganiseerd vervoer binnen de subsidieaanvraag. Artikel 88 Aanvullende subsidiecriteria Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt in aanvulling op het in artikel 3 bepaalde, voldaan aan de volgende aanvullende criteria: a.een beheersbare en doelmatige mix van doelgroepen. De recreatieve activering dient zicht te richten op alle kwetsbare inwoners en inwoners met een beperking in Nieuwegein. b.er wordt door de aanbieder vormgegeven aan de wijze waarop zij huidige en nieuwe deelnemers begeleidt naar de activiteiten en hen in beeld houdt. De aanbieder verzorgt een intake in de vorm van een kennismaking waarbij de ondersteunings- en begeleidingsbehoefte van de inwoner op hoofdlijnen wordt achterhaald en registreert de gegevens van de inwoner zodat contact met hen opgenomen kan worden indien dit nodig is; c.de recreatieve activering dient wijkgericht georganiseerd te worden in de omgeving van de inwoner zelf. In de subsidieaanvraag wordt duidelijk vermeld welke locatie wordt gebruikt; d.bij de uitvoering van de recreatieve activering wordt de aanwezige potentie van de bewoners, deelnemers, organisaties, vrijwilligers en professionals benut. Bij de aanvraag is dan ook duidelijk opgenomen hoe de personele inzet wordt georganiseerd e.bij de recreatieve activering werken de uitvoerende partijen vanuit een gezamenlijke visie en plan. Vanuit deze samenwerking komt spreiding van het aanbod, kennisdeling en een op elkaar afgestemde uitvoering tot stand; f.er is een plan rondom vervoer naar locatie; g. voor de recreatieve activering wordt, anders dan bij de maatwerkvoorziening dagbestedingplus of arbeidsmatige activering ontwikkeling niet gewerkt met een tarief per dagdeel. De kosten moeten redelijkerwijs in verhouding liggen met de werkelijkheid en in ieder geval niet hoger zijn dan de recreatieve dagbesteding. Artikel 89 Aanvullende verdeelregels Voor het verdelen van subsidie gelden, in aanvulling op het in artikel 4 bepaalde, de volgende aanvullende verdeelregels: aBij het verdelen van de subsidie wordt gekeken naar een verdeling van activiteiten over de wijken in Nieuwegein die aansluit bij de behoefte van haar inwoners; bBij het verdelen van de subsidie wordt gekeken naar een verdeling van het soort activiteiten dat aansluit bij de behoefte van haar inwoners. Artikel 90 Aanvraag In aanvulling op artikel 6 lid 2 van de Algemene subsidieverordening Nieuwegein 2026 worden aan de subsidieaanvraag de volgende eisen gesteld: a.een opgave van de samenwerkingspartners waarmee wordt vormgegeven aan de recreatieve activering. Ieders inbreng, rollen, taken en verantwoordelijkheden maakt u inzichtelijk; b.een opgave van de gebied(en) waar uw aanvraag zich op richt en de locatie(s) waarin de activiteiten worden uitgevoerd; c.een omschrijving van de beoogde doelgroep/inwoners met daarbij een onderscheid in het aantal huidige inwoners waar de aanbieder ondersteuning aanbiedt en de te verwachten nieuwe deelnemers; d.hoe de activiteiten aansluiten op de ondersteuningsvragen in voornoemde gebied en voornoemde doelgroep/inwoners; e.de wijze waarop de begeleiding georganiseerd wordt. Hierbij dient u aan te geven hoe de begeleiding wordt vormgegeven, welke deskundigheid hierbij wordt ingezet, het aantal vrijwilligers en het aantal betaalde beroepskrachten; f.hoe inwoners in beeld worden gehouden en hoe de monitoring van te bereiken doelen/resultaten en daarbij behorende activiteiten bij deelnemers gebeurt; g.het aantal dagdelen per week en het gemiddeld aantal deelnemers per dagdeel per week; h.aanvragen worden ingediend op het daartoe bestemde aanvraagformulier. Artikel 91 gereserveerd Artikel 92 gereserveerd Hoofdstuk 10 Stabiliserende Arbeidsactivering Artikel 93 Begripsbepalingen a.Deelnemer: een inwoner van Nieuwegein die wegens instabiliteit in zijn persoonlijke situatie (nog) niet in staat is zelfstandig deel te nemen aan werk, opleiding of andere vormen van maatschappelijke participatie en die deelneemt aan activiteiten gericht op stabiliserende arbeidsactivering. bStabiliserende Arbeidsactivering: het aanbieden van begeleide arbeidsmatige activiteiten aan inwoners die door instabiliteit in hun persoonlijke situatie nog niet in staat zijn zelfstandig deel te nemen aan werk, opleiding of andere vormen van maatschappelijke participatie, gericht op het vergroten van stabiliteit en participatie. Artikel 94 Subsidieplafond en verdeelregels 1.Het subsidieplafond voor het subsidiëren van activiteiten, zoals bedoeld in deze subsidieregeling, wordt vastgesteld in de bijlage(n) behorend bij deze subsidieregeling;2.Zolang dit plafond niet is bereikt, worden alle subsidieaanvragen in afwijking van artikel 4 van deze regelging getoetst volgens het beoordelingskader in bijlage 3. Artikel 95 Doelen De Stabiliserende Arbeidsactivering is voorliggende op de maatwerkvoorziening Arbeidsmatige Activering Ontwikkeling. De subsidie heeft als doel: a.het bieden van stabiliserende arbeidsmatige activering in een algemene laagdrempelige voorziening als onderdeel van de Recreatieve Activering. b.aan inwoners van Nieuwegein die door instabiliteit in hun persoonlijke situatie (nog) niet in staat zijn zelfstandig deel te nemen aan werk, opleiding of andere vormen van maatschappelijke participatie; c.het vergroten van de stabiliteit van inwoners door het bieden van een veilige en passende arbeidsmatige omgeving waarin persoonlijke doelen centraal staan; d.het bevorderen van maatschappelijke participatie en ontwikkeling van inwoners; e.het stimuleren van doorstroom van inwoners naar ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige activering, vrijwilligerswerk, scholing, dagbesteding, betaald werk of andere passende vormen van participatie; f.het realiseren van een gevarieerd aanbod van arbeidsmatige activiteiten dat aansluit bij de interesses, mogelijkheden en behoeften van inwoners van Nieuwegein. Artikel 96 Subsidiabele activiteiten Voor subsidie komen in aanmerking activiteiten die gericht zijn op stabiliserende arbeidsactivering, waaronder: a.het aanbieden van uiteenlopende arbeidsmatige werkzaamheden onder begeleiding; b.het organiseren van voornamelijk groepsgerichte arbeidsmatige activiteiten; c.het aanbieden van activiteiten in Nieuwegein of in de directe omgeving van Nieuwegein, die eenvoudig zijn te bereiken met eigen vervoer of openbaar vervoer; d.het begeleiden van inwoners bij het ontwikkelen van structuur, arbeidsritme, sociale contacten en zelfvertrouwen; e.het opstellen, uitvoeren en evalueren van individuele begeleidingsplannen; f.het ondersteunen van inwoners bij het behalen van persoonlijke ontwikkeldoelen; g.het stimuleren en faciliteren van doorstroom naar andere vormen van participatie of arbeidsmatige activiteiten Artikel 97 Subsidiecriteria Om voor subsidie in aanmerking te komen voldoet de aanvrager aan de volgende criteria: a.het belang, de behoefte en de persoonlijke doelen van de inwoner staan centraal; het verrichten van werkzaamheden is daaraan ondergeschikt; b.de activiteiten sluiten aan bij de kenmerken, mogelijkheden en ondersteuningsbehoeften van de doelgroep; c.de begeleiding is van voldoende kwaliteit en wordt uitgevoerd volgens een onderbouwde methodiek die binnen het samenwerkingsverband wordt toegepast. d.voor iedere deelnemer wordt gewerkt met een begeleidingsplan met daarin doelen, afspraken en evaluatiemomenten; e.deelnemers worden gestimuleerd om zich binnen hun mogelijkheden verder te ontwikkelen; f.activiteiten worden waar mogelijk uitgevoerd in gemêleerde groepen waarbij de interesses van deelnemers leidend zijn en niet hun beperking of ondersteuningsvraag; g.de aanvrager draagt zorg voor een continu en toegankelijk aanbod gedurende de subsidieperiode; h.de aanvrager stimuleert en faciliteert de doorstroom van deelnemers naar andere passende vormen van participatie; i.er is een plan rondom vervoer naar locatie, voor inwoners die niet met eigen vervoer of openbaar vervoer kunnen reizen. Artikel 98 Aanvrager en samenwerking 1.Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een samenwerkingsverband van aanbieders van stabiliserende arbeidsactivering.2.Het samenwerkingsverband wijst één penvoerder aan.3.De penvoerder: a.dient namens het samenwerkingsverband de subsidieaanvraag in; b.is verantwoordelijk voor de toeleiding van inwoners naar de verschillende activiteiten; c.verzorgt de coördinatie van de samenwerking; d.voert de financiële administratie en legt hierover verantwoording af; e.fungeert als eerste aanspreekpunt voor de gemeente. 4.Het samenwerkingsverband is gezamenlijk verantwoordelijk voor: a.de kwaliteit van de aangeboden activiteiten; b.de kwaliteit van de begeleiding; c.een gevarieerd en aanvullend activiteitenaanbod; d.de continuïteit van het aanbod. 5.Het samenwerkingsverband voert ten minste eenmaal per maand gezamenlijk overleg over de uitvoering, afstemming van het aanbod, doorstroom van deelnemers en kwaliteitsontwikkeling.6.Het samenwerkingsverband evalueert minimaal eenmaal per kalenderjaar de samenwerking, resultaten en ontwikkelpunten met de gemeente. Artikel 99 Aanvraag In aanvulling op artikel 6 lid 2 van de Algemene subsidieverordening Nieuwegein 2026 worden aan de subsidieaanvraag de volgende eisen gesteld: a.een opgave van de samenwerkingspartners waarmee wordt vormgegeven aan de stabiliserende arbeidsactivering. Ieders inbreng, rollen, taken en verantwoordelijkheden maakt u inzichtelijk; b.een opgave van de gebied(en) waar uw aanvraag zich op richt en de locatie(s) waarin de activiteiten worden uitgevoerd; c.een omschrijving van de beoogde doelgroep/inwoners met daarbij een onderscheid in het aantal huidige inwoners waar de aanbieder ondersteuning aanbiedt en de te verwachten nieuwe deelnemers; d.aansluiten bij de ondersteuningsbehoeften van de beschreven doelgroep en het betreffende gebied. e.de wijze waarop de begeleiding georganiseerd wordt. Hierbij dient u aan te geven hoe de begeleiding wordt vormgegeven, welke deskundigheid hierbij wordt ingezet, het aantal vrijwilligers en het aantal betaalde beroepskrachten; f.hoe inwoners in beeld worden gehouden en hoe de monitoring van te bereiken doelen/resultaten en daarbij behorende activiteiten bij deelnemers gebeurt; g.opgave van het aantal dagdelen per week en het gemiddeld aantal deelnemers per dagdeel per week; h.de aanvraag wordt ingediend op het daartoe bestemde aanvraagformulier. Artikel 100 gereserveerd Artikel 101 gereserveerd Hoofdstuk 11 Overige bepalingen Artikel 102 Slotbepalingen 1.De Subsidieregeling Nieuwegein 2019 wordt ingetrokken.2.Aanvragen en bezwaar (en beroepsschriften) die zijn ingediend op grond van de Subsidieregeling Nieuwegein 2019 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze regeling, worden afgehandeld krachtens deze regeling.3.De Subsidieregeling Recreatieve activering 2021 wordt ingetrokken.4.Aanvragen en bezwaar (en beroepsschriften) voor Recreatieve activering (hoofdstuk 9) die zijn ingediend op grond van de Subsidieregeling Recreatieve activering 2021 en waarop nog niet is beslist bij op het moment van intrekken van de Subsidieregeling Recreatieve activering 2021, worden afgehandeld krachtens de Subsidieregeling Recreatieve activering 2021.5.Op subsidieaanvragen tot vaststelling zijn de nadere regels van toepassing waaronder de subsidie is toegekend.6.Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 september 2026.7.Dit besluit wordt aangehaald als: Subsidieregeling Nieuwegein 2026. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders, Ellie Liebregts secretaris Marijke van Beukering-Huijbregtsburgemeester Bijlage 1 bij Subsidieregeling Nieuwegein 2026: Subsidieplafonds 2026 Hoofdstuk § Activiteiten Subsidieplafond Kalenderjaar 2026* Theater en Cultuur 6.3 Culturele initiatieven ** € 101.900 Theater en Cultuur 6.3b Herdenken en vieren € 34.000 Erfgoed 6.4 Erfgoed € 40.800 Sport en Bewegen 7 Sport en bewegen, activiteiten zoals vermeld in artikel 34 onder b, c, d, e, f en g € 105.400 * De subsidieplafonds zijn vastgesteld onder voorbehoud van goedkeuring van de programmabegroting door de gemeenteraad. ** Het subsidieplafond voor Culturele initiatieven is niet van toepassing op subsidiebedragen die worden verstrekt op grond van artikel 59, eerste lid, onderdeel i. Bijlage 2 bij Subsidieregeling Nieuwegein 2026: Subsidieplafonds 2027 Hoofdstuk § Activiteiten Subsidieplafond Kalenderjaar 2027* Welzijn en Ondersteuning 3.2 Armoedebestrijding, activiteiten zoals vermeld in artikel 12 onder d Theater en Cultuur 6.3 Culturele initiatieven ** Theater en Cultuur 6.3b Herdenken en vieren Erfgoed 6.4 Erfgoed Sport en Bewegen 7 Sport en bewegen, activiteiten zoals vermeld in artikel 34 onder b, c, d, e, f, g, h en i Recreatieve activering 9 Stabiliserende Arbeidsactivering 10 * De subsidieplafonds zijn vastgesteld onder voorbehoud van goedkeuring van de programmabegroting door de gemeenteraad. ** Het subsidieplafond voor Culturele initiatieven is niet van toepassing op subsidiebedragen die worden verstrekt op grond van artikel 59, eerste lid, onderdeel i. Bijlage 3 bij Subsidieregeling Nieuwegein 2026: Beoordelingskader behorende bij de activiteiten Recreatieve activering (hoofdstuk 9) en Stabiliserende Arbeidsactivering (hoofdstuk 10) Met betrekking tot de verdeling van het beschikbare budget gelden de volgende bepalingen: Bij elk criterium wordt een onderscheid gemaakt tussen de score ‘goed’, ‘voldoende’ en ‘onvoldoende’. Het aantal punten is afhankelijk van het belang van het criterium. Bij een aantal criteria is alleen een keuze tussen 2 categorieën toepasbaar. Zo is onvoldoende geen optie als het criterium raakt aan een subsidiecriteria, zoals omschreven in de subsidieregeling. Daarnaast is er in een aantal gevallen alleen onderscheid mogelijk tussen ‘voldoende’ of ‘onvoldoende’. Criterium Toelichting Score Dekking aanbod De mate waarin het aanbod noodzakelijk is om tot een dekkend aanbod (in activiteiten en spreiding over de wijken) te komen voor alle kwetsbare inwoners met een ondersteuningsbehoefte Het dekkende aanbod wordt alleen behaald indien de aanvraag wordt ingewilligd (20) Het aanbod levert een waardevolle, maar niet onmisbare bijdrage aan een dekkend aanbod (10)Het aanbod levert geen bijdrage aan een dekkend aanbod (0) Samenwerking De mate waarin bij uw aanvraag een gezamenlijk plan aanwezig is vanuit een samenwerking met andere zorgaanbieders, de welzijnsorganisatie MOvactor, bestaande initiatieven en vrijwilligers en waarin u aantoont hoe deze samenwerking leidt tot een gezamenlijk aanbod Er is sprake van een samenwerking met meerdere partijen (10) Er is in beperkte mate sprake van samenwerking (5) Aansluiting doelen De mate waarin de activiteiten aansluiten bij de doelen zoals genoemd in artikel 86 van de recreatieve activering of artikel 95 van de stabiliserende arbeidsactivering. Het aanbod draagt bij aan alle doelstellingen (10) Het aanbod draagt bij aan een beperkt aantal doelstellingen (5) Begeleiding en expertise De mate waarin er aantoonbare ervaring en kennis aanwezig is met de uitvoering van deze activiteiten en de benodigde kennis en ervaring aanwezig is. Er is een optimale mix van professionele ondersteuning en vrijwilligers (10) Er is geen optimale mix van professionele ondersteuning en vrijwilligers (0) Passende activiteiten De mate waarin de activiteiten variëren en aansluiten bij de behoeften, interesses, achtergrond, de cognitieve en fysieke vaardigheden en beperkingen van de beoogde deelnemers Er is een gevarieerd en passend aanbod waarmee aangesloten wordt bij de behoeften, interesses, achtergrond, de cognitieve en fysieke vaardigheden en beperkingen van de benodigde deelnemers (10) Het gevarieerde, passende aanbond is deels / in beperkte mate aanwezig (5) Effectiviteit De mate waarin aantoonbaar wordt dat het aanbod passend is voor de groep inwoners die voorheen van de maatwerkvoorziening gebruik maakte Het aanbod is een passend alternatief voor de maatwerkvoorziening (10) Het aanbod is geen passend alternatief (0) Onderzoek tevredenheid De mate waarin u aangeeft de tevredenheid van de deelnemers periodiek te onderzoeken en te rapporteren Onderzoek naar en rapportage over tevredenheid zijn geborgd (10) Er is geen tot weinig aandacht voor tevredenheid van deelnemers Verhouding prijs/kwaliteit De mate waarin de omvang, aard en het bereik van de activiteiten zich verhouden tot de opgevoerde kosten Lager dan gemiddeld (20) Gemiddeld (10) Hoger dan gemiddeld (0)

Categorie: APV

In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer meldingen zoals "Subsidieregeling Nieuwegein 2026"

Omgeving

Omgeving

Houten, Fortweg/ Utrechtseweg, aanvraag omgevingsvergunning kappen en vellen bomen

APV

APV

Subsidieregeling Nieuwegein 2026

APV

APV

Raamregeling tijdelijke subsidies Nieuwegein 2024

APV

APV

Subsidieregeling Duurzaam Nieuwegein 2020

Mededelingen

Mededelingen

Openbare vergaderingen algemeen bestuur

APV

APV

Arbeidsvoorwaarden

APV

APV

Subsidieregeling Inwonersinitiatieven Nieuwegein 2025

Evenementen

Evenementen

Houten, aanvraag evenementenvergunning intocht Sinterklaas

APV

APV

Aanwijzingsbesluit parkeerapparatuurplaatsen gemeente Utrecht

Mededelingen

Mededelingen

Verlenging van Aanwijzingsbesluit DAEB Grijs naar Groen tot en met 31-12-2028 gemeente Bunnik

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Ontwerp Beleidsprogramma Provinciaal Programma Wonen en Werken 2026 provincie Utrecht

Mededelingen

Mededelingen

Aanwijzingsbesluit adressenlijst uitsluiting parkeervergunningen