Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Pijnacker-Nootdorp 2024
Locatie
Soort
APV
Gepubliceerd op
2026-11-05
Gepubliceerd door
Gemeente Pijnacker-Nootdorp
Informatie
Eerste wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Pijnacker-Nootdorp 2024 De raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 september 2026; gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, eerste tot en met vierde lid, en zesde lid, 2.1.4a eerste, tweede, vijfde en zesde lid, 2.1.4b, tweede lid, 2.3.6, vierde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2025 en artikel 3.8, tweede lid, en 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2025 en artikel 149 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de eerste wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Pijnacker-Nootdorp 2024. ARTIKEL I In artikel 3.1, eerste lid, wordt onder verlettering van de onderdelen j tot en met k tot k tot en met l, na onderdeel i een onderdeel ingevoegd, luidende: j.sporthulpmiddel; ARTIKEL II Artikel 3.2 wordt als volgt gewijzigd: A.Het zesde lid komt te luiden: 6.Een cliënt komt in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming als dit een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid en participatie en sprake is van één van de volgende maatwerkvoorzieningen: a.de kosten voor verhuizing en herinrichting, als het college het primaat verhuizen heeft opgelegd als bedoeld in artikel 3.8, derde lid. De hoogte van de financiële tegemoetkoming is gebaseerd op marktonderzoek naar verhuiskosten en de Nibud-normen voor stoffering en wordt verstrekt als een forfaitair bedrag; b.de kosten voor vervoer per eigen auto voor lokaal vervoer als bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, als de cliënt geen gebruik kan maken van het collectief vervoer. De hoogte van de financiële tegemoetkoming is gebaseerd op de kilometerprijs van het Nibud, Uitgaven Autokosten, uitgaande van de ‘kilometerprijs alleen variabele kosten’ per maand voor een compacte klasse auto, vermenigvuldigd met het aantal benodigde kilometers, uitgaande van maximaal 2400 kilometer per jaar; c.een sporthulpmiddel als bedoeld in artikel 3.11. De hoogte van de financiële tegemoetkoming is gebaseerd op marktonderzoek naar de gemiddelde kosten van sporthulpmiddelen en de daarmee samenhangende kosten voor onderhoud, reparatie en verzekering. De tegemoetkoming wordt maximaal eens per drie jaar verstrekt in de vorm van een forfaitair bedrag. Na afloop van deze termijn kan een technische keuring plaatsvinden om te beoordelen of het sporthulpmiddel nog adequaat is en of een reparatie of vervanging nodig is. B.Het zevende lid wordt toegevoegd en komt te luiden: 7.De hoogte van de financiële tegemoetkomingen worden vastgelegd in nadere regels. ARTIKEL III Artikel 3.5 wordt als volgt gewijzigd: A.Het derde lid wordt vernummerd tot het vierde lid en na het tweede lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende: 3.Tot en met zes dagdelen per week wordt de voorziening ontmoetingscentra aangemerkt als een algemene voorziening en is deze zonder indicatie toegankelijk. B.Het vierde lid komt te luiden: 4.De cliënt kan in aanmerking komen voor vervoer van en naar de locatie van het ontmoetingscentrum als de cliënt niet op eigen gelegenheid de locatie van het ontmoetingscentrum kan bereiken. ARTIKEL IV Artikel 3.7, vijfde lid, wordt toegevoegd en komt te luiden: 5.Het meest recente Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning van Bureau HHM wordt als richtlijn gehanteerd om de omvang van de hulp bij het huishouden te bepalen. Artikel V Artikel 3.8 wordt als volgt gewijzigd: A.Het vierde lid komt te luiden: 4.Als het college het primaat verhuizen oplegt, dan kan het college een financiële tegemoetkoming voor de verhuis- en herinrichtingskosten als bedoeld in artikel 3.2, zesde lid, verstrekken. B.Het zesde lid, onderdeel i, komt te luiden: i.als de woningaanpassing in het geval van nieuwbouw of renovatie meegenomen kan worden. Artikel VI Onder vernummering van artikel 3.11 en 3.12 tot 3.12 en 3.13 wordt na artikel 3.10 een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 3.11 Aanvullende criteria voor sporthulpmiddelen 1.In aanvulling op artikel 3.2 en 3.3 kan een cliënt in aanmerking komen voor één sporthulpmiddel als hij niet kan sporten zonder het specifieke hulpmiddel en het hulpmiddel noodzakelijk is om in aanvaardbare mate te kunnen participeren. 2.Een sporthulpmiddel wordt alleen verstrekt als de cliënt het hulpmiddel: a.regelmatig en hoofdzakelijk in Nederland gebruikt; en b.niet inzet voor het beoefenen van topsport. 3.Voordat het college een sporthulpmiddel verstrekt, kan het de cliënt verzoeken eerst gebruik te maken van een sporthulpmiddel via de Mobilitheek of Uniek Sporten. Dit om te beoordelen of de sport passend is en welke eigenschappen van het sporthulpmiddel voor de cliënt noodzakelijk zijn. 4.Het college kan (laten) onderzoeken of het aangevraagde sporthulpmiddel als de goedkoopst adequate voorziening kan worden aangemerkt. 5.Het college verstrekt geen voorziening voor het feitelijk kunnen bezoeken van of deelnemen aan activiteiten, zoals entreegelden of lidmaatschapsbijdragen. 6.Een sporthulpmiddel wordt uitsluitend verstrekt als financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3.2, zesde lid. Artikel VII Artikel 4.1 wordt als volgt gewijzigd: A.Onder vernummering van het derde tot en met het zesde lid tot het vierde tot en met het zevende lid wordt na het tweede lid een nieuw lid ingevoegd, luidende: 3.De cliënt aan wie een pgb wordt toegekend, zorgt ervoor dat dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, voldoen aan de in artikel 7.2 opgenomen kwaliteitseisen. B.Het vierde lid, onderdeel a, komt te luiden: a.het is gebaseerd op een door de cliënt opgesteld bestedingsplan pgb of een door het college geaccepteerde offerte ingeval van een hulpmiddel of woningaanpassing; C.Het vierde lid, onderdeel b, komt te luiden: b.het wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud, reparatie en verzekering; D.Het vierde lid, onderdeel d, komt te luiden: d.als de verstrekking een tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop het hulpmiddel of de woningaanpassing technisch is afgeschreven, indien nodig rekening houdend met een vergoeding voor onderhoud, reparatie en verzekering; Artikel VIII Artikel 4.2 wordt als volgt gewijzigd: A.Het tweede lid komt te luiden: 2.Van professionele ondersteuning is sprake als de ondersteuning wordt verleend door onderstaande personen: a.personen die werkzaam zijn bij een organisatie die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) waarbij de activiteiten volgens deze inschrijving bestaan uit het verlenen van ondersteuning als bedoeld in hoofdstuk 3 en die beschikken over de relevante diploma’s en beroepskwalificaties die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende werkzaamheden; of b.personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) waarbij de activiteiten volgens deze inschrijving bestaan uit het verlenen van ondersteuning als bedoeld in hoofdstuk 3 en beschikken over de relevante diploma’s en beroepskwalificaties die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende werkzaamheden. B.Het derde lid komt te luiden: 3.Voor het leveren van professionele ondersteuning is vereist dat de personen die werkzaam zijn bij een organisatie en de zelfstandige zonder personeel beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag die niet eerder is afgegeven dan drie maanden vóór indiensttreding of aanvang van de ondersteuning. C.Het vierde lid, onderdeel c, wordt toegevoegd en komt te luiden: c.ondersteuning geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de cliënt. Artikel IX Artikel 4.3 wordt als volgt gewijzigd: A.Het tweede lid, onderdeel a, komt te luiden: a.voor begeleiding binnen de resultaatgebieden Sociaal en persoonlijk functioneren, Financiën, Huisvesting en Gezondheid: op basis van de kostprijs per uur die het college is verschuldigd voor gecontracteerde ondersteuning in natura vermenigvuldigd met de omvang van de begeleiding, waarbij de omvang van de begeleiding wordt afgeleid uit het toegekende arrangement, als bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, en omgerekend naar een aantal uur begeleiding (pxq); B.Het tweede lid, onderdeel b, komt te luiden: b.voor begeleiding binnen de resultaatgebieden Sociaal en persoonlijk functioneren, Financiën, Huisvesting en Gezondheid door een zelfstandige zonder personeel: op basis van 80% van de kostprijs per uur die het college is verschuldigd voor gecontracteerde ondersteuning in natura vermenigvuldigd met de omvang van de begeleiding, waarbij de omvang van de begeleiding wordt afgeleid uit het toegekende arrangement, als bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, en omgerekend naar een aantal uur begeleiding (pxq). Het pgb bedraagt ten hoogste het pgb voor professionele ondersteuning als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a; C.Het derde lid, onderdeel a, komt te luiden: a.voor hulp bij het huishouden is de hoogte van het pgb gelijk aan het wettelijk minimum bruto uurloon voor een persoon van 21 jaar of ouder met een 36-urige werkweek, vermeerderd met de vakantietoeslag. Als de budgethouder werkgeverslasten moet afdragen, wordt het budget met die lasten verhoogd; D.Het derde lid, onderdeel b, komt te luiden: b.voor begeleiding binnen de resultaatgebieden Sociaal en persoonlijk functioneren, Financiën, Huisvesting en Gezondheid is de hoogte van het pgb gelijk aan het wettelijk minimum bruto uurloon voor een persoon van 21 jaar of ouder met een 36-urige werkweek, vermeerderd met de vakantietoeslag. Het totale pgb wordt berekend door dit uurtarief te vermenigvuldigen met de omvang van de benodigde begeleiding, waarbij de omvang van de begeleiding wordt afgeleid uit het toegekende arrangement, als bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, en omgerekend naar een aantal uur begeleiding (pxq). Als de budgethouder werkgeverslasten moet afdragen, wordt het budget met die lasten verhoogd; E.Het vierde lid, onderdeel a, komt te luiden: a.de kostprijs van de goedkoopst passende (tweedehands) voorziening in natura. Het pgb tarief wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud, reparatie en verzekering; F.In het vierde lid, wordt onder verlettering van de onderdelen b en c tot c en d, na onderdeel a een onderdeel ingevoegd, luidende: b.de huurprijs van de goedkoopst passende (tweedehands) voorziening in natura, berekend over een periode van 7 jaar en, indien nodig, aangevuld met een vergoeding voor onderhoud, reparatie en verzekering. Na afloop van deze periode kan het college een technische keuring laten uitvoeren om te beoordelen of de voorziening nog adequaat is en of reparatie of vervanging noodzakelijk is; of G.Het vierde lid, onderdeel d, komt te luiden: d.In geval van een bouwkundige woningaanpassing wordt de hoogte van het pgb vastgesteld op basis van een berekening door een onafhankelijk adviesbureau. H.Het zevende lid, komt te luiden: 7.Bij maatschappelijke ondersteuning die wordt verleend op basis van een verklaring, als bedoeld in artikel 2ab eerste lid van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015, wordt de hoogte van het pgb vastgesteld op basis van een symbolische tegemoetkoming per kalendermaand voor een hulp uit het sociaal netwerk. De hoogte van de symbolische tegemoetkoming bedraagt maximaal 6 uur per kalendermaand niet-professionele ondersteuning op basis van een uurtarief dat gelijk is aan het wettelijk minimum bruto uurloon voor een persoon van 21 jaar of ouder met een 36-urige werkweek, vermeerderd met de vakantietoeslag, tenzij op grond van de verklaring kan worden volstaan met een lagere tegemoetkoming. Artikel XI Hoofdstuk 5 komt te luiden: Artikel 5.1 Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen 1.Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura of een pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. De bijdrage wordt vastgesteld en geïnd door het Centraal Administratie Kantoor (CAK), conform het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 2.Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een algemene voorziening waarbij sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie zolang de cliënt van deze voorziening gebruik maakt. Deze bijdrage wordt vastgesteld en geïnd door het CAK. Bij deze algemene voorzieningen is sprake van een duurzame hulpverleningsrelatie: a.het ontmoetingscentrum. 3.Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor het gebruik van een algemene voorziening zonder duurzame hulpverleningsrelatie zolang de cliënt van deze voorziening gebruik maakt. De bijdrage betreft een rechtstreekse betaling of vast tarief aan de organisatie die de algemene voorziening levert. Bij deze algemene voorzieningen is geen sprake van een duurzame hulpverleningsrelatie: a.collectief vervoer met de Regiotaxi zonder Wmo-vervoerspas. 4.Als de bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd, is de bijdrage verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 5.In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd door: a.de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en die een bijdrageplichtig inkomen heeft tot maximaal 110% van de toepasselijke bijstandsnorm; b.de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een bijdrageplichtig inkomen heeft tot maximaal 110% van de toepasselijke bijstandsnorm; c.de gehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een gezamenlijk bijdrageplichtig inkomen heeft tot maximaal 110% van de toepasselijke bijstandsnorm; d.verstrekking van een maatwerkvoorziening in natura of pgb voor aanpassing van een gemeenschappelijke ruimte voor zover deze betrekking heeft op het toe- en doorgankelijk maken van het woongebouw, waardoor meerdere personen gebruik kunnen maken van deze aanpassing; e.cliënten op grond van hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015; f.de financiële tegemoetkoming voor verhuizing en herinrichting; g.de wenperiode van maximaal zes dagdelen bij een ontmoetingscentrum. Artikel 5.2 Hoogte bijdrage in de kosten 1.De hoogte van de bijdrage voor het gebruik van één of meer maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen waarbij sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie, bedraagt per maand maximaal het bedrag genoemd in artikel 2.1.4 derde lid en artikel 2.1.4a vierde lid van de wet voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënt en zijn echtgenoot samen. 2.In afwijking van het eerste lid wordt de hoogte van de bijdrage voor de maatwerkvoorziening collectief vervoer met de Regiotaxi, als bedoeld in artikel 3.10, als volgt vastgesteld: a.voor gebruik van het collectief vervoer is de cliënt per rit een opstaptarief en per gereden kilometer een ritbijdrage verschuldigd. Het opstaptarief en de ritbijdrage per gereden kilometer worden door de Metropoolregio Rotterdam Den Haag jaarlijks vastgesteld; b.de bedragen van het opstaptarief en ritbijdrage per gereden kilometer worden opgenomen in de nadere regels 3.De hoogte van de bijdrage voor een maatwerkvoorziening en algemene voorziening overstijgt niet de kostprijs van de voorziening. 4.De kostprijs van een maatwerkvoorziening en algemene voorziening is gelijk aan de kosten die het college voor de betreffende voorziening maakt of is gelijk aan de hoogte van het pgb. De kostprijs van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt ook bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening (bruikleen, huur of eigendom). Artikel XII In artikel 6.1 wordt onder vernummering van het eerste tot en met het zevende lid tot het tweede tot en met het achtste lid, een nieuw eerste lid ingevoegd, luidende: 1.Het college informeert de cliënt op een begrijpelijke manier over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening in zorg in natura of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. Artikel XIII Artikel 7.1 komt te luiden: Artikel 7.1 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning in natura 1.Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten zijn daaronder begrepen, door: a.voorzieningen af te stemmen op de persoonlijke situatie van de cliënt; b.voorzieningen af te stemmen op andere vormen van zorg en ondersteuning; c.erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; d.de inzet van deskundig personeel. Hieronder wordt verstaan dat de beroepskrachten beschikken over relevante diploma’s, kennis en ervaring die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende ondersteuning en indien van toepassing beschikken over een registratie in een relevant beroepsregister; e.ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de van toepassing zijnde erkende keurmerken voor de betreffende sector; f.de aanwezigheid van een eerstverantwoordelijke ondersteuner als aanspreekpunt voor de cliënt en zijn directe omgeving; g.het opstellen en uitvoeren van een integraal zorgplan per cliënt waarin de doelen, activiteiten, evaluatiemomenten en behaalde resultaten zijn vastgelegd en houdt een deugdelijke uren- en cliëntregistratie bij; h.rapportages over resultaten; i.zicht op de prestaties en stimulans tot verbetering van de dienstverlening; j.het handelen conform relevante wetgeving of beleidsregels, niet misleiden of frauderen en geen ondeskundige ondersteuning bieden. 2.De aanbieder voldoet aan de vigerende kwaliteitsstandaard Wmo, zoals wordt gebruikt voor het toezicht door de GGD Haaglanden. 3.Wanneer een aanbieder gebruik maakt van een onderaannemer, is deze er als hoofdaanbieder verantwoordelijk voor dat de onderaannemer voldoet aan de kwaliteitseisen die het college aan de ondersteuning stelt. 4.Het college ziet toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. Artikel XIV Onder vernummering van artikel 7.2 tot artikel 7.3 wordt na artikel 7.1 een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 7.2 Kwaliteitseisen pgb 1.De met een pgb in te kopen diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen voldoen aan de door het college gestelde kwaliteitseisen en worden naar het oordeel van het college veilig, doeltreffend en cliëntgericht verstrekt. 2.Professionele ondersteuning die met een pgb wordt ingekocht, wordt verleend door een organisatie of zelfstandige zonder personeel die de ondersteuning beroeps- of bedrijfsmatig uitvoert en voldoet aan de hierna beschreven kwaliteitseisen: a.de met het pgb in te kopen ondersteuning wordt veilig, doeltreffend en cliëntgericht verstrekt; b.de met het pgb in te kopen ondersteuning wordt afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of ondersteuning die de cliënt ontvangt; c.de met het pgb in te kopen ondersteuning sluit aan bij de in het onderzoek vastgestelde ondersteuningsbehoefte en beoogde resultaten; d.de personen die de met het pgb in te kopen ondersteuning uitvoeren beschikken over relevante diploma’s, kennis en ervaring die nodig zijn voor de uitoefening van de desbetreffende ondersteuning als bedoeld in hoofdstuk 3. Als voor de beroepsuitoefening een beroepsregistratie gebruikelijk of vereist is, beschikt de uitvoerder van de ondersteuning over een geldige registratie in het betreffende beroepsregister; e.de personen die werkzaam zijn bij een organisatie en de zelfstandige zonder personeel beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag die niet eerder is afgegeven dan drie maanden vóór indiensttreding of aanvang van de ondersteuning; f.de organisatie en zelfstandige zonder personeel werkt met een plan waarin de doelen, activiteiten, evaluatiemomenten en behaalde resultaten zijn vastgelegd en houdt een deugdelijke uren- en cliëntregistratie bij; g.als sprake is van een maatwerkvoorziening voor dagbesteding of kortdurend verblijf beschikt de organisatie en zelfstandige zonder personeel over een (rolstoel)toegankelijke locatie die geschikt is voor de uit te voeren taken die voldoet aan het Besluit bouwwerken leefomgeving, brandveiligheidseisen en waar meerdere cliënten tegelijk kunnen verblijven; h.de organisatie en zelfstandige zonder personeel beschikt over een meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en handelt overeenkomstig deze meldcode; i.de organisatie en zelfstandige zonder personeel beschikt over een privacy beleid dat voldoet aan de geldende privacywetgeving en draagt zorg voor een zorgvuldige verwerking van persoonsgegevens. 3.Een persoon uit het sociaal netwerk, die op basis van een pgb ondersteuning verleent, dient in elk geval aan de volgende kwaliteitseisen te voldoen: a.de maatwerkvoorziening wordt veilig, doeltreffend en cliëntgericht verstrekt; b.de maatwerkvoorzieningen wordt afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt; c.werkt met een plan waarin de doelen, activiteiten, evaluatiemomenten en behaalde resultaten zijn vastgelegd en houdt een deugdelijke urenregistratie bij. 4.Wanneer een aanbieder gebruik maakt van een onderaannemer, is deze er als hoofdaanbieder verantwoordelijk voor dat de onderaannemer voldoet aan de kwaliteitseisen die het college aan de ondersteuning stelt. 5.Het college beoordeelt vooraf, aan de hand van het bestedingsplan pgb, of naar zijn oordeel is gewaarborgd dat aan de in dit artikel genoemde kwaliteitseisen is voldaan. De cliënt verstrekt daarvoor de informatie die het college daarvoor redelijkerwijs nodig heeft. 6.Wanneer het college op basis van het onderzoek tot het oordeel komt dat niet is gewaarborgd dat de in te kopen ondersteuning aan de in dit artikel gestelde eisen voldoet, kan het college het pgb weigeren met toepassing van artikel 2.3.6, tweede lid, onder c, van de Wmo 2015. Artikel XV Artikel 9.2 komt te luiden: Artikel 9.2 Indexering 1.Het college kan jaarlijks de geldende bedragen ten behoeve van voorzieningen indexeren op de wijze die is vastgelegd in de inkoopdocumenten van de betreffende voorziening. 2.De pgb tarieven voor ondersteuning worden als volgt geïndexeerd: a.het pgb tarief voor professionele ondersteuning wordt geïndexeerd op dezelfde wijze als het tarief voor vergelijkbare professionele ondersteuning die door de gemeente is gecontracteerd; b.het pgb tarief voor hulp bij het huishouden door een zelfstandige zonder personeel wordt geïndexeerd op basis van de salaristabel voor Hulp bij het Huishouden uit de cao VVT; c.het pgb tarief voor niet-professionele ondersteuning voor hulp bij het huishouden en begeleiding wordt jaarlijks per 1 januari vastgesteld. Hierbij wordt rekening gehouden met de verwachte verhoging van het wettelijk minimum bruto uurloon per 1 juli van dat jaar. Artikel XVI 1.Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2027. 2.Deze verordening wordt aangehaald als: Eerste wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Pijnacker-Nootdorp 2024. Vastgesteld in de openbare vergadering van 15 oktober 2026. Mark Tobeas griffier Björn Lugthartvoorzitter
Categorie: APV
In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer over deze regio
Meer meldingen zoals "Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Pijnacker-Nootdorp 2024"

Mededelingen
Bekendmaking: Toepassen van bestuursdwang voor het verwijderen van een zilverkleurige, 1 assige aanhangwagen geparkeerd op de Ambachtsweg te Pijnacker

Mededelingen
Bekendmaking: Toepassen van bestuursdwang voor het verwijderen van een zilverkleurige, dubbelassige aanhangwagen geparkeerd op de Gildeweg te Pijnacker

Mededelingen
Bekendmaking: Toepassen van bestuursdwang voor het verwijderen van een zilverkleurige, 1-assige aanhangwagen geparkeerd op de Gildeweg te Pijnacker

APV
Openstellingsbesluit Programma Groen doet goed Zuid-Holland 2027

APV
Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Pijnacker-Nootdorp 2024

Mededelingen
Bekendmaking van het voornemen tot verhuur van een perceel grond aan de Scheveningseweg 237A te ’s-Gravenhage en het vestigen van een daaraan gekoppeld huurafhankelijk recht van opstal

Omgeving
Omgevingsvergunning - Beschikking Verleend, verspreid over stadsdeel Leidschenveen-Ypenburg

APV
Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 27 oktober 2026 (PZH-2026-897558846 DOS-2026-0004325) tot vaststelling van het subsidieplafond voor 2027 voor de Subsidieregeling erfgoedlijnen Zuid-Holland 2025 (Besluit subsidieplafond 2027...

APV
Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 27 oktober 2026, PZH-2026-897558846, DOS-2026-0004325, tot vaststelling van het Maatregelenpakket erfgoedlijnen 2027

Mededelingen
Beleidsregel tijdelijke individuele bijzondere bijstand energiekosten 2025 gemeente Delft

Mededelingen
Machtigingsformulier selectiebesluit intergemeentelijke-organen

APV
Subsidieregeling meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2027-2028 categorie A Den Haag 2026

