Verordening op de Heffing en Invordering van Parkeerbelastingen 2026-II

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

APV

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-07-16

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente Oss

Informatie

Verordening op de Heffing en Invordering van Parkeerbelastingen 2026-II De raad van de gemeente Oss; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 juni 2026; gelet op het advies van de adviescommissie van 18 juni 2026; gelet op artikel 225 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2026-II Artikel 1. Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- en uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen en laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; b. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990; c. houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene die op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven; d. parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; e. centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Oss een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon; f. parkeervergunning: een door burgemeester en wethouders verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de daartoe aangewezen plaatsen op de openbare weg, zoals is geregeld en beschreven in de Parkeerverordening 1994; g. bezoekersvergunning: een door burgemeester en wethouders verleende vergunning (bezoekersregeling) waarbij een bezoeker van een belanghebbende, die in een gebied met betaald parkeren woont, tegen een gereduceerd tarief op daartoe aangewezen plaatsen op de openbare weg kan parkeren. h. dag: een kalenderdag; i. dagdeel: een aangesloten periode van 4 uur binnen dezelfde dag; j. jaar: een aaneengesloten periode van 12 maanden; k. etmaal: een aaneengesloten periode van 24 uren; l. maand: een kalendermaand m. centrumgebied: het gebied dat als zodanig is weergegeven op de bij dit besluit behorende en deel uitmakende bijlage (bijlage 2 - tekening); n. schilzone: een gebied dat als zodanig is weergegeven op de bij dit besluit behorende en deel uitmakende bijlage (bijlage 2 - tekening) en dat aansluit op het centrumgebied o. potentieel te reguleren gebied: het gebied dat grijs is gearceerd op de bij dit besluit behorende en deel uitmakende bijlage (bijlage 3 – kaart) Artikel 2. Belastbaar feit Onder de naam "parkeerbelastingen" worden de volgende belastingen geheven: a.een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze; b.een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze. Artikel 3. Belastingplicht 1.De belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd.2.Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: a.degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; b.zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat: i.indien een voor ten hoogste van drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd; ii.indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd. 3.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.4.De belasting genoemd in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd. Artikel 4. Maatstaf van heffing, belastingtarieven en belastingtijdvak De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel. Artikel 5. Wijze van heffing 1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.2.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.3.Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de vergunning geldt worden opgegeven. Artikel 6. Ontstaan van de belastingschuld 1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.2.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning is verleend. Artikel 7. Termijn van betaling 1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.2.In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.3.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.4.Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald. Artikel 8. Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a en/of b., mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit. Artikel 9. Kosten 1.De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 82,002.De kosten voor de overbrenging en bewaring bedragen € 90,003.Het bedrag van de ingevolge het eerste en tweede lid in rekening te brengen kosten wordt bij voor bezwaar vatbare beschikking vastgesteld. Artikel 10. Kwijtschelding Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 11. Vrijstellingsbepaling 1.Vrijgesteld van het betalen van parkeerbelastingen zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van deze verordening zijn: a.Gehandicapten voor zover deze beschikken over, en deze zichtbaar achter de voorruit van het geparkeerde voertuig hebben aangebracht, een: i.geldige Europese Gehandicaptenparkeerkaart; ii.geldige buitenlandse gehandicaptenparkeerkaart zoals bedoeld in art. 86 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; b.Als zodanig herkenbare politievoertuigen; c.Als zodanig herkenbare brandweervoertuigen; d.Als zodanig herkenbare ambulances; e.Als zodanig herkenbare voertuigen van de Veiligheidsregio Brabant Noord; f.Als zodanig herkenbare voertuigen van de gemeente Oss. 2.De in het eerste lid genoemde categorieën gebruikers onder b, c, d, e en f zijn bovendien vrijgesteld van het betalen van parkeerbelastingen als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van deze verordening. Artikel 12. Vrijstelling digitaal parkeerrecht GPK 1.De houder van een gehandicaptenparkeerkaart krijgt, in afwijking van hetgeen in artikel 11, lid 1, sub a. is bepaald, uitsluitend vrijstelling van het betalen van parkeerbelasting, indien de houder de gehandicaptenparkeerkaart heeft aangemeld in het digitaal parkeerrecht GPK-systeem. Het tonen van de papieren gehandicaptenparkeerkaart kan hier niets aan afdoen en geeft niet alsnog recht op vrijstelling van het betalen van parkeerbelasting.2.Het college kan nadere regels stellen rondom de controle op de aanwezigheid van een vrijstelling. Met deze controle wordt bedoeld de controle langs elektronische weg op de aanwezigheid van een aan de houder van een gehandicaptenparkeerkaart toekomende vrijstelling van het betalen van parkeerbelasting en kunnen regels over de technische werking van de voor de controle in te zetten apparatuur bevatten.3.Het college draagt er zorg voor dat aanmelding in het digitaal parkeerrecht GPK-systeem op een digitaal inclusieve wijze geschiedt, die voldoet aan de standaarden voor toegang tot overheidsdienstverlening.4.Hetgeen in het eerste lid van dit artikel is vermeld geldt niet voor gehandicaptenparkeerplaatsen, aangegeven met verkeersbord E06. Voor die gehandicaptenparkeerplaatsen is en blijft de papieren gehandicaptenparkeerkaart het geldend bewijsmiddel.5.Dit artikel treedt in werking op een door het college nader te bepalen datum. Artikel 13. Nadere regels door het Dagelijks Bestuur of het College van burgemeester en wethouders Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant en/of het college van burgemeester en wethouders kunnen nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de parkeerbelastingen. Artikel 14. Inwerkingtreding en citeertitel. 1.De ‘Verordening Parkeerbelastingen Oss 2026' van 11-12-2025 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.2.Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 oktober 2026.3.Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening Parkeerbelastingen Oss 2026-II’. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 25 juni 2026. De gemeenteraad voornoemd,De griffier, drs. P.H.A. van den Akker De voorzitter, F.T. de Jonge Bijlage 1: Tarieventabel en betaaltijden parkeerbelastingen 2026 Behorende bij en deel uitmakende van de “Verordening Parkeerbelastingen Oss 2026-II” I. Tarieven voor het parkeren bij parkeerapparatuur zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel a van deze verordening. Code Locatie Tarief Parkeerduur A1 Begijnenstraat (tussen Torenstraat en Fratershof), Torenstraat, Varkensmarkt, Kerkstraat, Monsterstraat, Meierijse Kar, Terwaenen, Nieuwstraat, Haarviltstraat, Kruisstraat (tussen Heuvelstraat en Smalstraat), Boterstraat, Heschepad, Molenstraat (tussen Oostwal en Carmelietenstraat), Oostwal, Carmelietenstraat, Burgwal, Eikenboomgaard, Walstraat, Hooghuisstraat, Berghemseweg (tussen Hooghuisstraat en Teugenaarsstraat), Klaphekkenstraat, Goudmijnstraat (tussen Oostwal en wegzakbare paal) € 2,00 Per uur B1 Parkeerterreinen Eikenboomgaardplein, Boschpoorthof, Oostwal-West, Kruisstraat, Maasvallei, Lievekamplaan, Ridderhof, Spoorlaan Burchtplein en Raadhuishof € 2,00 € 6,00 per uur, met een maximum tarief per kalenderdag van: maximaal kalenderdagtarief C1 - - - D1 Alle overige locaties in het Centrumgebied en de Schilzones € 2,00 € 4,00 voor het eerste uur parkeren daarna (na het eerste uur parkeren): per uur Alle locaties in het Centrumgebied en de Schilzones, bij gebruikmaking van de digitale bezoekersregeling € 0,30 per uur, maximaal 4 aaneengesloten uren parkeren, met een maximum van 1.500 uren per jaar Alle locaties in het Potentieel te reguleren gebied, voor zover deze door het College daadwerkelijk zijn aangewezen als locatie voor betaald parkeren (zie bijlage 3) € 2,00 € 4,00 voor het eerste uur parkeren daarna (na het eerste uur parkeren): per uur II. Tarieven voor het parkeren met een parkeervergunning zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van deze verordening op de in het Uitwerkingsbesluit aangewezen plaats en wijze. A.Indien de parkeervergunning is uitgegeven aan een bewoner: € 75,00 per jaar B.Indien de parkeervergunning is uitgegeven aan een bewoner waarbij het de tweede parkeervergunning op hetzelfde adres betreft: € 150,00 per jaar; C.Indien de parkeervergunning is uitgegeven aan een bewoner en er naast de parkeervergunning één of meerdere auto(‘s) op eigen terrein kan worden geparkeerd: € 150,00 per jaar. D.Indien de vergunning is uitgegeven aan een bedrijf en de parkeervergunning geldig is van maandag tot en met vrijdag: € 300,00 per jaar; E.Indien de vergunning is uitgegeven aan een bedrijf en de parkeervergunning geldig is van maandag tot en met zaterdag: € 400,00 per jaar; F.Indien de vergunning is uitgegeven aan een bedrijf en er meerdere kentekens gekoppeld worden aan deze vergunning (de dynamische vergunning): € 400,00 per jaar. G.Indien de parkeervergunning is uitgegeven aan een bewoner en het recht behelst om gebruik te maken van de digitale bezoekersregeling: € 15,00 per jaar. III. Betaaltijden A.De tijden waarop parkeerbelasting verschuldigd is voor het parkeren bij parkeerapparatuur zoals bedoeld in artikel 2 onderdeel a van deze verordening zijn maandag tot en met zaterdag van 09.00 uur tot 20.00 uur. B.Het voorgaande is niet van toepassing op wettelijke feestdagen. Wettelijke feestdagen zijn nieuwjaarsdag, Goede Vrijdag, eerste paasdag, tweede paasdag, Koningsdag, Bevrijdingsdag, Hemelvaartsdag, eerste pinksterdag, tweede pinksterdag, eerste kerstdag en tweede kerstdag. Behorende bij het raadsbesluit van 25 juni 2026. De griffier, Drs. P.H.A. van den Akker Bijlage 2: Overzicht centrumgebied, schilzones en parkeerterreinen 2026 Behorende en deel uitmakende van de “Verordening Parkeerbelastingen Oss 2026-II” Behorende bij het raadsbesluit van 25 juni 2026. De griffier, Drs. P.H.A. van den Akker Bijlage 3: Overzicht potentieel te reguleren gebied Behorende en deel uitmakende van de “Verordening Parkeerbelastingen Oss 2026-II” Behorende bij het raadsbesluit van 25 juni 2026. De griffier, Drs. P.H.A. van den Akker Bijlage 4: Kostenonderbouwing tarief naheffingsaanslag parkeerbelastingen 2026 Behorende en deel uitmakende van de “Verordening Parkeerbelastingen Oss 2026-II” De kosten ter zake van het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelastingen zijn voor 2026 als volgt begroot: Kostensoort toerekening fiscale handhaving a. Vaste informatieverwerkingslasten € 232.144 b. Variabele informatieverwerkingslasten € 67.873 c. Kosten afschrijvingen € 49.268 d. Rentekosten € 3.252 e. Personeelskosten € 248.343 f. Overhead € 4.094 totale kosten fiscale parkeerhandhaving € 604.984 prognose aantal invorderbare fiscale naheffingen parkeerbelasting 4.950 kostprijs per fiscale naheffing € 122 Behorende bij het raadsbesluit van 25 juni 2026. De griffier, Drs. P.H.A. van den Akker

Categorie: APV

In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer meldingen zoals "Verordening op de Heffing en Invordering van Parkeerbelastingen 2026-II"

Mededelingen

Mededelingen

Leidraad Invordering

APV

APV

Uitwerkingsbesluit Parkeren Oss en Ravenstein 2026

Mededelingen

Mededelingen

Aanwijzingsbesluit Betaald en Vergunningparkeren Oss 2026

APV

APV

Verordening op de Heffing en Invordering van Parkeerbelastingen 2026-II

APV

APV

Nadere regels Horeca

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregel Aversieve conditionering wolf Gelderland 2026

APV

APV

Verordening van Provinciale Staten van de provincie Gelderland houdende regels omtrent nazorgheffing stortplaatsen (Verordening nazorgheffing stortplaatsen Gelderland 1999)

Wegwerkzaamheden

Wegwerkzaamheden

Wegonderhoud sinds 15 juli 2026 gepland tot 16 juli 2026

Mededelingen

Mededelingen

Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 29 juni 2026 tot intrekking van een reglement van een adviescommissie en twee instellingsbesluiten van doelgebonden depositiebanken

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 5 december 2023 houdende regels omtrent de uitoefening van bevoegdheden op grond van de Omgevingswet (Beleidsregel omgevingsrecht Noord-Brabant)

Mededelingen

Mededelingen

Besluit beperking openbaarheid over te brengen archief provinciaal bestuur 2000-2010, bestuursorgaan Gedeputeerde Staten, onderdeel uitvoering Wet Bodembescherming naar het BHIC ten aanzien van de gemeenten Asten, Bergeijk, Cranendonck, Deurne, Gemert,...

APV

APV

Subsidieregeling hedendaagse cultuur Noord-Brabant