Beheersverordening begraafplaatsen Raalte 2026

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

APV

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-11-04

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente Raalte

Informatie

Beheersverordening begraafplaatsen Raalte 2026 De raad van de gemeente Raalte; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28-09-2026 (zaaknummer 54172-2026); gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; besluit de volgende verordening vast te stellen: Beheersverordening begraafplaatsen Raalte 2026 Hoofdstuk I INLEIDENDE BEPALINGEN Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. begraafplaatsen: de gemeentelijke begraafplaatsen Pleegste, Westdorp en Heino. b. graf: een zandgraf of grafkelder; c. grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin één of meerdere overledenen worden begraven of asbussen worden bijgezet; d. asbus: een bus ter berging van as van een overledene; e. urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen; f. particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: 1.het doen begraven en begraven houden van één of meer overledenen; 2.het doen bijzetten en bijgezet houden van één of meer asbussen met of zonder urn; 3.Het bovenop plaatsen van een asbus; 4.het doen verstrooien van as. g. algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin enkel overledenen worden begraven van gemeentewege; h. particulier kindergraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van levenloos geborenen, alsmede van kinderen tot 12 jaar; i. particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen of het verstrooien van as; j. particuliere urnennis: een door de gemeente beschikbaar gestelde nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; k. particuliere urnenkelder: een door de gemeente beschikbaar gestelde kunststof bak die in de grond wordt geplaatst met een betonnen bovenzijde die afgedekt kan worden, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urn; l. verstrooiingsplaats: een daartoe bestemde plaats waarop as wordt verstrooid; m. gedenkteken: voorwerp op het graf voor het aanbrengen van opschriften of figuren, daaronder begrepen kettingen en hekwerken; n. gedenkplaatje: een op verzoek, door de beheerder van de begraafplaats te verstrekken plaatje dat door of namens de beheerder wordt aangebracht op een daarvoor bestemd gedenkteken; o. grafbeplanting: beplanting die door de rechthebbende of belanghebbende op een graf wordt aangebracht; p. grafbedekking: gedenkteken, afdekplaat, grafbeplanting en andere voorwerpen op een graf of bij een urnenruimte; q. beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats of degene die hem/haar vervangt; r. rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend, dan wel degene die redelijkerwijs geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden, tot het doen begraven of doen bijzetten in een particulier graf, een particulier kindergraf, een particulier urnengraf of een particuliere urnennis; s. belanghebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden; t. grafrecht: het uitsluitend recht op het begraven en begraven houden in een particulier (kinder)graf of recht tot het doen bijzetten en bijgezet houden in een particulier urnengraf of particuliere urnennis; u. ruimen: de stoffelijke resten opgraven en herbegraven in een daarvoor bestemd gedeelte van de begraafplaats, zodat het graf opnieuw uitgegeven kan worden; v. schudden: het verzamelen van stoffelijke resten uit een graf en verdiept plaatsen in hetzelfde graf; w. uitvoeringsbesluit of nadere regels: regelgeving met betrekking tot de uitvoering, welke onlosmakelijk is verbonden aan onderhavige beheersverordening. Artikel 2. Uitbreiding begrippen particulier graf Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang, onder “particulier graf” mede verstaan: particulier kindergraf, particuliere urnenkelder, particulier urnengraf en particulier urnennis. Hoofdstuk II OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS Artikel 3. Openstelling begraafplaatsen 1.De begraafplaatsen zijn voor eenieder dagelijks toegankelijk gedurende door het college bij nadere regels vast te stellen tijden. Het college maakt deze tijden in het uitvoeringsbesluit bekend.2.Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kan de toegang tijdens de openingstijden tijdelijk worden gesloten.3.Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of bezorging van as. Artikel 4. Ordemaatregelen 1.Het is verboden op de begraafplaatsen: a.goederen ter verkoop aan te bieden; b.op enige wijze reclame te maken voor handel of bedrijf; c.op graven te lopen of de begraafplaatsen te verontreinigen; d.de graven, de gedenktekens, de beplanting, de gebouwen en de paden te bekladden, te beschadigen of op enigerlei andere wijze te verontreinigen; e.dieren los te laten lopen; f.(brom)fietsen of rij- of voertuigen, met uitzondering van invaliden-, kinder- en wandelwagens, mee te nemen dan wel te rijden anders dan ter gelegenheid van een begrafenis, ter bezorging van as of tot het vervoeren van materialen bestemd voor op de begraafplaatsen te verrichten werkzaamheden; g.met motorrijtuigen sneller dan 5 km per uur te rijden. 2.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in lid 1 onder f. 3.Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder. De beheerder is bevoegd personen die zich niet houden aan het bepaalde in lid 1 van dit artikel de toegang tot de begraafplaatsen te ontzeggen. Artikel 5. Herdenkingen en plechtigheden 1.Herdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaatsen moeten uiterlijk twee weken van tevoren worden gemeld aan de beheerder. Datum en tijd van de bijeenkomst en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de melder door de beheerder vastgesteld.2.Deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het tweede lid zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder. Hoofdstuk III VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING Artikel 6. Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf 1.Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk twee werkdagen voorafgaand aan de werkdag waarop de begraving of bijzetting zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag en zondag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.2.Indien de burgemeester in overeenstemming met de officier van Justitie toestemming heeft gegeven om de overledene binnen 36 uur na het overlijden te begraven, moet kennisgeving aan de beheerder 12.00 van de werkdag voorafgaand aan de dag van begraving worden gedaan.3.Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen, mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten, indien zij hun wens daartoe uiterlijk twee werkdagen voorafgaand aan de dag van de begraving of bijzetting mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen. Artikel 7. Over te leggen stukken 1.Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder.2.Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.3.Begraving of bijzetting in een particulier graf, waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de dan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn.4.Indien de rechthebbende besluit tot een verlenging, aanvullend op de verlenging in lid 3, is deze gehouden aan de verlengingstermijnen zoals vastgesteld in het uitvoeringsbesluit. De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op hele jaren.5.De verlenging genoemd in lid 3 of 4 dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd in artikel 12, eerste lid.6.De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde stukken. Artikel 8. Tijden van begraven en asbezorging 1.De tijd van begraven en het bezorgen van as stelt het college vast in het uitvoeringsbesluit.2.Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.3.Er mag op hetzelfde tijdstip op de begraafplaatsen niet meer dan één begrafenis of bezorging van as plaatsvinden. Hoofdstuk IV INDELING EN UITGIFTE DER GRAVEN Artikel 9. Indeling graven en asbezorging 1.Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven: a.particuliere graven; b.particuliere kindergraven; c.particuliere urnennissen; d.particuliere urnengraven; e.particuliere urnenkelders; f.gedenkplaatjes. 2.Het college bepaalt in het uitvoeringsbesluit de afmetingen van particuliere graven en kelders.3.Op de begraafplaatsen kan het gebruik worden verleend voor de gemeentelijke verstrooiingsplaats.4.Het college bepaalt in de nadere regels hoeveel overledenen kunnen worden begraven en bijgezet in een particulier graf en het aantal overledenen dat in een algemeen graf kan worden begraven. En hoeveel asbussen en/of urnen er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven. Artikel 10. Volgorde van uitgifte 1.a. De particuliere graven worden uitgegeven op aanwijzing van het college. b.In overleg met de beheerder is het mogelijk dat een graf dat is vrijgekomen door ruiming, herbegraving of doordat het grafrecht niet wordt verlengd, anders dan voor directe begraving wordt uitgegeven. 2.Het college kan een particulier graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgiften, indien dit wegens de situatie op de begraafplaatsen niet bezwaarlijk is. Artikel 11. Termijnen graven 1.De graftermijn begint te lopen op de datum waarop het particulier graf of de reservering is uitgegeven.2.Het college bepaalt in het uitvoeringsbesluit de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging.3.Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn.4.De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren.5.Een particulier grafrecht kan slechts aan één rechthebbende worden verleend. Artikel 12 Afstand doen van graven Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op een particulier graf. Van de ontvang van zodanige verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende. Artikel 13. Grafkelder Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door het college te stellen voorwaarden. Artikel 14. Overschrijving van verleende rechten 1.Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk persoon of een rechtspersoon.2.Na het overlijden van de rechthebbende kan een particulier graf worden overgeschreven op naam van ander natuurlijk persoon of een rechtspersoon, indien de aanvraag hiertoe schriftelijk wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan.3.Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, is het college bevoegd het recht op het particulier graf te doen vervallen.4.Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van een jaar kan het college het particulier graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.5.Bij verlies van de rechtspersoonlijkheid van een rechthebbende vervalt het uitsluitend recht, tenzij binnen één jaar na verlies een aanvraag tot overschrijving wordt gedaan als bedoeld in het tweede lid.6.De overschrijving wordt in de begraafplaatsadministratie geregistreerd. Van de overschrijving van het recht wordt aan de nieuwe rechthebbende een bewijs afgegeven. Hoofdstuk V GRAFBEDEKKINGEN Artikel 15. Algemene bepalingen plaatsing grafbedekking 1.Het college stelt nadere regels omtrent de aard, de toegestane afmetingen en het aanbrengen van grafbedekking in het uitvoeringsbesluit.2.Het college is bevoegd om aangetroffen grafbedekking te verwijderen die niet voldoet aan de door het college gestelde nadere regels, waarvoor geen vergunning is afgegeven of die valt onder de weigeringsgronden die zijn opgenomen in het uitvoeringsbesluit.3.Alle kosten voor het (doen) aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van grafbedekking komen voor rekening van de rechthebbende of opdrachtgever.4.Het college is bevoegd grafbedekking voor eigen rekening en risico tijdelijk weg te nemen, indien dit voor het beheer van de begraafplaats noodzakelijk is. Artikel 16. Plaatsing grafbedekking particulier graf 1.Het is verboden om grafbedekking te (doen) aanbrengen zonder vergunning van het college.2.Het verbod in het eerste lid geldt niet voor grafbedekking die voldoet aan de gestelde eisen over grafbedekking in het uitvoeringsbesluit en die niet valt onder de weigeringsgronden die zijn opgenomen in het uitvoeringsbesluit.3.De rechthebbende is zelf verantwoordelijk voor het al dan niet (doen) aanbrengen van grafbedekking.4.De termijn voor het in stand houden van de grafbedekking is gelijk aan de duur van het grafrecht. Artikel 17. Onderhoud grafbedekking 1.Rechthebbenden, opdrachtgevers en gebruikers zijn verplicht de grafbedekking goed te onderhouden. Onder dit onderhoud wordt begrepen het rechtzetten, herstellen of vernieuwen, het verven van opschriften, en het bijkleuren of schilderen van stenen en hekwerken en ornamenten, alsmede het regelmatig snoeien van winterharde gewassen en het verwijderen van dode beplanting.2.De rechthebbende is verantwoordelijk voor het aanvullen van grond of het (laten) rechtzetten van het gedenkteken na verzakking. De kosten die gemoeid zijn met deze werkzaamheden zijn voor rekening van de rechthebbende of belanghebbende van het betreffende graf.3.Grafbedekking wordt geacht voor risico en verantwoording van de rechthebbende of opdrachtgever te zijn aangebracht. Schade als gevolg van brand, vorst, storm, wateroverlast, bliksem, ontploffing, molest, vandalisme en andere van buiten komende oorzaken, of ontstaan door het weghalen en terugplaatsen van een gedenkteken ten behoeve van een bijzetting, en eventuele gevolgschade voor derden, is voor rekening van de rechthebbende of opdrachtgever.4.De rechthebbende of opdrachtgever is verplicht de aan een gedenkteken of beplanting door welke omstandigheden ook toegebrachte schade te verwijderen of herstellen, indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt.5.Indien door de staat van de grafbedekking een situatie is ontstaan die gevaar oplevert voor het omvallen of inzakken van een grafmonument of grafkelder, kan het college voor rekening van de rechthebbende of opdrachtgever direct maatregelen treffen.6.Het college zal bij verwaarlozing en schade aan het graf, dit schriftelijk aan de rechthebbende of opdrachtgever meedelen. Deze mededeling zal aangetekend worden verzonden.7.Als de ontvangst van de in lid 5 genoemde verklaring niet is bevestigd, zal de verklaring gedurende één jaar bij het betreffende graf en de poort van de begraafplaats worden gehangen.8.Als de termijnen genoemd in lid 5 of 6 zijn verstreken, is het college bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de grafbedekking of tot herstel of vernieuwing op kosten van de rechthebbende of opdrachtgever over te gaan. Het college is niet aansprakelijk voor de kosten voor deze handelingen.9.Als de termijnen genoemd in lid 5 of 6 zijn verstreken, zal het grafrecht op een particulier graf tien jaar na datum uitgifte, na besluit van het college vervallen, met inachtneming van de wettelijke termijn van grafrust. Artikel 18. Onderhoud door gemeente 1.Het college voorziet in het algemene onderhoud en het schoonhouden van de begraafplaatsen. Dit betekent dat het college voorziet in: a.periodiek onderhoud aan beplanting en bomen; b.periodiek onderhoud aan de paden; c.periodiek bladvrij houden van de gedenktekens; d.onderhoud aan de urnenmuur; e.onderhoud aan de urnenkelders. 2.De daarvoor verschuldigde onderhoudsrechten worden in de "Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten" vastgesteld. Deze rechten zijn een verplichte bijdrage voor rechthebbenden en belanghebbenden.3.Het onderhoud op de begraafplaatsen geschiedt uitsluitend wanneer dit door de beheerder noodzakelijk wordt geacht. Artikel 19. Verwijdering grafbedekking 1.De grafbedekking op een particulier graf kan na het verstrijken van de uitgiftetermijn als bedoeld in het artikel 11 door het college worden verwijderd.2.Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college ten minste twee maanden voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking bekend door middel van een bij het graf te plaatsen bordje.3.Niet-blijvende beplantingen, losse bloemen, planten, kransen en dergelijke, die in verwaarloosde staat verkeren, kunnen door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. De beheerder maakt indien dit naar zijn oordeel nodig is op het publicatiebord op de begraafplaats algemeen bekend dat linten, siervazen, (kunst)bloemstukjes en dergelijke voorwerpen uiterlijk twee maanden na publicatie worden verwijderd.4.Zodra de rechthebbende heeft aangegeven dat hij de grafbedekking wil komen ophalen, blijft deze nog twaalf weken ter beschikking van de rechthebbende.5.De grafbedekking vervalt aan de gemeente indien:geen verzoek op grond van het eerste lid is ingediend en de termijn waarbinnen dit verzoek had kunnen worden ingediend is verstreken of de grafbedekking niet binnen 12 weken nadat de aanvraag is gedaan, is afgehaald. Hoofdstuk VI RUIMING VAN GRAVEN EN URNENNISSEN Artikel 20. Vervallen grafrecht 1.Het grafrecht vervalt: a.door het verlopen van de termijn waarvoor het recht is verleend; b.indien de rechthebbende schriftelijk afstand doet van het grafrecht; c.indien de begraafplaats wordt opgeheven of aan zijn bestemming wordt onttrokken. 2.Het college is bevoegd het grafrecht vervallen te verklaren, indien: a.de betaling van de grafrechten en onderhoudsrechten ten behoeve van de vestiging of een verlenging van het grafrecht -ondanks een aanmaning- niet binnen drie maanden na aanvang van die termijn is geschied; b.de rechthebbende -ondanks een aanmaning- in verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt; c.de rechthebbende van een particulier graf is overleden en het recht niet binnen de in artikel 14, tweede lid gestelde termijn is overgeschreven. 3.Datum ingang vervallen grafrecht: a.indien de graftermijn afloopt en de rechthebbende het grafrecht niet verlengd, vervallen de rechten op datum afloop grafrecht; b.indien de rechthebbende op verzoek, voortijdig, schriftelijk afstand doet van het grafrecht vervallen de rechten op datum van ondertekening van de schriftelijke verklaring. 4.In de gevallen als bedoeld in dit artikel vindt geen terugbetaling plaats van (een deel van) de betaalde rechten. Artikel 21. Ruiming, bezorging van stoffelijke resten en as 1.Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt gedurende ten minste 6 maanden en ten hoogste 12 maanden voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden, schriftelijk aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt.2.De bij de ruiming van het graf nog aanwezige stoffelijke resten van overleden personen, worden begraven op een daartoe bestemd afgesloten gedeelte van de begraafplaatsen of gecremeerd. De as wordt verstrooid op een daartoe bestemd gedeelte van de begraafplaats. De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf aanwezige stoffelijke resten altijd respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met stoffelijke resten worden geconfronteerd.3.De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de stoffelijke resten te schudden, danwel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een particulier urnengraf, particuliere urnenkelder of -nis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.4.Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de stoffelijke resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor herbegraving in een particulier graf op de begraafplaats of op een begraafplaats elders. 5.Het opgraven van overleden personen en het ruimen van graven is slechts toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan diegenen die met deze werkzaamheden zijn belast. Hoofdstuk VII INSTANDHOUDEN HISTORISCHE GRAVEN EN OPVALLENDE GRAFBEDEKKING Artikel 22. Lijst 1.Het college kan een lijst bijhouden van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.2.Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.3.De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan. Hoofdstuk VIII RECHTEN EN VERPLICHTINGEN Artikel 23. Verplichtingen 1.Rechthebbenden, opdrachtgevers en gebruikers zijn verplicht ervoor zorg te dragen dat hun adres te allen tijde bij het college bekend is.2.Indien brieven of mededelingen zijn verstuurd naar het laatst opgegeven adres, kunnen de betrokken personen zich niet beroepen op het feit dat ze deze brieven of mededelingen niet hebben ontvangen. Artikel 24. Strafbepaling Hij die handelt in strijd met de artikelen 2, 3, of 4 wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie. Hoofdstuk IX SLOTBEPALINGEN Artikel 25. Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1.De Beheersverordening begraafplaatsen Raalte wordt ingetrokken.2.Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de oude verordening gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.3.Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de oude verordening is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast. Artikel 26. Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking op 01-01-2027. 2.Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening begraafplaatsen Raalte 2026. Aldus vastgesteld in de vergadering van 29-10-2026De griffierKarin ZomerDe voorzitterRob Zuidema

Categorie: APV

In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer meldingen zoals "Beheersverordening begraafplaatsen Raalte 2026"

Omgeving

Omgeving

Mededeling wijziging gemachtigden

APV

APV

Beheersverordening begraafplaatsen Raalte 2026

APV

APV

Verordening lokale erepenning gemeente Raalte

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Wijziging Rondweg 4 en De Haar 5 Witharen

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Voorbereidingsbesluit Karrensporenzones 2026

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Voorbereidingsbesluit Raatakkercomplexen 2026

APV

APV

Subsidieregeling energiebesparende isolatiemaatregelen gemeente Raalte

Mededelingen

Mededelingen

Aanwijzing waarnemend gemeentesecretaris en vervangingsregeling gemeente Raalte

Mededelingen

Mededelingen

Provincie Overijssel - Subsidiestelsel Natuur en Landschapsbeheer- Openstellingsbesluit 2027-2028 onderdeel agrarisch natuurbeheer

Mededelingen

Mededelingen

Ondertekenings-volmacht bij dubbele vertegenwoordiging GGD IJsselland

Mededelingen

Mededelingen

Bekendmaking van het voornemen om pachtovereenkomsten te sluiten

Mededelingen

Mededelingen

Provincie Overijssel – Subsidieplafonds