Beleidsregel Participatiewet in balans gemeente Staphorst 2027
Locatie
Soort
Mededelingen
Gepubliceerd op
2026-11-02
Gepubliceerd door
Gemeente Staphorst
Informatie
Beleidsregel Participatiewet in balans gemeente Staphorst 2027 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Staphorst; gelezen het voorstel van 30 september 2026 gelet op -artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; -de artikelen 31, tweede lid, onderdeel s, 41, elfde lid, 43a, eerste lid, en 44, vijfde lid, van de Participatiewet en -de artikelen 15a, eerste lid, en 16a, vierde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; besluit vast te stellen de volgende beleidsregel: Beleidsregel Participatiewet in balans gemeente Staphorst 2027 Artikel 1. Definities In deze beleidsregels wordt verstaan onder: -college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Staphorst; -Wet: Participatiewet; -Ioaw: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; -probleemschulden: schulden die naar het oordeel van het college in redelijkheid niet meer afgelost kunnen worden; -schuldregeling: een schuldregeling op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening of de Wet schuldsanering natuurlijke personen; Artikel 2. Vrijlaten van giften in individuele gevallen Bij de beoordeling of giften in een individueel geval en uit het oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel s, van de Wet, beschouwt het college de volgende categorieën giften in ieder geval als verantwoord: a.giften die worden verstrekt en ingezet voor kosten waarvoor anders bijzondere bijstand verstrekt had kunnen worden; b.giften die worden verstrekt en ingezet voor medisch noodzakelijke kosten; c.giften waarmee probleemschulden zijn betaald die zijn ontstaan voorafgaand aan de ingangsdatum van algemene bijstand; d.giften in natura, niet zijnde een bijdrage die leidt tot een kostenbesparing als bedoeld in artikel 18, achtste lid, van de Wet, met een waarde tot maximaal € 500,- per kalenderjaar. Artikel 3. Het volgen van de vereenvoudigde aanvraagprocedure 1.Het college maakt gebruik van de bevoegdheid om gegevens die bij hem berusten in verband met eerdere bijstandsverlening als bedoeld in artikel 43a, eerste lid, van de Wet, te gebruiken, wanneer: a.de nieuwe aanvraag is ingediend binnen zes maanden na het eindigen van de algemene bijstand en de omstandigheden zijn niet wezenlijk gewijzigd; en, b.de eerdere bijstandsverlening is beëindigd vanwege: -inkomen boven de norm, of -een verblijf buiten de gemeente. 2.Voorafgaand aan het gegevensgebruik gaat het college bij een belanghebbende ten minste na of er wijzigingen zijn in de volgende gegevens: a.het hoofdverblijf; b.de gezinssituatie; en c.het inkomen en het vermogen. 3.Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvraagprocedure van een uitkering, bedoeld in artikel 15a, eerste lid, van de Ioaw. Artikel 4. Het verlenen van bijstand met terugwerkende kracht 1.Het college is in ieder geval van oordeel dat individuele omstandigheden ertoe noodzaken bijstand toe te kennen vanaf een dag gelegen voor de dag waarop een belanghebbende zich heeft gemeld als bedoeld in artikel 44, vijfde lid, van de Wet als: a.er omstandigheden zijn die rechtvaardigen, dat belanghebbende zich niet eerder heeft gemeld, zoals in een van de volgende situaties het geval kan zijn: 1.de belanghebbende was niet in staat om bijstand aan te vragen; 2.een aanvraag voor een passende en toereikende voorliggende voorziening is afgewezen en de aanvraag is ingediend binnen één week na datum van afwijzing; 3.de belanghebbende heeft met terugwerkende kracht een verblijfsvergunning gekregen en de aanvraag is ingediend binnen één week na datum toekenningsbesluit; en, b.er omstandigheden zijn die erop wijzen dat het ernstige gevolgen voor de belanghebbende heeft, als de bijstand niet wordt toegekend voorafgaand aan de melding. 2.Het college kent de bijstand toe vanaf de dag waarop het recht op bijstand is ontstaan. Deze dag ligt maximaal drie maanden vóór de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld.3.Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de toekenning van een uitkering, bedoeld in artikel 16a, vierde lid, van de Ioaw. Artikel 5. Inwerkingtreding en overgangsrecht Deze beleidsregel treedt in werking op 1 januari 2027. Artikel 6. Citeertitel Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Beleidsregel Participatiewet in balans gemeente Staphorst’. Het college van burgemeester en wethouders, 20 oktober 2026 De burgemeester, De secretaris, Toelichting Algemeen Op 1 januari 2026 is de Participatiewet gewijzigd door de Participatiewet in balans en door de Verzamelwet SZW 2026. De wijzigingen treden gefaseerd in werking. Deze beleidsregel ziet op het invullen van de beleids- en uitvoeringsruimte van het college op een drietal bevoegdheden. Deze bevoegdheden bieden het college onder voorwaarden de mogelijkheid om: -vrijgelaten giften te verruimen; -bij het college berustende gegevens te hergebruiken en daarmee de aanvraag voor belanghebbenden te vereenvoudigen; en, -met terugwerkende kracht bijstand te verlenen tot maximaal drie maanden voor de melding. Artikelsgewijs In deze toelichting worden alleen die bepalingen behandeld die nadere toelichting behoeven. Artikel 1. Definities In dit artikel zijn de begrippen omschreven die worden gebruikt in de beleidsregel. Voor het overige gelden de definities uit de Participatiewet of de Algemene wet bestuursrecht. Enkele van de begrippen uit de beleidsregel worden hieronder nader toegelicht. Probleemschulden In de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) wordt het begrip ‘probleemschulden’ niet gedefinieerd. Wel wordt aangegeven voor wie schuldhulpverlening is bedoeld. In artikel 1 van de Wgs staat: ‘het ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden als redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de nazorg.’ Schuldregeling Een schuldregeling is een betaalregeling met schuldeisers voor de aflossing van probleemschulden. De gemeente is verantwoordelijk voor schuldhulpverlening en kan met de schuldeisers en de schuldenaar een schuldregeling treffen, op grond van de Wgs. Daarnaast kan de rechter een wettelijke schuldsanering uitspreken, op grond van de Wsnp. Artikel 2. Vrijlaten van giften in individuele gevallen In artikel 2 zijn regels opgenomen over het vrijlaten van giften in het kader van artikel 31, tweede lid, onderdelen m en s, van de Wet. Het begrip ‘gift’ wordt hier niet nader omschreven. Uit de wetshistorie van achtereenvolgende bijstandswetten en de jurisprudentie daaromtrent blijkt dat het bij een gift moet gaan om een bevoordeling van de ontvanger, met een onverplicht karakter. Daarmee wordt aangesloten bij de omschrijving van ‘gift’ in artikel 7:186, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek: Een gift is iedere handeling die ertoe strekt dat degene die de handeling verricht, een ander ten koste van het eigen vermogen verrijkt’. Voor het aannemen van een gift is het dus nodig dat sprake is van een drietal vereisten: de verarming van de gever, de verrijking van de ontvanger, als gevolg van een (onverplichte) handeling uit vrijgevigheid waar partijen zich bewust van zijn. In de Participatiewet geldt een gift als middel dat vrijgelaten wordt als dat in het individuele geval verantwoord is in het kader van de bijstandsverlening. Dit blijft ongewijzigd, maar ingevoegd wordt, dat giften en kostenbesparingen tot een bedrag van € 1.200,- per kalenderjaar in ieder geval niet tot de middelen worden gerekend (artikel 31, tweede lid, onderdeel m). Dit bedrag wordt periodiek aangepast. De wetgever heeft niet beoogd beleidsruimte te bieden om dat bedrag categoriaal te verhogen of te verlagen. Naast de categoriale vrijlatingsregeling kan het college verder invullen onder welke omstandigheden het al dan niet verantwoord is om giften buiten beeld te houden bij het beoordelen van het recht op bijstand. In dit artikel zijn aanknopingspunten gegeven op basis waarvan giften in het individuele geval door het college in elk geval buiten beschouwing worden gelaten. Ook giften in natura kunnen als middel bij de bijstandverlening betrokken worden. Gaat het om giften in natura voor kosten waarin de algemene bijstand voorziet, dan kunnen die als besparingsbijdragen worden aangemerkt en moet beoordeeld te worden of deze leiden tot afstemming van de algemene bijstand. Andersoortige giften in natura (bijv. een antieke klok) kunnen als middel in aanmerking worden genomen als het om zaken gaat die in redelijkheid te gelde gemaakt kunnen worden. In onderdeel d zijn daaraan grenzen gesteld. Artikel 3. Het volgen van de vereenvoudigde aanvraagprocedure De aanvraagprocedure voor algemene bijstand is behoorlijk uitgebreid. Bij een korte periode van werk of bij flexibel werk moet de aanvraagprocedure steeds weer opnieuw doorlopen worden. Een maatregel om dit te vereenvoudigen is de vereenvoudigde (of verkorte) aanvraagprocedure, op grond van het nieuwe artikel 43a: 1. Als na het eindigen van de algemene bijstand binnen zes maanden een nieuwe aanvraag wordt gedaan, kan het college de gegevens die bij hem berusten in verband met de eerdere bijstandsverlening gebruiken, indien dit leidt tot een voor de belanghebbende minder belastende aanvraag. 2. Het college verifieert de juistheid en actualiteit van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, in de beschikbare bronnen en zo nodig bij de belanghebbende. Dit nieuwe artikel geeft de ruimte om een inwoner die binnen zes maanden opnieuw een uitkering aanvraagt via een vereenvoudigde aanvraag op korte termijn weer van een uitkering te voorzien. Van deze ruimte is gebruik gemaakt. Het college benut dan de nog aanwezige gegevens over de eerdere bijstandsperiode en vraagt deze niet opnieuw van de belanghebbende. Eerste lid Een vereenvoudigde aanvraagprocedure in combinatie met hergebruik van gegevens, is bij uitstek bedoeld voor situaties waarin aangenomen mag worden dat de omstandigheden niet wezenlijk veranderd zijn, zodat het recht op bijstand eenvoudig is vast te stellen. In het eerste lid zijn enkele situaties beschreven waarbij dat het geval kan zijn. In elk geval mag het hergebruik van gegevens er volgens de wet niet toe leiden dat er sprake is van een meer belastende aanvraag. Tweede lid Sommige gegevens kunnen eerder aan verandering onderhevig zijn dan andere. Hier is benoemd welke gegevens in ieder geval gecheckt worden op eventuele wijzigingen. Het college kan bij twijfel te allen tijde alsnog om meer actuele informatie vragen bij de belanghebbende. Ook op andere punten. Derde lid De tekst van het nieuwe artikel 43a van de Wet, is woordelijk herhaald en overgenomen in artikel 15a van de Ioaw. Uit oogpunt van eenduidigheid is in het derde lid opgenomen, dat de beleidsregel die op dit punt geldt voor algemene bijstand, ook van toepassing is op een uitkering op grond van de Ioaw. Er zijn geen inhoudelijke argumenten om voor de uitvoering van de Ioaw op dit punt een andere koers te varen dan voor de Participatiewet. Artikel 4. Het verlenen van bijstand met terugwerkende kracht Een bijstandsuitkering gaat in op de dag dat het recht ontstaat, maar niet eerder dan de meldingsdatum In de meeste gevallen zal de meldingsdatum daarom de ingangsdatum zijn. Dat betekent dat het niet mogelijk is om een uitkering met terugwerkende kracht toe te kennen. Volgens vaste rechtspraak kan dit bij uitzondering wél als er sprake is van bijzondere omstandigheden. Hierbij kan gedacht worden aan de situatie dat iemand om medische redenen niet in staat was om zich eerder te melden en een aanvraag in te dienen. Omdat deze uitzondering als te beperkt werd ervaren, zijn de mogelijkheden om bijstand met terugwerkende kracht te verstrekken verruimd op grond van artikel 44, vijfde lid: In afwijking van het eerste lid kan het college bijstand toekennen vanaf de dag die maximaal drie maanden gelegen is voor de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld, indien individuele omstandigheden hiertoe noodzaken. Met dit nieuwe lid krijgt het college de ruimte om de bijstand in individuele omstandigheden met maximaal drie maanden terugwerkende kracht toe te kennen. Van die ruimte is in deze beleidsregels gebruik gemaakt. Eerste lid In lijn met de Memorie van Toelichting bij de Wet kunnen twee situaties worden onderscheiden: 1.De melding is te laat gedaan als gevolg van de individuele omstandigheden. 2.De gevolgen van de late melding zijn ernstig voor de bijstandsgerechtigde. De wetgever heeft vooral het oog gehad op situaties waarbij het de belanghebbende niet te verwijten was dat de aanvraag (te) laat is ingediend en waarbij de effecten daarvan (te) ernstig zijn. Dat betekent dat beide situaties aan de orde moeten zijn. Door terugwerkende kracht toe te passen, kunnen de nadelige effecten worden beperkt, en kunnen bijvoorbeeld verdere betalingsachterstanden en het oplopen van schulden worden voorkomen. Onderdeel a Hier worden omstandigheden genoemd die naar het oordeel van het college wijzen op een niet verwijtbare te late melding. De bijstand werkt dan terug tot het moment waarop de inwoner in de betreffende omstandigheden is geraakt (maximaal drie maanden, zie ook het tweede lid). Uiteraard moet dan wel vanaf dat eerdere moment voldaan zijn aan de voorwaarden voor de bijstandverlening. Onderdeel b Als niet met terugwerkende kracht bijstand wordt verleend, kunnen de gevolgen voor de inwoner dermate ernstig zijn, dat alleen al om die reden toch terugwerkende kracht wordt toegepast. Het gaat vooral om precaire actuele financiële omstandigheden, of problemen die door financiële omstandigheden kunnen zijn veroorzaakt, of daaraan hebben bijgedragen, zoals huisuitzettingen, afsluiting van nutsvoorzieningen of royement van zorgverzekeringen. Er is ruimte om ook in andere gevallen uit te gaan van terugwerkende kracht. Tweede lid Artikel 44, vijfde lid, van de Participatiewet geeft het college de bevoegdheid om bijstand toe te kennen vanaf de dag die maximaal drie maanden gelegen is voor de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld. Het college neemt deze termijn over. Derde lid De voorgaande leden zijn ook van toepassing op uitkeringen op grond van de Ioaw. De tekst van het nieuwe artikel 44, vijfde lid, van de Wet, is woordelijk herhaald en overgenomen in artikel 16a, vierde lid, van de Ioaw. Uit oogpunt van eenduidigheid is aan het derde lid toegevoegd, dat de beleidsregel die op dit punt geldt voor algemene bijstand, ook van toepassing is op een uitkering op grond van de Ioaw. Er zijn geen inhoudelijke argumenten om voor de Ioaw op dit punt een andere koers te varen dan voor de Participatiewet.
Categorie: Mededelingen
De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer over deze regio
Meer meldingen zoals "Beleidsregel Participatiewet in balans gemeente Staphorst 2027"

Mededelingen
Provincie Overijssel - Subsidiestelsel Natuur en Landschapsbeheer- Openstellingsbesluit 2027-2028 onderdeel agrarisch natuurbeheer

Mededelingen
Ondertekenings-volmacht bij dubbele vertegenwoordiging GGD IJsselland

Mededelingen
Beleidsregel Participatiewet in balans gemeente Staphorst 2027

Mededelingen
Bekendmaking van het voornemen om pachtovereenkomsten te sluiten

Bestemmingsplan
Terinzagelegging ontwerp-Natura 2000-beheerplan Drouwenerzand

Mededelingen
Provincie Overijssel – Subsidieplafonds

APV
Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022

Bestemmingsplan
Ontwerp Natura 2000-beheerplan Drouwenerzand

Mededelingen
Bekendmaking van voornemen van het Waterschap Drents Overijsselse Delta tot vestiging opstalrecht

APV
Subsidieregeling decentrale politieke partijen gemeente Meppel

Mededelingen
Bekendmaking van het voornemen om huur en/of pacht overeenkomsten te sluiten

Bestemmingsplan
Vaststelling wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Meppel voor Industrie- en Bedrijventerreinen

