Beleidsregel schuldhulpverlening gemeente Zwartewaterland 2026
Locatie
Soort
Mededelingen
Gepubliceerd op
2026-09-18
Gepubliceerd door
Gemeente Zwartewaterland
Informatie
Beleidsregel schuldhulpverlening gemeente Zwartewaterland 2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwartewaterland; gelet op de artikelen 3 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; besluit vast te stellen de beleidsregel schuldhulpverlening gemeente Zwartewaterland 2026 HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Definities In deze beleidsregel wordt verstaan onder: • aanvraag: verzoek om, of het accepteren van, een aanbod voor schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet; • begeleidingsplan: het plan, bedoeld in artikel 13, waarin staat hoe de begeleiding aan de inwoner vorm krijgt aan de hand van bepaalde begeleidingsproducten en op welke leefgebieden dit zich richt; • begeleidingsproducten: hulp en begeleiding die geboden wordt om de kennis, vaardigheden en competenties van de inwoner te vergroten, door financiële begeleiding die bestaat uit het verbeteren van de financiële situatie van de inwoner, budgetbegeleiding, budgetcoaching, budgetbeheer of beschermingsbewind en zo nodig begeleiding door flankerende hulp; • BKR: Bureau Kredietregistratie; • CKI: Centraal Krediet Informatiesysteem; • college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwartewaterland; • crisissituatie: gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water, gedwongen opzegging of ontbinding van de zorgverzekering of andere bedreigende situaties als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet; • inwoner: ingezetene van de gemeente als bedoeld in artikel 1 van de wet; • leefgebieden: thema’s die bij het bieden van integrale schuldhulpverlening centraal staan: werk, inkomen, opleiding, spaargeld, schulden, wonen, gezin, gezondheid en sociaal netwerk. • niet vrij toegankelijke voorziening: voorziening waarvoor een besluit van het college nodig is; • plan van aanpak: het plan, bedoeld in artikel 10 en als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, onder a, van de wet dat zich specifiek op de inwoner richt, waarin de hulpvraag staat zoals die aan de hand van de systematische intake is vastgesteld en dat het aanbod voor de schuldhulpverlening bevat; • problematische schulden: een schuld is problematisch wanneer te voorzien is dat een natuurlijk persoon zijn schulden niet zal kunnen blijven betalen of is gestopt met betalen. Daaronder wordt verstaan een situatie waarin niet binnen 36 maanden alle opeisbare vorderingen betaald kunnen worden, en dus een schuldregeling wordt gestart; • schuldhulpverlening: schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 1 van de wet; • vroegsignalering: preventie-instrument gericht op het binnen de schuldhulpverlening in een zo vroeg mogelijk stadium in beeld brengen van inwoners met financiële problemen om vroegtijdige hulpverlening mogelijk te maken door gebruik te maken van daadwerkelijke signalen en proactieve hulpverlening; • wet: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. HOOFDSTUK 2. DOELGROEP EN AANVRAAG Artikel 2. Doelgroep 1.Inwoners met financiële zorgen of schulden kunnen zich tot het college wenden voor schuldhulpverlening. 2.Bijzondere omstandigheden, als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van de wet, waarin het college na overleg met de woongemeente ook schuldhulpverlening geeft aan een persoon die geen inwoner is, zijn: a.verhuizing; b.detentie; of c.andere bijzondere omstandigheden 3.De persoon, bedoeld in het tweede lid, wordt gelijkgesteld met een inwoner. Artikel 3. Signaal in het kader van vroegsignalering Het college ontvangt signalen van signaalpartners wanneer sprake is van een betalingsachterstand bij inwoners. Het college benadert de inwoner met het aanbod om een oriëntatiegesprek aan te gaan voor toelating tot de Wgs. Artikel 4. Aanvraag Een aanvraag is vormvrij en kan zowel schriftelijk als mondeling worden ingediend. Artikel 5. Intake 1.Na de aanvraag volgt een intake waarin het college in overleg met de inwoner de hulpvraag vaststelt en het college de inwoner informeert over het proces. 2.De intake start met een eerste gesprek. Dit gesprek vindt, overeenkomstig artikel 4, eerste en tweede lid, van de wet, plaats binnen vier weken na de aanvraag of binnen drie werkdagen als sprake is van een crisissituatie. HOOFDSTUK 3. BESLISSING OP DE AANVRAAG Artikel 6. Toegang 1.Er is sprake van een hulpvraag schuldhulpverlening als de inwoner tijdens een afspraak met een schuldhulpverlener vraagt om hulp bij het voorkomen of oplossen van geldproblemen (waaronder problematische schulden); 2.Het college verleent aan inwoners met een hulpvraag een schuldhulpverleningstraject indien het college dit noodzakelijk acht. Het college bepaalt de noodzaak en het instrument vanuit het uitgangspunt ‘zo licht mogelijk en zwaar waar nodig’;3.De inwoner met een hulpvraag wordt, in het geval er dat er toegang tot schuldhulpverlening wordt verleend hierover schriftelijk geïnformeerd middels een besluit en een plan van aanpak. Artikel 7. Begeleiding bij wettelijke schuldsanering Het college begeleidt een inwoner met schulden die niet in aanmerking komt voor minnelijke schuldsanering natuurlijke personen bij de toelating tot de wettelijke schuldsanering natuurlijke personen en gedurende dat schuldsaneringstraject. Artikel 8. Beschikking Het college geeft, overeenkomstig artikel 2.3.5 van de Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2022 binnen acht weken na de dag van het eerste gesprek een beschikking af over de toegang tot schuldhulpverlening. Artikel 9. Weigering Het college kan de toegang tot schuldhulpverlening weigeren als een inwoner: a.al eerder gebruik heeft gemaakt van schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet en de aanvraag is ingediend binnen zes maanden na het afgeven van een beëindigingsbeschikking; b.een aanvraag heeft ingediend binnen zes maanden nadat inwoner onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of wanneer aan die inwoner een onherroepelijke sanctie is opgelegd als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de wet wegens een vergrijp dat financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg had HOOFDSTUK 4. PLAN VAN AANPAK Artikel 10. Inhoud plan van aanpak 1.Als het college toegang tot schuldhulpverlening geeft, maakt het na overleg met de inwoner een plan van aanpak als onderdeel van de toegangsbeschikking.2.Het plan van aanpak bevat in ieder geval: a.Persoonsgegevens van de hulpvrager b.De hulpvraag zoals geformuleerd door de hulpvrager c.Een voorlopige inschatting van de toepasselijke schuldhulpverlening en de begeleidingsproducten d.De verplichtingen waarin de inwoner/hulpvrager zich moet houden, waaronder gemaakte afspraken en eventuele, door het college gestelde, voorwaarden die aan de schuldhulpverlening worden verbonden (denk aan onder budgetbeheer gaan) e.Een budgetplan met daarin een overzicht van de huidige financiële situatie van de inwoner f.De beslagvrije voet, bedoeld in artikel 4a vijfde lid van de wet 3.Het plan van aanpak wordt regelmatig geëvalueerd en waar nodig aangepast. Artikel 11. Aanbod schuldhulpverlening 1.Het aanbod voor de schuldhulpverlening bestaat uit een betalingsregeling, herfinanciering, saneringskrediet, schuldbemiddeling of schuldregeling zonder afloscapaciteit en/of één of meer begeleidingsproducten. 2.Bij het bepalen van het aanbod voor de schuldhulpverlening houdt het college in ieder geval rekening met: a.of er sprake is van een crisissituatie; b.de aard en de omvang van de schulden van de inwoner; c.de actuele situatie van de inwoner op de leefgebieden; d.de vaardigheden, kennis en competenties van de inwoner; e.of de inwoner tot een specifieke doelgroep behoort; en f.eerder gebruik maakte van schuldhulpverlening, minnelijke schuldsanering natuurlijke personen of wettelijke schuldsanering natuurlijke personen. Artikel 12. Verplichtingen 1.De inlichtingenplicht uit artikel 6 van de wet en de medewerkingsplicht uit artikel 7 van de wet zijn van toepassing vanaf de aanvraag tot de beëindiging van de schuldhulpverlening. 2.Het college houdt bij de beoordeling van de naleving van de inlichtingenplicht in ieder geval rekening met de tijdige aanlevering van noodzakelijke bewijsstukken voor de schuldhulpverlening en de melding van wijzigingen in de financiële situatie. 3.Het college verstaat onder de medewerking die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de schuldhulpverlening in elk geval: a.het nakomen van gemaakte afspraken en verplichtingen; b.het afzien van het aangaan van nieuwe schulden die het aflossen van bestaande schulden moeilijker maken; c.het bewust meewerken aan de begeleiding; d.het zorgen voor zoveel mogelijk afloscapaciteit en die ook gebruiken om schulden af te lossen; en e.het volledig benutten van de arbeidscapaciteit om inkomsten te verweven, het aanvaarden van passende arbeid of het proberen te verkrijgen van passende arbeid in de mate die redelijkerwijs van de inwoner gevraagd kan worden. HOOFDSTUK 5. UITVOERING VAN HET BEGELEIDINGSPLAN Artikel 13. Begeleidingsplan 1.Het college stelt samen met de inwoner een begeleidingsplan op 2.Het begeleidingsplan bevat: a.een omschrijving van de beginsituatie van de inwoner; b.inzet van aanvullende hulpverlening en de taakverdeling tussen hulpverleners; c.de inzet die van de inwoner wordt gevraagd; d.concrete doelen voor de komende periode; e.een inschatting van de duur van de begeleiding; 3.Het begeleidingsplan wordt regelmatig geëvalueerd en waar nodig aangepast HOOFDSTUK 6. NAZORG Artikel 14. Periode van nazorg Als uit de evaluatie blijkt dat alle doelen uit het begeleidingsplan behaald zijn, gaat de periode waarin de inwoner ondersteund wordt over in een periode van nazorg. Artikel 15. Nazorg Het college onderzoekt met de inwoner welke vorm van nazorg gewenst is. Het college legt de vorm van nazorg na overleg met de inwoner vast. HOOFDSTUK 7. BEËINDIGING SCHULDHULPVERLENING Artikel 16. Beëindiging schuldhulpverlening Nadat alle niet vrij toegankelijke onderdelen uit het plan van aanpak zijn afgerond, beëindigt het college de schuldhulpverlening en geeft het college een beëindigingsbeschikking af. Artikel 17. Voortijdige beëindiging schuldhulpverlening 1.Het college kan besluiten de schuldhulpverlening eerder te beëindigen als: a.de inwoner een verplichting niet of onvoldoende nakomt en: i.dit aan de inwoner te verwijten is; ii.er een termijn is gegeven om de verplichting alsnog na te komen; en iii.daarvan geen gebruik is gemaakt of de verplichting alsnog niet of onvoldoende is nagekomen, of b.de inwoner zelf om beëindiging van de schuldhulpverlening verzoekt, of c.de inwoner zich misdraagt tegenover personen die de schuldhulpverlening geven 2.De schuldhulpverlening eindigt van rechtswege bij het overlijden van de inwoner HOOFDSTUK 8 BKR-REGISTRATIE Artikel 18. BKR-registratie problematische schulden Het college doet een melding (SH) bij het BKR als een inwoner is toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject wegens problematische schulden, zodat dit in het CKI wordt geregistreerd HOOFDSTUK 9. SLOTBEPALINGEN Artikel 19. Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na publicatie. Artikel 20. Citeertitel Deze beleidsregel worden aangehaald als Beleidsregel schuldhulpverlening gemeente Zwartewaterland 2026 Aldus vastgesteld in de vergadering d.d. 1 september 2026 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwartewaterland. Burgemeester en wethouders van Zwartewaterland, De secretarisS. van der Zwaag de burgemeester,drs. J. Compagner Toelichting per artikel Artikel 1. Definities In dit artikel zijn de begrippen omschreven die worden gebruikt in deze beleidsregel. In de definities is aangesloten bij de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en de VNG handreiking ‘Het begeleiden van inwoners vanuit de elementen basisdienstverlening’. Begeleidingsproducten en financiële begeleiding Bij schuldhulpverlening gaat het niet alleen om het bieden van een oplossing voor de schulden. Het gaat er ook om dat de inwoner financieel fit wordt en met vertrouwen de toekomst tegemoet gaat. Omdat inwoners met schulden vaak ook te maken hebben met achterliggende problemen op verschillende leefgebieden, richt de schuldhulpverlening zich ook op die problemen. Begeleiding binnen de schuldhulpverlening kan bestaan uit financiële begeleiding zoals budgetbegeleiding, budgetcoaching, budgetbeheer of beschermingsbewind. Tegelijkertijd kan als onderdeel van de begeleiding flankerende hulp worden ingezet. Flankerende hulp is anders dan financiële begeleiding en wordt geboden als dit nodig is om de situatie van de inwoner te verbeteren en het bijdraagt aan duurzame uitstroom. Flankerende hulp bestaat uit alle vormen van hulp- en dienstverlening die de inwoners ondersteunen, zoals maatschappelijk werk, verslavingszorg en ambulante begeleiding. Om dit deel van de schuldhulpverlening te kunnen omschrijven is in de beleidsregel het begrip ‘begeleidingsproducten’ opgenomen. Deze begeleidingsproducten worden ingezet om de kennis, vaardigheden en competenties van de inwoner te verbeteren. In het plan van aanpak wordt op hoofdlijnen beschreven welke producten worden ingezet. Hoe de begeleiding wordt uitgevoerd wordt omschreven in het begeleidingsplan. Problematische schulden Er is een definitie van problematische schulden opgenomen, omdat in die gevallen de beschikking die toegang geeft tot de schuldhulpverlening op grond van artikel 18 in het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) van Bureau Kredietregistratie (BKR) wordt geregistreerd. Duidelijk moet dus zijn wanneer dit aan de orde is. Objectieve criteria zoals beslag, afsluiting van energie of registratie bij het CAK kunnen hier ook een rol bij spelen. In situaties waarin sprake is van schulden welke in een periode van 36 maanden wel oplosbaar zijn, wordt in eerste instantie ingezet op een 100% betalingsvoorstel. Artikel 2. Doelgroep Op grond van de Wgs moet schuldhulpverlening breed toegankelijk zijn en mogen er geen groepen op voorhand worden uitgesloten. Dit artikel verduidelijkt daarom dat schuldhulpverlening is bedoeld voor iedere inwoner met financiële zorgen of schulden. In het tweede lid staat dat schuldhulpverlening in bijzondere omstandigheden ook kan worden gegeven aan een persoon die geen inwoner van de gemeente is. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als een inwoner tijdens de schuldhulpverlening naar een andere gemeente verhuist. Als deze situatie zich voordoet, overlegt het college zo nodig met het college in de nieuwe woonplaats over de mogelijkheden van schuldhulpverlening. Artikel 3. Signalen in het kader van vroegsignalering In het kader van preventie is in de Wgs opgenomen dat gemeenten verplicht zijn om vroeg signalering uit te voeren. Dit betekent dat gemeenten signalen ontvangen van signaalpartners over (beginnende) betalingsachterstanden en hierop anticiperen om te voorkomen dat betalingsachterstanden verder toenemen of (problematische) schulden ontstaan. Op deze manier kunnen we vroegtijdig acteren en snel hulp bieden om erger te voorkomen. Instrumenten die ingezet kunnen worden om signalen op te volgen zijn: huisbezoeken, telefonisch contact, brieven en e-mails. Artikel 4. Aanvraag Om te voorkomen dat inwoners met financiële zorgen of schulden – ongeacht de omvang daarvan - een drempel ervaren om schuldhulpverlening aan te vragen, is in dit artikel geregeld dat een aanvraag vormvrij kan worden gedaan. Het kenbaar maken dat er behoefte is aan schuldhulpverlening is voldoende. Als een inwoner een aanbod voor schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, van de wet (via vroegsignalering van schulden) accepteert, dan wordt dat ook gezien als een aanvraag. Het aanmeldproces dat hierop volgt, is ook zoveel mogelijk laagdrempelig en gericht op het voorkomen van stress. Er wordt bijvoorbeeld geïnvesteerd in het contact en het opbouwen van vertrouwen, inwoners worden niet direct om papieren gevraagd en zij worden zo veel mogelijk ontzorgd. Dit voorkomt dat inwoners schuldhulpverlening niet willen of kunnen aanvragen of gaandeweg de aanvraag uitvallen. Artikel 5. Intake Na de aanmelding volgt een intake, waar het eerste gesprek een onderdeel van is. Die intake kan ook bestaan uit meerdere gesprekken. In het artikel is geregeld dat het eerste gesprek binnen vier weken plaatsvindt. In crisissituaties is geregeld dat dit binnen drie dagen is om verergering van de situatie te voorkomen. Artikel 6. Toegang Het uitgangspunt is dat schuldhulpverlening laagdrempelig is en toegankelijk is voor iedere inwoner met een hulpvraag omtrent het voorkomen of oplossen van geldproblemen. Dit artikel verankert dat uitgangspunt. Het betekent dat inwoners, ongeacht de aard en omvang van hun schulden of financiële zorgen, ondersteuning kunnen krijgen. Het tweede lid verankert de bevoegdheid en verantwoordelijkheid van het college om te beoordelen wanneer de inzet van schuldhulpverlening noodzakelijk wordt geacht voor een inwoner. Wat betreft het bepalen welke instrumenten ingezet dienen te worden, wordt gekeken naar de specifieke situatie van de inwoner met een hulpvraag. In het derde lid wordt vastgelegd dat de toegang tot schuldhulpverlening aan de inwoner wordt bevestigd middels een beschikking en een bijbehorend plan van aanpak zoals beschreven in artikel 8 en 10 van deze beleidsregel. Artikel 7. Begeleiding bij wettelijke schuldsanering Inwoners die schulden hebben, maar niet in aanmerking komen voor een minnelijk traject, kunnen mogelijk wel een beroep doen op het wettelijke schuldsaneringstraject. Om de kansen op een geslaagd beroep hierop te vergroten, is ook geregeld dat het college begeleiding biedt bij de aanvraag en het doorlopen van het wettelijke schuldsaneringstraject om zo uitval te voorkomen. Artikel 8. Beschikking De beschikking is het besluit of de inwoner toegang krijgt tot schuldhulpverlening. De inwoner krijgt, binnen 8 weken, een toegangsbeschikking of een afwijzingsbeschikking. Inwoners die het niet eens zijn met de beslissing kunnen bezwaar maken en in beroep gaan. Artikel 9. Weigering Inwoners zonder verblijfsstatus hebben geen toegang tot schuldhulpverlening. Dit is een absolute weigeringsgrond die is opgenomen in artikel 3, vierde lid, van de Wgs. Deze weigeringsgrond is daarom niet opgenomen in deze beleidsregel. Op grond van artikel 3, tweede en derde lid, van de Wgs kan het college de schuldhulpverlening weigeren bij terugval of fraude. Uit respectievelijk onderdeel a en b volgt dat er voor een bepaalde periode een beroep kan worden gedaan op deze weigeringsgronden. Na het verstrijken van deze periode kan de weigeringsgrond niet worden ingeroepen om de toegang tot schuldhulpverlening te weigeren. Artikel 10. Inhoud plan van aanpak Als een inwoner toegang tot schuldhulpverlening krijgt, wordt een plan van aanpak opgesteld. In het eerste lid is geregeld dat het plan van aanpak na overleg met de inwoner wordt opgesteld. Het plan van aanpak is een onderdeel van een toegangsbeschikking en bevat alle producten en processen die worden ingezet om de inwoner schuldenvrij en financieel fit te maken. Dit betekent dat het plan zoveel mogelijk moet zijn toegespitst op de inwoner en een zo volledig mogelijk overzicht moet bieden van de schuldhulpverlening die het college gaat geven. Daarom is in het tweede lid opgesomd wat er in elk geval in het plan van aanpak moet staan. In het derde lid is vastgelegd dat het plan van aanpak wordt geëvalueerd om de voortgang van de schuldhulpverlening te meten. De intensiteit en de frequentie waarmee wordt geëvalueerd is afhankelijk van de behoefte van de inwoner en diens situatie. Overigens kan het plan van aanpak ook eerst op hoofdlijnen worden opgesteld en later worden aangevuld. In het plan van aanpak wordt op hoofdlijnen beschreven welke producten worden ingezet. Artikel 11. Aanbod schuldhulpverlening Het aanbod voor de schuldhulpverlening is erop gericht om de inwoner schuldenvrij en financieel fit te maken. Onderdeel daarvan is dat een oplossing wordt geboden voor de schulden. In het eerste lid wordt een aantal varianten daarvoor genoemd. Het gaat om een betalingsregeling, herfinanciering, saneringskrediet, schuldbemiddeling of schuldregeling zonder afloscapaciteit. Met een betalingsregeling wordt met schuldeisers afgesproken dat de gehele schuld in termijnen wordt afgelost. Bij een herfinanciering betaalt een kredietverstrekker in één keer alle schulden van de inwoner af, waarna de inwoner het totale bedrag in termijnen terugbetaalt aan de kredietverstrekker. Bij een saneringskrediet doet een kredietverstrekker een betalingsaanbod aan schuldeisers, waarmee de schulden in één keer voor een deel worden afgelost en het overige deel wordt kwijtgescholden (tenzij wettelijk anders geregeld). Daartoe sluit de inwoner een saneringskrediet af bij de kredietverstrekker, de inwoners lost het betaalde bedrag vervolgens binnen 18 maanden af bij deze kredietverstrekker. Bij schuldbemiddeling wordt maandelijks voor de aflossing van schulden gespaard. Periodiek wordt een zo groot mogelijk deel van de schulden afgelost. Na de overeengekomen periode (van 18 maanden) volgt kwijtschelding van de schuldeisers, als aan de voorwaarden is voldaan. Een schuldenregeling zonder afloscapaciteit kan worden aangeboden als het inkomen van de inwoner lager is dan het berekende vrij te laten bedrag. Schuldhulpverlening gaat echter verder dan het bieden van een oplossing voor de schulden. Het gaat er ook om dat de inwoner financieel fit wordt en er sprake is van financieel gezond gedrag. Daarom is in het eerste lid ook opgenomen dat de schuldhulpverlening uit één of meer begeleidingsproducten kan bestaan. Het gaat dan in de eerste plaats om financiële begeleiding, zoals het op orde brengen van het inkomen, waaronder ook het aanvragen van inkomen verhogende voorzieningen. Het verbeteren van de financiële kennis en vaardigheden (budgetbegeleiding), het verbeteren van het financieel gedrag (budgetcoaching) en het beheren van de financiën, zoals het doorbetalen van de vaste lasten, het bieden van een vorm van budgetbeheer of het bieden beschermingsbewind kan ook onderdeel zijn van die financiële begeleiding. In het tweede lid is geregeld welke factoren een rol spelen bij het bepalen van het precieze aanbod voor de schuldhulpverlening. Daarbij wordt onder andere rekening gehouden met de specifieke situatie of kenmerken van de inwoner, waaronder de specifieke doelgroep waartoe de inwoner behoort. Artikel 12. Verplichtingen Op grond van de wet is de inwoner aan wie het college schuldhulpverlening geeft verplicht om bepaalde inlichtingen te verstrekken en bepaalde medewerking te verlenen. In het eerste lid van dit artikel is verduidelijkt dat deze verplichtingen gelden vanaf het moment dat de inwoner zich voor schuldhulpverlening tot het college heeft gewend of, bij vroegsignalering, een aanbod voor schuldhulpverlening heeft geaccepteerd. De inwoner moet zich aan de verplichtingen houden tot het moment dat de schuldhulpverlening eindigt. Verder is in het tweede lid bepaald hoe het college beoordeelt of een inwoner voldoet aan de inlichtingenplicht., voor zover het college deze stukken niet zelf op grond van artikel 12 tot en met 16 Bgs kan opvragen. Het derde lid bevat de invulling die het college aan de medewerkingsplicht geeft. Voorop staat dat het gaat om de medewerking die nodig is om schuldhulpverlening te laten slagen. Artikel 13. Begeleidingsplan In dit artikel is geregeld dat het college, samen met de inwoner, een begeleidingsplan opstelt. Het begeleidingsplan beschrijft de uitvoering van de begeleiding die tijdens de schuldhulpverlening geboden wordt. Wanneer daarin wijzigingen plaatvinden, hoeft niet opnieuw beschikt te worden. Het tweede lid beschrijft de onderdelen die in elk geval in het begeleidingsplan opgenomen worden. Evalueren is een essentieel onderdeel van de begeleiding. Daarom is in het derde lid beschreven dat de begeleiding steeds wordt geëvalueerd en zo nodig wordt aangepast. Het aantal keren dat er wordt geëvalueerd en de intensiteit waarmee dit wordt gedaan, is afhankelijk van de behoefte van de inwoner en diens situatie. Artikel 14. Periode van nazorg Dit artikel maakt duidelijk dat de schuldhulpverlening niet eindigt als de inwoner de doelen uit het begeleidingsplan heeft behaald en zelfstandig verder kan. De ondersteuning van de inwoner wordt dan voortgezet door een periode van nazorg. Nazorg is een wettelijke verplichting op grond van de Wgs. Artikel 15. Nazorg Dit artikel regelt dat het college met de inwoner onderzoekt welke vorm van nazorg gewenst is en dit na overleg met de inwoner vastlegt. Artikel 16. Beëindiging schuldhulpverlening Op het moment dat alle niet vrij toegankelijke onderdelen uit het plan van aanpak zijn afgerond, wordt een beëindigingsbeschikking gestuurd. Tegen de beëindigingsbeschikking kan de inwoner in bezwaar en beroep gaan. Artikel 17. Voortijdige beëindiging schuldhulpverlening Het college kan in uitzonderlijke gevallen de schuldhulpverlening voortijdig beëindigen. In dit artikel is verduidelijkt wanneer daar sprake van is. Daarbij geldt dat de schuldhulpverlening niet kan worden beëindigd wegens een schending van de inlichtingenplicht of medewerkingsplicht, voordat de inwoner een hersteltermijn heeft gekregen. Het is afhankelijk van de concrete verplichting, welke termijn daarbij als redelijk wordt gezien. Verder kan de schuldhulpverlening voortijdig worden beëindigd als de inwoner zich misdraagt door bijvoorbeeld een persoon die schuldhulpverlening geeft te beledigen of te intimideren. De voortijdige beëindiging vindt plaats met een beëindigingsbeschikking waartegen bezwaar en beroep open staat. Artikel 18. BKR-registratie problematische schulden In dit artikel is geregeld dat als een inwoner is toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject wegens problematische schulden, het college een melding (SH) doet bij het BKR, zodat dit in het CKI wordt geregistreerd. De registratie voorkomt dat inwoners nieuwe kredieten aangaan en de problematische schulden groter worden.
Categorie: Mededelingen
De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer over deze regio
Meer meldingen zoals "Beleidsregel schuldhulpverlening gemeente Zwartewaterland 2026"

Mededelingen
Beleidsregel schuldhulpverlening gemeente Zwartewaterland 2026

Omgeving
Aanvraag voor een vergunning voor het plaatsen van beschoeiing bij een bestaande waterinlaat in de V09, provinciale vaarweg IJssel - Zwolsche Diep, ter hoogte van hectometerpunt 8.200

Mededelingen
Beleidsregels ontheffingen georganiseerde vuurwerkactiviteiten gemeente Kampen

Mededelingen
PUBLICATIE VAN VOORGENOMEN VASTGOEDTRANSACTIES M.B.T. GEMEENTELIJKE ONROERENDE ZAKEN

Omgeving
Aanvraag omgevingsvergunning wateractiviteit voor beschoeiing of damwand aanleggen, plaatsen, in stand houden of veranderen nabij de Mandjeswaardweg 1 in Kampen

Mededelingen
Aanwijzingsbesluit gemeentelijke functionarissen gemeente Kampen 2025

Evenementen
Verleende evenementenvergunning in Grafhorst

APV
Financiële uitvoeringsregels provincie Overijssel 2026

Mededelingen
Beleidsregels eerder aanvragen transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Zwartewaterland 2026

Mededelingen
Kennisgeving voornemen en participatie Verkenning Wold Aa

Mededelingen
PUBLICATIE VAN VOORGENOMEN VASTGOEDTRANSACTIES M.B.T. GEMEENTELIJKE ONROERENDE ZAKEN

Mededelingen
Afsluiting Molenbrug gemeente Kampen

