Beleidsregels vuurwerkontheffingen jaarwisseling gemeente Leidschendam-Voorburg 2026
Locatie
Soort
Mededelingen
Gepubliceerd op
2026-07-31
Gepubliceerd door
Gemeente Leidschendam-Voorburg
Informatie
Beleidsregels vuurwerkontheffingen jaarwisseling gemeente Leidschendam-Voorburg 2026 De burgemeester van de gemeente Leidschendam-Voorburg; gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; gelet op artikel 9.2.2.1a van de Wet milieubeheer en de artikelen 2.3.2, 2.3.2a en 2.3.2b van het Vuurwerkbesluit; overwegende dat met de Wet veilige jaarwisseling het afsteken van consumentenvuurwerk verder is beperkt; overwegende dat de wetgever aan de burgemeester de bevoegdheid heeft toegekend om, onder voorwaarden, ontheffing te verlenen voor het tijdens de jaarwisseling tot ontbranding brengen van aangewezen vuurwerk van categorie F2; overwegende dat de burgemeester het wenselijk vindt om beperkte, georganiseerde en controleerbare vormen van vuurwerk mogelijk te maken voor lokale verenigingen en stichtingen; overwegende dat veiligheid, openbare orde, bescherming van kwetsbare locaties en uitvoerbaarheid daarbij centraal staan; besluit vast te stellen de volgende beleidsregels: Beleidsregels vuurwerkontheffingen jaarwisseling gemeente Leidschendam- Voorburg 2026 Artikel 1. Begripsbepalingen In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a.burgemeester: de burgemeester van de gemeente Leidschendam-Voorburg; b.gemeente: de gemeente Leidschendam-Voorburg c.Algemene Plaatselijke Verordening: Algemene Plaatselijke Verordening Leidschendam-Voorburg d.ontheffing: een ontheffing als bedoeld in artikel 9.2.2.1a, vierde lid, van de Wet milieubeheer; e.aanvrager: een vereniging of stichting die een aanvraag indient voor een ontheffing; f.jaarwisseling: de periode van 31 december 18.00 uur tot 1 januari 02.00 uur van het daaropvolgende jaar; g.Vuurwerkbesluit: het Vuurwerkbesluit zoals gewijzigd door het Besluit veilige jaarwisseling. Voor zover begrippen niet in deze beleidsregels zijn gedefinieerd, wordt aangesloten bij de betekenis die daaraan is gegeven in de Wet milieubeheer en het Vuurwerkbesluit. Artikel 2. Doel van de beleidsregels 1.Deze beleidsregels geven invulling aan de wijze waarop de burgemeester gebruik maakt van zijn bevoegdheid om ontheffing te verlenen voor het tijdens de jaarwisseling tot ontbranding brengen van aangewezen vuurwerk van categorie F2.2.De beleidsregels hebben tot doel om aanvragen op een consistente, transparante en juridisch houdbare wijze te beoordelen.3.De beleidsregels voorzien niet in een herhaling van de wettelijke voorwaarden en voorschriften die rechtstreeks volgen uit de Wet milieubeheer, het Vuurwerkbesluit of andere regelgeving. Artikel 3. Uitgangspunten 1.De burgemeester staat in beginsel open voor aanvragen van lokale verenigingen en stichtingen die zijn gericht op een kleinschalige, georganiseerde en controleerbare vorm van vuurwerk tijdens de jaarwisseling.2.Het verlenen van een ontheffing is geen recht. Iedere aanvraag wordt afzonderlijk beoordeeld aan de hand van de wettelijke voorwaarden, deze beleidsregels en de concrete omstandigheden van het geval.3.Bij de beoordeling staan in ieder geval de volgende belangen centraal: a.openbare orde; b.openbare veiligheid; c.bescherming van personen en goederen; d.bescherming van kwetsbare gebouwen en locaties; e.bereikbaarheid voor hulpdiensten; f.bescherming van dieren; g.uitvoerbaarheid van toezicht en handhaving. 4.De burgemeester kiest niet voor een algemene verruiming van vuurwerkgebruik, maar voor een beperkte en gereguleerde mogelijkheid voor georganiseerd vuurwerk onder strikte voorwaarden. Artikel 4. Lokale binding 1.Gelet op 2.3.2, onderdeel a, van het Vuurwerkbesluit, wordt de ontheffing uitsluitend verleend aan een vereniging of stichting met lokale binding.2.Van lokale binding is in ieder geval sprake indien: a.de vereniging of stichting statutair is gevestigd in de gemeente; b.In ieder geval één van de bestuurders van de vereniging of stichting is woonachtig in de gemeente; en c.de activiteiten van de vereniging of stichting in overwegende mate zijn gericht op inwoners, wijken, buurten of gemeenschappen binnen de gemeente. 3.Indien niet volledig wordt voldaan aan het tweede lid, kan de burgemeester alsnog lokale binding aannemen indien uit de statutaire doelstelling, de feitelijke activiteiten, de doelgroep, de historie van de organisatie of andere concrete omstandigheden blijkt dat de vereniging of stichting aantoonbaar en duurzaam verbonden is met de gemeente.4.Bij de beoordeling als bedoeld in het derde lid kent de burgemeester in het bijzonder gewicht toe aan de vraag of de vereniging of stichting bestuurlijk of organisatorisch is verankerd in de gemeente, waaronder begrepen de woonplaats van één of meer bestuurders.5.De burgemeester kan daarnaast andere omstandigheden betrekken bij de beoordeling van lokale binding, zoals eerdere activiteiten binnen de gemeente, de samenstelling van het bestuur of de doelgroep waarvoor de activiteit wordt georganiseerd.6.Een aanvraag wordt geweigerd indien de lokale binding onvoldoende is aangetoond. Toelichting: De eis van lokale binding sluit aan bij artikel 2.3.2, onderdeel a, van het Vuurwerkbesluit en bij de bedoeling van de ontheffingsregeling om georganiseerde lokale initiatieven mogelijk te maken. De burgemeester vindt het van belang dat de aanvrager niet alleen formeel, maar ook feitelijk verbonden is met de gemeente. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de statutaire vestiging, de feitelijke activiteiten, de doelgroep en de bestuurlijke verankering van de vereniging of stichting. Het uitgangspunt is dat ten minste één bestuurder woonachtig is in de gemeente. Daarmee wordt geborgd dat de organisatie lokaal aanspreekbaar en betrokken is. Tegelijkertijd kan niet worden uitgesloten dat ook sprake kan zijn van voldoende lokale binding indien niet aan alle genoemde omstandigheden wordt voldaan. Daarom behoudt de burgemeester ruimte om in bijzondere gevallen, op basis van de concrete feiten en omstandigheden, alsnog lokale binding aan te nemen. Artikel 5. Indiening van de aanvraag 1.Een aanvraag voor een ontheffing wordt uiterlijk op 1 oktober voorafgaand aan de jaarwisseling ingediend.2.De aanvraag bevat in ieder geval de gegevens en bescheiden die nodig zijn om te beoordelen of wordt voldaan aan de voorwaarden uit het Vuurwerkbesluit en aan deze beleidsregels. Daartoe verstrekt de aanvrager in ieder geval: a.een uittreksel van het handelsregister; b.een motivering waaruit de lokale binding blijkt; c.een veiligheidsplan, waarin in ieder geval het volgende is opgenomen: i.een situatietekening, waarin de afsteekplaats, het afsteekterrein, de veiligheidsafstand en de veiligheidszone zijn opgenomen; ii.een exact overzicht van het af te steken vuurwerk; iii.een beschrijving van hoe de ingevolge artikel 2.3.2a, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit, aan de ontheffing te verbinden voorschriften zullen worden nageleefd; iv.een of twee supervisors die ter plaatse verantwoordelijk zijn voor een goede gang van zaken alsmede ten hoogste acht ontbranders die vuurwerk tot ontbranding mogen brengen; en v.een telefoonnummer waarop de supervisor of supervisors bereikbaar zijn. d.een toelichting, waar nodig onderbouwd met foto’s, kaarten of andere gegevens, waaruit blijkt dat het afsteekterrein: i.niet de binnenruimte is van een gebouw; ii.goed bereikbaar is voor hulpdiensten; iii.zodanig is gelegen dat voldoende ruimte bestaat voor de voorgeschreven veiligheidszone waarin zich geen zeer kwetsbare gebouwen en locaties bevinden, bedrijfsmatig dieren worden gehouden, brandbare objecten of voer- of vaartuigen bevinden en is, naar het oordeel van de burgemeester, geschikt voor het op veilige wijze tot ontbranding brengen en het daaraan voorafgaand bewaren van vuurwerk zoals aangevraagd; e.een beschrijving van de aard en omvang van de activiteit; f.een beschrijving van de wijze waarop omwonenden en andere belanghebbenden worden geïnformeerd; g.indien van toepassing: een toelichting op samenloop met een evenement of andere activiteit; h.indien van toepassing: gegevens over getroffen of te treffen maatregelen voor aansprakelijkheid en verzekering. Toelichting: Dit artikel geeft aan welke gegevens en bescheiden nodig zijn om de aanvraag zorgvuldig te kunnen beoordelen. Een deel van deze gegevens is nodig om te toetsen of wordt voldaan aan de voorwaarden uit het Vuurwerkbesluit. Daarnaast zijn gegevens nodig voor de beoordeling aan de hand van deze beleidsregels, waaronder de lokale binding, de locatiegeschiktheid, de samenloop met eventuele evenementen, de communicatie richting omwonenden en de aansprakelijkheidsrisico’s. De indieningstermijn van 1 oktober is nodig om advies te kunnen vragen aan betrokken partners, de locatie zorgvuldig te kunnen beoordelen en belanghebbenden tijdig te informeren. De termijn is geen wettelijke vervaltermijn, maar een procedureel uitgangspunt voor een zorgvuldige besluitvorming. Artikel 6. Te laat ingediende aanvragen 1.Indien een aanvraag na 1 oktober wordt ingediend, beoordeelt de burgemeester of een zorgvuldige behandeling van de aanvraag nog mogelijk is.2.Bij deze beoordeling betrekt de burgemeester in ieder geval: a.de resterende tijd tot de jaarwisseling; b.de complexiteit van de aanvraag; c.de benodigde advisering door politie, brandweer, veiligheidsregio of andere betrokken partijen; d.de mogelijkheid om de locatie zorgvuldig te beoordelen; e.de mogelijkheid om belanghebbenden te informeren en eventuele zienswijzen te betrekken; f.de beschikbare ambtelijke, toezichts- en handhavingscapaciteit. 3.Indien als gevolg van de late indiening een zorgvuldige voorbereiding, beoordeling of uitvoering redelijkerwijs niet meer mogelijk is, kan de burgemeester de aanvraag weigeren. Toelichting: Deze bepaling creëert geen automatische weigering na 1 oktober. De burgemeester beoordeelt concreet of de aanvraag nog zorgvuldig kan worden behandeld. Daarmee blijft ruimte voor maatwerk en wordt voorkomen dat de beleidsregel feitelijk een harde wettelijke vervaltermijn introduceert. Artikel 7. Beoordeling van de locatie 1.Een ontheffing wordt uitsluitend verleend indien de aangevraagde locatie naar het oordeel van de burgemeester geschikt is voor het veilig tot ontbranding brengen van het aangevraagde vuurwerk.2.De burgemeester betrekt bij de beoordeling van de locatie in ieder geval: a.de bereikbaarheid voor hulpdiensten; b.de aanwezigheid van voldoende ruimte voor het afsteekterrein en de veiligheidszone; c.de afstand tot woningen, gebouwen en publiek toegankelijke locaties; d.de afstand tot kwetsbare gebouwen en locaties; e.de aanwezigheid van brandbare objecten, rieten daken, voer- of vaartuigen; f.de nabijheid van locaties waar bedrijfsmatig dieren worden gehouden; g.de ligging ten opzichte van de openbare weg; h.eerdere incidenten of verstoringen van de openbare orde op of nabij de locatie. 3.Op de openbare weg wordt geen ontheffing verleend.4.De burgemeester kan gebieden of locaties aanwijzen waar geen ontheffing wordt verleend indien dat noodzakelijk wordt geacht in het belang van openbare orde, veiligheid, bereikbaarheid, bescherming van kwetsbare locaties of handhaafbaarheid. Toelichting: Het Vuurwerkbesluit schrijft al voor dat het afsteekterrein geschikt moet zijn, voldoende ruimte moet bieden voor de veiligheidszone en goed bereikbaar moet zijn voor hulpdiensten. Dit artikel geeft aan hoe de burgemeester deze lokale beoordelingsruimte toepast. Artikel 8. Kwetsbare objecten en risicogebieden 1.De burgemeester verleent geen ontheffing indien de veiligheidszone geheel of gedeeltelijk is gelegen binnen of nabij een locatie waar dit, gelet op de aard van die locatie, onaanvaardbare risico’s oplevert.2.Als kwetsbare objecten of locaties worden in ieder geval aangemerkt: a.ziekenhuizen, hospices en vergelijkbare locaties; b.locaties waar bedrijfsmatig dieren worden gehouden; c.gebouwen met rieten daken of andere verhoogde brandbaarheidsrisico’s; d.locaties waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn; e.locaties waarvan bekend is dat daar tijdens eerdere jaarwisselingen sprake is geweest van ernstige openbare ordeverstoringen of veiligheidsincidenten; en f.Parken en natuurgebieden. 3.De burgemeester kan gemotiveerd bepalen dat ook andere locaties als kwetsbaar of risicovol worden aangemerkt. Artikel 9. Openbare orde en veiligheid 1.De burgemeester weigert een aanvraag indien naar zijn oordeel onvoldoende is gewaarborgd dat het afsteken van vuurwerk op een veilige en ordelijke wijze kan plaatsvinden.2.De burgemeester kan een aanvraag weigeren indien: a.sprake is van een verhoogd risico op verstoring van de openbare orde; b.de activiteit naar verwachting leidt tot een onevenredige belasting van politie, brandweer, boa’s of andere hulpdiensten; c.onvoldoende toezicht op het afsteekterrein of de veiligheidszone kan worden geborgd; d.onvoldoende duidelijk is hoe wordt voorkomen dat derden buiten de ontheffing om vuurwerk afsteken; e.de aanvraag samenvalt met andere activiteiten of omstandigheden waardoor de veiligheid of handhaafbaarheid onvoldoende kan worden gewaarborgd. 3.De burgemeester kan advies vragen aan politie, brandweer, veiligheidsregio of andere betrokken partners.4.Een negatief advies van een betrokken partner kan aanleiding zijn om de aanvraag te weigeren of aanvullende voorschriften aan de ontheffing te verbinden. Artikel 10. Samenloop met evenementen 1.Indien het afsteken van vuurwerk onderdeel uitmaakt van of samenhangt met een evenement, beoordeelt de burgemeester of naast de ontheffing ook een evenementenvergunning of melding op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening vereist is.2.Een ontheffing voor vuurwerk laat onverlet dat de aanvrager verantwoordelijk is voor het verkrijgen van andere benodigde toestemmingen, vergunningen of meldingen.3.Indien een vereiste evenementenvergunning wordt geweigerd of niet tijdig kan worden verleend, kan dit aanleiding zijn om de ontheffing te weigeren. Toelichting: De Wet veilige jaarwisseling en het Vuurwerkbesluit laten de gemeentelijke regels over evenementen onverlet. Als het vuurwerk onderdeel is van een evenement, kan dus naast de ontheffing ook een evenementenvergunning of melding nodig zijn. Artikel 11. Aansprakelijkheid en verzekering 1.De aanvrager is verantwoordelijk voor de naleving van de ontheffing en de daaraan verbonden voorschriften.2.De aanvrager is verantwoordelijk voor schade of letsel die voortvloeit uit het gebruik van de ontheffing, voor zover deze schade of dit letsel aan de aanvrager kan worden toegerekend.3.De burgemeester kan verlangen dat de aanvrager aantoont dat een passende aansprakelijkheidsverzekering is afgesloten, of dat op andere wijze voldoende is gewaarborgd dat eventuele schade kan worden gedekt.4.Indien onvoldoende aannemelijk is dat de aanvrager de financiële risico’s van de activiteit kan dragen, kan de burgemeester aanvullende voorschriften stellen of de aanvraag weigeren. Toelichting: Het Vuurwerkbesluit verplicht niet tot een verzekering, maar laat ruimte aan de burgemeester om dit in een concreet geval te adviseren of voor te schrijven. Om die reden is de verzekeringseis hier niet absoluut geformuleerd, maar als beoordelings- en voorschriftenruimte. Artikel 12. Meerdere aanvragen 1.Indien meerdere aanvragen betrekking hebben op dezelfde locatie, nabijgelegen locaties of hetzelfde tijdvak, beoordeelt de burgemeester of deze aanvragen naast elkaar kunnen worden toegestaan.2.Per vereniging of stichting wordt per jaarwisseling maximal één ontheffing verleend.3.De burgemeester kan een aanvraag weigeren indien verlening zou leiden tot een onaanvaardbare cumulatie van risico’s voor openbare orde, veiligheid, toezicht, handhaving of bereikbaarheid.4.Indien meerdere aanvragen niet naast elkaar kunnen worden toegestaan, betrekt de burgemeester bij de beoordeling in ieder geval: a.de volledigheid en tijdigheid van de aanvraag; b.de mate van lokale binding; c.de geschiktheid van de locatie; d.de gevolgen voor omwonenden en de omgeving; e.de mate waarin de aanvraag bijdraagt aan een georganiseerd, veilig en controleerbaar alternatief voor ongecontroleerd vuurwerkgebruik. 5.De burgemeester stelt vooralsnog geen maximumaantal ontheffingen vast. Toelichting: De burgemeester stelt geen maximumaantal ontheffingen voor de gemeente als geheel vast. Daarmee blijft ruimte bestaan om aanvragen van lokale verenigingen en stichtingen individueel te beoordelen. Wel wordt per vereniging of stichting per jaarwisseling maximaal één ontheffing verleend. Hiermee wordt voorkomen dat één organisatie meerdere vuurwerkactiviteiten organiseert of aanvraagt, waardoor de risico’s voor openbare orde, veiligheid, toezicht, handhaving en uitvoerbaarheid kunnen toenemen. Deze beperking laat onverlet dat meerdere verenigingen of stichtingen afzonderlijk een aanvraag kunnen indienen, mits elke aanvraag voldoet aan het Vuurwerkbesluit en deze beleidsregels. Artikel 13. Aanvullende voorschriften 1.De burgemeester verbindt aan een ontheffing in ieder geval de voorschriften die op grond van het Vuurwerkbesluit verplicht zijn.2.De burgemeester kan daarnaast aanvullende voorschriften verbinden indien dat nodig is in het belang van openbare orde, veiligheid, gezondheid, bescherming van dieren, bescherming van goederen, bereikbaarheid of handhaafbaarheid.3.Aanvullende voorschriften kunnen onder meer betrekking hebben op: a.communicatie met omwonenden; b.afzettingen en publieksbegeleiding; c.aanwezigheid van EHBO of BHV; d.bereikbaarheid van de supervisor; e.toezicht door de aanvrager; f.beperking van het tijdvak waarbinnen vuurwerk mag worden afgestoken; g.het informeren van politie, brandweer of gemeentelijke toezichthouders; h.aanvullende maatregelen ter bescherming van kwetsbare locaties. Artikel 14. Intrekking of wijziging van de ontheffing 1.De burgemeester trekt een ontheffing in de gevallen waarin het Vuurwerkbesluit daartoe verplicht.2.De burgemeester kan een ontheffing intrekken of wijzigen indien: a.voorschriften niet worden nageleefd; b.onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; c.de feitelijke situatie afwijkt van de aanvraag of het veiligheidsplan; d.gewijzigde omstandigheden maken dat veilig afsteken niet langer is gewaarborgd; e.sprake is van ernstige verstoring van de openbare orde of een concreet risico daarop; f.toezicht of handhaving redelijkerwijs niet langer uitvoerbaar is. 3.Indien mogelijk neemt de burgemeester een besluit tot intrekking of wijziging uiterlijk op 30 december voorafgaand aan de jaarwisseling.4.Indien intrekking of wijziging pas op of na 31 december noodzakelijk blijkt, kan de burgemeester bepalen welke maatregelen nodig zijn met betrekking tot reeds ter beschikking gesteld vuurwerk. Toelichting: Het Vuurwerkbesluit bevat verplichte en facultatieve intrekkingsgronden. Dit artikel geeft richting aan de lokale toepassing daarvan, zonder de wettelijke intrekkingsgronden te vervangen of te beperken. Artikel 15. Toezicht en handhaving 1.Toezicht op de naleving van verleende ontheffingen vindt risicogestuurd plaats.2.De burgemeester kan toezichthouders aanwijzen voor het toezicht op de naleving van de ontheffing en de daaraan verbonden voorschriften.3.Bij overtreding van voorschriften kan de burgemeester passende maatregelen treffen, waaronder waarschuwing, wijziging of intrekking van de ontheffing, dan wel bestuursrechtelijke handhaving.4.Strafrechtelijke handhaving van verboden bezit of gebruik van vuurwerk vindt plaats door de daartoe bevoegde opsporingsinstanties. Artikel 16. Evaluatie 1.De toepassing van deze beleidsregels wordt na de eerste jaarwisseling geëvalueerd.2.Bij de evaluatie wordt in ieder geval gekeken naar: a.het aantal ingediende aanvragen; b.het aantal verleende en geweigerde ontheffingen; c.de uitvoerbaarheid van de procedure; d.de ervaringen van politie, brandweer, toezicht en handhaving; e.incidenten of overtredingen; f.reacties van inwoners en belanghebbenden; g.de financiële en personele gevolgen. 3.De uitkomsten van de evaluatie kunnen aanleiding geven tot wijziging van deze beleidsregels. Artikel 17. Afwijking van de beleidsregels De burgemeester handelt overeenkomstig deze beleidsregels, tenzij toepassing daarvan voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregels te dienen doelen. Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze beleidsregels treden in werking op 1 augustus 2026.2.Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels vuurwerkontheffingen jaarwisseling gemeente Leidschendam-Voorburg 2026. Aldus besloten door de burgemeester op 30 juli 2026 de burgemeester van Leidschendam-VoorburgM.W. Vroom
Categorie: Mededelingen
De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer over deze regio
Meer meldingen zoals "Beleidsregels vuurwerkontheffingen jaarwisseling gemeente Leidschendam-Voorburg 2026"

Mededelingen
Beleidsregels vuurwerkontheffingen jaarwisseling gemeente Leidschendam-Voorburg 2026

Mededelingen
Besluit van de programmamanager van 29 juli 2026 tot het stellen van beperkingen aan het schutten voor de scheepvaart voor drie sluizen gelegen in het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Delfland.

Omgeving
Meldingen - , Ursulaland 125, 2591 GW 's-Gravenhage

APV
Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 2 juni 2026, PZH-2026-890984252, tot vaststelling van het subsidieplafond voor 2026 voor de Subsidieregeling Toekomstbestendige bedrijventerreinen Zuid-Holland (Besluit subsidieplafond 2026...

APV
Subsidieregeling Toekomstbestendige bedrijventerreinen Zuid-Holland

Mededelingen
Besluit inzet piekberging Nieuwe Driemanspolder

Mededelingen
Aanwijzingsbesluit toezichthouder openbare ruimte

APV
APV Vergunning - Besluiten, AEGONplein 4, 's-Gravenhage

Mededelingen
Voorgenomen heruitgifte in erfpacht van (het onverdeelde aandeel in) de percelen gelegen aan de Burgemeester Patijnlaan 594 tot en met 814 te Den Haag, kadastraal bekend als gemeente ’s-Gravenhage, sectie P, nummers 10017 en 10086, van welke percelen...

Mededelingen
Voorontwerp autoluwe Waldorpstraat-Oost

Mededelingen
Verantwoordelijkheidsverdeling verbonden partijen

Mededelingen
Vergadering Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag

