Subsidieregeling combinatiefunctionarissen sport en cultuur Den Haag 2026

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

APV

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-09-15

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente 's-Gravenhage

Informatie

Subsidieregeling combinatiefunctionarissen sport en cultuur Den Haag 2026 Toelichting Met de Subsidieregeling combinatiefunctionarissen sport en cultuur Den Haag 2026 anticipeert het college op de driejarige verlenging van de Brede Regeling Combinatiefuncties 2023-2026 gericht op sport- en cultuurdeelname. Met deze subsidieregeling stimuleert het college de inzet van combinatiefunctionarissen in de stad die zich richten op het werven, activeren en begeleiden van Haagse inwoners, zodat zij structureel meer gaan bewegen, sporten of dat zij deelnemen aan kunst- en cultuuraanbod in Den Haag. Daarnaast versterken combinatiefunctionarissen de lokale verbindingen tussen onder andere sport, kunst, onderwijs, zorg en welzijn. Zo worden Haagse inwoners in staat gesteld om een leven lang te sporten en bewegen en om aan actieve kunst- en cultuurbeoefening te doen of kunst en cultuur te beleven. Deze subsidieregeling sluit daarmee aan op het Haagse sport -en cultuurbeleid en de Haagse Preventieaanpak. Besluitvorming Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag, gelet op artikel 5 van de Algemene subsidiesubsidieregeling Den Haag 2020, besluit vast te stellen de navolgende Subsidieregeling combinatiefunctionarissen sport en cultuur Den Haag 2026: Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: - activeren: het vergroten van de bereidheid om te sporten en bewegen of deel te nemen aan kunst- en cultuur; - ASV: Algemene subsidieverordening Den Haag 2020; - Awb: Algemene wet bestuursrecht; - beweegrichtlijn richtlijn vastgesteld door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en opgenomen in de Buurtatlas die erop ziet dat volwassenen van 18 jaar en ouder minstens 150 minuten per week matig intensieve inspanning verrichten verspreid over diverse dagen, zoals wandelen en fietsen, en minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten te verrichten. Voor senioren van 65 jaar en ouder is deze richtlijn aangevuld met balansoefeningen; - beweegrichtlijnentest: de door het Kenniscentrum Sport en Bewegen aangeboden test, waarmee gemeten wordt in welke mate een persoon voldoet aan de beweegrichtlijn; - Code Diversiteit en Inclusie: gedragscode van, voor en door de Nederlandse culturele en creatieve sector met als doel dat de culturele en creatieve sector de brede diversiteit van de Nederlandse samenleving representeert; - college: het college van burgemeester en wethouders van Den Haag; - combinatiefunctionaris: professional die zijn functie uitvoert in lijn met de omschreven doelen en activiteiten in deze regeling en die verbindingen legt tussen sport, kunst of cultuur en minimaal één andere sector zoals onderwijs, zorg, werk, welzijn, kinderopvang en gezondheid; - cultuureducatie: onderwijsgerelateerde activiteiten op het gebied van kunst en cultuur, waaronder het bezoeken van kunst- en cultuuruitingen, het actief beoefenen van kunst en cultuur op school en het volgen van kunst- en cultuurlessen binnen of vanuit het reguliere onderwijs. Dit betreft ook de verlengde schooldag en Rijke Schooldag, waarbij aansluitend op de reguliere lessen kunst- en cultuuractiviteiten na schooltijd op school wordt aangeboden. Daarnaast wordt ook bedoeld het cultuureducatieve aanbod dat door de culturele sector voor het onderwijs wordt ontwikkeld, waarbij cultuureducatie de basis vormt voor cultuurparticipatie in de vrije tijd; - cultuurparticipatie: actief deelnemen aan kunst en cultuur in de vrije tijd, waaronder de beoefening van amateurkunst- en cultuuractiviteiten. Daarnaast wordt ook bedoeld het meedenken over, of zelf programmeren van kunst- en cultuur aanbod en het deelnemen aan community art projecten; - CultuurSchakel: systeeminstelling en strategisch partner van het college op het gebied van cultuureducatie, cultuurbeoefening in de vrije tijd en de verbinding en verankering tussen beide zoals opgenomen in het Haagse cultuurbeleid. CultuurSchakel begeleidt scholen en culturele instellingen bij het vormgeven van cultuuronderwijs. Daarnaast ondersteunt CultuurSchakel aanbieders van amateurkunst en biedt financiële ondersteuning aan dit veld; - Fair Practice Code: de gedragscode voor ondernemen en werken in kunst, cultuur en creatieve industrie op basis van vijf kernwaarden: solidariteit, diversiteit, duurzaamheid, vertrouwen en transparantie; - FTE: voltijds dienstverband; - ministerie: ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; - inactieve Haagse volwassenen: inwoners van Den Haag van 18 jaar of ouder die minder dan één keer per week sporten of niet voldoen aan de beweegrichtlijn; - overhead: kosten die een organisatie structureel maakt voor gebouwen en buitenterreinen, personeel, administratie, ICT en andere vaste lasten, die niet rechtstreeks verbonden zijn met het uitvoeren van de subsidiabele activiteiten; - sport- en beweegdeelnamecijfers: de statistische gegevens uit de Buurtatlas, beheerd door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, uitgesplitst naar buurtniveau. Deze cijfers hebben specifiek betrekking op het aandeel volwassenen van 18 jaar en ouder dat ten minste één keer per week sport en het aandeel volwassenen dat voldoet aan de beweegrichtlijnen; - systeeminstelling: instellingen met een unieke sleutelpositie in het Haagse culturele veld en een faciliterende, verbindende, kennisdelende en aanjagende rol op het gebied van respectievelijk cultuureducatie en -participatie, beeldende kunst en popmuziek; - tijdelijk sport- en beweegaanbod: sport- en beweegactiviteiten met een tijdelijk karakter van maximaal 9 maanden. Artikel 1:2 Toepassingsbereik Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 2:3, 3:2 en 4:3 bedoelde activiteiten. Artikel 1:3 Maatschappelijke doel van de subsidie Het achterliggende maatschappelijke doel van deze subsidie is om inwoners van Den Haag een leven lang te kunnen laten sporten en bewegen en hen aan actieve kunst- en cultuurbeoefening te laten doen of kunst en cultuur te laten beleven. Artikel 1:4 Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen. Artikel 1:5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 2:3, 3:2 en 4:3.2.Voor subsidie op grond van hoofdstuk 2 komen in aanmerking: a.de loonkosten van de combinatiefunctionarissen voor zover deze voldoen aan de van toepassing zijnde CAO voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; b.een opslag van maximaal € 1.000,- per FTE per kalenderjaar voor kosten die door de combinatiefunctionaris worden gemaakt en direct zijn toe te rekenen aan het uitvoeren van een sport- en beweegaanbod; c.de kosten van overhead met een maximum van 20% van de bruto loonkosten; d.de BTW over gesubsidieerde activiteiten, voor zover de BTW niet teruggevorderd, verrekend of anderszins in mindering kan worden gebracht. 3.Voor subsidie op grond van hoofdstuk 4 komen in aanmerking: a.de loonkosten van de combinatiefunctionarissen voor zover deze voldoen aan de vereisten van de Fair Practice Code en de van toepassing zijnde CAO’s; b.de kosten die door de combinatiefunctionarissen worden gemaakt voor het uitvoeren van de activiteiten en de kosten voor overhead die gezamenlijk niet meer bedragen dan 20% van de bruto loonkosten; c.de BTW over gesubsidieerde activiteiten, voor zover de BTW niet teruggevorderd, verrekend of anderszins in mindering kan worden gebracht. 4.Niet voor subsidie in aanmerking komen: a.de eventuele restwaarde van specifiek voor de subsidiabele activiteiten aangeschafte apparatuur; b.de kosten die zijn gemaakt voordat de aanvraag is ingediend; c.de kosten die reeds door het college of door anderen zijn gefinancierd of die in aanmerking komen voor financiering door het college op grond van een andere regeling. Artikel 1:6 Indexatie In afwijking van artikel 15a, eerste lid, van de ASV worden subsidies gedurende het subsidietijdvak niet geïndexeerd. Hoofdstuk 2 Sportdeelname inactieve Haagse volwassenen Artikel 2:1 Subsidietijdvak Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend voor het gehele subsidietijdvak, dat aanvangt op 1 januari 2027 en eindigt op 1 januari 2030. Artikel 2:2 Doel van de subsidie Het doel van subsidie op grond van dit hoofdstuk is om inactieve Haagse volwassenen te stimuleren op hun eigen manier structureel te sporten en te bewegen zodat zij voldoen aan de beweegrichtlijn. Artikel 2:3 Activiteiten 1.Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor het aanstellen van combinatiefunctionarissen die activiteiten uitvoeren die zijn gericht op: a.het werven en activeren van inactieve Haagse volwassenen om structureel te sporten en bewegen; b.het doorgeleiden van inactieve Haagse volwassenen naar georganiseerd sport- en beweegaanbod dat aansluit op de behoefte van deze volwassenen; c.het organiseren van tijdelijk sport- en beweegaanbod, indien en voor zover dit noodzakelijk is voor de activering of doorgeleiding van inactieve Haagse volwassenen, waarbij dit sport- en beweegaanbod waar mogelijk wordt overgedragen aan derden, die dit kosteloos voortzetten; d.monitoring van inactieve Haagse volwassenen gedurende zes maanden na doorgeleiding naar sport- en beweegaanbod en het bij dreigende uitval aanreiken van een alternatief sport- en beweegaanbod; e.het coördineren en organiseren van fietslessen voor inactieve Haagse volwassenen; en f.het coördineren en organiseren van wandelgroepen in het kader van de Nationale Wandeluitdaging. 2.De activiteiten vinden in ieder geval plaats in de in bijlage 1 opgenomen focuswijken uit de Haagse Preventieaanpak.3.De activiteiten worden over de andere wijken in Den Haag verdeeld op basis van de sport- en beweegdeelnamecijfers en per stadsdeel wordt in ieder geval één FTE per stadsdeel ingezet.4.De verdeling gebaseerd op de sport- en beweegdeelnamecijfers, als bedoeld in het derde lid, kan gedurende de subsidieperiode wijzigingen. Artikel 2:4 Hoogte van de subsidie Subsidie op grond van dit hoofdstuk bedraagt minimaal € 3.105.000,- en maximaal € 3.405.000,- per aanvraag en maximaal € 1.135.000,- per kalenderjaar. Artikel 2:5 Subsidieplafond 1.Het subsidieplafond voor activiteiten op grond van dit hoofdstuk bedraagt € 3.405.000,- voor het gehele subsidietijdvak.2.Het college kan het subsidieplafond verlagen conform artikel 7, tweede lid, van de ASV. Artikel 2:6 Wijze van verdeling 1.Het college brengt een rangschikking aan in de aanvragen die op grond van dit hoofdstuk in aanmerking komen voor subsidie.2.Bij de rangschikking van de aanvragen bedoeld voor activiteiten op grond van dit hoofdstuk kent het college punten toe aan de hand van de volgende criteria en tot het daarbij vermelde maximumaantal: a.de aanvrager toont inzicht in de opgave rondom inactieve Haagse volwassenen per wijk. Dit blijkt uit een analyse per stadsdeel, waarin in ieder geval inzicht wordt gegeven in het percentage inactieve Haagse volwassenen, hun achtergrond, sportdeelname, hun behoefte en een prioritering van de stadsdelen en de wijken per stadsdeel op basis van dit inzicht, waarbij wijken met een lagere sportdeelname, voorgaan op wijken met een hogere sportdeelname. De aanvrager toont: 1°veel inzicht in de inactieve Haagse volwassenen per wijk: 10 punten; 2°inzicht in de inactieve Haagse volwassenen per wijk: 5 punten; 3°beperkt tot geen inzicht in de inactieve Haagse volwassenen per wijk: 0 punten; b.de aanvrager is in staat om op basis van het inzicht in de inactieve Haagse volwassenen, deze effectief te werven. Dit blijkt uit de keuze voor een aanpak voor de werving van inactieve Haagse volwassenen die aansluit op de analyse van de opgave rondom inactieve Haagse volwassenen. De aanpak sluit: 1°in grote mate aan op de analyse waardoor de kans groot is dat inactieve Haagse volwassenen deelnemen aan de activiteiten genoemd in artikel 2:3 die worden georganiseerd door de combinatiefunctionarissen: 10 punten; 2°in redelijke mate aan op de analyse waardoor het redelijk is om aan te nemen dat inactieve Haagse volwassenen deelnemen aan de activiteiten die worden georganiseerd door de combinatiefunctionarissen: 5 punten; 3°niet of beperkt aan op de analyse waardoor het onzeker is of inactieve Haagse volwassenen deelnemen aan de activiteiten die worden georganiseerd door de combinatiefunctionarissen: 0 punten; c.de aanvrager hanteert een werkwijze voor de uitvoering van de activiteiten, waarbij aannemelijk wordt gemaakt dat inactieve Haagse volwassenen worden geactiveerd om deel te nemen aan tijdelijk of structureel sport- en beweegaanbod. Dit blijkt uit een concreet, in stappen uitgewerkt, plan van aanpak, waaruit de effectiviteit van de werkwijze blijkt, in het bijzonder door het wegnemen van belemmeringen. De aanvrager heeft de werkwijze in het plan van aanpak: 1°concreet beschreven en deze deugdelijk onderbouwd waardoor het aannemelijk is dat de beschreven werkwijze bijdraagt aan het wegnemen van belemmeringen en daarmee het activeren van inactieve Haagse volwassenen: 10 punten; 2°globaal beschreven en onvoldoende onderbouwd waardoor het slechts in beperkte mate aannemelijk is dat deze werkwijze bijdraagt aan het wegnemen van belemmeringen en daarmee het activeren van inactieve Haagse volwassenen: 5 punten; 3°niet beschreven, dan wel niet onderbouwd, waardoor niet aannemelijk is dat deze werkwijze bijdraagt aan het wegnemen van belemmeringen en daarmee aan het activeren van inactieve Haagse volwassenen: 0 punten; d.de aanvrager is in staat een weloverwogen afweging te maken over de noodzaak van het organiseren van tijdelijk sport- en beweegaanbod voor het activeren van inactieve Haagse volwassenen. Dit blijkt uit een beschrijving van de factoren, die bij de afweging tot het organiseren van tijdelijk sport- en beweegaanbod worden betrokken en een onderbouwing van de relevantie daarvan. De aanvrager heeft: 1°meerdere factoren beschreven en de relevantie van alle genoemde factoren voldoende aannemelijk gemaakt met een onderbouwing: 10 punten; 2°meerdere factoren beschreven en de relevantie van deze factoren beperkt aannemelijk gemaakt met een onderbouwing: 5 punten; 3°geen of enkele factoren beschreven en de relevantie van deze factoren niet of onvoldoende aannemelijk gemaakt met een onderbouwing: 0 punten; e.de aanvrager is in staat om inactieve Haagse volwassenen, die bereid zijn deel te nemen aan sport- en beweegaanbod, te begeleiden naar bestaand sport- en beweegaanbod dat aansluit bij hun behoeften en voorziet in passende alternatieven bij dreigende uitval. Dit blijkt uit een onderbouwing van het bestaande sport- en beweegaanbod in Den Haag en het karakter hiervan, een passende werkwijze voor de doorgeleiding van deze volwassenen en een aanpak, gericht op het voorkomen van uitval. De aanvrager heeft het bestaande sport- en beweegaanbod en het karakter daarvan: 1°geïnventariseerd en heeft deugdelijk onderbouwd hoe de werkwijze voor doorgeleiding aansluit op dit aanbod en de behoefte van de inactieve Haagse volwassenen en heeft de effectiviteit van de aanpak om uitval te voorkomen aannemelijk gemaakt: 10 punten; 2°.geïnventariseerd en heeft in beperkte mate onderbouwd hoe de werkwijze voor doorgeleiding aansluit op dit aanbod en de behoefte van de inactieve Haagse volwassenen en heeft de effectiviteit van de aanpak om uitval te voorkomen beperkt aannemelijk gemaakt: 5 punten; 3°niet geïnventariseerd, of heeft niet onderbouwd hoe de werkwijze voor doorgeleiding aansluit op dit aanbod en de behoefte van de inactieve Haagse volwassenen dan wel heeft de effectiviteit van de aanpak om uitval te voorkomen niet aannemelijk gemaakt: 0 punten; f.de aanvrager toont aan dat deze bij het uitvoeren van de activiteiten op een dusdanige wijze samenwerkt met partners, dat dit bijdraagt aan een effectieve en efficiënte uitvoering van de activiteiten. Dit blijkt uit een beschrijving met welke partners wordt samengewerkt, waarom deze partners relevant zijn, hoe deze samenwerking vorm krijgt en de toegevoegde waarde voor het effectief en efficiënt uitvoeren van de activiteiten van deze samenwerking: 1°de samenwerking is van grote toegevoegde waarde voor het effectief en efficiënt uitvoeren van de activiteiten: 10 punten; 2°de samenwerking is van toegevoegde waarde voor het effectief en efficiënt uitvoeren van de activiteiten: 5 punten; 3°de samenwerking is van beperkte of geen toegevoegde waarde voor het effectief en efficiënt uitvoeren van de activiteiten: 0 punten; g.de aanvrager zorgt voor een effectieve en efficiënte inzet van de combifunctionarissen in Den Haag en prioriteert deze inzet op basis van de analyse en de opgaves die spelen in de Haagse stadsdelen en wijken. Dit blijkt uit de onderbouwing om te komen tot de inzet per stadsdeel en per wijk in uren, waarbij de inzet logisch aansluit op de analyse per stadsdeel en per wijk. De aanvrager maakt met de onderbouwing: 1°aannemelijk dat de inzet per wijk in uren logisch aansluit op de opgaves per wijk: 10 punten; 2°onvoldoende of niet aannemelijk dat de inzet per wijk in uren logisch aansluit op de opgaves per wijk: 0 punten; h.de aanvrager heeft één of meerdere jaren ervaring met het uitvoeren van de activiteiten zoals genoemd in artikel 2:3. De aanvrager heeft: 1°drie jaar ervaring of meer: 10 punten; 2°één tot drie jaar ervaring: 5 punten; 3°minder dan een jaar ervaring: 0 punten. 3.Alleen aanvragen met minimaal 45 punten komen in aanmerking voor subsidie.4.Wanneer het totaalbedrag van de te honoreren aanvragen hoger is dan het vastgestelde subsidieplafond op grond van dit hoofdstuk, honoreert het college de aanvragen in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking totdat het vastgestelde subsidieplafond is bereikt.5.Als aanvragen na toepassing van het vierde lid gelijk zijn gerangschikt, stelt het college de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast aan de hand van de hoogte van het aangevraagde subsidiebedrag waarbij het laagste bedrag voorgaat.6.Als aanvragen na toepassing van het derde en vierde lid gelijk zijn gerangschikt, stelt het college de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting. Artikel 2:7 Aanvraag subsidie 1.Onverminderd artikel 8, tweede tot en met vierde lid, van de ASV overlegt de aanvrager een projectplan, waarin minimaal de volgende onderdelen zijn beschreven: a.een analyse en prioritering van de verschillende wijken per stadsdeel met daarin in ieder geval het aantal inactieve Haagse inwoners, hun achtergrond, sportdeelname en hun behoefte en belemmeringen; b.een concreet in stappen uitgewerkte aanpak van de werkwijze die wordt gehanteerd bij het uitvoeren van de activiteiten zoals genoemd in artikel 2:3 en waarin wordt ingegaan op de criteria zoals genoemd in artikel 2:6, tweede lid; c.een toelichting op de verdeling van de ureninzet van de combinatiefunctionarissen per stadsdeel en per wijk; d.een toelichting waaruit blijkt hoeveel jaren ervaring de aanvrager heeft met het uitvoeren van de activiteiten zoals genoemd in artikel 2:3; e.een overzicht waaruit blijkt dat de aanvrager bij start van de activiteiten beschikt over een relevant netwerk voor de uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en waarbij is uitgewerkt hoe binnen dit netwerk wordt samengewerkt of een plan waaruit blijkt dat er bij de start van de activiteiten een relevant netwerk is gerealiseerd. 2.De aanvrager maakt voor het indienen van de aanvraag gebruik van het door het college voor deze regeling vastgestelde digitale aanvraagformulier en begrotingsformat. Artikel 2:8 Aanvraagtermijn Een aanvraag om subsidie wordt gedurende de periode van 16 september tot en met 14 oktober 2026 ingediend. Artikel 2:9 Aanvullende verplichtingen Voor subsidies op grond van dit hoofdstuk gelden aanvullend op de verplichtingen opgenomen in artikel 6:1 de volgende verplichtingen: a.de subsidieontvanger werkt samen met andere combinatiefunctionarissen, sportconsulenten van de gemeente Den Haag, Stichting Sportbelang Gehandicapten SGK, Basalt, Stichting Life Goals Nederland, Stichting Bas van de Goor Foundation en GGD Haaglanden en waar mogelijk met andere relevante organisaties ten behoeve van het uitvoeren van de activiteiten genoemd in artikel 2:3; b.deelnemers worden door de subsidieontvanger gestimuleerd om na werving en na doorgeleiding naar tijdelijk of structureel sport- en beweegaanbod de beweegrichtlijnentest uit te voeren om inzicht te krijgen in het eigen beweegpatroon. Hoofdstuk 3 Vernieuwen of verbeteren van bestaande activiteiten Artikel 3:1 Doel van de subsidie Het doel van subsidie op grond van dit hoofdstuk is gedurende het subsidietijdvak verder vergroten van de effectiviteit van reeds gesubsidieerde activiteiten op grond van hoofdstuk 2. Artikel 3:2 Activiteiten Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor het aantoonbaar vernieuwen of verbeteren van reeds gesubsidieerde activiteiten op grond van hoofdstuk 2. Artikel 3:3 Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan de rechtspersoon die reeds subsidie op grond van hoofdstuk 2 van deze subsidieregeling ontvangen voor de looptijd van het subsidietijdvak zoals bedoeld in artikel 2:1. Artikel 3:4 Hoogte van subsidie De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal € 15.000,- per aanvraag per kalenderjaar. Artikel 3:5 Subsidieplafond Voor subsidieverlening op grond van dit hoofdstuk geldt een subsidieplafond van € 15.000,- per kalenderjaar. Artikel 3:6 Aanvraag De aanvrager maakt voor het indienen van de aanvraag gebruik van het door het college voor deze regeling vastgestelde digitale aanvraagformulier en begrotingsformat. Artikel 3:7 Aanvraagtermijn Een aanvraag om subsidie wordt vanaf 1 april 2027 en uiterlijk zes weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd ingediend. Hoofdstuk 4 Stimuleren deelname kunst en cultuur Artikel 4:1 Subsidietijdvak Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend voor het gehele subsidietijdvak, dat aanvangt op 1 januari 2027 en eindigt op 1 januari 2030. Artikel 4:2 Doel van de subsidie Het doel van subsidie op grond van dit hoofdstuk is om Haagse inwoners, die niet of incidenteel deelnemen aan kunst- en cultuuractiviteiten te activeren om kunst en cultuur te beoefenen of te beleven. Artikel 4:3 Activiteiten 1.Subsidie op grond van dit hoofdstuk wordt uitsluitend verstrekt voor het aanstellen van maximaal 3 combifunctionarissen per stadsdeel in de stadsdelen Centrum, Laak, Escamp of Haagse Hout, die Haagse inwoners activeren om kunst en cultuur te beoefenen of te beleven en daarvoor een passend kunst- en cultuuraanbod organiseren of doorverwijzen naar passende initiatieven in de wijk, met een minimale inzet van één FTE per stadsdeel.2.Bij het uitvoeren van de activiteiten genoemd in het eerste lid werkt de aanvrager samen met CultuurSchakel voor activiteiten op het gebied van cultuureducatie en cultuurparticipatie en zijn de activiteiten aanvullend op de rol van deze systeeminstelling. Artikel 4:4 Hoogte van de subsidie Subsidie op grond van dit hoofdstuk bedraagt minimaal € 225.000,- en maximaal € 262.500,- per aanvraag en maximaal € 87.500,- per kalenderjaar. Artikel 4:5 Subsidieplafond 1.Het subsidieplafond voor activiteiten op grond van dit hoofdstuk bedraagt € 1.050.000,- voor het subsidietijdvak, verdeeld over de volgende deelplafonds: a.€ 262.500,- voor stadsdeel Centrum; b.€ 262.500,- voor stadsdeel Laak; c.€ 262.500,- voor stadsdeel Escamp; d.€ 262.500,- voor stadsdeel Haagse Hout. 2.Het college kan het subsidieplafond verlagen conform artikel 7, tweede lid, van de ASV.3.Een verlaging geldt ook voor reeds ingediende aanvragen. Artikel 4:6 Wijze van verdeling 1.Het college brengt een rangschikking aan in de aanvragen die op grond van dit hoofdstuk in aanmerking komen voor subsidie.2.Bij de rangschikking van de aanvragen bedoeld voor activiteiten op grond van dit hoofdstuk kent het college punten toe aan de hand van de volgende criteria en tot het daarbij vermelde maximumaantal: a.de mate waarin de aanvrager ervaring heeft met het effectief stimuleren van cultuurparticipatie van inwoners met een afstand tot kunst- en cultuur. Dit blijkt uit het aantal jaren dat de aanvrager structureel met activiteiten op het gebied van cultuurparticipatie actief is en uit een terugblik waarin het effect van de activiteiten op de doelgroep is omschreven: 1°twee jaar ervaring of meer en het effect van de activiteiten op de doelgroep is goed onderbouwd: 6 punten; 2°één jaar tot twee jaar ervaring of het effect van de activiteiten op de doelgroep is matig onderbouwd: 3 punten; 3°minder dan één jaar ervaring of het effect van de activiteiten op de doelgroep is slecht onderbouwd: 0 punten; b.de mate waarin de aanvrager werkt met een aanpak waarbij alle stappen om de in de aanvraag opgenomen resultaten te bereiken zijn onderbouwd. Dit blijkt uit de praktische of theoretische onderbouwing waarop de voorgestelde aanpak is gebaseerd: 1°de aanpak is volledig en goed onderbouwd: 6 punten; 2°de aanpak is volledig en matig onderbouwd: 3 punten; 3°de aanpak is onvolledig of slecht onderbouwd: 0 punten; c.de aanvrager toont aan dat deze bij het uitvoeren van de activiteiten op een dusdanige wijze samenwerkt met partners, dat dit bijdraagt aan een effectieve en efficiënte uitvoering van de activiteiten. Dit blijkt uit een beschrijving met welke partners wordt samengewerkt, waarom deze partners relevant zijn, hoe deze samenwerking vorm krijgt en de toegevoegde waarde voor het effectief en efficiënt uitvoeren van de activiteiten van deze samenwerking: 1°de samenwerking is van grote toegevoegde waarde voor het effectief en efficiënt uitvoeren van de activiteiten: 6 punten; 2°de samenwerking is van toegevoegde waarde voor het effectief en efficiënt uitvoeren van de activiteiten: 3 punten; 3°de samenwerking is van beperkte of geen toegevoegde waarde voor het effectief en efficiënt uitvoeren van de activiteiten: 0 punten; d.de mate waarin de aanvrager vraaggericht werkt en ervoor zorgt dat het cultuuraanbod aansluit bij de behoeften van de deelnemers. Dit blijkt uit een proactieve en periodieke uitvraag van de behoeften en ervaringen bij de doelgroep en uit een beschrijving van de wijze waarop deze informatie leidt tot passend aanbod van de aanvrager of andere aanbieders. De aanvrager doet: 1°periodiek een proactieve uitvraag en de informatie leidt tot passend aanbod: 6 punten; 2°periodiek een proactieve- uitvraag maar de informatie leidt niet of nauwelijks tot passend aanbod: 3 punten; 3°niet of nauwelijks periodiek een proactieve uitvraag: 0 punten; e.de mate waarin de risico’s voor de uitvoering van de activiteiten zijn beschreven, inclusief de beheersmaatregelen wanneer het risico zich voordoet: 1°de risico’s en beheersmaatregelen zijn voldoende beschreven: 2 punten; 2°de risico’s of beheersmaatregelen zijn onvoldoende beschreven: 0 punten. 3.Alleen aanvragen met minimaal 14 punten komen in aanmerking voor subsidie.4.Wanneer het totaalbedrag van de te honoreren aanvragen hoger is dan het vastgestelde deelplafond op grond van dit hoofdstuk, honoreert het college de aanvragen in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking totdat het vastgestelde subsidieplafond bereikt is.5.Als aanvragen na toepassing van het vierde lid gelijk zijn gerangschikt, stelt het college de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting. Artikel 4:7 Aanvraag subsidie 1.Onverminderd artikel 8, tweede tot en met vierde lid, van de ASV legt de aanvrager een overzicht over waaruit blijkt dat de aanvrager bij start van de activiteiten beschikt over een relevant netwerk voor de uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en waarbij is uitgewerkt hoe binnen dit netwerk wordt samengewerkt of een plan waaruit blijkt dat er bij de start van de activiteiten een relevant netwerk is.2.De aanvrager maakt voor het indienen van de aanvraag gebruik van het door het college voor deze regeling vastgestelde digitale aanvraagformulier en begrotingsformat. Artikel 4:8 Aanvraagtermijn Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend gedurende de periode van 16 september tot en met 14 oktober 2026. Artikel 4:9 Aanvullende verplichtingen Aanvullend op de verplichtingen opgenomen in artikel 6:1 gelden voor ontvangers van subsidie op grond van dit hoofdstuk de volgende verplichtingen: a.subsidieontvangers onderschrijven en passen de Code Diversiteit & Inclusie actief toe; b.subsidieontvangers werken samen met CultuurSchakel op het gebied van cultuureducatie en cultuurparticipatie. Hoofdstuk 5 Weigeringsgronden Artikel 5:1 Weigeringsgronden Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 11. eerste tot en met vierde lid, van de ASV kan het college de subsidie weigeren als: a.de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd in aanmerking komt voor subsidie op grond van een andere subsidieregeling; b.uit de aanvraag blijkt dat de aanvrager naar gangbare bedrijfseconomische principes financieel ongezond is. Hoofdstuk 6 Verplichtingen en betaling Artikel 6:1 Verplichtingen Onverminderd de artikelen 12 en 13 van de ASV, geldt voor de subsidieontvanger de verplichting dat combinatiefunctionarissen sport en cultuur die in dezelfde wijken opereren periodiek met elkaar overleggen en samenwerken waar dit mogelijk is. Artikel 6:2 Bevoorschotting 1.Bevoorschotting vindt plaats met 100% van de verleende subsidie per kalenderjaar.2.Het voorschot voor ieder kalenderjaar wordt in januari van het betreffende jaar uitbetaald. Hoofdstuk 7 Tussentijdse verantwoording en eindverantwoording Artikel 7:1 Tussentijdse verantwoording 1.De subsidieontvanger maakt voor de tussentijdse verantwoording als bedoeld in artikel 16a van de ASV gebruik van het door het college vastgestelde digitale verantwoordingsformulier.2.Onverminderd artikel 16a van de ASV vindt op initiatief van de subsidieontvanger in september of oktober van 2027, 2028 en 2029 een voortgangsgesprek met het college plaats waarin de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten wordt besproken. Artikel 7:2 Eindverantwoording De aanvrager maakt voor de verantwoording als bedoeld in artikel 17 en 18 van de ASV gebruik van het door het college voor deze regeling vastgestelde digitale verantwoordingsformulier en begrotingsformat. Hoofdstuk 8 Overige bepalingen Artikel 8:1 Evaluatie Het college evalueert deze subsidieregeling gedurende de looptijd van het subsidietijdvak uiterlijk op 31 december 2029. Artikel 8:2 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 31 december 2031. Artikel 8:3 Citeertitel Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling combinatiefunctionarissen sport en cultuur Den Haag 2026. Den Haag, 8 september 2026 Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, de secretaris, Ilma Merx de burgemeester,Jan van Zanen Artikelsgewijze toelichting Artikel 1:5, tweede lid, onder b Combinatiefunctionarissen kunnen bij het uitvoeren van de activiteiten zoals genoemd in artikel 2:3 beperkte kosten maken in de uitvoering. Dit betreft onder andere de aanschaf van de materialen en de huur van een locatie voor het uitvoeren van het sport- en beweegaanbod. Het college biedt aanvragers de mogelijkheid om voor deze kosten die samenhangen met het uitvoeren van de activiteiten subsidie aan te vragen. Artikel 1:5, derde lid, onder b Combinatiefunctionarissen kunnen bij het uitvoeren van de activiteiten zoals genoemd in artikel 4:3 beperkte kosten maken in de uitvoering. Dit betreft onder andere de kosten voor de aanschaf van materialen, huur van de locatie en de kosten voor het inhuren van een vakgerelateerde begeleider van de activiteiten zoals een kunstvakdocent of kunstprofessional. Het college biedt aanvragers de mogelijkheid om voor deze kosten die samenhangen met het uitvoeren van de activiteiten subsidie aan te vragen. Artikel 1:6 Het is niet gebruikelijk dat het ministerie specifieke uitkeringen zoals de Brede regeling combifunctionarissen indexeert. In het verleden is het echter voorgekomen dat dit voor één jaar wel is gebeurd. Mocht het ministerie besluiten de subsidie gedurende het tijdvak te indexeren, dan zal het college deze indexatie ook toepassen op de in het kader van deze subsidieregeling verstrekte bedragen. Artikel 2:6, tweede lid, sub h Organisaties die ervaring hebben met het uitvoeren van de activiteiten zijn veelal in staat om deze effectiever en efficiënter uit te voeren. Aanpakken, interventies en werkprocessen zijn dan veelal al ingericht en afgestemd op het uitvoeren van de activiteiten. Binnen de organisatie is vaak al voldoende kennis van de doelgroep aanwezig en samenwerkingen zijn al opgestart. Dit betekent dat activiteiten sneller op niveau kunnen worden uitgevoerd. Daarom waardeert het college organisaties met ervaring hoger dan organisaties die geen ervaring hebben met het uitvoeren van de activiteiten. Artikel 2:9, sub a Het college vindt het van belang dat voldoende samenwerking plaatsvindt binnen de sector sport en sector overstijgend. De aansluiting van de activiteiten van verschillende aanbieders in de stad is van belang om inactieve mensen te vinden en door te geleiden. Samenwerking met de sportconsulenten van de gemeente Den Haag is van belang voor een goede aansluiting op de sportinfrastructuur in de stad. Samenwerking met Life Goals Nederland de GGD en de Bas van de Goor Foundation is belangrijk om mensen met een zorg- of hulpvraag te activeren. Zij beschikken over waardevolle relaties en ingangen binnen zorgdomeinen die vanuit sport niet of nauwelijks toegankelijk zijn, waarmee belemmeringen voor deelname kunnen worden weggenomen. Voor het activeren van mensen met een beperking is samenwerking met SGK, Basalt, Stichting Sportbelang Gehandicapten van meerwaarde. Zij beschikken over de kennis en expertise om mensen met een beperking te adviseren, drempels weg te nemen en hen te voorzien in tijdelijke sporthulpmiddelen. Daarnaast is samenwerking met andere combinatiefunctionarissen van belang om te komen tot een stevig netwerk van combinatiefunctionarissen in de verschillende gebieden, wat doorgeleiding vergemakkelijkt. Artikel 4:9, sub b Het college vindt het van belang dat de combifunctionarissen toegang hebben tot de culturele infrastructuur in de stad. CultuurSchakel legt als kenniscentrum van deze infrastructuur de verbinding tussen verschillende partijen die zich bezighouden met kunst- en Cultuur in de stad en heeft daarom goed zicht op en toegang tot het kunst- en cultuuraanbod van Den Haag. Door samen te werken met CultuurSchakel wordt de effectiviteit van de combinatiefunctionarissen bij het activeren en doorverwijzen van Haagse inwoners naar kunst- en cultuuraanbod vergroot. Artikel 6:1 In Den Haag zijn verschillende combinatiefunctionarissen actief die allen als doel hebben om bewoners te activeren en toe te leiden naar bestaand sport- en beweegaanbod, kunst- en cultuuraanbod en wanner nodig naar bijvoorbeeld welzijnsaanbod. Sector overstijgende samenwerking heeft daarmee als meerwaarde dat combinatiefunctionarissen van elkaar kunnen leren, sector overstijgend handelen en Haagse inwoners naar een breder aanbod van sport, kunst, cultuur, onderwijs, zorg en welzijnsaanbod kunnen leiden. Bijlage 1: focuswijken vanuit de Haagse Preventieaanpak in Den Haag Stadsdeel Wijk Stadsdeel Centrum Schilderswijk Transvaal Stadsdeel Escamp Bouwlust Moerwijk Morgenstond Vrederust Stadsdeel Laak: Binckhorst Laak Centraal Laakhavens Molenwijk Schipperskwartier Spoorwijk Stadsdeel Segbroek Regentesse-Valkenboskwartier Stadsdeel Loosduinen Waldeck Stadsdeel Scheveningen Duindorp Stadsdeel Haagse Hout Mariahoeve

Categorie: APV

In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer meldingen zoals "Subsidieregeling combinatiefunctionarissen sport en cultuur Den Haag 2026"

APV

APV

Subsidieregeling Haagse kunst- en cultuurprojecten categorie A Den Haag 2025

APV

APV

Subsidieregeling extra onderwijsondersteuners primair onderwijs Den Haag 2026

Omgeving

Omgeving

Voornemen tot verlenen begrotingssubsidie aan Stichting Sportbelang Gehandicapten SGK

APV

APV

Subsidieregeling combinatiefunctionarissen sport en cultuur Den Haag 2026

Omgeving

Omgeving

Voornemen tot verlenen begrotingssubsidie aan Stichting Basalt

Omgeving

Omgeving

Voornemen tot verlenen begrotingssubsidie aan Indigo i-psy PsyQ Brijder B.V.

Mededelingen

Mededelingen

Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 8 september 2026, Besluitnummer PZH-2026-896254777 DOS-2026-0003833 tot vaststelling van de beleidsregel inzake de Landelijke Handhavingsstrategie voor Seveso-inrichtingen in de provincie...

Mededelingen

Mededelingen

Coördinatiebesluit uitvoeringsbesluiten Projectbesluit Robuuste Doorvoerroute Krimpenerwaard

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregels eerder aanvragen prioriteit transportcapaciteit voor projecten ten behoeve van woningbouw en onderwijshuisvesting gemeente Delft

Omgeving

Omgeving

Aanvraag omgevingsvergunning, Zuid-Holland

APV

APV

Subsidieregeling gemeente Delft 2026

Omgeving

Omgeving

Voornemen tot het verlenen van een incidentele subsidie aan de Protestantse Gemeente te Delft