Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam houdende regels over de subsidiering van sportclubs in Amsterdam (Subsidieregeling Sterke Sportclubs Amsterdam)

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

APV

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-10-30

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente Amsterdam

Informatie

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam houdende regels over de subsidiering van sportclubs in Amsterdam (Subsidieregeling Sterke Sportclubs Amsterdam) Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, gelet op artikel 160, eerste lid, onder a van de Gemeentewet en artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023. Besluit de volgende regeling vast te stellen: Subsidieregeling Sterke Sportclubs Amsterdam HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Definities In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: -Amsterdamse basiseisen voor sociale veiligheid: alle trainers en begeleiders die met jeugd tot en met 17 jaar of andere kwetsbare groepen werken, hebben een Verklaring Omtrent Gedrag en hebben de gedragscode sociale veiligheid ondertekend en er is door de sportclub een vertrouwenscontactpersoon aangesteld en bekend gemaakt onder de leden; -ASA 2023: Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023; -duurzaam: een ontwikkeling of effect dat naar verwachting ook na afloop van de gesubsidieerde activiteit voortduurt en bijdraagt aan de structurele versterking van de sportclub of de langdurige betrokkenheid van Amsterdammers bij sport en bewegen; -sportclub: een sportvereniging, een sportstichting of een sportondernemer; -sportondernemer: een organisatie met een ondernemende rechtsvorm die zich statutair het in verenigd verband beoefenen van een sport ten doel stelt en die statutair gevestigd is in Amsterdam, of waarvan de activiteiten zich afspelen op het grondgebied van de gemeente Amsterdam of op een locatie die eigendom is van de gemeente Amsterdam; -sportparticipatie: de wekelijkse sportdeelname zoals gemeten in de meest recente NOC*NSF Sportdeelname-index Amsterdam; -sportstichting: een stichting die zich statutair het in verenigd verband beoefenen van een sport ten doel stelt die statutair gevestigd is in Amsterdam, of waarvan de activiteiten zich afspelen op het grondgebied van de gemeente Amsterdam of op een locatie die eigendom is van de gemeente Amsterdam; -sportvereniging: een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid die zich statutair het in verenigd verband beoefenen van een sport ten doel stelt en die statutair gevestigd is in Amsterdam, of waarvan de activiteiten zich afspelen op het grondgebied van de gemeente Amsterdam of op een locatie die eigendom is van de gemeente Amsterdam; -vrijwilligerskader: de vrijwilligers binnen de sportvereniging die zich bezighouden met het versterken van de organisatiekracht van de sportvereniging. Artikel 2 Toepasselijkheid ASA 2023 De ASA 2023 is van toepassing. Artikel 3 Doel subsidieregeling Deze subsidieregeling is van toepassing op het beleidsterrein sporten en bewegen. Het doel van deze subsidieregeling is een sterke, toekomstbestendige Amsterdamse sportinfrastructuur waarin zoveel mogelijk Amsterdammers structureel sporten en bewegen, zich ontwikkelen, elkaar ontmoeten en verbonden blijven, door het versterken van Amsterdamse sportclubs. HOOFDSTUK 2 DE INZET VAN EEN BEROEPSKRACHT Artikel 4 Subsidiabele activiteiten 1.Het college kan eenmalige subsidie verlenen voor een jaar als tegemoetkoming in de kosten voor de inzet van een beroepskracht die het vrijwilligerskader ondersteunt en begeleidt. 2.De activiteiten van de beroepskracht richten zich op één of meer van de volgende zaken: a.het helpen van trainers, coaches en instructeurs bij de planning, organisatie, communicatie en monitoring van trainingen of trainingsprogramma’s; b.het helpen van trainers, coaches en instructeurs bij hun sporttechnische, didactische of pedagogische ontwikkeling; c.het werven, begeleiden, ondersteunen en aansturen van vrijwilligers; d.het helpen organiseren van structureel sportaanbod, activiteiten of evenementen om nieuwe leden te krijgen of leden te behouden; e.het helpen realiseren van een positieve sportcultuur, het exploiteren van de accommodatie of het realiseren van samenwerkingen met andere sportclubs of maatschappelijke (buurt)organisaties. Artikel 5 Subsidiabele kosten Voor de subsidie komen in aanmerking loonkosten van de beroepskracht die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteiten, tot een bedrag van maximaal €50 per uur. BTW over de gesubsidieerde kosten komt niet in aanmerking voor subsidie. Artikel 6 Subsidieplafond en hoogte subsidie 1.Het college stelt voor de activiteiten die volgens artikel 4 in aanmerking komen jaarlijks het subsidieplafond vast. 2.Een sportvereniging kan voor dezelfde functie van beroepskracht gedurende maximaal twee opeenvolgende kalenderjaren subsidie ontvangen. Het college kan maximaal de volgende bedragen verlenen: a.sportvereniging met 50 tot en met 250 sportende leden: i.in het eerste kalenderjaar: maximaal 40% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van €5.000; ii.in het tweede kalenderjaar: maximaal 20% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van €2.500; b. sportvereniging met 251 tot en met 750 sportende leden: i.in het eerste kalenderjaar: maximaal 40% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van €10.000; ii.in het tweede kalenderjaar: maximaal 20% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van €5.000; c.sportvereniging met meer dan 750 sportende leden: i.in het eerste kalenderjaar: maximaal 40% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van €15.000; ii.in het tweede kalenderjaar: maximaal 20% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van €7.500. 3.In afwijking van het tweede lid, kan een sportvereniging die is gevestigd in de stadsdelen Noord, Nieuw-West of Zuidoost, en een sportvereniging die zich hoofdzakelijk richt op de voetbalsport voor meiden en/of vrouwen, voor dezelfde functie van beroepskracht gedurende maximaal drie opeenvolgende kalenderjaren subsidie ontvangen. Het college kan aan deze sportvereniging maximaal de volgende bedragen verlenen: a.sportvereniging met 50 tot en met 250 sportende leden: i.in het eerste kalenderjaar: maximaal 60% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van €5.000; ii.in het tweede kalenderjaar: maximaal 40% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van €2.500; iii.in het derde kalenderjaar: maximaal 20% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van €2.500; b. sportvereniging met 251 tot en met 750 sportende leden: i.in het eerste kalenderjaar: maximaal 60% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van €10.000; ii.in het tweede kalenderjaar: maximaal 40% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van €5.000; iii.in het derde kalenderjaar: maximaal 20% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van €5.000; c.sportvereniging met meer dan 750 sportende leden: i.in het eerste kalenderjaar: maximaal 60% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van €15.000; ii.in het tweede kalenderjaar: maximaal 40% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van €7.500; iii.in het derde kalenderjaar: maximaal 20% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van €7.500. 4.In geval van een aanvraag door een samenwerkingsverband wordt de hoogte van de subsidie bepaald door het aantal sportende leden van de binnen het samenwerkingsverband betrokken sportverenigingen bij elkaar op te tellen. Artikel 7 Verdeelsleutel subsidieplafond 1.Volledige aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen worden gerangschikt op een prioriteitenlijst. 2.De rangschikking wordt bepaald door het aantal punten dat wordt gehaald op basis van de volgende tien criteria: a.de mate waarin Amsterdammers in een gebied of stadsdeel met een lage sportparticipatie door de inzet van de beroepskracht worden bereikt; b.de mate waarin de volgende doelgroepen door de inzet van de beroepskracht worden bereikt: i.Amsterdammers met een lichamelijke, verstandelijke, visuele of auditieve beperking, met gedragsstoornissen en autisme; ii.Amsterdamse meiden tussen de 4 en 18 jaar; iii.Amsterdammers van 55 jaar en ouder; en/of iv.Amsterdammers met een Stadspas; c.het percentage leden en vrijwilligers dat direct profiteert van de inzet van de beroepskracht; d.de mate waarin de aanvraag een helder plan bevat om de resultaten van de inzet van de beroepskracht (financieel) te borgen, zodat de sportvereniging niet structureel afhankelijk blijft van subsidie; e.de mate waarin de inzet van de beroepskracht bijdraagt aan de duurzame versterking van de organisatiekracht en de sociale binding van leden en vrijwilligers; f.de mate waarin de beroepskracht wordt ingezet voor samenwerking met andere sportverenigingen of maatschappelijke organisaties; g.de mate waarin de inzet van de beroepskracht aantoonbaar bijdraagt aan een veilige, inclusieve en respectvolle sportomgeving; h.het aantal sportende leden tot 18 jaar en het aantal sportende leden dat woonachtig is in Amsterdam; i.of de sportvereniging is aangesloten bij Stadspas 18-, Stadspas 55+ en/of Jeugdfonds Sport en Cultuur; j.het percentage leden dat in het lopende kalenderjaar gebruik maakt van Stadspas 18-, Stadspas 55+ en/of Jeugdfonds Sport en Cultuur. 3.Per criterium kan nul tot en met tien punten worden behaald. 4.De aanvragen worden gehonoreerd naar de volgorde op de prioriteitenlijst tot het subsidieplafond is bereikt. 5.Indien meerdere aanvragen op dezelfde plaats op de prioriteitenlijst worden gerangschikt en door honorering van deze aanvragen het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de aanvraag met de laagste kosten als eerste gehonoreerd. Artikel 8 De aanvrager 1.In aanvulling op artikel 5 van de ASA 2023 kan subsidie uitsluitend worden aangevraagd door een sportvereniging met meer dan 50 sportende leden. 2.Subsidie kan worden aangevraagd door een penvoerder namens een samenwerkingsverband van sportverenigingen als de ondersteuning of begeleiding door de beroepskracht ten goede komt aan het vrijwilligerskader van alle bij de aanvraag betrokken sportverenigingen. De activiteiten kunnen zich richten op dezelfde of op verschillende zaken genoemd in artikel 4, tweede lid. De penvoerder is verantwoordelijk voor de uitvoering van de uitvoering van de activiteiten en voor het nakomen van de verplichtingen die voortvloeien uit de subsidiebeschikking. Artikel 9 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens 1.In aanvulling op artikel 6, tweede lid, van de ASA 2023 worden bij de subsidieaanvraag de volgende gegevens en stukken overlegd: a.een gedetailleerde, sluitende, begroting; en b.het door het college voor deze regeling vastgestelde ‘aanvraagformulier subsidie beroepskracht’, waarin de aanvrager: i.de uitvoering van de activiteit(en) beschrijft met de verwachte resultaten; ii.beschrijft hoe er wordt gezorgd dat de resultaten van de activiteit(en) duurzaam/blijvend zijn; iii.bevestigt dat hij voldoet aan de Amsterdamse basiseisen voor sociale veiligheid en dat hij de gemeente hiervan op de hoogte heeft gesteld via het hiervoor bestemde formulier basiseisen en/of de monitor van de vier V's van NOC*NSF heeft ingevuld; iv.beschrijft welke overige ondersteuning de aanvrager eventueel al van gemeente Amsterdam ontvangt om de organisatie te versterken; v.indien voor dezelfde functie van beroepskracht in een voorgaand kalenderjaar subsidie is verleend, aannemelijk maakt op welke wijze de functie in de toekomst verder wordt geborgd en welke aanvullende ontwikkeling met de nieuwe aanvraag wordt beoogd; vi.door middel van een verklaring van de sportbond of vergelijkbare koepelorganisatie, bevestigt hoeveel geregistreerde sportende leden hij heeft, uitgesplitst naar jeugd (tot 18 jaar) en senioren (18 jaar en ouder), en uitgesplitst naar sporters woonachtig in Amsterdam en woonachtig buiten Amsterdam. Artikel 10 Aanvraagtermijn Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 1 januari van het lopende kalenderjaar tot en met 31 maart van het lopende kalenderjaar. Artikel 11 Weigeringsgronden 1.In aanvulling op artikel 8, eerste lid, van de ASA 2023 weigert het college een subsidie te verlenen als: a.de aanvraag 50 of minder punten heeft behaald; b.de aanvrager niet voldoet aan de Amsterdamse basiseisen voor sociale veiligheid. 2.In aanvulling op artikel 8, tweede lid, van de ASA 2023 kan het college geheel of gedeeltelijk weigeren een subsidie te verlenen als: a.de activiteit naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan het doel van deze regeling; b.de functie van de beroepskracht waarvoor subsidie wordt aangevraagd al is gestart of heeft plaatsgevonden voor het moment van indiening van de aanvraag, tenzij het gaat om een opvolgend subsidiejaar als bedoeld in artikel 6; c.onvoldoende aannemelijk is dat de activiteit na afloop van de subsidie kan worden voortgezet, bijvoorbeeld doordat geen of onvoldoende inzicht is gegeven in de wijze waarop de kosten na afloop van de subsidie worden gedragen; d.voor dezelfde activiteit reeds subsidie is verleend, tenzij het gaat om een opvolgend subsidiejaar als bedoeld in artikel 6; e.voor dezelfde activiteit een ander instrument beschikbaar is dat naar het oordeel van het college in voldoende mate voorziet in de ondersteuning waarvoor subsidie wordt aangevraagd; f.de kosten die voor de uitvoering van de activiteit worden opgevoerd naar het oordeel van het college niet in redelijke verhouding staan tot de aard, omvang en beoogde resultaten van de activiteit; g.de aanvraag uitsluitend strekt tot voortzetting van een eerder met gemeentelijke subsidie gefinancierde beroepskrachtfunctie, zonder dat sprake is van aantoonbare ontwikkeling, borging of afbouw van de gemeentelijke bijdrage; h.de sportvereniging niet in staat is om het voor zijn rekening komende deel van de kosten te dragen; i.de in te huren beroepskracht naar het oordeel van het college onvoldoende beschikt over de kennis, ervaring of vaardigheden die nodig zijn om de beoogde bijdrage aan het versterken van het vrijwilligerskader te leveren. Artikel 12 Verantwoording 1.Overeenkomstig de tweede zin van artikel 15, eerste lid, van de ASA 2023 wordt de subsidie voor een activiteit zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid niet direct vastgesteld, maar dient de subsidieontvanger een aanvraag in te dienen tot vaststelling van de subsidie. 2.De aanvraag tot subsidievaststelling bevat: a.een inhoudelijk verslag met een opgave van de door de beroepskracht behaalde resultaten; en b.een financiële verantwoording die aantoont dat de kosten voor de beroepskracht waarvoor de subsidie is toegekend zijn gemaakt. Dit gebeurt aan de hand van het format van de ingediende begroting, waaraan een kolom ‘realisatie’ wordt toegevoegd en grote afwijkingen worden toegelicht. 3.De subsidieontvanger dient de aanvraag tot vaststelling uiterlijk 12 weken na afloop van het kalenderjaar waarop de subsidie van toepassing is bij het college in. Het college kan de subsidieontvanger eenmaal op verzoek uitstel verlenen. 4.Het college stelt binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast. Het college kan zijn beslissing eenmaal voor ten hoogste zes weken verdagen; het doet hiervan tijdig mededeling aan de aanvrager. 5.Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de beschikking tot subsidievaststelling binnen vier weken na de subsidievaststelling betaald. Indien een voorschot is verleend, wordt dit voorschot op het subsidiebedrag in mindering gebracht. Artikel 13 Aanvullende verplichting Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 en 10 van de ASA 2023, is aan de subsidie de verplichting verbonden dat de aanvrager mee dient te werken aan het meten van de effecten van deze regeling. HOOFDSTUK 3 DUURZAAM VERSTERKEN VAN DE ORGANISATIEKRACHT, SOCIALE BINDING EN MAATSCHAPPELIJKE BETEKENIS Artikel 14 Subsidiabele activiteiten 1.Het college kan een eenmalig subsidie verlenen voor activiteiten die bijdragen aan het duurzaam versterken van de organisatiekracht, sociale binding en maatschappelijke betekenis. 2.De activiteiten richten zich op één of meer van de volgende zaken: a.het door het introduceren van nieuw structureel sport- en beweegaanbod, of door experimentele of vernieuwende aanpakken, aantrekken van Amsterdammers met een lichamelijke, verstandelijke, visuele of auditieve beperking, met gedragsstoornissen en autisme; b.het door het introduceren van nieuw structureel sport- en beweegaanbod, of door experimentele of vernieuwende aanpakken, aantrekken van Amsterdamse meiden tussen de 4 en 18 jaar; c.het door het introduceren van nieuw structureel sport- en beweegaanbod, of door experimentele of vernieuwende aanpakken, aantrekken van Amsterdammers van 55 jaar en ouder; d.het aantrekken, behouden en duurzaam binden van sporters, vrijwilligers, trainers, coaches of ouders aan de sportclub; e.het versterken van sociale verbondenheid, inclusie, ontmoeting, betrokkenheid en clubgevoel binnen de sportclub; f.het realiseren van een positieve sportcultuur, door veiligheid, plezier, pedagogische kwaliteit, respect, inclusie, ouderbetrokkenheid en het voorkomen van grensoverschrijdend gedrag centraal te stellen; g.het versterken van de bestuurlijke, organisatorische of pedagogische kwaliteiten van bestuurders, trainers, coaches, vrijwilligers, individueel of groepsgewijs; h.het verbeteren van de begeleiding, ontvangst en doorstroom van nieuwe leden of specifieke doelgroepen binnen de sportclub; i.het ontwikkelen van een strategie, visie of plan gericht op duurzame ontwikkeling van de sportclub; j.het verbeteren van de sporttechnische, didactische, pedagogische of EHB(S)O-kwaliteiten van trainers, coaches of begeleiders. Artikel 15 Subsidiabele kosten 1.Voor de subsidie komen in aanmerking kosten die naar het oordeel van het college direct verbonden zijn aan en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteiten, waaronder kosten voor: a.begeleiding, advies of ondersteuning; b.opleidingen, trainingen of deskundigheidsbevordering; c.uitvoering van activiteiten of sportaanbod; d.promotie, communicatie en vindbaarheid; e.sport- en spelmaterialen; f.huur van een niet-gemeentelijke locatie of accommodatie, voor zover deze verband houden met activiteiten genoemd in artikel 14, eerste lid onder a, b of c. 2.Niet voor subsidie in aanmerking komen: a.de BTW over de gesubsidieerde kosten; b.kosten die eerder door het college op basis van deze subsidieregeling of anderszins zijn gesubsidieerd of betaald; c.reguliere exploitatiekosten van de sportclub, waaronder: i.huur of erfpacht van de velden/sporthal, energiekosten (gas, water, licht), waterverbruik (douches) en de afvalverwerking; ii.veldonderhoud, reparaties aan kleedkamers en clubhuis, en periodieke keuringen van doelen en toestellen; iii.aanschaf en vervanging van ballen, netten, hesjes, fluitjes en andere trainingsmiddelen; iv.kosten voor vrijwilligersvergoeding of salaris voor trainers en coaches; v.kosten voor kantinepersoneel en eventuele administratieve of facilitaire krachten; vi.inschrijfgelden bij de sportbond (bijv. KNVB, KNHB), scheidsrechterskosten, en boetes of licenties; vii.kantoorkosten, verzekeringen (zoals aansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid), bankkosten, software voor ledenadministratie en contributie-inning, en accountantskosten; viii.inkoop van eten en drinken voor de bar, schoonmaakmiddelen, en de organisatie van toernooien of de algemene ledenvergadering. Artikel 16 Subsidieplafond en hoogte subsidie 1.Het college stelt voor de activiteiten die volgens artikel 14 in aanmerking komen jaarlijks het subsidieplafond vast. 2.De maximale subsidie is afhankelijk van het aantal sportende leden van de sportclub. 3.Het college kan maximaal de volgende bedragen verlenen per sportclub per kalenderjaar: a.€1.500 voor sportclubs met minder dan 50 sportende leden; b.€3.000 voor sportclubs met 50 tot en met 250 sportende leden; c.€5.000 voor sportclubs met meer dan 250 sportende leden. 4.Per kalenderjaar kan voor de activiteit genoemd in artikel 14, tweede lid onder j maximaal €1.500 per individuele trainer of coach worden verleend. Artikel 17 Verdeelsleutel subsidieplafond De aanvragen worden behandeld in volgorde van binnenkomst. Artikel 18 De aanvrager 1.Subsidie voor de activiteiten genoemd in artikel 14, tweede lid onder a, b en c kan worden aangevraagd door zowel een sportvereniging, sportstichting als sportondernemer. 2.Subsidie voor de activiteiten genoemd in artikel 14, tweede lid onder d tot en met j kan uitsluitend worden aangevraagd door een sportvereniging of sportstichting. Artikel 19 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens 1.In aanvulling op artikel 6, tweede lid, van de ASA 2023 worden bij de subsidieaanvraag de volgende gegevens en stukken overlegd: 2.De aanvrager levert, in aanvulling op artikel 6 van de ASA 2023, aan: a.een gedetailleerde, sluitende, begroting; en b.het door het college voor deze regeling vastgestelde ‘aanvraagformulier subsidie sterke sportclubs’, waarin de aanvrager: i.de uitvoering van de activiteit(en) beschrijft met de verwachte resultaten; ii.beschrijft hoe er wordt gezorgd dat de resultaten van de activiteit(en) duurzaam/blijvend zijn; iii.bevestigt dat hij voldoet aan de Amsterdamse basiseisen voor sociale veiligheid en dat hij de gemeente hiervan op de hoogte heeft gesteld via het hiervoor bestemde formulier basiseisen en/of de monitor van de vier V's van NOC*NSF heeft ingevuld; iv.beschrijft welke overige ondersteuning de aanvrager eventueel al van gemeente Amsterdam ontvangt om de organisatie te versterken; v.indien hij een sportondernemer is, bevestigt wel of niet aangesloten te zijn bij Stadspas 18-, Stadspas 55+ en/of Jeugdfonds Sport en Cultuur; vi.indien hij een sportondernemer is en is aangesloten bij Stadspas 18-, Stadspas 55+ en/of Jeugdfonds Sport en Cultuur, het aantal leden bevestigt dat in het lopende boekjaar gebruik maakt van deze regeling(en); vii.indien hij een sportondernemer is, bevestigt wel of niet actief met gemeente Amsterdam samen te werken in gemeentelijke programma’s die ten doel hebben het realiseren van maatschappelijke doelen, waaronder sport- en beweegstimuleringsactiviteiten- of evenementen en indien het geval is, hoe deze samenwerking eruit ziet; viii.bevestigt hoeveel geregistreerde sportende leden hij heeft, uitgesplitst naar jeugd (tot 18 jaar) en senioren (18 jaar en ouder), en uitgesplitst naar sporters woonachtig in Amsterdam en woonachtig buiten Amsterdam. 3.Alleen volledige aanvragen worden in behandeling genomen. Artikel 20 Aanvraagtermijn Een aanvraag kan worden ingediend: a.vanaf 1 november tot en met 15 december van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor wordt aangevraagd; en b.vanaf 1 mei van het lopende kalenderjaar tot en met 15 juni van het lopende kalenderjaar. Artikel 21 Weigeringsgronden 1.In aanvulling op artikel 8, eerste lid, van de ASA 2023 weigert het college een subsidie wanneer de aanvrager niet voldoet aan de Amsterdamse basiseisen voor sociale veiligheid. 2.In aanvulling op artikel 8, tweede lid, van de ASA 2023 kan het college besluiten een subsidie geheel of gedeeltelijk te weigeren wanneer: a.de activiteit naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan het doel van deze regeling; b.de aanvraag niet aansluit bij het gemeentelijk sportbeleid; c.de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd al is gestart of heeft plaatsgevonden voor het moment van indiening van de aanvraag; d.onvoldoende aannemelijk is dat de activiteit na afloop van de subsidie structureel kan worden voortgezet, bijvoorbeeld doordat onvoldoende inzicht bestaat in de financiële borging daarvan; e.voor dezelfde activiteit reeds subsidie is verleend in een eerder kalenderjaar; f.voor dezelfde activiteit reeds subsidie is verleend of een ander instrument beschikbaar is dat naar het oordeel van het college in voldoende mate voorziet in de ondersteuning waarvoor subsidie wordt aangevraagd; g.er voor de uitvoering van de activiteit kosten worden opgevoerd die naar het oordeel van het college in onredelijke verhouding staan tot de aard, omvang en beoogde resultaten van de activiteit; h.indien de aanvrager een sportondernemer is, de aanvrager niet is aangesloten bij Stadspas 18-, Stadspas 55+ en/of Jeugdfonds Sport en Cultuur of indien de aanvrager weliswaar is aangesloten bij Stadspas 18-, Stadspas 55+ en/of Jeugdfonds Sport en Cultuur, maar hij in het lopende boekjaar geen leden heeft die gebruikmaken van deze regeling(en); i.indien de aanvrager een sportondernemer is, de aanvrager niet actief met gemeente Amsterdam samenwerkt in gemeentelijke programma’s die ten doel hebben het realiseren van maatschappelijke doelen, waaronder sport- en beweegstimuleringsactiviteiten- of evenementen. Artikel 22 Aanvullende verplichting Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 en 10 van de ASA 2023, is aan de subsidie de verplichting verbonden dat de aanvrager mee dient te werken aan het meten van de effecten van deze regeling. HOOFDSTUK 4 SLOTBEPALINGEN Artikel 23 Looptijd regeling Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking en vervalt van rechtswege op 31 december 2030. Artikel 24 Intrekking oude regeling De Subsidieregeling Sterke Sportclubs Amsterdam (vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders Amsterdam in de vergadering van 14 oktober 2025) wordt ingetrokken. Artikel 25 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Sterke Sportclubs Amsterdam. Aldus vastgesteld in de vergadering van 20 oktober 2026. De burgemeester Femke Halsema De gemeentesecretaris Catrien Lenstra Toelichting bij de subsidieregeling Algemene toelichting Amsterdam wil dat zoveel mogelijk Amsterdammers structureel sporten en bewegen. Verenigd sporten is waardevol en belangrijk voor een vitale samenleving. Sterke sportclubs zijn in staat om Amsterdammers duurzaam aan het sporten en bewegen te krijgen en te houden. Daarnaast vervullen zij een bredere maatschappelijke rol in de stad. Zij bieden een plek waar Amsterdammers elkaar ontmoeten, zich ontwikkelen en onderdeel kunnen zijn van een gemeenschap. Daarom investeert de gemeente in de ontwikkeling van sportclubs: niet omdat de ontwikkeling van de club op zichzelf het doel is, maar omdat sterke en toekomstbestendige sportclubs bijdragen aan meer en diversere sportdeelname en aan maatschappelijke doelen in de stad. Met de Subsidieregeling Sterke Sportclubs Amsterdam ondersteunt de gemeente sportclubs bij het versterken van hun organisatie en bij het realiseren van activiteiten die bijdragen aan een sterke, toekomstbestendige sportinfrastructuur. Het gaat daarbij om investeringen die de sportclub helpen om ook op langere termijn zelfstandig en duurzaam te functioneren en meer Amsterdammers structureel te laten sporten en bewegen. De regeling kent twee onderdelen. Het eerste onderdeel is gericht op de inzet van een beroepskracht die het vrijwilligerskader van de sportvereniging ondersteunt en begeleidt. Het tweede onderdeel is gericht op activiteiten die bijdragen aan het duurzaam versterken van de organisatiekracht, sociale binding en maatschappelijke betekenis van een sportclub. De subsidie is bedoeld als ondersteuning van de ontwikkeling van de sportclub. De regeling is daarom niet bedoeld voor reguliere exploitatiekosten of voor activiteiten die uitsluitend een tijdelijk effect hebben. Bij de beoordeling wordt gekeken naar de bijdrage van de activiteit aan de doelstellingen van de regeling en, waar relevant, naar de manier waarop resultaten duurzaam worden geborgd. De Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 (ASA 2023) is van toepassing op deze regeling. De ASA 2023 bevat de algemene regels voor subsidieverlening in Amsterdam. In deze regeling zijn alleen aanvullende of afwijkende bepalingen opgenomen die specifiek gelden voor de subsidie Sterke Sportclubs Amsterdam. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Definities Dit artikel bevat de begrippen die voor de toepassing van deze regeling van belang zijn. Sportclubs Onder een sportclub wordt in deze regeling verstaan: een sportvereniging, sportstichting of sportondernemer. Daarmee sluit de regeling aan bij de verschillende vormen waarin sportaanbod in Amsterdam wordt georganiseerd. Duurzaam In deze regeling wordt nadrukkelijk waarde gehecht aan duurzame resultaten. Met duurzaam wordt bedoeld dat een ontwikkeling of effect naar verwachting ook na afloop van de subsidie voortduurt. De subsidie is daarmee niet bedoeld voor activiteiten die alleen gedurende de subsidieperiode effect hebben, maar voor activiteiten die bijdragen aan de structurele versterking van de sportclub of aan langdurige betrokkenheid van Amsterdammers bij sport en bewegen. Sportparticipatie De definitie van sportparticipatieverwijst naar de meest recente NOC*NSF Sportdeelname-index Amsterdam. Deze index wordt gebruikt om inzicht te geven in de wekelijkse sportdeelname van Amsterdammers. De meest recente NOC*NSF Sportdeelname-index Amsterdam vindt u op Sportdeelname Index cijfers Amsterdam - NOCNSF. Vrijwilligerskader Onder het vrijwilligerskader vallen de vrijwilligers binnen de sportvereniging die zich bezighouden met het versterken van de organisatiekracht van de vereniging. Hieronder vallen ook vrijwilligers die voor hun inzet een vrijwilligersvergoeding ontvangen. Amsterdamse basiseisen voor sociale veiligheid Voor de toepassing van de regeling worden ook de Amsterdamse basiseisen voor sociale veiligheidgedefinieerd. Deze eisen vormen vanaf 1 januari 2022 een voorwaarde voor subsidie en zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat sportclubs waar subsidie aan wordt verstrekt beschikken over een basis voor een sociaal veilige sportomgeving. Meer informatie over de basiseisen voor sociale veiligheid vindt u op onze website www.amsterdam.nl/sportclubs. Artikel 2 Toepasselijkheid ASA 2023 De ASA 2023 is van toepassing op deze subsidieregeling. Dit betekent dat de algemene regels uit de ASA 2023 gelden voor de subsidieaanvraag, subsidieverlening, verplichtingen, vaststelling en overige aspecten van de subsidierelatie, voor zover daarvan in deze regeling niet wordt afgeweken of aangevuld. Artikel 3 Doel subsidieregeling De regeling heeft als doel bij te dragen aan een sterke, toekomstbestendige Amsterdamse sportinfrastructuur waarin zoveel mogelijk Amsterdammers structureel sporten en bewegen, zich ontwikkelen, elkaar ontmoeten en verbonden blijven. Sterke sportclubs zijn hiervoor een belangrijke basis. De regeling ondersteunt daarom activiteiten die de sportclub versterken en daarmee bijdragen aan de mogelijkheid om op langere termijn sportaanbod te organiseren en Amsterdammers aan de sport te binden. De subsidie richt zich zowel op het versterken van de organisatie als op het versterken van de maatschappelijke betekenis van sportclubs. Daarbij gaat het onder meer om het versterken van vrijwilligers, bestuurders, trainers en coaches, het vergroten van sociale binding en inclusie en het ontwikkelen van sportaanbod voor Amsterdammers die nog onvoldoende structureel sporten. Artikel 4 Subsidiabele activiteiten Een sportvereniging kan subsidie ontvangen voor de tijdelijke inzet van een beroepskracht die het vrijwilligerskader ondersteunt en begeleidt. Vrijwilligers vervullen binnen veel sportverenigingen een belangrijke rol bij het organiseren en uitvoeren van het sportaanbod. De inzet van een beroepskracht kan helpen om vrijwilligers beter te ondersteunen, taken te organiseren en kennis en vaardigheden binnen de vereniging te versterken. De beroepskracht kan onder meer worden ingezet voor het ondersteunen van trainers, coaches en instructeurs, het werven en begeleiden van vrijwilligers, het organiseren van sportaanbod en activiteiten en het versterken van de sportcultuur en samenwerking van de vereniging. De subsidie is bedoeld voor een functie die bijdraagt aan de structurele versterking van de vereniging. Het gaat daarom niet uitsluitend om het uitvoeren van reguliere uitvoerende werkzaamheden, maar om ondersteuning waarmee het vrijwilligerskader beter in staat wordt gesteld om zijn taken uit te voeren en de vereniging zich verder kan ontwikkelen. Voorbeelden van functies die hieronder kunnen vallen zijn een verenigingsmanager, trainerscoördinator, trainersbegeleider, vrijwilligerscoördinator, opleidingscoördinator of activiteiten- en evenementencoördinator. Dit is geen limitatieve opsomming. Doorslaggevend is de inhoud van de functie en de bijdrage daarvan aan het versterken van het vrijwilligerskader. Artikel 5 Subsidiabele kosten Alleen de loonkosten van de beroepskracht die direct verbonden zijn met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de subsidiabele activiteiten komen voor subsidie in aanmerking. Het maximale bedrag waarvoor loonkosten van een beroepskracht voor subsidie in aanmerking komen, bedraagt €50 per uur. Met het opnemen van een maximaal uurloon wordt beoogd dat sportverenigingen vanaf het begin nadenken over de financiële borging van de inzet van de beroepskracht en niet structureel afhankelijk worden van gemeentelijke subsidie.BTW over de gesubsidieerde kosten komt niet voor subsidie in aanmerking. Artikel 6 Subsidieplafond en hoogte subsidie Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast voor de inzet van een beroepskracht. De maximale subsidie is afhankelijk van het aantal sportende leden van de sportvereniging. Hiermee wordt rekening gehouden met de omvang van de vereniging en de omvang van de functie die redelijkerwijs nodig kan zijn om het vrijwilligerskader te ondersteunen. De subsidie voor dezelfde functie van beroepskracht is tijdelijk. De subsidie voor dezelfde functie van beroepskracht kan in beginsel gedurende maximaal twee opeenvolgende kalenderjaren worden verstrekt. Voor sportverenigingen in Noord, Nieuw-West en Zuidoost en voor sportverenigingen die zich hoofdzakelijk richten op meiden- en vrouwenvoetbal geldt een termijn van maximaal drie opeenvolgende kalenderjaren. Hiermee wordt invulling gegeven aan het uitgangspunt van ongelijk investeren voor gelijke kansen. Voor deze sportverenigingen is een langere subsidieperiode mogelijk om de opbouw en borging van de organisatiekracht te ondersteunen. De subsidiepercentages lopen ieder jaar af. Daarmee wordt beoogd dat de sportvereniging de functie in toenemende mate zelf kan dragen en dat de gemeentelijke bijdrage niet leidt tot structurele afhankelijkheid van subsidie. De regeling stelt per omvangscategorie van de vereniging een maximumbedrag vast. De genoemde bedragen zijn maxima. Het daadwerkelijk te verlenen subsidiebedrag is daarnaast afhankelijk van de subsidiabele kosten en het toepasselijke subsidiepercentage. Artikel 7 Verdeelsleutel subsidieplafond Omdat het beschikbare subsidiebedrag beperkt is, worden volledige aanvragen die aan de voorwaarden voldoen met elkaar vergeleken. De aanvragen worden gerangschikt op basis van de mate waarin zij bijdragen aan de beleidsprioriteiten van de gemeente. Hiervoor zijn tien criteria opgenomen. Per criterium kunnen tussen nul en tien punten worden behaald. De beschikbare subsidie wordt vervolgens toegekend in de volgorde van de prioriteitenlijst totdat het subsidieplafond is bereikt. De beoordelingscriteria sluiten aan bij de gemeentelijke beleidsprioriteiten op het gebied van sport en bewegen. Daarbij wordt enerzijds gekeken naar de maatschappelijke meerwaarde van de inzet van de beroepskracht, zoals het bereiken van Amsterdammers die minder sporten en bewegen en het versterken van een veilige en inclusieve sportomgeving. Anderzijds wordt gekeken naar de omvang en het bereik van de sportvereniging, waaronder het aantal jeugdleden en het aantal leden dat in Amsterdam woont. Met het criterium voor het aantal sportende leden dat in Amsterdam woont, wordt rekening gehouden met het daadwerkelijke bereik van een sportvereniging onder Amsterdammers. De gemeente wil de beschikbare middelen zoveel mogelijk inzetten voor sportclubs die bijdragen aan sportdeelname van inwoners van Amsterdam. Ook wordt meegewogen in hoeverre de vereniging bijdraagt aan de toegankelijkheid van sport voor Amsterdammers met een Stadspas of via het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Daarnaast wordt meegewogen of de beroepskracht wordt ingezet voor samenwerking met andere sportverenigingen of maatschappelijke organisaties en of de inzet bijdraagt aan een veilige, inclusieve en respectvolle sportomgeving. Ook de omvang en samenstelling van het ledenbestand en de toegankelijkheid van de vereniging voor Amsterdammers die gebruikmaken van Stadspas of het Jeugdfonds Sport en Cultuur worden in de beoordeling betrokken. De aanvragen worden gehonoreerd in de volgorde van de prioriteitenlijst, voor zover het subsidieplafond dit toelaat. Wanneer meerdere aanvragen op dezelfde plaats eindigen en honorering van alle aanvragen tot overschrijding van het subsidieplafond leidt, wordt de aanvraag met de laagste kosten als eerste gehonoreerd. Artikel 8 De aanvrager De subsidie voor de inzet van een beroepskracht kan uitsluitend worden aangevraagd door een sportvereniging met meer dan 50 sportende leden. De subsidie is specifiek bedoeld voor het versterken van het vrijwilligerskader van een sportvereniging. Sportstichtingen en sportondernemers kunnen daarom geen subsidie aanvragen voor de inzet van een beroepskracht op grond van dit hoofdstuk. Sportverenigingen kunnen gezamenlijk subsidie aanvragen wanneer zij de inzet van een beroepskracht gezamenlijk organiseren en deze inzet ten goede komt aan het vrijwilligerskader van alle betrokken verenigingen. Hiermee wordt samenwerking tussen sportverenigingen gestimuleerd en wordt het mogelijk om de inzet van een beroepskracht gezamenlijk te organiseren wanneer dit voor de betrokken verenigingen meerwaarde heeft. Bij een gezamenlijke aanvraag worden de sportende leden van de betrokken verenigingen bij elkaar opgeteld voor het bepalen van het maximale subsidiebedrag. Eén van de betrokken verenigingen treedt op als penvoerder en is verantwoordelijk voor de uitvoering van de beschikking. Samenwerking kan daarmee bijdragen aan een efficiëntere inzet van een beroepskracht en aan het gezamenlijk versterken van de betrokken verenigingen. Artikel 9 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens De aanvrager moet voldoende informatie geven om de aanvraag te kunnen beoordelen. Daarom moet een gedetailleerde en sluitende begroting worden ingediend en moet het voorgeschreven aanvraagformulier worden gebruikt. In het aanvraagformulier beschrijft de sportvereniging onder meer de activiteiten, de verwachte resultaten en de manier waarop de resultaten duurzaam worden geborgd. Omdat aanvragen op basis van inhoudelijke criteria met elkaar worden vergeleken, is het noodzakelijk dat de aanvraag voldoende informatie bevat om de voorgestelde inzet en de verwachte resultaten te kunnen beoordelen. Omdat voldoen aan de Amsterdamse basiseisen voor sociale veiligheid een voorwaarde is voor subsidie, moet de sportvereniging bevestigen dat zij voldoet aan de Amsterdamse basiseisen voor sociale veiligheid en de gemeente hierover hebben geïnformeerd via het daarvoor bestemde formulier en/of de monitor van de vier V's van NOC*NSF. Ook moet de sportvereniging aangeven welke andere ondersteuning zij al van de gemeente ontvangt. Hiermee wordt voorkomen dat verschillende vormen van gemeentelijke ondersteuning elkaar onnodig overlappen. Wanneer voor dezelfde functie in een eerder kalenderjaar subsidie is ontvangen, moet de vereniging bovendien aannemelijk maken hoe de functie in de toekomst wordt geborgd en welke aanvullende ontwikkeling met de nieuwe aanvraag wordt beoogd. Dit sluit aan bij het tijdelijke en afbouwende karakter van de subsidie. Tot slot moet de sportvereniging met een verklaring van de sportbond of vergelijkbare koepelorganisatie het aantal geregistreerde sportende leden aantonen, uitgesplitst naar jeugd en senioren en naar woonplaats binnen of buiten Amsterdam. Artikel 10 Aanvraagtermijn De aanvraag voor subsidie voor de inzet van een beroepskracht moet uiterlijk op 31 maart van het lopende kalenderjaar zijn ingediend. De aanvraagtermijn biedt het college de mogelijkheid om de aanvragen vervolgens gezamenlijk te beoordelen en te rangschikken aan de hand van de prioriteitencriteria. Artikel 11 Weigeringsgronden Naast de algemene weigeringsgronden uit de ASA 2023 bevat de regeling specifieke weigeringsgronden. Een aanvraag wordt geweigerd wanneer de aanvraag minder dan 51 punten behaalt op de beoordelingscriteria. Dit dient als een minimale kwaliteitseis, waarmee wordt voorkomen dat aanvragen die weliswaar hoger op de prioriteitenlijst kunnen eindigen, maar onvoldoende aansluiten bij de doelstellingen en beoordelingscriteria van de regeling, toch voor subsidie in aanmerking komen. Een aanvraag wordt ook geweigerd wanneer de sportvereniging niet voldoet aan de Amsterdamse basiseisen voor sociale veiligheid. Iedereen moet in Amsterdam met plezier, veilig en zorgeloos kunnen sporten. Daarom gelden de Amsterdamse basiseisen voor sociale veiligheid als voorwaarde voor subsidie. Deze basiseisen vormen de minimale basis voor een sociaal veilige sportomgeving. De verantwoordelijkheid voor een sociaal veilige sportomgeving ligt bij de sportclub zelf. Daarnaast kan het college de subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren wanneer de activiteit onvoldoende bijdraagt aan het doel van de regeling, al is gestart voordat de aanvraag is ingediend of onvoldoende duurzaam kan worden voortgezet. Ook kan een aanvraag worden geweigerd wanneer voor dezelfde activiteit al subsidie is verstrekt of een ander instrument voldoende ondersteuning biedt. Voor activiteiten die binnen de reikwijdte van deze regeling vallen, kan ook andere ondersteuning beschikbaar zijn. Dit kan bijvoorbeeld gaan om een andere gemeentelijke subsidieregeling, ondersteuning vanuit een door de gemeente gesubsidieerde of ingekochte partner of aanbod van een sportbond, NOC*NSF of een andere samenwerkingspartner. Ook kan het gaan om bestaande opleidingen, cursussen, workshops of ondersteuning door professionals. De subsidie is bedoeld voor activiteiten waarvoor deze andere vormen van ondersteuning geen passend alternatief bieden. Wanneer een activiteit al volledig of in voldoende mate via een andere financieringsbron of ondersteuningsinstrument kan worden gerealiseerd, kan het college de aanvraag geheel of gedeeltelijk weigeren. Verder kan een aanvraag worden geweigerd wanneer de opgevoerde kosten niet in redelijke verhouding staan tot de aard, omvang en beoogde resultaten van de activiteit, wanneer de vereniging haar eigen aandeel in de kosten niet kan dragen of wanneer de voorgestelde beroepskracht onvoldoende beschikt over de kennis, ervaring of vaardigheden die nodig zijn voor de beoogde ondersteuning van het vrijwilligerskader. Tot slot kan subsidie worden geweigerd wanneer de aanvraag uitsluitend gericht is op het voortzetten van een eerder met gemeentelijke subsidie gefinancierde functie zonder dat sprake is van verdere ontwikkeling, borging of afbouw van de gemeentelijke bijdrage. Artikel 12 Verantwoording De subsidie voor de inzet van een beroepskracht wordt niet direct vastgesteld, maar vastgesteld op basis van een verantwoording. De subsidieontvanger moet binnen 12 weken na afloop van het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft gehad een inhoudelijk verslag indienen waarin de behaalde resultaten van de inzet van de beroepskracht worden beschreven. Daarnaast moet een financiële verantwoording worden ingediend waaruit blijkt dat de gesubsidieerde kosten daadwerkelijk zijn gemaakt. De financiële verantwoording wordt opgesteld aan de hand van het format van de ingediende begroting, waaraan een kolom voor de gerealiseerde kosten wordt toegevoegd. Grote afwijkingen van de begroting moeten worden toegelicht. Artikel 13 Aanvullende verplichting Subsidieontvangers moeten meewerken aan het meten van de effecten van de regeling. Door de effecten van de gesubsidieerde activiteiten te volgen kan de gemeente inzicht krijgen in de bijdrage van de regeling aan sterke sportclubs en aan de sportdeelname en maatschappelijke betekenis van sportclubs. De gemeente kan hiervoor informatie opvragen over de uitvoering en resultaten van de gesubsidieerde activiteit. De wijze waarop de effecten worden gemeten kan gedurende de looptijd van de regeling nader worden uitgewerkt. Artikel 14 Subsidiabele activiteiten Met dit onderdeel van de regeling kunnen sportclubs activiteiten uitvoeren die bijdragen aan een duurzame versterking van de organisatiekracht, sociale binding en maatschappelijke betekenis van de sportclub. Het gaat om activiteiten die de sportclub sterker maken en die naar verwachting ook na afloop van de subsidie effect hebben. De regeling biedt ruimte voor verschillende typen activiteiten. Een eerste groep activiteiten richt zich op het bereiken van Amsterdammers die nog onvoldoende structureel sporten. Het gaat om nieuw structureel sport- en beweegaanbod of experimentele of vernieuwende aanpakken voor Amsterdammers met een beperking, meiden tussen 4 en 18 jaar en Amsterdammers van 55 jaar en ouder. Onder structureel sporten verstaan we dat sporters een vorm van lidmaatschap aangaan met de sportclub waarbij zij zich voor een periode van ten minste 25 weken achter elkaar aan de sportclub verbinden. Daarnaast kunnen activiteiten worden ondersteund die gericht zijn op het aantrekken, behouden en duurzaam binden van sporters, vrijwilligers, trainers, coaches of ouders. Ook activiteiten die de sociale verbondenheid, inclusie, ontmoeting, betrokkenheid en het clubgevoel versterken vallen binnen de regeling. Een andere groep activiteiten richt zich op een positieve sportcultuur. Daarbij kunnen veiligheid, plezier, pedagogische kwaliteit, respect, inclusie, ouderbetrokkenheid en het voorkomen van grensoverschrijdend gedrag centraal staan. Verder kunnen activiteiten worden gesubsidieerd die bijdragen aan de bestuurlijke, organisatorische of pedagogische kwaliteiten van bestuurders, trainers, coaches en vrijwilligers. Ook het verbeteren van de begeleiding, ontvangst en doorstroom van nieuwe leden of specifieke doelgroepen kan onderdeel zijn van een aanvraag. Tot slot biedt de regeling ruimte voor het ontwikkelen van een strategie, visie of plan voor de duurzame ontwikkeling van de sportclub en voor het verbeteren van de sporttechnische, didactische, pedagogische of EHB(S)O-kwaliteiten van trainers, coaches en begeleiders. De regeling biedt daarmee ruimte voor verschillende ontwikkelvragen van sportclubs, maar de activiteit moet steeds bijdragen aan de duurzame versterking van de sportclub en passen binnen het doel van de regeling. Artikel 15 Subsidiabele kosten Voor subsidie komen kosten in aanmerking die direct verbonden zijn aan en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de subsidiabele activiteit. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om kosten voor begeleiding, advies en ondersteuning, opleidingen en trainingen, de uitvoering van activiteiten of sportaanbod, promotie en communicatie, sport- en spelmaterialen en de huur van een locatie of accommodatie. De subsidie is bedoeld voor activiteiten die de sportclub versterken en niet voor de reguliere exploitatie. Daarom zijn reguliere kosten zoals accommodatiehuur, energie, regulier veldonderhoud, reguliere trainers- en coachkosten, verzekeringen, administratie en kantinekosten expliciet uitgesloten. Artikel 16 Subsidieplafond en hoogte subsidie Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast voor de activiteiten die op grond van artikel 14 voor subsidie in aanmerking komen. Het maximale subsidiebedrag per sportclub is afhankelijk van het aantal sportende leden. Een sportclub met minder dan 50 sportende leden kan maximaal €1.500 ontvangen, een sportclub met 50 tot en met 250 sportende leden maximaal €3.000 en een sportclub met meer dan 250 sportende leden maximaal €5.000. Een sportclub kan voor dezelfde activiteit slechts één kalenderjaar subsidie ontvangen. Hiermee wordt het tijdelijke karakter van de subsidie benadrukt en wordt ruimte gehouden voor verschillende sportclubs en ontwikkelvragen. Voor activiteiten gericht op het verbeteren van de sporttechnische, didactische, pedagogische of EHB(S)O-kwaliteiten van trainers en coaches geldt daarnaast een maximum van €1.500 per individuele trainer of coach per kalenderjaar. Artikel 17 Verdeelsleutel subsidieplafond Voor de activiteiten uit artikel 14 worden aanvragen behandeld in volgorde van binnenkomst. Een aanvraag wordt als binnengekomen beschouwd wanneer deze volledig is. Alleen volledige aanvragen worden in behandeling genomen: aanvragen waarbij alle verplichte gegevens en documenten zijn aangeleverd. Onvolledige aanvragen moeten eerst worden aangevuld; pas als de aanvraag compleet is start de beoordeling. Wanneer het subsidieplafond is bereikt, kunnen nieuwe aanvragen niet meer worden gehonoreerd, tenzij opnieuw budget beschikbaar komt. Artikel 18 De aanvrager De regeling maakt onderscheid tussen activiteiten waarvoor verschillende typen sportclubs subsidie kunnen aanvragen. Voor activiteiten gericht op het realiseren van nieuw of vernieuwend structureel sportaanbod voor de in artikel 14, tweede lid, onder a, b en c genoemde doelgroepen kunnen sportverenigingen, sportstichtingen en sportondernemers een aanvraag indienen. Voor de overige activiteiten uit artikel 14, tweede lid, onder d tot en met j, kunnen uitsluitend sportverenigingen en sportstichtingen subsidie aanvragen. In Amsterdam is naast het sportaanbod van sportverenigingen en –stichtingen ook een ruim aanbod van sportondernemers. In het Amsterdamse sportclublandschap met commercieel en non-profit-aanbod heeft de sportvereniging een streepje voor. Een sportvereniging is een organisatievorm van en voor burgers. Het is democratisch, heeft geen winstoogmerk en is vaker toegankelijk voor Amsterdammers met een kleinere portemonnee. Daarnaast biedt structureel lidmaatschap bij een sportvereniging vaak een goede garantie op langduriger structureel sporten. Steeds meer sportondernemers hebben, naast een verdienmodel, oog voor de maatschappelijke kant van sporten en bewegen. Daarom krijgen ook sportondernemers die werk (willen) maken van maatschappelijk verantwoord ondernemen waardering en steun van het college. De stimuleringssubsidie voor het ontwikkelen van sportaanbod voor inactieve doelgroepen staat in de regeling daarom ook open voor hen, zij het met een aanvullende toets op maatschappelijke inzet. Artikel 19 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens De aanvrager moet een gedetailleerde en sluitende begroting indienen en het door het college vastgestelde aanvraagformulier gebruiken. In het aanvraagformulier beschrijft de aanvrager de activiteit, de verwachte resultaten en de wijze waarop de resultaten duurzaam worden geborgd. Ook hier geldt dat de aanvrager moet bevestigen dat wordt voldaan aan de Amsterdamse basiseisen voor sociale veiligheid en dat de gemeente hierover op de voorgeschreven wijze is geïnformeerd. Sportondernemers moeten daarnaast informatie verstrekken over hun maatschappelijke toegankelijkheid en betrokkenheid. Zij moeten aangeven of zij zijn aangesloten bij Stadspas 18-, Stadspas 55+ en/of Jeugdfonds Sport en Cultuur en, indien dat het geval is, hoeveel leden gebruikmaken van deze regelingen. Ook moeten sportondernemers aangeven of zij actief samenwerken met de gemeente Amsterdam in gemeentelijke programma's die gericht zijn op maatschappelijke doelen, waaronder sport- en beweegstimuleringsactiviteiten en evenementen. Indien daarvan sprake is, moeten zij beschrijven hoe deze samenwerking eruitziet. Voor alle aanvragers geldt dat het aantal geregistreerde sportende leden moet worden bevestigd door de sportbond of een vergelijkbare koepelorganisatie, uitgesplitst naar jeugd en senioren en naar sporters die in Amsterdam of buiten Amsterdam wonen. Artikel 20 Aanvraagtermijn Voor de activiteiten uit artikel 14 zijn twee aanvraagperioden opgenomen. Daarmee kunnen sportclubs hun aanvraag zowel voorafgaand aan het kalenderjaar als gedurende het kalenderjaar indienen. De eerste aanvraagperiode loopt van 1 november van het voorafgaande kalenderjaar tot en met 15 december. De tweede aanvraagperiode loopt van 1 mei tot en met 15 juni van het lopende kalenderjaar. De twee aanvraagperioden bieden sportclubs ruimte om aanvragen aan te laten sluiten op de planning en ontwikkeling van hun activiteiten. Anders dan de subsidie voor de inzet van een beroepskracht, wordt deze subsidie direct vastgesteld. Dat betekent dat er geen aparte verantwoording achteraf nodig is. Dit vereenvoudigt het proces voor zowel de aanvrager als de gemeente. Artikel 21 Weigeringsgronden Naast de algemene weigeringsgronden uit de ASA 2023 bevat de regeling aanvullende gronden waarop een aanvraag geheel of gedeeltelijk kan worden geweigerd. Een subsidie wordt geweigerd wanneer de aanvrager niet voldoet aan de Amsterdamse basiseisen voor sociale veiligheid. Iedereen moet in Amsterdam met plezier, veilig en zorgeloos kunnen sporten. Daarom gelden de Amsterdamse basiseisen voor sociale veiligheid als voorwaarde voor subsidie. Deze basiseisen vormen de minimale basis voor een sociaal veilige sportomgeving. De verantwoordelijkheid voor een sociaal veilige sportomgeving ligt bij de sportclub zelf. Daarnaast kan een aanvraag worden geweigerd wanneer de activiteit onvoldoende bijdraagt aan het doel van de regeling of onvoldoende aansluit bij het gemeentelijk sportbeleid. Ook kan subsidie worden geweigerd wanneer de activiteit al is gestart of heeft plaatsgevonden voordat de aanvraag is ingediend of wanneer onvoldoende aannemelijk is dat de activiteit na afloop structureel kan worden voortgezet. Ook kan een aanvraag worden geweigerd wanneer voor dezelfde activiteit al subsidie is verstrekt of een ander instrument voldoende ondersteuning biedt. Voor activiteiten die binnen de reikwijdte van deze regeling vallen, kan ook andere ondersteuning beschikbaar zijn. Dit kan bijvoorbeeld gaan om een andere gemeentelijke subsidieregeling, ondersteuning vanuit een door de gemeente gesubsidieerde of ingekochte partner of aanbod van een sportbond, NOC*NSF of een andere samenwerkingspartner. Ook kan het gaan om bestaande opleidingen, cursussen, workshops of ondersteuning door professionals. Verder kan het college een aanvraag geheel of gedeeltelijk weigeren wanneer de kosten niet in redelijke verhouding staan tot de aard, omvang en beoogde resultaten van de activiteit. Sportondernemers kunnen voor een deel van de activiteiten subsidie aanvragen. Omdat de subsidie wordt ingezet om maatschappelijke doelen te realiseren, geldt voor sportondernemers als aanvullende voorwaarde dat zij aantoonbaar bijdragen aan gemeentelijke maatschappelijke programma's en aangesloten zijn bij voorzieningen die de toegankelijkheid van sport bevorderen, zoals de Stadspas en het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Artikel 22 Aanvullende verplichting Subsidieontvangers moeten meewerken aan het meten van de effecten van de regeling. Door de effecten van de gesubsidieerde activiteiten te volgen kan de gemeente inzicht krijgen in de bijdrage van de regeling aan sterke sportclubs en aan de sportdeelname en maatschappelijke betekenis van sportclubs. De gemeente kan hiervoor informatie opvragen over de uitvoering en resultaten van de gesubsidieerde activiteit. De wijze waarop de effecten worden gemeten kan gedurende de looptijd van de regeling nader worden uitgewerkt. Artikel 23 Looptijd regeling De regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking en vervalt van rechtswege op 31 december 2030. De looptijd biedt ruimte om gedurende meerdere jaren te investeren in de versterking van Amsterdamse sportclubs en tegelijkertijd de werking en effecten van de regeling te volgen. Artikel 24 Intrekking oude regeling Met de inwerkingtreding van deze regeling wordt de Subsidieregeling Sterke Sportclubs Amsterdam 2026 ingetrokken. Artikel 25 Citeertitel Dit artikel bepaalt de naam waaronder de regeling kan worden aangehaald: de Subsidieregeling Sterke Sportclubs Amsterdam.

Categorie: APV

In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer meldingen zoals "Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam houdende regels over de subsidiering van sportclubs in Amsterdam (Subsidieregeling Sterke Sportclubs Amsterdam)"

Mededelingen

Mededelingen

Kennisgeving Richtlijnen Koningsdag Amsterdam 2027

APV

APV

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam tot vaststelling van het subsidieplafond voor 2027 van de Subsidieregeling Sterke Sportclubs Amsterdam

APV

APV

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam houdende regels over de subsidiering van sportclubs in Amsterdam (Subsidieregeling Sterke Sportclubs Amsterdam)

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Besluit tot vaststelling van het Gebiedsgericht Omgevingsprogramma Nieuw-West

Water

Water

Nieuwe aanvraag omgevingsvergunning voor een wateractiviteit, ter hoogte van Flevolaan 101 1181GB Amstelveen - AGV - AGV2026-004985

APV

APV

Mandaat- en Volmachtbesluit Rijnland 2024

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Amsterdam

Mededelingen

Mededelingen

Participatiebeleid Hoogheemraadschap van Rijnland

APV

APV

Participatieverordening Hoogheemraadschap van Rijnland 2026

Omgeving

Omgeving

Toestemming voor het inzetten van een minigraafmachine voor het vervangen van de elektrakabels ter hoogte van Amstelveenseweg/Veerstraat te Amsterdam

Mededelingen

Mededelingen

Besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen tot vaststelling van de Nadere regels subsidiëring Peuterarrangementen en Voorschoolse educatie Amstelveen 2027

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Kennisgeving vaststelling Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: wijziging regels slopen en (ver)bouwen in beschermd gezicht