Nadere Regeling Sociaal Domein gemeente Eindhoven
Locatie
Soort
Mededelingen
Gepubliceerd op
2026-09-18
Gepubliceerd door
Gemeente Eindhoven
Informatie
Wijziging Nadere Regeling Sociaal Domein Gemeente Eindhoven Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven, Gelet op artikel 4, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra en artikel 8.29, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en het gestelde in de Verordening Sociaal domein Gemeente Eindhoven en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, Heeft op 25 augustus 2026 besloten: De Nadere Regeling Sociaal Domein gemeente Eindhoven als volgt te wijzigen: “Hoofdstuk 5 Leerlingenvervoer Paragraaf 5.1 Leerlingenvervoer - proces Artikel 5.1 Aanvraag en onderbouwing (Grondslag artikel 5.2 Verordening Sociaal Domein gemeente Eindhoven) 1.Bij een aanvraag voor leerlingenvervoer dienen in aanvulling op de gegevens van de leerling en de aanvragende ouder(s) tenminste de volgende gegevens verstrekt te worden: a.naam van de school en soort onderwijs waarvoor een vervoersvoorziening wordt aangevraagd; b.afstand woning tot dichtstbijzijnde toegankelijke school; c.de mate van zelfstandigheid van de leerling ten aanzien van deelname aan het verkeer per fiets en het gebruik van het openbaar vervoer, al dan niet met begeleiding; d.gegevens van vervoersvoorziening, in ieder geval zijnde i.ingangsdatum; ii.op welke dagdelen een vervoersvoorziening nodig is. 2.Wanneer een leerling door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet in staat is om zelfstandig te reizen met fiets of openbaar vervoer, dienen ouder(s) bij de aanvraag, waar mogelijk een verklaring of onderbouwing van een deskundige bij te voegen. Artikel 5.2 Onderzoek en inzet deskundige (Grondslag artikel 5.3 en 5.4 Verordening Sociaal Domein gemeente Eindhoven) 1.In de onderzoeksfase onderzoekt het college op basis van de aanvraag en aangeleverde onderbouwing of de leerling in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening en welke voorziening de goedkoopst passende vervoersvoorziening is. 2.Bij dit onderzoek staan de mogelijkheden en behoeften van de leerling en de zelfredzaamheid van het gezin om zo zelfstandig mogelijk te reizen centraal, alsmede de mogelijkheden van de leerling om zich te ontwikkelen naar meer zelfstandigheid in het vervoer. 3.Indien de aanvraag onvoldoende duidelijkheid biedt, neemt het college contact op met de aanvrager. Dit kan per brief zijn (wanneer de aanvraag incompleet is bijvoorbeeld), telefonisch of via een fysiek gesprek. Ook kan het college, met instemming van ouder(s), contact opnemen met deskundigen die bij het gezin betrokken zijn.4.Wanneer tijdens de onderzoeksfase onvoldoende duidelijk is dat de leerling vanwege een handicap niet, of niet zelfstandig met de fiets of het openbaar vervoer naar school te reizen, kan het college besluiten een onafhankelijke deskundige in te schakelen voor een sociaal-medisch advies. 5.Het college neemt de kosten van deze door het college ingeschakelde deskundige op zich. Artikel 5.3 Verantwoordelijkheid van ouders (Grondslag artikel 5.8 Verordening Sociaal Domein gemeente Eindhoven) 1.Van ouder(s) wordt verwacht dat zij de noodzakelijke keuzes maken om hun verantwoordelijkheid ten aanzien van het schoolbezoek van de leerling te kunnen nemen. Daarbij kan gedacht worden aan het aanpassen van werktijden en het verkeersveilig maken van de leerling.2. Ouders worden geacht hun kind te stimuleren en te leren er naar toe te werken dat de leerling (met het bereiken van de negenjarige leeftijd) zo veilig en zelfstandig mogelijk naar school kan gaan. Dit kan in een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan worden vormgegeven, met daarin opgenomen welke mogelijkheden er zijn om de leerling zelfstandiger te laten reizen, welke belemmeringen er mogelijk zijn (ingewikkeld traject), wat hiervoor nodig is, welke periode hiervoor gepland wordt, wat ouders hierin kunnen betekenen en waar de gemeente in kan ondersteunen. Denk hierbij aan een vervoerstraining.3.Het college weegt de persoonlijke omstandigheden van gezinnen mee bij de beoordeling. De werksituatie en andere bezigheden van ouders vormen op zichzelf geen grond voor bekostiging van aangepast vervoer, maar kunnen wel worden meegewogen in samenhang met andere omstandigheden. 4.Nadat het recht op leerlingenvervoer is vastgesteld, beoordeelt het college of begeleiding door de ouder(s) mogelijk is. Van de ouder(s) wordt gevraagd met een verklaring te onderbouwen welke inspanningen zij hebben verricht om de begeleiding van hun kind (anders) te organiseren en waarom dit eventueel niet mogelijk is gebleken. Daarbij worden tevens de mogelijkheden van voor- en/of naschoolse opvang betrokken. Hierover volgt een gesprek, waarbij ook wordt gekeken naar begeleidingsmogelijkheden van mensen uit het sociale netwerk en van andere ouder(s) van de school van hun kind(eren).5.Bij het beoordelen of begeleiding door ouder(s) mogelijk is, weegt het college in elk geval mee of er sprake is van één of meer van de volgende situaties a.of ouder(s) structureel fysieke beperkingen hebben, waardoor zij niet in staat zijn om in de begeleiding te voorzien. Het college beziet daarbij het begeleidingsvraagstuk breder, aangezien ouder(s) dan feitelijk niet voldoende kunnen participeren in het sociale leven en hun opvoedkundige taken niet volledig kunnen oppakken. Het college kan ervoor kiezen om nader onderzoek te verrichten door informatie op te vragen bij betrokken hulpverlener(s), andere gemeentelijke afdelingen en/of het opvragen van onafhankelijk medisch advies; b.of de ouder van een éénoudergezin aannemelijk kan maken dat de werktijden niet zijn te combineren met de begeleiding van het kind naar school. De ouder onderbouwt dit met een werkgeversverklaring waaruit per werkdag blijkt dat de werktijden dit niet toelaten en dat aanpassing van werktijden niet mogelijk is; c.of er sprake is van een éénoudergezin, waar nog een ander kind van negen jaar of jonger deel uitmaakt van het gezin. Van kinderen van negen jaar of jonger wordt in het algemeen niet verwacht dat zij zelfstandig van en naar school reizen; d.of de ouder(s) de zorg hebben voor nog een ander kind, dat door een medische aandoening extra zorg van de ouder nodig heeft en anderen hierbij niet behulpzaam kunnen zijn. Dit dient door een medische deskundige te worden vastgesteld. De ouder dient hiervoor een medische verklaring te overleggen, waar de medische aandoening en de extra zorg die dit vraagt van de ouder uit blijkt. Indien nodig kan de gemeente een onafhankelijk medisch advies opvragen; en e.of de reisduur van de ouder bij begeleiding per fiets of openbaar vervoer meer dan drie uur per dag in beslag neemt. Daarbij worden de wachttijden met betrekking tot het openbaar vervoer tussen de heenreis naar school en de terugreis naar huis meegeteld. Artikel 5.4 Bepalen afstand, reistijd en vergoeding fiets en openbaar vervoer (Grondslag 5.9, 5.17, 5.18 en 5.20 Verordening Sociaal Domein gemeente Eindhoven) 1. Voor het bepalen van de afstand tussen het woonadres en het schooladres of stageadres ten behoeve van de vaststelling van het recht op leerlingenvervoer, maakt het college gebruik van de Routenet routeplanner op www.routenet.nl, optie kortste route met de auto. 2. Voor het bepalen van de kilometervergoeding voor de auto, maakt het college gebruik van de Routenet routeplanner op www.routenet.nl, optie kortste route met de auto. 3. Voor het bepalen van de kilometervergoeding voor de fiets, maakt het college gebruik van de Routenet routeplanner op www.routenet.nl, optie optimale route met de fiets. 4. De kilometervergoeding voor de fiets bedraagt de helft van de maximale belastingvrije kilometervergoeding zoals vastgesteld door de Belastingdienst, naar beneden afgerond. 5. Voor het bepalen van de reistijd van de begeleider per fiets maakt het college gebruik van de Routenet routeplanner op www.routenet.nl, optie optimale route met de fiets. 6. Voor het bepalen van de reistijd per openbaar vervoer maakt het college gebruik van de reisplanner van www.9292.nl. 7. Indien kortingen of voordeelabonnementen van toepassing zijn in het openbaar vervoer, geldt het meest voordelige reisproduct als uitgangspunt. Artikel 5.5 Aangepast vervoer (Grondslag 5.20 Verordening Sociaal Domein gemeente Eindhoven) 1. Bij de inzet van aangepast vervoer is het uitgangspunt, dat leerlingen gecombineerd met andere leerlingen worden vervoerd in een touringcar, taxibusje of personenauto. 2. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat een leerling tijdelijk individueel vervoerd moet worden, omdat het niet samen met andere leerlingen kan worden vervoerd, ook niet onder begeleiding. Dit is individueel vervoer. 3. Als dit type vervoer noodzakelijk is, dient dit te worden aangetoond door de ouders. 4. Individueel vervoer wordt in beginsel toegekend voor de duur van maximaal acht weken. Bij een eventuele verlenging wordt opnieuw een belangenafweging gemaakt. Artikel 5.6 Overgangsrecht richting zelfstandigheid (Grondslag 5.9 Verordening Sociaal Domein gemeente Eindhoven) 1.Een leerling die met aangepast vervoer naar het speciaal (basis)onderwijs of regulier basisonderwijs wordt vervoerd en die in aanloop naar de overgang naar het voortgezet (speciaal) onderwijs in het laatste jaar van de bovenbouw heeft geleerd zelfstandig met de fiets of openbaar vervoer naar school te reizen - met of zonder inzet van een vervoerstraining – wordt geacht bij de overgang naar het voortgezet (speciaal) onderwijs niet aangewezen te zijn op leerlingenvervoer als bedoeld in de Verordening. Echter ter stimulering en bestendiging van het zelfstandig reizen verstrekt het college de leerling ten hoogste het gehele eerste schooljaar van het voortgezet (speciaal) onderwijs alsnog: a.een vergoeding voor het gebruik van de fiets, of b.een vergoeding voor het openbaar vervoer. 2.Een leerling die met aangepast vervoer naar het voortgezet (speciaal) onderwijs wordt vervoerd en vervolgens heeft geleerd zelfstandig met de fiets of openbaar vervoer naar school te reizen - met of zonder inzet van een vervoerstraining – wordt geacht niet aangewezen te zijn op leerlingenvervoer als bedoeld in de Verordening. Echter ter stimulering en bestendiging van het zelfstandig reizen verstrekt het college de leerling het lopende schooljaar en het volgende schooljaar alsnog: a.een vergoeding voor het gebruik van de fiets, of b.een vergoeding voor het openbaar vervoer. Artikel 5.7 Wijze van vergoeding kosten (Grondslag 5.17, 5.18 Verordening Sociaal Domein gemeente Eindhoven) 1.Het college verstrekt maandelijks de kilometervergoeding voor fiets voor leerling (en eventueel een begeleider) en/of eigen vervoer, uitgaande van 40 schoolweken per schooljaar. Deze vergoeding wordt niet gecorrigeerd voor aanvullende lesvrije dagen (zoals studiedagen en feestdagen) of kortdurende ziekte. Indien de ingangsdatum van de vergoeding op een later moment ligt dan de start van het schooljaar, wordt de vergoeding naar rato berekend. In beginsel worden geen bewijsstukken opgevraagd.2.Indien de vergoeding gedurende het schooljaar niet langer nodig is, zijn ouders verplicht dit te melden. De vergoeding eindigt per datum waarop deze niet meer noodzakelijk is.3.Uitbetaling van de vergoeding voor het openbaar vervoer vindt maandelijks plaats en uitsluitend na inlevering van een overzicht van de gemaakte reiskosten naar en van school. Artikel 5.8 Ontzegging van toegang tot het aangepast vervoer (Grondslag 5.23 Verordening SD Verordening Sociaal Domein gemeente Eindhoven) 1.Het college kan een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt, tijdelijk of definitief de toegang tot dit vervoer ontzeggen indien: a.bij herhaling is gebleken dat de leerling door agressief gedrag of anderszins de orde in de taxibus verstoort of de veiligheid van de taxibus, inzittenden en andere weggebruikers in gevaar brengt; b.bij herhaling sprake is van verwijtbare loosmeldingen door de vervoerder over de leerling. 2.Het college onderneemt de volgende stappen bij verstoring van de orde in de taxibus: a.Na melding van de klacht door vervoerder of andere ouders/leerlingen wordt een onderzoek gestart en met alle betrokkenen gesproken. b.Blijkt er sprake te zijn van verwijtbaar gedrag van de leerling dan stuurt het college een waarschuwingsbrief aan de ouders met onderbouwing. c.Bij een volgende gegronde klacht kan een schorsing per direct volgen, voor een periode van één volle schoolweek. Er volgt een 2e waarschuwingsbrief aan ouders. d.Bij een volgende gegronde klacht kan een schorsing per direct volgen, voor een periode van 4 weken. Er volgt een 3e waarschuwingsbrief aan ouders, waarin opgenomen dat bij een volgende gegronde klacht de leerling alleen nog toegelaten wordt als ouder(s) zorgen voor begeleiding, mits er plaats is in de taxibus voor een begeleider. e.Bij een volgende gegronde klacht volgt met een 4e brief aan ouders een definitieve schorsing uit het aangepast vervoer. Naar het oordeel van het college kan deze schorsing ook gelden voor meerdere schooljaren. f.De ouders worden hiervan gemotiveerd schriftelijk in kennis gesteld en kunnen tegen dit besluit bezwaar maken. 3.Het college kan gemotiveerd afwijken van het stappenplan uit het tweede lid.4.Het college gaat na de ontzegging van de toegang tot het vervoer in gesprek met ouders om tot een passende vervoersoplossing te komen voor de leerling, waarbij een vergoeding voor het eigen vervoer het uitgangspunt vormt. Artikel 5.9 Terugvordering van ten onrechte genoten bekostiging (Grondslag 5.23 Verordening Sociaal Domein gemeente Eindhoven) Van terugvordering wordt afgezien indien het totaal aan terug te vorderen bedragen lager is dan € 150,- per schooljaar. Paragraaf 5.2 Leerlingenvervoer - Adviesraad Leerlingenvervoer (Grondslag Artikel 6.1 Verordening Sociaal Domein gemeente Eindhoven) Artikel 5.10 Definitie adviesraad leerlingenvervoer Een vaste kern van wettelijke vertegenwoordigers van leerlingen die gebruik maken van een vervoersvoorziening leerlingenvervoer Eindhoven, aangevuld met vertegenwoordigers van scholen, die een zorgvuldige inbreng leveren bij de beleidsvoorbereiding,- bepaling, -uitvoering, -evaluatie en de inkoop van leerlingenvervoer. Artikel 5.11 Samenstelling adviesraad 1.De adviesraad bestaat uit a.minimaal drie en maximaal zes wettelijke vertegenwoordigers van leerlingen, waarvan bij voorkeur minimaal drie gebruik maken van aangepast vervoer; en b.minimaal drie en maximaal zes vertegenwoordigers van scholen speciaal (basis) onderwijs en scholen voortgezet speciaal onderwijs uit Eindhoven en omgeving. 2.Het college benoemt de wettelijke vertegenwoordigers van leerlingen als lid van de Adviesraad, op voordracht van de zittende leden. 3.Scholen hebben een eigenstandige verantwoordelijkheid in het aanwijzen van een functionaris van school die betreffende school vertegenwoordigt in de adviesraad. 4.De adviesraad kiest uit zijn midden een voorzitter die eerste aanspreekpunt is voor het college.5.De adviesraad kan een secretaris aanwijzen ter ondersteuning van zijn werkzaamheden.6.Op uitnodiging kunnen vertegenwoordigers van de vervoerder(s), toezichthouder Leerlingenvervoer of andere deskundigen deelnemen aan de overleggen. Artikel 5.12 Zittingsduur 1.De zittingsduur van de leden is 4 jaar.2.De leden zijn voor één zittingsperiode herbenoembaar.3.De leden kunnen tussentijds aftreden.4.Een tussentijdse vacature wordt zo snel mogelijk via een voordracht aan het college vervuld. Artikel 5.13 Facilitering 1.Het college draagt zorg voor adequate ondersteuning van de Adviesraad. De ondersteuning bestaat uit het voeren van het secretariaat en beleidsmatige ondersteuning.2.Het college stelt op verzoek vergaderaccommodatie beschikbaar voor de vergaderingen van de Adviesraad. Artikel 5.14 Vergaderingen, vergaderorde 1.De adviesraad voert tenminste tweemaal per jaar overleg met (een) namens het college gemandateerde ambtena(a)r(en). 2.De adviesraad en de namens het college gemandateerde ambtena(a)r(en) kunnen agendapunten aandragen voor het overleg.3.De namens het college gemandateerde(n) zal/zullen de adviesraad tijdig alle inlichtingen en gegevens verstrekken die redelijkerwijs nodig zijn voor een goede taakvervulling van de adviesraad.4.Het secretariaat van het overleg berust bij een nader aan te wijzen ambtenaar.5.Het overleg wordt voorgezeten door een nader aan te wijzen ambtenaar.6.Separaat kan de adviesraad ook eigenstandig, zonder aanwezigheid van gemeente, overleggen. Artikel 5.15 Advies 1.De adviesraad geeft gevraagd en ongevraagd advies aan het college en de gemeenteraad.2.Het college vraagt de adviesraad actief om advies met betrekking tot leerlingenvervoer wanneer: a.nieuw of aangepast beleid wordt voorbereid of ontwikkeld; b.beleid wordt bepaald; c.beleid of uitvoering wordt geëvalueerd; d.beslist moet worden over veranderingen in de beleidsuitvoering; e.aangepast vervoer wordt aanbesteed. 3.Advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd door of namens het college, dat het wezenlijke invloed kan hebben op het te nemen besluit. Hierbij wordt een termijn van minimaal twee weken gehanteerd.4.De adviezen van de adviesraad aan het college worden gegeven op schrift overeenkomstig de mening van de meerderheid van de Adviesraad. Op verzoek kan het minderheidsstandpunt in het advies worden opgenomen.5.Tot het tweede lid genoemde onderwerpen behoren niet klachten, bezwaarschriften en andere zaken die op individuele casussen betrekking hebben. Evenmin adviseert de adviesraad over de uitvoering van wettelijke voorschriften voor zover bij de uitvoering geen ruimte voor gemeentelijk beleid is gelaten. Artikel 5.16 Vergoeding 1.Het college stelt een reële vergoeding beschikbaar voor het verrichten van vrijwilligerswerk voor de wettelijke vertegenwoordigers van leerlingen en een eventueel door de adviesraad aangewezen eigen secretaris. Uitgangspunt bij de vergoeding zijn de regels van de Belastingdienst ten aanzien van vrijwilligersvergoedingen.2.Vertegenwoordigers van scholen, vervoerder(s), toezichthouder of andere professionals deskundigen zijn uitgesloten van een vrijwilligersvergoeding.3.Er wordt vooraf geen werkbudget beschikbaar gesteld. Wanneer de adviesraad verwacht kosten te maken, wordt de legitimiteit hiervan vooraf beoordeeld door de budgethouder Leerlingenvervoer. Artikel II Het bepaalde in artikel I treedt in werking op de dag volgend op haar bekendmaking. Eindhoven, Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven,,burgemeester, secretarisMij bekend,De gemeentesecretaris van Eindhoven
Categorie: Mededelingen
De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer over deze regio
Meer meldingen zoals "Nadere Regeling Sociaal Domein gemeente Eindhoven"

Mededelingen
Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 5 december 2023 houdende regels omtrent de uitoefening van bevoegdheden op grond van de Omgevingswet (Beleidsregel omgevingsrecht Noord-Brabant)

Mededelingen
Nadere Regeling Sociaal Domein gemeente Eindhoven

Mededelingen
Beleidsregel Bibob gemeente Best 2026

Mededelingen
Aankondiging openbare vergadering Algemeen Bestuur

Mededelingen
Bekendmaking gewijzigde gemeentelijke volgordelijst woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting gemeente Best

Evenementen
Ingekomen evenementenaanvraag: Halloween tocht Blixemkids

Mededelingen
Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant, van 5 december 2023 tot vaststelling van een beleidsregel over nadeelcompensatie en tegemoetkoming in schade in verband met de invoering van titel 4.5 van de Algemene wet...

Mededelingen
Bekendmaking gewijzigde gemeentelijke volgordelijst woningbouwprojecten Oirschot 2026

Mededelingen
Vaststelling ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting en maatregelen saneringsprogramma John F. Kennedylaan in de gemeente Eindhoven, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

APV
Subsidieplafonds en bedragen 2027 gemeente Best

APV
Subsidieregeling Samen Beter in Waterbeheer

Mededelingen
Registratie aanduiding en logo van een politieke groepering voor de verkiezing van de Provinciale Staten van Noord-Brabant

