Nota integraal drugsbeleid gemeente Groningen 2026
Locatie
Soort
Mededelingen
Gepubliceerd op
2026-09-18
Gepubliceerd door
Gemeente Groningen
Informatie
Nota integraal drugsbeleid gemeente Groningen 2026 De burgemeester van de gemeente Groningen gelet op artikel 13 B Opiumwet en gelet op artikel 6, derde lid, en artikel 6a van de Wet experiment gesloten coffeeshopketen en de artikelen 12 en 39 van het Besluit experiment gesloten coffeeshopketen BESLUIT: •Vast te stellen: -de Nota integraal drugsbeleid gemeente Groningen 2026 -bijlage 1 Nadere regels coffeeshops -bijlage A procedure nieuwe verklaring, weigering en intrekkingsgronden en voorschriften -bijlage B Beoordeling -bijlage 2 Handhavingsprotocol drugs •de Nota integraal drugsbeleid gemeente Groningen 2024 in te trekken •de Nota integraal drugsbeleid gemeente Groningen 2026 treedt in werking op de dag na bekendmaking. Inleiding Integrale drugsnota Lokaal drugsbeleid bestaat uit meerdere onderdelen. Het omvat zowel preventieve als repressieve onderdelen. Het gaat om het nemen van maatregelen, zoals het sluiten van panden als deze gebruikt worden ten behoeve van de handel of productie van drugs en om de regels bij verkoop van de softdrugs in coffeeshop en daarnaast om preventie. In deze Nota staat omschreven welke lokale regels er gelden voor de verkoop van softdrugs in coffeeshops. Omdat we als Groningen meedoen met het experiment gesloten coffeeshopketen gelden de landelijke experimentregels als kader. Deze landelijke regelgeving laat op onderdelen ruimte om lokaal invulling te geven aan het coffeeshopbeleid. Deze lokale invulling en het handhavingsprotocol bij overtreding van de landelijke of lokale regels is opgenomen in deze Nota. Een ander onderdeel is het Damoclesbeleid. Dit gaat om de bevoegdheid van de burgemeester om panden te sluiten bij betrokkenheid van een pand bij handel en/of productie van drugs. In het handhavingsprotocol staat welke bestuurlijke maatregelen opgelegd worden in welke situatie. Het gaat hier om een richtlijn en in elke situatie wordt beoordeeld of een lichtere of zwaardere maatregel nodig is om de openbare orde en/of leefklimaat te herstellen en/of herhaling te voorkomen. De mogelijkheid om maatwerk toe te passen ook formeel is vastgelegd. Drugsbeleid is echter meer dan alleen het handhaven en voorkomen van overlast, het gaat ook over preventie. Focus ligt hierbij op voorkomen dat jongeren drugs gaan gebruiken. Ons gemeentelijk preventiebeleid staat in het Preventie en Handhavingsplan Middelengebruik. In deze drugsnota wordt op een rij gezet welke preventiemaatregelen gelden voor coffeeshops en welke verdere preventiemaatregelen er zijn om (problematisch) gebruik te beperken. Voor elk thema waar het drugsbeleid betrekking op heeft, geldt dat de samenwerking in de keten een belangrijke factor is voor een succesvolle aanpak. Bij de aanpak van illegale productielocaties zijn politie, OM, woningbouwcorporaties en netbeheerders belangrijke ketenpartners. Bij preventie wordt de keten met name gevormd door gemeente, GGD, VNN, WIJ teams, politie, Halt en VNN. De gemeente heeft een regierol om de ketens waar nodig aan elkaar te verbinden. 2. COFFEESHOPS Landelijk is het experiment gesloten coffeeshopketen gestart. Gemeente Groningen is een van de tien deelnemende gemeenten. Tijdens het experiment is het in deelnemende gemeenten mogelijk om in de coffeeshops gereguleerd geproduceerde hennep en hasjiesj te verkopen. De hennep en hasjiesj wordt gecontroleerd op kwaliteit en geproduceerd door maximaal tien telers. De duur van het experiment is maximaal vier jaar, met een mogelijkheid om het maximaal anderhalf jaar te verlengen. Groningen is op grond van artikel 6 eerste lid van de Wet gesloten coffeeshopketen en artikel 2 van het Besluit experiment gesloten coffeeshopketen aangewezen als een van de deelnemende gemeenten. Dit betekent dat alle coffeeshophouders in de gemeente Groningen onder de reikwijdte van de wet vallen en zich aan de landelijke experimentregelgeving moeten houden. De landelijke regelgeving geeft de burgemeester de gelegenheid om op een aantal specifieke onderwerpen nadere regels te geven voor de duur van het experiment. Van belang is dat die nadere regels betrekking hebben op een beperkt aantal onderwerpen en alleen gelden voor de duur van het experiment. Die tijdelijke regels voor het experiment hebben werking náást de beleidsregels die voor coffeeshops in Groningen gelden ten aanzien van andere onderwerpen. Die beleidsregels zijn op zichzelf niet op voorhand in tijd beperkt en de inhoud daarvan hangt ook niet af van het bestaan van het experiment. De huidige beleidsregels worden met het onderhavige besluit op een aantal punten aangescherpt en verduidelijkt, maar behelzen inhoudelijk in belangrijke mate een voortzetting van het geldende beleid. De aanscherping betreft met name de spelregels met betrekking tot de verdeelprocedure voor expliciete verklaringen. 1 Omdat de Wet in artikel 6a van de Wet voor de duur van het experiment een wettelijke grondslag biedt voor het voorheen in het beleid opgenomen maximumaantal toegestane coffeeshops, wordt dat maximumaantal ook op die grondslag in dit besluit vastgelegd. Voor het einde van het experiment zal het dan zittende kabinet een besluit nemen over het toekomstig coffeeshopbeleid. Als na afloop van het experiment door het kabinet wordt besloten de experimentregels om te zetten in algemeen geldende wetgeving, dan zal moeten worden bepaald wat dat dan precies betekent voor lokale regelgeving en -beleid. Voorwaarden in landelijke experimentregelgeving Op basis van landelijke experimentregelgeving moet een coffeeshophouder zich aan voorwaarden houden. Hieronder samengevat de voorwaarden: •Uitsluitend verkoop van hennep of hasjiesj die de coffeeshophouder heeft afgenomen van aangewezen telers; •Een coffeeshophouder heeft in de coffeeshop uitsluitend hennep of hasjiesj aanwezig die is afgenomen van aangewezen telers; •Een coffeeshophouder heeft de hennep of hasjiesj alleen aanwezig en verkoopt alleen in verzegelde verpakkingseenheid zoals deze door aangewezen teler is aangeleverd, met uitzondering van een hoeveelheid van maximaal 20 gram per soort die onverzegeld aanwezig mag zijn voor beoordeling door klanten; •Maximaal 5 gram verkoop van hennep en hasjiesj aan eenzelfde klant per keer; •Maximaal een weekvoorraad hennep of hasjiesj; •Voorraad wordt uitsluitend in die coffeeshop bewaard; •Een coffeeshophouder treft alle maatregelen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor een adequate opslag en beveiliging van de hennep of hasjiesj; •Geen toegang in de coffeeshop voor jeugdigen tot en met 17 jaar en geen verkoop van hennep en hasjiesj aan deze categorie jeugdigen; •Het verkopend personeel van de coffeeshophouder heeft een cursus gevolgd die is gericht op het verkrijgen van de nodige kennis en vaardigheden om: a.aan klanten voorlichting te kunnen geven over het gebruik van hennep of hasjiesj en de daaraan verbonden gezondheidsrisico’s, de wijze van gebruik, preventie van verslaving, en b.klanten bij een vermoeden van problematisch gebruik door te kunnen verwijzen naar informatie of zorg; •In de coffeeshop is voorlichtingsmateriaal zichtbaar aanwezig over gebruik en de risico’s van gebruik of problematisch gebruik; •In een coffeeshop wordt geen alcohol geschonken of verkocht en is alcohol niet aanwezig; •Een coffeeshophouder voert geen enkele vorm van affichering, anders dan een summiere aanduiding op de betreffende lokaliteit; •Een coffeeshophouder treft adequate maatregelen ter voorkoming of beperking van overlast, waaronder in ieder geval wordt begrepen parkeeroverlast rond de coffeeshop, geluidshinder, vervuiling en voor of nabij de coffeeshop rondhangende klanten; •Een coffeeshophouder voert een sluitende en transparante administratie en deze wordt beschikbaar gehouden voor toezicht en handhaving. Lokale invulling In het Besluit experiment gesloten coffeeshopketen (hierna: Besluit) is opgenomen dat de burgemeester van een deelnemende gemeente voor de duur van het experiment nadere regels kan stellen over: a.de locatie waar een coffeeshop is toegestaan; b.de maximaal toegestane handelsvoorraad, bedoeld in artikel 5, tweede lid Besluit; c.de affichering, bedoeld in artikel 9 Besluit, d.het voorkomen of beperken van overlast als bedoeld in artikel 10 Besluit; e.de tijden gedurende welke een coffeeshop geopend mag zijn voor klanten; f.de aanwezigheid van het personeel in een coffeeshop; g.de inrichting van een coffeeshop, waaronder de beveiliging; h.de opleiding van het personeel, en i.het al dan niet verkopen aan en/of toelaten tot de coffeeshop van anderen dan degene die hun werkelijke woonplaats hebben in Nederland. Ten aanzien van onderdelen a, b en h zijn nadere regels gegeven door de burgemeester. Bevoegdheden burgemeester Zoals hierboven aangegeven kan de burgemeester nadere regels vaststellen voor de coffeeshops. Ook kan hij op de grondslag van artikel 6a, eerste lid, bepalen hoeveel coffeeshops zijn toegestaan. Verder kan de burgemeester op grond van de Wet Experiment gesloten coffeeshopketen, het Besluit experiment gesloten coffeeshopketen en de wet Damocles (artikel 13b van de Opiumwet) bestuursrechtelijk optreden tegen coffeeshops die de voorwaarden overtreden. De burgemeester is daarnaast bevoegd om op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: wet Bibob) coffeeshophouders te laten screenen bij de aanvraag voor een exploitatievergunning en kan worden getoetst aan de beleidsregel slecht levensgedrag. Ook bij bestaande coffeeshops kan een Bibob toets en toets slecht levensgedrag uitgevoerd worden. Maximumstelsel Het advies van Breuer&Intraval is om een streefaantal van 10 coffeeshops te hanteren in onze gemeente. Uit het onderzoek blijkt dat het huidige aantal van 9 coffeeshops op zich passend is, want de markt functioneert stabiel en er zijn weinig meldingen van structurele overlast, maar het aantal van 10 geeft meer stabiliteit en vermindert het de kwetsbaarheid. Om tot het aantal van tien coffeeshops te komen zal de procedure voor nieuwe coffeeshops opengesteld moeten worden. Daarnaast is onderzocht wat het theoretisch maximum is. Het advies is om veertien coffeeshops als theoretisch maximum te handhaven, maar dit aantal is uitdrukkelijk als maximum bedoeld en niet als doel op zich. Omdat wat passend is in de loop van de tijd kan veranderen (bijvoorbeeld door omvang coffeeshops) en omdat het landelijk coffeeshopbeleid hier invloed op kan hebben, is het advies om op termijn – in ieder geval na de experimentperiode - opnieuw te kijken naar wat een goed evenwicht is. Wij nemen het advies van Breuer&Intraval over om naar 10 coffeeshops te gaan, daarmee de procedure open te stellen, en het maximum van veertien coffeeshops te hanteren. Toegestane coffeeshops Een coffeeshop geldt als toegestaan in de zin van de Wet experiment gesloten coffeeshopketen als de verkoop van hennep en hasjiesj mag plaatsvinden op grond van een expliciete verklaring of bestendige gedragslijn van de burgemeester. De bestaande coffeeshops op de huidige locaties hebben een gedoogverklaring en zijn daarmee toegestaan in het kader van het experiment. Verklaring coffeeshops: persoons- en locatie-gebonden Coffeeshops kunnen alleen door natuurlijke personen worden geëxploiteerd en de verklaring is persoonsgebonden. De reden hiervoor is zoveel mogelijk transparantie in de zeggenschap in de onderneming en dat een persoon verantwoordelijk en aanspreekbeer is. De enige uitzondering geldt voor één coffeeshop die al ten tijde van inwerkingtreding van de Nota integraal drugsbeleid 2016 geëxploiteerd werd door een stichting. Voorwaarde is dat de stichting eenvoudig herleidbaar moet zijn tot een persoon die ook feitelijk verantwoordelijk is voor de exploitatie. Verder is de verklaring gebonden aan de locatie. Om te borgen dat op termijn andere geïnteresseerden een kans krijgen op het verkrijgen van een verklaring, wordt de duur van eventuele nieuwe verklaringen beperkt tot 15 jaar. De duur van de bestaande verklaringen wordt vooralsnog ongemoeid gelaten. Vanwege de hierna te bespreken (overdracht)beperkingen, is de verwachting dat de daarmee gemoeide plaatsen in zodanige mate beschikbaar komen dat dit het openbreken van de bestaande verhoudingen op dit moment niet rechtvaardigt. Een expliciete verklaring vervalt bij staking van de onderneming of de overdracht daarvan door de houder. Daaronder wordt ook begrepen de situatie dat de onderneming niet langer voor rekening en risico van de houder wordt gedreven. Dat doet zich in elk geval voor als het merendeel van de inkomsten uit de exploitatie, al of niet via enige (rechts)verhouding, toevloeien naar een ander dan de houder van de expliciete verklaring. Dat doet zich tevens voor als de feitelijke zeggenschap over de inrichting, al of niet via enige (rechts)verhouding, geheel of overwegend bij een ander berust dan de houder van de expliciete verklaring. De expliciete verklaring vervalt tevens bij overlijden van de houder. Datzelfde geldt in de situatie dat een houder door een medische of psychische omstandigheid blijvend ongeschikt is om de exploitatie zelf ter hand te nemen. Onder “blijvend” wordt in dit verband verstaan de situatie dat dat de omstandigheid naar redelijke verwachting langer zal duren dan 6 maanden. Voor de stichting zijn de vorige twee alinea’s van overeenkomstige toepassing, waarbij voor “houder” wordt gelezen de stichting of de bestuurder van de stichting. De expliciete verklaring wordt verleend, geweigerd en ingetrokken met inachtneming van de regels die in de artikelen 1 tot en met 4 van bijlage A van deze beleidsregel zijn opgenomen De verklaring geldt alleen voor de locatie waarvoor deze is afgegeven. Alleen in uitzonderlijke situaties waarin een groot openbaar belang daartoe noopt, kan de burgemeester instemmen met een wijziging van de locatie. Hierbij moet wel voldaan worden aan de vestigingscriteria. De verdelingsprocedure is dan niet van toepassing. Tijdelijke exploitatie Als gevolg van de zojuist besproken beperkingen, kan voorkomen dat aan een coffeeshop plotseling de expliciete verklaring ontvalt. Vanwege de daarmee gemoeide bezwaren, kan, in zo’n acute situatie, tijdelijk een andere persoon worden aangewezen als houder van de expliciete verklaring voor de betreffende locatie. Die tijdelijke vervanger moet als leidinggevende werkzaam zijn bij de coffeeshop op het moment van het intreden van de acute omstandigheid en moet vooraf voor dit doel zijn aangewezen door de coffeeshophouder. Die aanwijzing moet blijken uit een schriftelijke mededeling aan de burgemeester van tenminste drie maanden vóór het optreden van de omstandigheid. De tijdelijke houder moet een actuele verklaring omtrent gedrag overleggen. De burgemeester kan vanaf het moment van de schriftelijke mededeling een Bibob-onderzoek laten uitvoeren naar de tijdelijke vervanger. De tijdelijke naamswijziging van de expliciete verklaring duurt maximaal 6 maanden na de dag waarop de omstandigheid zich voordeed. Wanneer de burgemeester binnen die periode besluit om de procedure voor een nieuwe expliciete verklaring open te stellen, kan deze die termijn op verzoek van de vervanger verlengen tot maximaal 9 maanden. De burgemeester beoordeelt of sprake is van een omstandigheid zoals bedoeld in deze paragraaf en beoordeelt tevens of deze naar haar oordeel zodanig acuut is dat dit een vervanging rechtvaardigt. Een omstandigheid waarmee de houder meer dan drie maanden van tevoren rekening had moeten of kunnen houden wordt geacht niet acuut te zijn. De burgemeester bepaalt de duur van de tijdelijke naamswijziging van de expliciete verklaring aan de hand van diens oordeel omtrent de noodzaak daarvan, de gevolgen voor direct en indirect betrokkenen en de openbare orde. De expliciete verklaring die op naam van een tijdelijke vervanger staat vervalt na verloop van de termijn of op dezelfde gronden als bedoeld in de vorige paragraaf, waarbij voor “houder” dan wordt gelezen: degene op wiens naam de expliciete verklaring tijdelijk staat als gevolg van de toepassing van deze paragraaf. Jaarlijkse toets verklaring Jaarlijks zal aan de coffeeshophouder gevraagd worden een aantal gegevens aan te leveren op grond waarvan wordt getoetst of voor het daaropvolgende jaar de verklaring in stand kan blijven. Dit gaat om de beoordeling of de exploitatie nog hetzelfde is en verder moet de coffeeshophouder een actuele verklaring omtrent gedrag verstrekken. Nieuwe expliciete verklaring In geval van een open plek kan de burgemeester de procedure te starten om een nieuwe verklaring te verlenen. De selectie gaat middels de selectieprocedure opgenomen in bijlagen A en B. Exploitatievergunning Naast de verklaring dient de coffeeshophouder ook over een (horeca)exploitatievergunning te beschikken. Een coffeeshop wordt gezien als een horecabedrijf (waar geen alcohol mag worden geschonken) in de zin van artikel 2:25, lid 1 van de APVG. Bij vestiging van de coffeeshop wordt onder meer getoetst of de exploitatie van de coffeeshop past in het omgevingsplan en vindt een Bibob toets plaats. 2.3 Handhaving De handhaving van het coffeeshopbeleid is de verantwoordelijkheid van gemeente. Deze vindt plaats door middel van (onaangekondigde) controles bij coffeeshops. Als een overtreding wordt geconstateerd kan worden overgegaan tot het opleggen van een maatregel. De burgemeester is bevoegd om bestuursrechtelijke maatregelen op te leggen. Als een strafrechtelijke overtreding wordt geconstateerd is de strafrechtelijke vervolging uiteraard voorbehouden aan het OM. De bestuursrechtelijke maatregelen die kunnen worden genomen bij overtredingen zijn uitgewerkt in het ‘Handhavingsprotocol drugs’ in bijlage 2. Afhankelijk van de omstandigheden kan een zwaardere of lichtere maatregel worden opgelegd. 3. DAMOCLESBELEID Net als andere Nederlandse gemeenten worden we in Groningen geconfronteerd met drugscriminaliteit die plaatsvindt of wordt georganiseerd vanuit woningen of (niet-) openbare gelegenheden. In de directe omgeving van dergelijke panden kan er sprake zijn van onveilige situaties (o.a. brandgevaar), overlast en criminaliteit. De handel in drugs heeft een nadelig effect op de openbare orde en tast het woon- en leefklimaat en de sociale en fysieke veiligheid van omwonenden aan. 3.1 Bevoegdheid burgemeester en beleidsuitgangspunten Op grond van artikel 13b van de Opiumwet, ook bekend als de Wet Damocles, is de burgemeester bevoegd om drugspanden te sluiten als daar soft- of harddrugs worden geteeld, geproduceerd, verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig zijn. De doelen van artikel 13b van de Opiumwet zijn preventie en beheersing van de uit het drugsgebruik voortvloeiende risico’s voor de volksgezondheid en het voorkomen van nadelige effecten van de handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en andere lokale omstandigheden. Bij het vaststellen van de sluitingsduur is de noodzaak om de bekendheid van de inrichting als drugsadres te niet te doen en het doen wederkeren van de rust in de directe omgeving in overweging genomen. Ook is het voorkomen van herhaling van de verstoring van de openbare orde alsmede het voorkomen van een verdere aantasting van het woon- en leefklimaat meegewogen. Specifiek kan ten aanzien van hennepteelt en drugslaboratoria worden gesteld dat deze productie een negatieve invloed heeft op het openbare leven en het woon- en leefklimaat en zorgt voor overlast, verloedering, ontploffingsgevaar en verhoogd brandrisico door overbelasting van het energienetwerk. Bovendien gaat het veelal gepaard met uitkeringsfraude, belastingontduiking en energiediefstal. Het beleidsuitgangspunt is een harde aanpak waar nodig en een lichtere of zwaardere maatregel indien daartoe aanleiding bestaat. Bij de afweging kunnen de volgende factoren (niet limitatief) een rol spelen: -hoeveelheid aangetroffen middelen als bedoeld in lijst I, lijst IA en/of lijst II van de Opiumwet -(Andere) signalen die duiden op beroeps- of bedrijfsmatigheid, zoals de aanwezigheid van verpakkingsmateriaal, grote som (handels)geld, een weegschaal, assimilatielampen e.d. -De mate waarin het gebouw betrokken is bij de drugshandel in georganiseerd verband -De mate waarin het gebouw bekend staat als drugsadres -De vraag of sprake is van gewelds- of andere openbare orde delicten -De vraag of sprake is van een of meer (vuur)wapens/ verboden wapenbezig als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie -Het bestaan van een vermoeden dat de bewoner(s)/betrokkene(n) verkeert/verkeren in kringen van personen met antecedenten (hierbij moet met name gedacht worden aan antecedenten ten aanzien van de Opiumwet of de Wet Wapens en Munitie, maar ook antecedenten op het gebied van geweld jegens personen of zaken, zoals mishandeling, bedreiging, vernieling of diefstal e.d. kunnen een rol spelen). -De vraag of sprake is van recidive -De vraag of er sprake is van een combinatie van middelen als bedoeld in lijst I, IA en II Opiumwet -De mate van brandgevaar en/of ander gevaar voor de omgeving, de mate van risico voor omwonenden -De mate van overlast en de effecten op de omgeving -De aannemelijkheid dat de woning niet overeenkomstig de woonfunctie wordt gebruikt -De aannemelijkheid dat behalve het pand of het daarbij behorende erf nog een of meer locaties betrokken is/zijn bij drugshandel in georganiseerd verband. In bijlage 2 staat de maatregel die in beginsel zal worden opgelegd. Het is afhankelijk van de specifieke omstandigheden, of een zwaardere of lichtere maatregel dan de maatregel uit de bijlage wordt toegepast. Hierbij gaan wij van het volgende uit: Beoogde doelen Het sluiten van panden als bestuursrechtelijke maatregel op grond van de Wet Damocles is een herstelsanctie. Dat wil zeggen dat de toepassing van de maatregel er op gericht moet zijn om de situatie te herstellen naar die van voor. Daarmee beogen we de drugshandel/productie/ teelt vanuit panden te weren, verdere overtredingen te voorkomen, de bekendheid van een pand in het criminele circuit ongedaan te maken en de leefbaarheid van de omgeving te herstellen. Positie van kwetsbaren Bij toepassing van de bestuurlijke maatregel wegen de belangen van kwetsbaren weliswaar zwaar, maar zijn niet per definitie een reden om af te zien van sluiten van het pand. Onder kwetsbaren verstaan we onder andere in het pand woonachtige kinderen. Het Damoclesbeleid biedt voldoende ruimte om de omstandigheid dat kwetsbaren op straat zouden komen te staan, mee te nemen in de belangenafweging. Vaak ligt het in dergelijke situaties voor de hand om in bredere context afstemming te zoeken. Aanwezigheid handelshoeveelheid drugs De enkele aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs in een pand, met uitzondering van een aan het experiment deelnemende coffeeshop, geeft de reden tot toepassing van de Wet Damocles. Voor toepassing van dit artikel hoeven we dus geen bewijs voorhanden te hebben dat daadwerkelijk drugs zijn verkocht, afgeleverd of verstrekt is in of vanuit het betreffende pand. Pandgebonden Het toepassen van de bestuursrechtelijke maatregel is pandgebonden en niet persoonsgebonden. Het is dus in beginsel niet van belang of de eigenaar van het pand, huurder, gebruiker of een derde de overtreding heeft begaan. Omdat het beleid pandgebonden is, is voor het toepassen van een tweede bestuurlijke maatregel bij hetzelfde pand niet vereist dat dezelfde persoon opnieuw een overtreding in dat pand begaat. Als een persoon zich opnieuw schuldig maakt aan strafbare handelingen in de zin van 13b Opiumwet in een ander pand dan wegen we die situatie wel mee. 3.2 Procedure bestuursrechtelijke maatregel ‘Sluiten pand’ De politie is verantwoordelijk voor de opsporing van drugspanden en gaat over tot ruiming van de hennepkwekerij in het pand of neemt de handelshoeveelheid drugs in beslag. De politie informeert de burgemeester in alle gevallen over hetgeen is aangetroffen en de situatie omtrent het specifieke pand. Vervolgens besluit de burgemeester - op basis van de door de politie verstrekte informatie - of hij gebruik maakt van zijn bevoegdheid om het pand te sluiten. Indien dit het geval is, verstuurt de burgemeester een voornemen ‘bestuurlijke maatregel sluiten pand’ naar de eigenaar van het pand en, indien de eigenaar niet de gebruiker is van het pand, ook naar de gebruiker daarvan. De belanghebbenden (eigenaar, huurder) worden vervolgens in de gelegenheid gesteld om zienswijzen kenbaar te maken. Mocht de burgemeester het voornemen ‘sluiten pand’ geven, dan hebben woningbouwcorporaties net als particuliere verhuurders de mogelijkheid om in het kader van de zienswijze aan te geven welk pakket aan maatregelen zij hebben genomen om de situatie te herstellen. Op basis hiervan beslist de burgemeester of hij de bestuurlijke maatregel toepast en voor welke termijn de burgemeester het pand sluit. Mogelijke onderdelen van het maatregelenpakket kunnen zijn: het opzeggen en ontbinden van het huurcontract, het controleren van de woning in het kader van de veiligheid en het screenen van de nieuwe huurder. Op basis van de genomen maatregelen beoordeelt de burgemeester of er een bestuurlijke maatregel moet worden toegepast. Na het sluiten van een pand kunnen belanghebbenden de burgemeester verzoeken te besluiten tot opheffing van de sluiting. Bij het nemen van een besluit hierover spelen aspecten als tijdsverloop, genomen maatregelen door betrokkenen en de nog aanwezige risico's op het gebied van openbare orde en veiligheid een rol. 4. Preventie In het Preventie en handhavingsplan middelengebruik staat het preventiebeleid van de gemeente Groningen. We verwijzen voor ambities en doelen naar dit beleid. In dit hoofdstuk benoemen we kort de aanpak en benoemen we de preventie eisen die gelden tijdens het experiment gesloten coffeeshopketen. Preventie middelengebruik Binnen de gemeente Groningen hangt preventie nauw samen met aandacht voor jongeren in een kwetsbare situatie en de gevolgen van drugsgebruik. Onze aanpak focust zich daarom overwegend op jongeren. Bovendien speelt bij jongeren naast drugsgebruik veelal ook de combinatie van alcoholgebruik en roken. Deze punten krijgen een vertaalslag naar het thema ‘weerbaarheid’ in het Lokale Preventieakkoord gemeente Groningen. Desalniettemin zal het inzetten van preventie als middel meer effectief zijn als deze samenhangt met repressie en een aanpak van illegale handelingen. In het Lokaal Preventieakkoord gemeente zijn vier pijlers opgenomen om binnen preventie tot een samenhangende en een evenwichtige mix van uitvoeringsprogramma’s te komen. Deze vier pijlers zijn gebaseerd op het ‘Loket Gezond Leven’ van het RIVM en zijn als volgt: •Voorlichting en Educatie •Signalering en Advies •Leefomgeving (fysiek en sociaal) •Beleid/Regelgeving en Handhaving Samen met lokale en regionale ketenpartners wordt invulling gegeven aan deze vier pijlers: we zetten maatregelen en interventies in op verschillende doelgroepen en hun omgeving. Onderstaand worden enkele ketenpartners benoemd. - Verslavingszorg Noord-Nederland Verslavingszorg Noord-Nederland (hierna VNN) is de organisatie die in de gemeente Groningen zowel grotendeels invulling geeft aan de ‘verslavingszorg’ als aan preventie drugsgebruik. Dit heeft zich doorvertaald naar het overkoepelende zorgprogramma ‘Preventie in stad en regio’. De werkzaamheden die VNN uitvoert in relatie tot preventie drugsgebruik zijn voornamelijk vraaggericht. Veelal komen de vragen van instellingen (scholen), professionals en ouders van jongeren. De focus ligt op informatievoorziening, vroegsignalering, deskundigheidsbevordering, opvoedingsondersteuning en het uitvoeren van interventies en voorlichtingsprogramma’s. Ook zorgt VNN ervoor dat het preventieaanbod drugs bekend is bij de WIJ-teams. Dit wordt gerealiseerd door het geven van (online) trainingen aan WIJ-medewerkers: basistraining ‘drugs van A tot Z’ en de vervolgtraining ‘Motiveren kun je leren’. Regelmatig wordt er drugs op de markt gebracht met een verhoogd risico voor de gezondheid. Bovendien is het een extra moment voor gebruikers om in gesprek te komen met medewerkers van VNN. De service is uitsluitend voor consumenten en de anonimiteit is daarbij gegarandeerd. - GGD Groningen De GGD Groningen voert mede namens de gemeente Groningen taken uit op het gebied van collectieve preventie. Daarnaast voorziet de GGD Groningen de gemeente Groningen van advies op complexe vraagstukken relaterend aan (drugs)preventie. Ook wordt er gezamenlijk gewerkt aan concrete programma’s zoals De Gezonde School: De Gezonde School is een landelijk preventieprogramma voor scholen in het primair en voortgezet onderwijs en het MBO. Scholen kunnen uit een breed aanbod lesprogramma’s kiezen die gezondheid op school bevorderen. Het kan zowel gaan om zorg en aandacht voor de individuele leerling (vroegsignalering) als collectieve preventie om leerlingen te helpen gezondere keuzes te maken. Hierbij is ook aandacht voor drugsgebruik. Partners die scholen binnen de Gezonde School aanpak ondersteunen zijn onder andere Verslavingszorg Noord-Nederland, WIJ-teams, Jongerenwerk en Bureau Halt. - WIJ Groningen WIJ Groningen adviseert en ondersteunt mensen in de gemeente Groningen om zelf grip te krijgen en te houden op hun leven. WIJ-teams staan voor een gebiedsgerichte aanpak voor hulp- en ondersteuningsvragen. Omdat in bepaalde gebieden in Groningen drugsgebruik deel uitmaakt van de aangetroffen problematiek bij jongeren en in gezinnen wordt in bepaalde teams extra aandacht besteed aan drugsproblematiek. Inhoudelijk betekent dit dat WIJ-medewerkers zowel voorlichting geven op het gebied van preventie drugsgebruik als wel een indicatie kunnen geven voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Jeugdwet. WIJ-medewerkers haken ook aan bij scholen en jongerenwerkers om de juiste doelgroep te bereiken. - Jimmy’s Jimmy’s zorgt ervoor dat jongeren op verschillende plaatsen en manieren in Groningen gemakkelijk fysiek, in hun ‘eigen’ omgeving (zoals onderwijs en in de wijk) en online toegang hebben tot betrouwbare informatie. Informatie over gezondheid en drugs hoort hier ook bij. Jimmy’s werkt aan preventie samen met scholen, VNN, de WIJ- teams (jongerenwerkers en jongerenhulpverlening). Preventie in het kader van het Experiment gesloten coffeeshopketen Gedurende het experiment wordt er op verschillende manieren aandacht besteed aan preventie. Hierbij wordt nadrukkelijk niet ingezet op publiekscampagnes, vanwege de mogelijkheid dat dit juist ook de nieuwsgierigheid kan prikkelen naar gebruik. In de regelgeving van het experiment zijn vijf eisen opgenomen die een preventieve werking beogen en stimuleren om problematisch gebruik tijdig te signaleren en naar te handelen. Deze eisen zijn: •Voorlichtings- en waarschuwingsboodschappen op de verpakking •Neutrale verpakking •Informatiebrochure (bijsluiter) •Training verkopend personeel coffeeshops •Voorlichtingsmateriaal coffeeshops Voor de eerste drie eisen zijn de telers verantwoordelijk voor adequate uitvoering. De coffeeshophouders binnen de gemeente zijn verantwoordelijk voor de training van personeel en het aanbieden van voorlichtingsmateriaal in de coffeeshop. Datum: 2 september 2026 Roelien Kamminga BIJLAGE 1 NADERE REGELS COFFEESHOPS Artikel 1. Definities In deze nadere regels wordt verstaan onder: a.Wet: Wet experiment gesloten coffeeshopketen; b.Besluit: Besluit experiment gesloten coffeeshopketen; c.Besluit aanwijzing toezichthouders: Besluit van de Minister voor Medische Zorg en de Minister voor Justitie en Veiligheid van 14 mei 2020, houdende aanwijzing van toezichthouders op de naleving van de Wet experiment gesloten coffeeshopketen en het verlenen van mandaat en machtiging voor de uitvoering en handhaving van die wet; d.Coffeeshop: coffeeshop als bedoeld in artikel 6a van de wet; e.Coffeeshophouder: houder van een coffeeshop die door de burgemeester is toegestaan als bedoeld in artikel 6a, tweede lid van de wet; f.Voor zover in deze nadere regels begrippen worden gebruikt die niet in dit artikel zijn gedefinieerd, hebben zij dezelfde betekenis als in de wet en het besluit. Artikel 2. Eisen aan locatie 1.De locatie van een coffeeshop mag niet zijn gelegen: a.In een woonstraat. Dat wil zeggen dat een coffeeshop niet gelegen mag zijn in een straat waar de woonfunctie centraal staat, blijkend uit het vigerende omgevingsplan en de daarbij behorende toelichting. Om te bepalen of de woonfunctie daadwerkelijk centraal staat is niet alleen de letter, maar ook de geest van het omgevingsplan bepalend. Wanneer uit de toelichting op het omgevingsplan blijkt dat de woonfunctie moet worden geïntensiveerd, en zich niet verdraagt met andere functies, kan zonder twijfel worden gesteld dat de woonfunctie centraal staat. Indien in een straat meerdere functies zijn toegestaan (bijvoorbeeld winkels, zakelijke dienstverlening, horeca én wonen) kan die conclusie niet worden getrokken; b.In een gebied waar sprake is van een concentratie van horecabedrijven. Gebieden waarvoor dat in ieder geval geldt zijn Grote Markt, Poelestraat, Peperstraat, Gelkingestraat en Kromme Elleboog. In deze gebieden is een groter risico op aantasting van de openbare orde en/of het woon- en leefklimaat vanwege de combinatie van hoge alcoholconsumptie en drugsgebruik; c.Binnen een afstand van 100 meter van een pand waar hulpverlening zit voor verslaving. Het gaat hierbij om de reële loopafstand van voordeur tot voordeur; d.Binnen een afstand van 100 meter van een basisschool, een school voor voortgezet onderwijs (praktijkonderwijs, VMBO, HAVO en VWO) of een school voor middelbaar beroepsonderwijs (MBO). Het gaat hierbij om de reële loopafstand van voordeur tot voordeur; e.Binnen een afstand van 100 meter van een andere coffeeshop. Hierbij gaat het om de reële loopafstand van voordeur tot voordeur; f.Op een bedrijventerrein; een specifiek bestemd gebied, al dan niet binnen de bebouwde kom, dat is ingericht voor de geconcentreerde vestiging van commerciële en industriële activiteiten. Om te bepalen of het gaat om een bedrijventerrein kan omgevingsplan bepalend zijn; g.In een gebied of straat waar het woon- en leefklimaat onder druk staat of de openbare orde dreigt te worden verstoord; h.Op het grondgebied van de voormalige gemeenten Ten Boer en Haren, zoals die bestonden tot de gemeentelijke herindeling per 1 januari 2019. 2.Het bepaalde in het vorige lid is niet van toepassing op bestaande locaties. Artikel 3. Maximale handelsvooraad De maximale weekvoorraad wordt als volgt berekend: het gemiddelde van de verkochte hoeveelheid hennep en hasjiesj van de vier voorgaande weken, met een afwijking van 20%. Het is aan de coffeeshophouder om op verzoek van toezichthouder te onderbouwen dat de aanwezige voorraad binnen de maximale weekvoorraad valt. Artikel 4. Aanwezigheid en opleiding personeel 1.In aanvulling op het bepaalde in artikel 6, eerste lid, van het Besluit dient de coffeeshophouder schriftelijk te kunnen aantonen door middel van een bewijs van deelname of een certificaat dat het personeel voldoet aan het gestelde in artikel 6, eerste lid, van het Besluit. 2.Het bewijs van deelname of certificaat als bedoeld in het eerste lid moet zijn afgegeven door VNN of een andere instantie of instelling waarvan de burgemeester heeft geoordeeld dat de door deze instantie of instelling aangeboden opleiding of cursus kwalitatief voldoet. Artikel 5. Toezicht Met het toezicht op de naleving van deze regeling zijn belast de op grond van artikel 3 van het Besluit aanwijzing toezichthouders, aangewezen toezichthouders. Bijlage A Procedure nieuwe verklaring, weigering- en intrekkingsgronden en voorschriften De procedure voor een nieuwe verklaring en de weigerings- en intrekkingsgronden staan hieronder beschreven. Artikel 1. Procedure expliciete verklaring 1.De burgemeester maakt bekend dat de mogelijkheid tot het aanvragen van een verklaring voor het exploiteren van een coffeeshop wordt opengesteld. 2.De bekendmaking vindt in elk geval plaats in het elektronisch gemeenteblad van de gemeente Groningen. 3.In de bekendmaking vermeldt de burgemeester op welke wijze de aanvraag ingediend kan worden en binnen welke termijn de aanvraag moet worden ingediend. 4.De verlening van de verklaring vindt plaats door middel van het doorlopen van de volgende fasen: I.In geval van een onvolledige aanvraag wordt een aanvrager eenmalig in de gelegenheid gesteld de aanvraag aan te vullen. Een aanvraag wordt als onvolledig beschouwd, indien ten minste een van de in artikel 3 lid 3 genoemde documenten ontbreekt. Aanvragers krijgen niet de gelegenheid hun aanvraag inhoudelijk aan te vullen. II.Beoordeeld wordt welke aanvragen tijdig zijn ingediend en, na een eventuele hersteltermijn, volledig zijn. Alleen die aanvragen worden inhoudelijk beoordeeld, de rest wordt buiten behandeling gelaten. III.De resterende aanvragen worden, voor zover op dat moment reeds mogelijk, getoetst aan de weigerings- en intrekkingsgronden zoals bedoeld in artikel 4 van deze bijlage en de artikelen 1:10 c.q. 2:26a APVG 2021. Als een dergelijke grond zich voordoet, wordt de aanvraag geweigerd. De overige aanvragen gaan door naar de selectieprocedure van IV t/m VIII. IV.De overgebleven aanvragen worden beoordeeld aan de hand van het toetsingskader zoals opgenomen in Bijlage B. V.De aanvraag met de hoogste totaalscore komt in aanmerking voor een verdere inhoudelijke beoordeling, overeenkomstig onderdeel VII. Als meerdere aanvragen dezelfde hoogste score hebben, en die aanvragen gelet op het beschikbare aantal plekken niet allemaal kunnen worden gehonoreerd, vindt de onderlinge rangschikking van die aanvragen plaats door middel van loting door een notaris. Daarbij geldt dat de hoogst gerangschikte aanvraag na loting het eerst voor verdere beoordeling in aanmerking komt. VI.Als de procedure is opengesteld voor meerdere coffeeshops, geldt het volgende: i.Het aantal aanvragen dat voor verdere inhoudelijke beoordeling in aanmerking komt, is gelijk aan het aantal beschikbare coffeeshops; ii.De aanvragen die voor verdere beoordeling in aanmerking komen, worden geselecteerd op de in onderdeel V bedoelde wijze. Als blijkt dat van de geselecteerde aanvragen meerdere betrekking hebben op dezelfde locatie, komt alleen de hoogst gerangschikte aanvraag voor verdere beoordeling in aanmerking. De overige aanvragen die betrekking hebben op dezelfde locatie worden in beginsel geweigerd. Voor de vrijgekomen plek(ken) geldt dat de eerstvolgende aanvraag in de overeenkomstig onderdeel V door middel van loting bepaalde rangschikking het eerst voor verdere beoordeling in aanmerking komt. Is geen sprake geweest van loting, of zijn er geen lotingdeelnemers meer over, dan wordt degene die voor verdere beoordeling in aanmerking komt bepaald door opnieuw de in onderdeel V bedoelde procedure te volgen met de overgebleven aanvragen; iii.Van de overeenkomstig onderdeel V en VI, onder ii, geselecteerde aanvragen wordt beoordeeld of de coffeeshoplocaties onderling voldoen aan de afstandseis voor coffeeshops als bedoeld in artikel 2 lid 1 sub e van Bijlage 1. Als blijkt dat een coffeeshop van een aanvrager, ten opzichte van de coffeeshop van een hoger gerangschikte aanvraag, is gelegen op een kortere afstand dan de minimale afstandseis, wordt die aanvraag in beginsel geweigerd. Alsdan komt opnieuw een plek beschikbaar. Daarvoor geldt dat de eerstvolgende aanvraag in de overeenkomstig onderdeel V door middel van loting bepaalde rangschikking het eerst voor verdere beoordeling in aanmerking komt. Is geen sprake geweest van loting, of zijn er geen lotingdeelnemers meer over, dan wordt de aanvraag die voor verdere beoordeling in aanmerking komt bepaald door opnieuw de in onderdeel V bedoelde procedure te volgen met de overgebleven aanvragers. VII.Ten behoeve van de verdere inhoudelijke beoordeling moet een aanvraag voor een exploitatievergunning en een volledig ingevuld en ondertekend Bibob formulier worden ingediend. Als de exploitatievergunning is verleend, de Bibob-toets een positieve uitkomst heeft en zich ook op dat moment niet een in onderdeel III bedoelde weigerings- of intrekkingsgrond voordoet, wordt de expliciete verklaring verstrekt. VIII.Als uit de onder VII bedoelde beoordeling blijkt dat de expliciete verklaring niet kan worden verstrekt, wordt de aanvraag geweigerd en komt de eerstvolgende aanvraag in de rangschikking in aanmerking voor een verdere beoordeling. Daarbij geldt het volgende: i.Als de procedure is opengesteld voor meerdere plekken, en een aanvraag op grond van onderdeel VI, onder ii, in beginsel is geweigerd omdat die aanvraag betrekking heeft op dezelfde locatie als de op grond van dit onderdeel (VIII) geweigerde aanvraag, komt die eerstbedoelde aanvraag alsnog voor verdere beoordeling in aanmerking. Als er meerdere aanvragen zijn geweigerd op grond van dat onderdeel VI, onder ii, komt alleen de hoogst gerangschikte van die aanvragen voor verdere beoordeling in aanmerking; ii.Als de onder i bedoelde situatie zich niet voordoet, of na toepassing daarvan nog een plek resteert, komt de aanvraag die op grond van onderdeel V, onder iii, is geweigerd wegens strijd met de afstandseis die geldt ten opzichte van de locatie van de op grond van dit onderdeel (VIII) geweigerde aanvraag, alsnog voor verdere beoordeling in aanmerking; iii.Als de onder i en ii bedoelde situaties zich niet voordoen, of na toepassing daarvan nog een plek resteert, komt de eerstvolgende aanvraag in de overeenkomstig onderdeel V door middel van loting bepaalde rangschikking voor verdere beoordeling in aanmerking. Is geen sprake geweest van loting, of zijn er geen lotingdeelnemers meer over, dan wordt de aanvraag die voor verdere beoordeling in aanmerking komt bepaald door opnieuw de in onderdeel V bedoelde procedure te volgen met de overgebleven aanvragen. Artikel 2 Adviescommissie 1.Er is een adviescommissie die als taak heeft om advies te geven aan de burgemeester over de beoordeling van de plannen zoals bedoeld in artikel 3 lid 3 sub e, f, g en h. 2.De adviescommissie bestaat uit minimaal 3 personen, door de burgemeester aangewezen. 3.De adviescommissie kan een reglement opstellen, waarin in bijvoorbeeld de werkwijze en de wijze van verslaglegging van de commissie zijn opgenomen. 4.De adviescommissie brengt gemotiveerd advies uit, aan de hand van het beoordelingskader zoals opgenomen in Bijlage B. 5.De adviescommissie kan ten behoeve van haar advisering een externe deskundige inschakelen. 6.De adviescommissie ontvangt de door haar te beoordelen plannen in geanonimiseerde vorm. Artikel 3. Indieningsvereisten 1.Een aanvraag voor een verklaring tot het exploiteren van een coffeeshop kan alleen worden ingediend als de mogelijkheid daartoe is opengesteld door de burgemeester. 2.Een aanvraag wordt in behandeling genomen wanneer deze, al dan niet na een eenmalige herstelmogelijkheid, volledig is en tijdig is ingediend. 3.Bij de aanvraag worden de volgende documenten overgelegd: a.NAW-gegevens van de coffeeshophouder; b.een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) van de coffeeshophouder, die niet ouder is dan drie maanden; c.het adres van de te vestigen coffeeshop; d.indien de coffeeshophouder geen eigenaar is van de locatie van de beoogde coffeeshop: een ondertekende (intentie) huur- of koopovereenkomst waaruit blijkt dat de exploitant over de locatie kan beschikken; e.een ondernemingsplan, maximaal 7 pagina’s, dat in elke geval bevat: -Motivatie onderneming; -Omschrijving van de locatie en visie op de inrichting en uitstraling van de coffeeshop; -Beschrijving van het personeelsbeleid; -Afschrift van de huisregels; -Beschrijving van hoe aan de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit Experiment gesloten coffeeshopketen al worden voldaan inclusief een overzicht van de daartoe concreet te nemen maatregelen. f.een veiligheidsplan, maximaal 5 pagina’s, dat in elk geval bevat: -Risicoanalyse met betrekking tot de risico’s voor de openbare orde en veiligheid in en rondom de coffeeshop en het woon- en leefklimaat in de omgeving; -Beschrijving van hoe de uit de risicoanalyse voortgekomen risico’s worden weggenomen of verminderd; -Omschrijving van welke concrete maatregelen worden genomen ter bescherming van de openbare orde, de veiligheid en het woon- en leefklimaat in de omgeving. g.Een communicatieplan, maximaal 5 pagina’s, dat in elk geval bevat: -Beschrijving hoe de omgeving na selectie geïnformeerd en betrokken zal worden bij verdere inpassing van de coffeeshop; -Omschrijving hoe de coffeeshophouder tijdens de exploitatie van de coffeeshop in contact blijft met de omgeving en hoe de coffeeshophouder omgaat met eventuele meldingen of klachten; -Beschrijving van de concrete maatregelen die ten behoeve van de omgeving en communicatie met omgeving worden genomen. h.Een preventieplan, maximaal 5 pagina’s, waar in ieder geval ingegaan wordt op: -Beschrijving van visie en inzet van coffeeshophouder op gebied van preventie, voorkomen van verslaving en problematisch gebruik en samenwerking met verslavingszorg en/of andere relevante partners; -De wijze waarop personeel kennis en inzicht vergaart en behoudt over verdovende middelen en de herkenning van verslavingsrisico’s; -Het deurbeleid; -Beschrijving van de concrete (preventie)maatregelen worden genomen. Artikel 4. Weigerings- en intrekkingsgronden 1.Een verklaring wordt geweigerd als: a.Geen procedure is opengesteld om een opengevallen plek in te vullen; b.Niet voldaan wordt of kan worden voldaan aan de eisen voor de locatie (artikel 2 Nadere regels coffeeshops) of de eisen genoemd in de artikelen 4 tot en met 11 en artikel 33 van het Besluit; c.De coffeeshophouder geen natuurlijk persoon is; d.De coffeeshophouder niet meerderjarig is; e.De exploitatievergunning voor de coffeeshop als bedoeld in artikel 2:26 Algemene Plaatselijke Verordening Groningen is of wordt geweigerd; f.Sprake is van strijdigheid met het omgevingsplan en het niet aannemelijk is gemaakt dat er een omgevingsvergunning kan worden verstrekt (Integraal Vooroverleg); g.De coffeeshophouder geen actuele Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) kan overleggen; h.Uit de toepassing van artikel 1, vierde lid, volgt dat de exploitant niet voor een verklaring in aanmerking komt. 2.De verklaring wordt ingetrokken als: a.De coffeeshophouder failliet is verklaard; b.De coffeeshophouder de gevraagde verklaring omtrent gedrag niet heeft verstrekt; c.De exploitatievergunning is ingetrokken; 3.De verklaring kan worden ingetrokken als: a.Ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b.Op grond van nieuwe feiten of omstandigheden die, bij bekendheid ten tijde van het verlenen van de verklaring, tot een weigering van de verklaring zouden hebben geleid; c.Intrekking noodzakelijk is vanwege de belangen ter bescherming waarvan de verklaring is vereist; d.De coffeeshophouder niet binnen drie maanden na verlening gebruikmaakt van de verklaring; e.De voorwaarden of beperkingen die aan de verklaring zijn verbonden niet worden nagekomen. 4.De verklaring geldt voor een door de burgemeester te bepalen termijn van maximaal 15 jaar na verlening. Deze bepaling geldt niet voor de ten tijde van de vaststelling van deze beleidsregel reeds verleende verklaringen. 5.De verklaring vervalt overeenkomstig de paragrafen “Verklaring coffeeshops: persoons- en locatie-gebonden” en “Tijdelijke exploitatie” van deze beleidsregel en als de daarvoor bepaalde duur is verstreken. Artikel 5. Voorschriften De burgemeester kan de expliciete verklaring onder voorwaarden of beperkingen verlenen. Indien dat noodzakelijk of wenselijk is ter bescherming van enig met de verklaring gemoeid belang, kan de burgemeester zo’n voorwaarde of beperking ook opleggen ten aanzien van een al eerder gegeven verklaring. BIJLAGE B Beoordeling In stap IV van de in artikel 1 lid 4 van Bijlage A beschreven procedure worden de plannen zoals beschreven in artikel 3 lid 3 van die bijlage beoordeeld. Voor de beoordeling van de plannen wordt gebruik gemaakt van onderstaand kader. Vormvoorschriften Voor de plannen gelden de volgende vormvoorschriften: -Nederlandse taal -Lettergrootte 12 -Minimaal regelafstand 1.0 -Omvang: zie artikel 3 lid 3. Voor het maximumaantal pagina’s telt een voorblad en bijlage zoals plattegrond, huisregels of inrichtingstekening niet mee. Puntentoekenning Het ondernemingsplan, veiligheidsplan, communicatieplan en preventieplan worden ieder afzonderlijk beoordeeld. Per plan zijn maximaal 20 punten te verdienen. De puntentoekenning is als volgt: ° 0 = matig (plan bevat niet alle genoemde onderdelen en/of is inhoudelijk zeer beperkt en/of bevat geen realistische en concrete maatregelen) ° 5 = voldoende (plan bevat alle genoemde onderdelen maar is inhoudelijk beperkt en/of bevat nauwelijks realistische en concrete maatregelen) ° 10 = goed (plan bevat alle genoemde onderdelen, is inhoudelijk volledig en bevat enkele realistische en concrete maatregelen) ° 15 = zeer goed (plan bevat alle genoemde onderdelen, is inhoudelijk volledig en heeft op onderdelen meerwaarde, voor meerdere aspecten zijn realistische en concrete maatregelen beschreven) ° 20 = uitstekend (plan bevat alle genoemde onderdelen, is inhoudelijk volledig en heeft over de volle breedte duidelijke meerwaarde, de maatregelen zijn voor alle aspecten realistisch en concreet beschreven) Per plan wordt gemotiveerd hoe tot de puntentoekenning is gekomen. Minpunten Als een plan niet aan de hiervoor genoemde vormvoorschriften voldoet, worden 10 punten per plan in mindering gebracht bij overschrijding van het aantal voorgeschreven pagina’s en 5 punten in mindering gebracht per plan dat niet voldoet aan de overige vormvoorschriften, met dien verstande dat het aantal punten per plan nooit negatief kan zijn. 15 bonuspunten Er zijn 15 bonuspunten te verdienen als de procedure is opengesteld omdat een andere coffeeshop stopt met de exploitatie en deze locatie en personeel door een exploitant worden overgenomen, onder minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden. Voorwaarde is dat de eerdere verklaring en/of exploitatievergunning niet is ingetrokken als gevolg van overlast, inbreuk op woon- en leefklimaat of openbare ordeproblemen. Bij het indienen van de aanvraag moet de overname van locatie en personeel onderbouwd worden met een intentie huur- of koopovereenkomst en een personeelsoverzicht. Daarbij moet de nieuwe exploitant verklaren dat hij alle werknemers van de verdwijnende coffeeshop, onder dezelfde voorwaarden, in dienst zal nemen. Als nadien blijkt dat bewust wordt gehandeld in strijd met die verklaring, dan is artikel 4, derde lid, onder a, van Bijlage A van toepassing. Totaalscore De punten van de plannen worden per aanvraag bij elkaar opgeteld, met inachtneming van eventiele min- en bonuspunten. Dat leidt tot een totaal aantal punten (de totaalscore) per aanvraag. De aanvragen worden gerangschikt op basis van die totaalscore, waarbij de aanvraag met de hoogste totaalscore het hoogst wordt gerangschikt. Vervolgens gaat de procedure verder bij stap V van artikel 1 lid 4 van Bijlage A. BIJLAGE 2 HANDHAVINGSPROTOCOL DRUGS Artikel 1 begripsbepaling In dit handhavingsprotocol wordt verstaan onder: a.harddrugs: alle middelen die vermeld worden op lijst I bij de Opiumwet; b.hennepkwekerij: Een inrichting van welke aard dan ook, waarin anders dan voor strikt persoonlijk gebruik (maximaal 5 planten) hennep wordt geteeld, bereid, bewerkt of verwerkt. c.productielocatie designerdrugs; een inrichting van welke aard dan ook waar designerdrugs of stoffen op lijst IA worden bereid, bewerkt of verwerkt; d.productielocatie harddrugs; een inrichting van welke aard dan ook waar harddrugs worden bereid, bewerkt of verwerkt e.softdrugs: alle middelen die vermeld worden op lijst II bij de Opiumwet; f.stoffen lijst IA: alle middels die vermeld worden op lijst IA Opiumwet g.handel in drugs: het verkopen, afleveren of verstrekken van harddrugs of softdrugs, dan wel het daartoe aanwezig zijn daarvan; h.woning: een gebouw/deel van een gebouw dat bestemd is tot bewoning als bedoeld in artikel 13b van de Opiumwet; i.gebruik als woning: bewoning als bedoeld in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM); j.handelshoeveelheid voor toepassing artikel 13B Opiumwet: in het kader van deze handhavingsregels sluiten we voor handelshoeveelheid aan bij de meest recente Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar MinisterieMet uitzondering als het gaat om een gebouw waar een toegestane coffeeshop of teeltbedrijf, zoals bedoeld in de Wet experiment gesloten coffeeshop, is gevestigd. Artikel 2 Bestuurlijke maatregelen coffeeshops Bestuurlijke maatregelen coffeeshops Geconstateerde overtreding 1e constatering 2e constatering 3e constatering A-criterium (geen Affichering) Schriftelijke waarschuwing Voornemen last onder dwangsom bij herhaling binnen 1 jaar na 2e overtreding < 12 maanden na 1e overtreding Last onder dwangsom < 12 maanden na 2e overtreding H-criterium (geen Harddrugs: er mogen geen harddrugs aanwezig zijn of verhandeld worden in een coffeeshop) Sluiten coffeeshop voor een periode van 6 maanden Sluiten coffeeshop voor een periode van 12 maanden. < 3 jaar na 1e overtreding Intrekking verklaring < 24 maanden na 2e overtreding O-criterium (geen Overlast) Overlast met criminele activiteiten die vanuit de coffeeshop worden ontplooid Sluiten voor een periode van maximaal 12 maanden Afhankelijk van de ernst van de overlast Intrekken verklaring < 24 maanden na de eerste overtreding - O-criterium (geen Overlast) Overlast zonder criminele activiteiten (bijvoorbeeld door gedragingen van bezoekers, personeel e.d.) Schriftelijke waarschuwing Schriftelijke waarschuwing tijdelijke sluiting bij herhaling binnen 1 jaar na 2e overtreding < 12 maanden na 1e overtreding Tijdelijke sluiting van 3 maanden < 12 maanden na 2e overtreding J-criterium (geen Jeugdigen: geen verkoop en geen toegang aan jongeren onder de 18 jaar) Schriftelijke waarschuwing en aankondiging tijdelijke sluiting bij herhaling Tijdelijke sluiting voor 3 maanden < 12 maanden na 1e overtreding Intrekking verklaring < 12 maanden na 2e overtreding G-criterium (geen Grote hoeveelheden per transactie: het is niet toegestaan hoeveelheden groter dan geschikt voor eigen gebruik (=5 gr) te verhandelen per transactie. Schriftelijke waarschuwing Last onder dwangsom €5.000 per keer < 12 maanden na 1e overtreding Verbeuren last onder dwangsom < 12 maanden na 2e overtreding Overschrijding maximale handelshoeveelheid softdrugs Bestuurlijke maatregel Variërend van een waarschuwing tot (tijdelijke) sluiten van de coffeeshop Verkoop softdrugs of aanwezigheid softdrugs van een niet vergunde teler 6 maanden sluiting 12 maanden sluiting < 24 maanden na eerste constatering Intrekking verklaring en vergunning < 24 maanden na constatering tweede overtreding Handelsvoorraad elders dan in de coffeeshop opslaan 6 maanden sluiting 12 maanden sluiting < 24 maanden na eerste constatering Intrekking verklaring en vergunning < 24 maanden na constatering tweede overtreding Onvoldoende veilig opslaan handelsvoorraad Schriftelijk waarschuwing 3 maanden sluiting < 24 maanden na eerste constatering 6 maanden sluiting < 24 maanden na constatering tweede overtreding Verkopend personeel heeft geen preventiecursus gevolgd Last onder dwangsom €2500,- per week Verbeuren dwangsom + last onder dwangsom €5.000 per week < 24 maanden eerste constatering Verbeuren dwangsom + last onder dwangsom €10.000 per week < 24 maanden na constatering tweede overtreding Geen preventiemateriaal in de coffeeshop aanwezig Schriftelijke waarschuwing Last onder dwangsom €2500,- per week < 24 maanden na constatering eerste overtreding Verbeuren dwangsom + last onder dwangsom € 5.000 per week < 24 maanden na constatering tweede overtreding Verkoop van niet verzegelde verpakkingseenheden Tot vijf verpakkingen Schriftelijke waarschuwing Last onder dwangsom €2500,- per week < 24 maanden na constatering eerste overtreding Verbeuren dwangsom + last onder dwangsom € 5.000 per week < 24 maanden na constatering tweede overtreding Verkoop van niet verzegelde verpakkingseenheden Vijf of meer verpakkingen Last onder dwangsom €2500,- Verbeuren dwangsom + last onder dwangsom 10.000 < 24 maanden na constatering eerste overtreding Verbeuren dwangsom + sluiting 3 maanden < 24 maanden na constatering tweede overtreding Overschrijden maximaal aantal hoeveelheid onverzegelde (niet-verzegelde?) proefproducten Schriftelijke waarschuwing Last onder dwangsom €2500,- < 24 maanden na constatering eerste overtreding Verbeuren dwangsom + last onder dwangsom € 10.000 < 24 maanden na constatering tweede overtreding Ongeoorloofd aanbrengen wijziging verpakkingseenheid Schriftelijke waarschuwing Last onder dwangsom €2500,- < 24 maanden na constatering eerste overtreding Verbeuren dwangsom + last onder dwangsom € 10.000 < 24 maanden na constatering tweede overtreding Niet voeren transparante administratie Schriftelijke waarschuwing Last onder dwangsom € 10.000, - < 24 maanden na constatering eerste overtreding Verbeuren dwangsom + last onder dwangsom € 25.000, - < 24 maanden na constatering tweede overtreding Administratie niet op eerste aanzegging tonen aan de toezichthouder Schriftelijke waarschuwing Last onder dwangsom € 10.000, - < 24 maanden na constatering eerste overtreding Verbeuren dwangsom + last onder dwangsom € 25.000, - < 24 maanden na constatering tweede overtreding Niet hanteren van een unieke identificatiemarkering (traceerbaarheid product in de gesloten keten) 3 maanden sluiting 6 maanden sluiting < 24 maanden na eerste constatering Intrekken verklaring en vergunning < 24 maanden na constatering tweede overtreding Niet juist gebruiken van het door overheidswege beschikbaar gestelde volgsysteem (track&trace) 1 maand sluiting 3 maanden sluiting < 24 maanden na eerste constatering Intrekken verklaring en vergunning < 24 maanden na constatering tweede overtreding Niet nakomen overige voorwaarden bij verklaring Bestuurlijke maatregel variërend van waarschuwing tot (tijdelijke) sluiting Artikel 3 artikel 13b Opiumwet (woningen en overige lokalen) Damocles Geconstateerde overtreding 1e constatering 2e constatering 3e constatering Handelshoeveelheid softdrugs (tot en met 500 gram) Of aanwezigheid stoffen als bedoeld op lijst IA Sluiting 3 maanden Sluiting 6 maanden < 3 jaar na 1e constatering Sluiting voor onbepaalde tijd < 3 jaar na 2e overtreding Na verstrijken van 2 jaar kan verzoek om opheffing worden ingediend. Handelshoeveelheid softdrugs (meer dan 500 gram) Sluiting 6 maanden Sluiting 12 maanden < 3 jaar na 1e constatering Sluiting voor onbepaalde tijd < 3 jaar na 2e overtreding Na verstrijken van 2 jaar kan verzoek om opheffing worden ingediend. Het aantreffen van een hennepkwekerij, met een hoeveelheid hennepplanten anders dan voor persoonlijk gebruik, alsmede in geval van voorbereidingsbehandelingen als bedoeld in artikel 11a Opiumwet. Sluiting 3 maanden Sluiting 6 maanden < 3 jaar na 1e constatering Sluiting voor onbepaalde tijd < 3 jaar na 2e overtreding Na verstrijken van 2 jaar kan verzoek om opheffing worden ingediend. Handel in harddrugs / aanwezigheid van harddrugs in het pand (inclusief horecapanden), alsmede in geval van voorbereidingsbehandelingen als bedoeld in artikel 11a Opiumwet, alsmede een productielocatie voor harddrugs of designerdrugs. Sluiting 6 maanden Sluiting 12 maanden < 3 jaar na 1e constatering Sluiting voor onbepaalde tijd < 3 jaar na 2e overtreding Na verstrijken van 2 jaar kan verzoek om opheffing worden ingediend.
Categorie: Mededelingen
De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer over deze regio
Meer meldingen zoals "Nota integraal drugsbeleid gemeente Groningen 2026"

APV
Openstellingsbesluit Subsidieregeling Landbouwexperimenten provincie Groningen

APV
Subsidieregeling landbouwexperimenten provincie Groningen

Omgeving
Kennisgeving aanvraag omgevingsvergunning reguliere procedure, het vervangen van een raveelbalk en versterken vloer, Hoge der A 35, 9712 AE Groningen

Omgeving
Kennisgeving definitief besluit omgevingsvergunning reguliere procedure (verleend), het vervangen van de gevelreclame en schilderen van de gevel , Stoeldraaierstraat 54, 9712 BX Groningen

Mededelingen
Nota integraal drugsbeleid gemeente Groningen 2026

Mededelingen
Aanwijzingsbesluit scheepvaart gemeente Groningen 2026

Mededelingen
Aanwijzingsbesluit externe toezichthouders 2026

Mededelingen
Bekendmaking voorgenomen verkoop (ruiling) Capellastraat 9 te Groningen

Omgeving
Kennisgeving verlenging beslistermijn aanvraag omgevingsvergunning (regulier), het plaatsen van nieuwe kozijn en vervangen van glas in de voorgevel (GM), Zwanestraat 8 a, 9712 CL Groningen

APV
Openstellingsbesluit Subsidieregeling Innovatie Oogst van Groningen

Mededelingen
Ontwerp omgevingsprogramma De Nieuwe Held

Mededelingen
Concept-volgordelijst eerder aanvragen elektriciteitsaansluiting woningbouw en onderwijs gemeente Groningen

