Subsidieregeling cultuurparticipatie jong rechtspersonen Den Haag 2026
Locatie
Soort
apv
Gepubliceerd op
2026-07-14
Gepubliceerd door
Gemeente 's-Gravenhage
Informatie
Subsidieregeling cultuurparticipatie jong rechtspersonen Den Haag 2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag, gelet op artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020, besluit vast te stellen de Subsidieregeling cultuurparticipatie jong rechtspersonen Den Haag 2026: Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: - actieve cultuurparticipatie: cultureel aanbod dat gericht is op het zelf maken of beoefenen van kunst en cultuur in de vrije tijd; - apparatuurkosten: kosten die gemaakt worden voor (de aanschaf van) apparatuur, zoals een camera, instrumenten, audiovisuele apparatuur en software en softwarelicenties; - ASV: Algemene subsidieverordening Den Haag 2020; - Awb: Algemene wet bestuursrecht; - culturele activiteiten: activiteiten die in hoofdzaak gericht zijn op bijvoorbeeld beeldende kunst, muziek, theater, mode, letteren, spoken word, film, dans, design, games, een combinatie hiervan of andere kunstvormen; - dekkingsplan: een gedetailleerd overzicht dat aantoont hoe de financiering voor een project of activiteit wordt verkregen en is opgebouwd; - fair pay: het verstrekken van een eerlijke beloning voor de geleverde arbeid, waarbij wordt voldaan aan alle relevante wet- en regelgeving en gelijke beloning voor gelijk werk wordt gegarandeerd; - financieringsmix: de samenstelling van meerdere financieringsbronnen die past bij het project en getoond wordt in het dekkingsplan; - jongeren: personen in de leeftijdscategorie van 12 tot 27 jaar die in Den Haag wonen; - kansengelijkheid: het principe dat iedereen dezelfde mogelijkheden heeft om zich te ontwikkelen en mee te doen in de maatschappij, ongeacht iemands achtergrond, afkomst, geslacht of financiële status; - kinderen: personen in de leeftijdscategorie van 4 tot 12 jaar die in Den Haag wonen; - mentale gezondheid: een toestand van welzijn waarin iemand kan omgaan met stress, zijn capaciteiten benut, kan werken en bijdragen aan de samenleving; - overhead: kosten die gemaakt worden die niet direct toe te schrijven zijn aan het project, zoals algemene en administratieve kosten, afschrijving, energie, administratie, verzekering, huur en nutskosten; - professionele begeleiding: begeleiding van de activiteiten door een persoon die is opgeleid of werkzaam is op het gebied van culturele activiteiten; - wijkgericht werken: de integrale aanpak waarbij de leefbaarheid en veiligheid per wijk worden verbeterd, nauw aansluitend bij de behoeften van bewoners. Artikel 1:2 Toepassingsbereik Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 1:4 bedoelde activiteiten. Artikel 1:3 Doel van de subsidie 1.Het doel van de subsidieregeling is het mogelijk maken van culturele activiteiten voor en door Haagse kinderen en jongeren.2.Het achterliggende maatschappelijke doel van de subsidieregeling is het stimuleren van actieve cultuurparticipatie van Haagse kinderen en jongeren en in het verlengde daarvan het vergroten van hun netwerk en het ontwikkelen van hun relationele vaardigheden. Artikel 1:4 Activiteiten Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor: a.activiteiten voor jongeren die zijn gericht op actieve cultuurparticipatie, die in groepsverband plaatsvinden, professioneel worden begeleid en waarbij jongeren aantoonbaar betrokken zijn bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van de activiteiten; of b.activiteiten voor kinderen die zijn gericht op actieve cultuurparticipatie, die in groepsverband plaatsvinden, professioneel worden begeleid en waarbij kinderen aantoonbaar betrokken zijn bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van de activiteiten. Artikel 1:5 Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen. Artikel 1:6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de voorbereiding, coördinatie, evaluatie of kwaliteitsverhoging en uitvoering van de activiteiten als bedoeld in artikel 1:4. 2.Voor subsidie komt de btw over de gesubsidieerde kosten in aanmerking voor zover die btw niet teruggevorderd, verrekend of anderszins in mindering kan worden gebracht.3.Niet voor subsidie in aanmerking komen: a.kosten onder de € 5.000,00,-; b.voor de subsidiabele activiteiten aangeschafte apparatuur zoals laptops, telefoons en soortgelijke producten die ook voor andere doeleinden gebruikt worden; c.voor de subsidiabele activiteiten aangeschafte apparatuur die niet voor andere doeleinden gebruikt kan worden met een waarde boven € 1000,00,-; d.overheadkosten; e.onvoorziene kosten; f.de kosten die eerder door het college op basis van deze subsidieregeling of anderszins zijn gesubsidieerd. Artikel 1:7 Subsidieplafond Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt voor het gehele subsidietijdvak per kalenderjaar een subsidieplafond van € 150.000,00,-. Een verlaging van het plafond geldt ook voor reeds ingediende aanvragen. Artikel 1:8 Hoogte van de subsidie Een subsidie bedraagt minimaal € 5.000,00,- en maximaal € 30.000,00,- per aanvraag per kalenderjaar per activiteit genoemd onder artikel 1:4. Artikel 1:9 Wijze van verdeling activiteiten artikel 1:4, onder a 1.Het college brengt een rangschikking aan in de aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie. 2.Bij de rangschikking van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de volgende criteria en tot het daarbij vermelde maximumaantal: a.de activiteiten stimuleren actieve cultuurparticipatie van jongeren op adequate en efficiënte wijze. Dit blijkt uit de mate waarin de jongeren aan actieve cultuurparticipatie doen, de vakdeskundigheid van de organiserende en uitvoerende betrokken personen, de mate waarin jongeren individueel begeleid worden, het aantal jongeren dat betrokken is bij de activiteiten: 1° onvoldoende: 1 punt; 2°matig: 2 punten; 3°voldoende: 3 punten; 4°ruimvoldoende: 4 punten; 5°goed: 5 punten b.de activiteiten dragen bij aan de doelstellingen van de Haagse Preventieaanpak. Dit blijkt uit de wijze waarop de activiteiten bijdragen aan de mentale gezondheid, sociale ontmoeting, kansengelijkheid, wijkgericht werken en het betrekken van relevante samenwerkingspartners: 1° onvoldoende: 1 punt; 2° matig: 2 punten; 3° voldoende: 3 punten; 4° ruimvoldoende: 4 punten; 5° goed: 5 punten c.de inbreng van jongeren wordt structureel bij de activiteiten betrokken. De aanvrager werkt vraaggericht, sluit aan bij hun behoeften en betrekt hen actief bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van activiteiten. Er wordt actief input opgehaald en gebruikt voor een passend aanbod. Daarnaast zorgt de aanvrager voor een veilige omgeving om het welzijn van deelnemers te waarborgen: 1° onvoldoende: 1 punt; 2°matig: 2 punten; 3°voldoende: 3 punten; 4°ruimvoldoende: 4 punten; 5°goed: 5 punten d.de finanieringsmix is op orde. Dit blijkt uit een transparante en sluitende begroting, een eerlijke beloning (fair pay) van de bij het project betrokken professionals, een voor de activiteiten passend dekkingsplan, een voor de activiteiten passend pr- en marketingplan en de uitvoerbaarheid van het plan: 1° onvoldoende: 1 punt; 2° matig: 2 punten; 3° voldoende: 3 punten; 4° ruimvoldoende: 4 punten 5° goed: 5 punten 3.Alleen aanvragen met een toegekend puntenaantal van 3 of meer op criterium a en b uit het tweede lid van dit artikel komen in aanmerking voor subsidie.4.Alleen aanvragen met een totaal toegekend puntenaantal van 11 of meer komen in aanmerking voor subsidie.5.Wanneer het totaalbedrag van de te honoreren aanvragen hoger is dan het vastgesteld subsidieplafond, verleent het college de subsidie in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.6.Indien het subsidieplafond wordt overschreden als gevolg van aanvragen die na beoordeling gelijk zijn gerangschikt, wordt de rangschikking bepaald aan de hand van de hoogste score op criterium a uit het tweede lid van dit artikel.7.Indien toepassing van criterium a niet tot een onderscheid leidt, wordt de rangschikking vervolgens bepaald op basis van de hoogste score op criterium b uit het tweede lid van dit artikel.8.Als het subsidieplafond wordt overschreden als gevolg van aanvragen die bij de beoordeling gelijk zijn gerangschikt, stelt het college de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting. Artikel 1:10 Wijze van verdeling activiteiten artikel 1:4, onder b 1.Het college brengt een rangschikking aan in de aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie. 2.Bij de rangschikking van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de volgende criteria en tot het daarbij vermelde maximumaantal: a.de activiteiten stimuleren actieve cultuurparticipatie van kinderen op adequate en efficiënte wijze. Dit blijkt uit de mate waarin de kinderen aan actieve cultuurparticipatie doen, de vakdeskundigheid van de organiserende en uitvoerende betrokken personen, de mate waarin kinderen individueel begeleid worden, het aantal kinderen dat betrokken is bij de activiteiten ten opzichte van het aangevraagde subsidiebedrag: 1° onvoldoende: 1 punt; 2° matig: 2 punten; 3° voldoende: 3 punten; 4° ruimvoldoende: 4 punten; 5° goed: 5 punten b.de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen van de Haagse Preventie Aanpak. Dit blijkt uit de wijze waarop de activiteiten bijdragen aan de mentale gezondheid, sociaal-emotionele ontwikkeling, kansengelijkheid, wijkgericht werken en het betrekken van relevante samenwerkingspartners: 1° onvoldoende: 1 punt; 2° matig: 2 punten; 3° voldoende: 3 punten; 4° ruimvoldoende: 4 punten; 5° goed: 5 punten c.de aanvrager heeft inzicht in de behoeften van kinderen ten aanzien van actieve cultuurparticipatie. Dit blijkt uit de wijze waarop kinderen voor de totstandkoming en evaluatie van de activiteiten worden bevraagd, hoe is geregeld dat deze informatie leidt tot een passend aanbod en welke maatregelen de aanvrager neemt om een veilige omgeving voor deelnemers te creëren: 1° onvoldoende: 1 punt; 2° matig: 2 punten; 3° voldoende: 3 punten; 4° ruimvoldoende: 4 punten; 5° goed: 5 punten d.de financieringsmix is op orde. Dit blijkt uit een transparante en sluitende begroting, een eerlijke beloning van de bij het project betrokken professionals, een voor de activiteiten passend dekkingsplan, een voor de activiteiten passend pr- en marketingplan en de uitvoerbaarheid van het plan: 1° onvoldoende: 1 punt; 2° matig: 2 punten; 3° voldoende: 3 punten; 4° ruimvoldoende: 4 punten 5° goed: 5 punten 3.Alleen aanvragen met een toegekend puntenaantal van 3 of meer op criterium a en minimaal 3 of meer op criterium b uit het tweede lid van dit artikel komen in aanmerking voor subsidie.4.Alleen aanvragen met een totaal toegekend puntenaantal van in totaal 11 of meer komen in aanmerking voor subsidie.5.Wanneer het totaalbedrag van de te honoreren aanvragen hoger is dan het vastgesteld subsidieplafond, verleent het college de subsidie in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.6.Indien het subsidieplafond wordt overschreden als gevolg van aanvragen die na beoordeling gelijk zijn gerangschikt, wordt de rangschikking bepaald aan de hand van de hoogste score op criterium a uit het tweede lid van dit artikel.7.Indien toepassing van criterium a niet tot een onderscheid leidt, wordt de rangschikking vervolgens bepaald op basis van de hoogste score op criterium b uit het tweede lid van dit artikel.8.Als het subsidieplafond wordt overschreden als gevolg van aanvragen die bij de beoordeling gelijk zijn gerangschikt, stelt het college de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting. Hoofdstuk 2 Aanvraag subsidie en termijnen Artikel 2:1 Aanvraag subsidie 1.Onverminderd artikel 8, tweede en derde lid, van de ASV 2020 legt de aanvrager de volgende gegevens over: a.een verklaring waaruit blijkt in hoeverre de subsidieontvanger als BTW belaste ondernemer is aan te merken; b.een specificatie van verrekenbare en niet-verrekenbare BTW; c.een toelichting indien er sprake is van niet-verrekenbare btw; en d.een omschrijving van de activiteiten op volgorde van de beoordelingscriteria uit artikel 1:9, tweede lid, of artikel 1:10, tweede lid van maximaal tien pagina’s A4. 2.De aanvrager maakt voor de aanvraag gebruik van het door het college voor deze regeling vastgestelde aanvraagformulier. Artikel 2:2 Aanvraagtermijn 1.Een aanvraag om subsidie heeft betrekking op de kalenderjaren 2027 en 2028.2.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de ASV wordt een aanvraag om subsidie ingediend in de periode van 8 september 2026 tot en met 22 september 2026. Artikel 2:3 Beslistermijn 1.In afwijking van artikel 10, eerste lid van de ASV, beslist het college binnen 8 weken na de laatste dag van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend. 2.Het college kan de beslistermijn uit het eerste lid eenmaal verlengen met maximaal 6 weken. Hoofdstuk 3 Weigeringsgronden Artikel 3:1 Weigeringsgronden Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Awb en artikel 11, eerste, tweede en derde lid van de ASV, weigert het college een subsidie als de aanvraag zowel ziet op activiteiten uit artikel 1:4, onder a en activiteiten genoemd in artikel 1:4, onder b. Hoofdstuk 4 Verplichtingen en betaling Artikel 4:1 Verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht mee te werken aan een eventuele evaluatie of impactmeting van de Subsidieregeling cultuurparticipatie jong rechtspersonen Den Haag 2026. Artikel 4:2 Bevoorschotting Bevoorschotting vindt plaats met 100% van de verleende subsidie in één keer per kalenderjaar. Hoofdstuk 5 Tussentijdse verantwoording Artikel 5:1 Wijze van tussentijdse verantwoording In aanvulling op artikel 16a, derde lid van de ASV bevat de tussentijdse verantwoording uit: a.een bestuursverklaring of directieverklaring volgens het door het college vastgestelde model; b.een reflectie op het proces inclusief de rol die de behoefte van deelnemers heeft gespeeld bij de totstandkoming, uitvoering en evaluatie van de activiteiten; c.beeldmateriaal ter onderbouwing van de uitgevoerde activiteiten; d.een toelichting op afwijkingen van meer dan 10% op hoofdposten van de begroting; en e.een specificatie van de niet-verrekenbare btw. Hoofdstuk 6 Eindverantwoording en vaststelling Artikel 6:1 Indieningstermijn aanvraag tot vaststelling In afwijking van artikel 17, eerste lid, van de ASV dient de subsidieontvanger de aanvraag tot vaststelling in uiterlijk op 30 april 2029. Artikel 6:2 Wijze van verantwoorden 1.De aanvraag tot vaststelling bevat: a.een voor openbaarmaking geschikt inhoudelijk eindverslag over de periode van 2027 tot en met 2028 conform artikel 17, vierde lid, van de ASV en de Richtlijnen verantwoording subsidies. Als het op grond van artikel 5:1 ingediende inhoudelijke verslag over het kalenderjaar 2026 juist en volledig is, kan worden volstaan met een inhoudelijk eindverslag over het kalenderjaar 2027; b.een voor openbaarmaking geschikt financieel eindverslag over de periode 2027 tot en met 2028 conform artikel 17, vijfde lid, van de ASV en de Richtlijnen verantwoording subsidies. Als het op grond van artikel 5:1 ingediende financiële verslag over het kalenderjaar 2026 juist en volledig is, kan worden volstaan met een financieel eindverslag over het kalenderjaar 2027; c.een verklaring dat de verantwoording over de kalenderjaren 2027 en 2028 juist en volledig is. Hiervoor wordt een bestuursverklaring of directieverklaring ingediend volgens het door het college vastgestelde model; en d.een toelichting op eventuele discrepanties tussen de tussentijdse verantwoording en de eindverantwoording. 2.Het inhoudelijk eindverslag bevat in ieder geval: a.een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de gerealiseerde activiteiten; b.een beknopte beschrijving van de uitvoering van de gerealiseerde activiteiten. Uit deze beschrijving moet blijken of en in hoeverre aan de subsidievoorschriften is voldaan; c.een reflectie op het proces inclusief de rol die (de behoefte van) deelnemers hebben gespeeld bij de totstandkoming, uitvoering en evaluatie van de activiteiten; d.minimaal 1.200 en maximaal 2.000 woorden en wordt ondersteund door beeldmateriaal. 3.Het financieel eindverslag bevat in ieder geval: a.een overzicht van de inkomsten en uitgaven die aansluiten bij de posten in de begroting; b.een toelichting op afwijkingen groter dan 10% op hoofdposten van de begroting; c.een overzicht van de (niet verrekenbare) btw. Hoofdstuk 7 Overige bepalingen Artikel 7:1 Evaluatie Het college evalueert deze subsidieregeling uiterlijk op 31 december 2029. Artikel 7:2 Inwerkingtreding 1.Deze regeling treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst.2.Deze regeling vervalt op 31 december 2029. Artikel 7:3 Intrekking De Subsidieregeling cultuurparticipatie jong rechtspersonen Den Haag 2024 wordt ingetrokken. Artikel 7:4 Overgangsrecht De bepalingen van de Subsidieregeling cultuurparticipatie jong rechtspersonen Den Haag 2024 blijven van toepassing op subsidies die zijn aangevraagd op grond van die regeling. Artikel 7:5 Citeertitel Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling cultuurparticipatie jong rechtspersonen Den Haag 2026. Den Haag, 7 juli 2026 Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, Ilma Merx de locoburgemeester,Saskia Bruines
Categorie: apv
In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer over deze regio
Meer meldingen zoals "Subsidieregeling cultuurparticipatie jong rechtspersonen Den Haag 2026"

apv
Verordening op de heffing en de invordering van leges Delft 2026

omgeving
Voornemen tot verlenen begrotingssubsidie aan Stichting The Hague Humanity Hub

mededelingen
Aanwijzingsbesluit parkeerverbod grote voertuigen Den Haag 2026

apv
Subsidieregeling cultuurparticipatie jong rechtspersonen Den Haag 2026

mededelingen
Bekendmaking van verhuring van een onbebouwd perceel grond met daarna het vestigen van een huurafhankelijk recht van opstal ten behoeve van een antenne-installatie in de gemeente Den Haag

mededelingen
Intrekking Lokaal Maatwerk Delft 2024

mededelingen
Aanwijzingsbesluit Toezichthouders Alcoholwet

omgeving
Benoeming lid van de provinciale staten van Zuid-Holland

apv
Huisvestingsverordening Delft 2023

lokaal nieuws
Nieuwe coalitie presenteert plannen voor de stad

mededelingen
Vergadering van de gemeenteraad

mededelingen
Vergadering van de gemeenteraad

